Artikel 3a:49 Wet op het financieel toezicht

Lid 1

De Nederlandsche Bank kan een bijzonder bestuurder bij een entiteit in afwikkeling aanstellen of de zeggenschap over die entiteit overnemen. De bijzonder bestuurder beschikt over de vereiste kwalificaties, vaardigheden en kennis om zijn of haar functies uit te oefenen.

Lid 2

De Nederlandsche Bank maakt de benoeming van een bijzonder bestuurder openbaar. De Nederlandsche Bank benoemt een bijzonder bestuurder voor ten hoogste een jaar. De termijn kan bij wijze van uitzondering worden verlengd als de Nederlandsche Bank van oordeel is dat nog steeds aan de voorwaarden voor de aanstelling van een bijzonder bestuurder wordt voldaan. De Nederlandsche Bank kan de bijzonder bestuurder op elk moment uit zijn of haar functie ontheffen.

Lid 3

De bijzonder bestuurder treedt in de rechten en bevoegdheden van de organen van de entiteit in afwikkeling, haar aandeelhouders, haar certificaathouders, of haar leden.

Lid 4

De bijzonder bestuurder neemt alle noodzakelijke maatregelen om de in artikel 31 van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen genoemde afwikkelingsdoelstellingen te bewerkstelligen en afwikkelingsmaatregelen uit te voeren overeenkomstig het besluit van de Nederlandsche Bank. Het verwezenlijken van de voornoemde afwikkelingsdoelstellingen en het uitvoeren van besluiten van de Nederlandsche Bank gaat boven elke andere bestuurstaak op grond van de wet of de statuten van de entiteit in afwikkeling ingeval deze niet consistent zijn.

Lid 5

De bijzonder bestuurder oefent de rechten en bevoegdheden uit onder toezicht van de Nederlandsche Bank. De Nederlandsche Bank kan grenzen stellen aan het optreden van de bijzonder bestuurder of eisen dat voor bepaalde handelingen van de bijzonder bestuurder voorafgaande toestemming van de Nederlandsche Bank vereist is. Indien van toepassing stelt de Nederlandsche Bank de bevoegdheidsverdeling tussen de bijzonder bestuurder en de organen van de entiteit in afwikkeling vast.

Lid 6

Na de benoeming van een bijzonder bestuurder:

  1. verlenen de organen en de vertegenwoordigers van de entiteit in afwikkeling de bijzonder bestuurder alle medewerking;

  2. is voor schade ten gevolge van handelingen, die zijn verricht in strijd met de aanstelling van de bijzonder bestuurder of de besluiten van de bijzonder bestuurder die daarmee verband houden, elke persoon die deel uitmaakt van het orgaan van de entiteit dat deze handelingen verrichtte, hoofdelijk aansprakelijk tegenover de entiteit in afwikkeling, tenzij het verrichten van deze handelingen niet aan hem is te verwijten en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden;

  3. zijn de handelingen, bedoeld in onderdeel b, voorzover deze rechtshandelingen zijn, vernietigbaar, indien de wederpartij wist of behoorde te weten dat de handeling is verricht in strijd met de aanstelling van de bijzonder bestuurder of de besluiten van de bijzonder bestuurder die daarmee verband houden.

Lid 7

De bijzonder bestuurder stelt in elk geval aan het begin en einde van zijn benoemingstermijn een verslag op over de economische en financiële positie van de entiteit in afwikkeling en over de handelingen die hij bij de uitoefening van zijn taken heeft verricht. De Nederlandsche Bank stelt vast met welke frequentie de bijzonder bestuurder tijdens zijn aanstelling verslag doet.

Lid 8

Tegen een besluit van een bijzonder bestuurder kan administratief beroep worden ingesteld bij de Nederlandsche Bank.

Lid 9

Het tweede lid, eerste zin, derde en zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing op overname van de zeggenschap door de Nederlandsche Bank als bedoeld in het eerste lid.