Artikel 3:289 Wet op het financieel toezicht

Lid 1

Tenzij die bevoegdheid op grond van de artikelen 4 en 6 van de verordening bankentoezicht aan de Europese Centrale Bank toekomt, stelt de Nederlandsche Bank in overeenstemming met de relevante toezichthoudende instanties, en met toepassing van artikel 3 van de richtlijn financiële conglomeraten, vast of een groep een financieel conglomeraat is. Bij de vaststelling neemt zij de artikelen 30 en 30bis van die richtlijn in acht.

Lid 2

De Nederlandsche Bank kan, in overeenstemming met de relevante toezichthoudende instanties, en met inachtneming van artikel 3, leden 3 en 3bis, van de richtlijn financiële conglomeraten, besluiten de artikelen 3:269a, 3:297 en 3:298 niet toe te passen, indien zij de toepassing van die artikelen in het licht van de doeleinden van het toezicht onnodig, ongepast of misleidend acht.