Artikel 3a:47 Wet op het financieel toezicht
Lid 1
Na toepassing van het instrument van bail-in ingevolge artikel 3A:44, eerste lid, legt een entiteit binnen een maand een bedrijfssaneringsplan voor aan de Nederlandsche Bank.
Lid 2
Het bedrijfssaneringsplan voldoet aan het bepaalde ingevolge artikel 52, vierde tot en met zesde lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen.
Lid 3
Indien het instrument van bail-in, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast op twee of meer entiteiten die onderdeel uitmaken van dezelfde groep en de EU-moederinstelling van die groep heeft haar zetel in Nederland, legt deze een bedrijfssaneringsplan voor aan de Nederlandsche Bank en heeft het plan betrekking op alle entiteiten in de groep. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing.
Lid 4
Het derde lid is van overeenkomstige toepassing indien het instrument van bail-in door een afwikkelingsautoriteit van een andere lidstaat wordt toegepast op een of meer entiteiten met zetel in een andere lidstaat, die onderdeel uitmaken van dezelfde groep en de EU-moederinstelling van die groep haar zetel heeft in Nederland.
Lid 5
De Nederlandsche Bank kan in buitengewone omstandigheden en indien dit nodig is voor het bereiken van de afwikkelingsdoelstellingen, bedoeld in artikel 14 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, onderscheidenlijk artikel 31 van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen, de termijn, bedoeld in het eerste lid, verlengen met ten hoogste een maand.