Hoofdstuk 3a. Deel Bijzondere maatregelen en voorzieningen betreffende financiële ondernemingen

Artikel 3a:77

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  1. afwikkelingsinstrument

    1. het instrument van bail-in, bedoeld in artikel 3A:93;

    2. het instrument van overgang van de onderneming, bedoeld in artikel 3A:104;

    3. het instrument van de overbruggingsinstelling, bedoeld in artikel 3A:112; en

    4. het instrument van afsplitsing van activa en passiva, bedoeld in artikel 3A:117;

  2. afwikkelingsmaatregel: de toepassing van een afwikkelingsinstrument of het uitoefenen van een bevoegdheid ingevolge hoofdstuk 3A.2;

  3. eigendomsinstrumenten: aandelen, rechten op aandelen, certificaten van aandelen, andere deelnemingsrechten of participaties in het kapitaal, lidmaatschapsrechten of hiermee vergelijkbare rechten, claims, opties, conversierechten of hiermee vergelijkbare rechten die bij uitoefening omgezet kunnen worden in of recht geven op de verwerving van aandelen of daarmee vergelijkbare rechten die aanspraken geven op het kapitaal of het vermogen van de desbetreffende entiteit;

  4. gestructureerde financieringsregeling: een regeling, met inbegrip van securitisaties en instrumenten voor hedgingdoeleinden, die integraal deel uitmaakt van de dekkingspool en naar het toepasselijke recht op gelijke wijze als gedekte obligaties is gedekt, en die het verstrekken en aanhouden van zekerheden door een partij bij de regeling, een trustee, lasthebber of gevolmachtigde inhoudt;

  5. groep: richtlijngroep waarvan een verzekeraar als bedoeld in artikel 3A:78, onderdeel a, deel uitmaakt.

  6. in aanmerking komende passiva: passiva van een entiteit als bedoeld in artikel 3A:78, die geen eigendomsinstrument zijn en die niet ingevolge artikel 3A:94, eerste lid, van toepassing van het instrument van bail-in zijn uitgesloten;

  7. salderingsovereenkomst: een overeenkomst waarbij een aantal vorderingen of verplichtingen in één enkele nettovordering kunnen worden omgezet, met inbegrip van overeenkomsten tot saldering bij vroegtijdige beëindiging waarbij, wanneer zich een afdwingingsgrond voordoet, hoe ook of waar ook gedefinieerd, de verplichtingen van de partijen worden versneld zodat deze onmiddellijk zijn verschuldigd of worden beëindigd, en in ieder geval in één enkele nettovordering worden omgezet of erdoor worden vervangen, met inbegrip van clausules tot saldering bij vroegtijdige beëindiging, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel n, onder i, van de richtlijn financiëlezekerheidsovereenkomsten, en verrekening (netting) als bedoeld in artikel 2, onderdeel k, van de richtlijn 98/26/EG van het Europees parlement en de Raad van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen (PbEG 1998, L 166);

  8. schuldinstrumenten: obligaties en andere vormen van overdraagbare schuld, instrumenten die een schuld creëren of erkennen en instrumenten die recht geven op het verwerven van schuldinstrumenten;

  9. verrekeningsovereenkomst: een verrekeningsovereenkomst op grond waarvan twee of meer vorderingen of verplichtingen tussen de entiteit in afwikkeling en een tegenpartij met elkaar kunnen worden verrekend;

  10. zekerheidsregelingen: zekerheidsregelingen waarbij een persoon bij wijze van zekerheid een werkelijk of voorwaardelijk belang in de over te dragen goederen heeft, ongeacht of dat belang door geïndividualiseerde goederen dan wel door een zekerheid op een algemeenheid van goederen of soortgelijke regeling is gedekt.

Artikel 3a:78

Dit hoofdstuk is van toepassing op de volgende entiteiten, met zetel in Nederland, tenzij anders is bepaald:

  1. verzekeraars die onder toezicht van de Nederlandsche Bank staan;

  2. verzekeringsholdings die deel uitmaken van een groep;

  3. gemengde verzekeringsholdings die deel uitmaken van een groep;

  4. gemengde financiële holdings die deel uitmaken van een groep;

  5. andere ondernemingen die deel uitmaken van een groep, voor zover zij diensten verrichten die van kritiek belang zijn voor de dagelijkse bedrijfsactiviteiten van verzekeraars; alsmede,

  6. in Nederland gelegen bijkantoren van verzekeraars met zetel in een staat die geen lidstaat is, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang.

Artikel 3a:79

Dit hoofdstuk is van toepassing op entiteiten als bedoeld in artikel 3A:78, ongeacht het recht dat van toepassing is op:

  1. de activa of passiva van de entiteit;

  2. door of met de medewerking van de entiteit uitgegeven financiële instrumenten; en

  3. overeenkomsten waaraan de entiteit is gebonden.

Artikel 3a:80

Lid 1

Een besluit ingevolge dit hoofdstuk alsmede de voorbereiding en uitvoering ervan, met uitzondering van afdeling 3A.2.2, is niet onderworpen aan enig instemmingsvereiste, met uitzondering van het vereiste van instemming van de verkrijger bij overgang van eigendomsinstrumenten, activa of passiva.

Lid 2

Een besluit ingevolge dit hoofdstuk alsmede de voorbereiding en uitvoering ervan, met uitzondering van afdeling 3A.2.2, is niet onderworpen aan enig kennisgevingsvereiste of procedureel voorschrift ingevolge een ander wettelijk voorschrift.

Lid 3

Een besluit tot toepassing van een afwikkelingsinstrument of omzetting van de rechtsvorm van de entiteit in afwikkeling, alsmede de voorbereiding en uitvoering van dat besluit, is niet onderworpen aan enige andere beperking uit hoofde van de wet, statuten of overeenkomst.

Lid 4

Een besluit tot toepassing van een afwikkelingsinstrument vermeldt het tijdstip waarop het in werking treedt. De desbetreffende eigendomsinstrumenten, activa of passiva gaan over op dit tijdstip, tenzij in het besluit anders is bepaald.

Artikel 3a:81

Lid 1

De Nederlandsche Bank stelt een afwikkelingsplan vast voor een verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, die geen onderdeel is van een groep of voor een groep.

Lid 2

Het afwikkelingsplan beschrijft mogelijkheden voor de toepassing van de in dit hoofdstuk bedoelde afwikkelingsinstrumenten indien de Nederlandsche Bank tot afwikkeling besluit.

Lid 3

De Nederlandsche Bank evalueert periodiek het afwikkelingsplan alsmede, na elke materiële verandering in de juridische of organisatiestructuur, de bedrijfsactiviteiten of de financiële positie van de verzekeraar of de groep.

Lid 4

De verzekeraar of entiteit in de groep als bedoeld in artikel 3A:78, onderdeel b, c of d, brengt de Nederlandsche Bank onverwijld op de hoogte van alle veranderingen bij die verzekeraar of entiteit die aanleiding kunnen geven voor een evaluatie van het afwikkelingsplan als bedoeld in het derde lid.

Lid 5

De Nederlandsche Bank kan afzien van het opstellen van een plan indien zij van oordeel is dat de afwikkelbaarheid van de verzekeraar of van de groep afdoende is gewaarborgd of voorzienbaar is dat, indien de verzekeraar of de groep faalt of waarschijnlijk zal falen, zij niet zal voldoen aan de voorwaarde voor afwikkeling, bedoeld in artikel 3A:85, eerste lid, onderdeel c.

Lid 6

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste lid tot en met vierde lid.

Artikel 3a:82

Lid 1

De Nederlandsche Bank beoordeelt bij het opstellen van een afwikkelingsplan de mate waarin de betrokken verzekeraar of groep afwikkelbaar is en stelt daarbij, voor zover aanwezig, de wezenlijke belemmeringen voor afwikkelbaarheid vast.

Lid 2

De verzekeraar of groep wordt geacht afwikkelbaar te zijn indien de Nederlandsche Bank door afwikkelingsinstrumenten op de verzekeraar of groep toe te passen een afwikkelingsdoelstelling, bedoeld in artikel 3A:84, kan verwezenlijken, dan wel dat haalbaar en geloofwaardig is dat de verzekeraar al dan niet tezamen met andere onderdelen van de groep in faillissement kan worden geliquideerd.

Lid 3

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste lid.

Artikel 3a:83

Lid 1

Indien de Nederlandsche Bank bij de beoordeling, bedoeld in artikel 3A:82, eerste lid, vaststelt dat er wezenlijke belemmeringen voor de afwikkelbaarheid van de verzekeraar of groep bestaan, brengt zij deze ter kennis van de betrokken verzekeraar of de entiteit, bedoeld in artikel 3A:81.

Lid 2

De verzekeraar of entiteit stelt binnen vier maanden na de kennisgeving aan de Nederlandsche Bank maatregelen voor om de belemmeringen weg te nemen.

Lid 3

Indien de Nederlandsche Bank van oordeel is dat de voorgestelde maatregelen de belemmeringen in voldoende mate wegnemen, stelt zij deze vast. De Nederlandsche Bank kan aan de uitvoering van de voorgestelde maatregelen een termijn verbinden.

Lid 4

Indien de Nederlandsche Bank van oordeel is dat de voorgestelde maatregelen de belemmeringen niet in voldoende mate wegnemen, geeft de Nederlandsche Bank de verzekeraar of de entiteit, bedoeld in artikel 3A:81 een aanwijzing waarin zij de uitvoering van alternatieve maatregelen om de belemmeringen weg te nemen, voorschrijft.

Lid 5

Maatregelen bedoeld in het vierde lid kunnen strekken tot het:

  1. herzien of instellen van financieringsregelingen;

  2. beperken van afzonderlijke en samengevoegde blootstellingen;

  3. overdragen van bepaalde activa;

  4. staken of beperken van bepaalde bestaande of voorgestelde bedrijfsactiviteiten;

  5. staken of beperken van de ontwikkeling van nieuwe of bestaande bedrijfsonderdelen of de verkoop van nieuwe of bestaande producten;

  6. wijzigen van de juridische of operationele structuur;

  7. zekerstellen de continuïteit van kritieke bedrijfsonderdelen;

  8. opzetten van een gemengde financiële holding; of,

  9. indien de verzekeraar een dochteronderneming is van een gemengde financiële holding of gemengde verzekeringsholding, opzetten van een afzonderlijke verzekeringsholding om de zeggenschap over de verzekeraar uit te oefenen.

Artikel 3a:84

De Nederlandsche Bank past afwikkelingsmaatregelen toe met inachtneming van de volgende doelstellingen:

  1. bescherming van de belangen van gerechtigden op vorderingen krachtens directe verzekering;

  2. het voorkomen van grote maatschappelijke gevolgen;

  3. het voorkomen van significante nadelige gevolgen voor de financiële markten of de economie; of,

  4. het voorkomen van de inzet van van overheidswege te verstrekken financiële middelen.

Artikel 3a:85

Lid 1

De Nederlandsche Bank besluit tot afwikkeling van een verzekeraar, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  1. de verzekeraar faalt of zal waarschijnlijk falen;

  2. het valt redelijkerwijze niet te verwachten dat met betrekking tot de verzekeraar te nemen alternatieve maatregelen binnen een afzienbaar tijdsbestek het falen zouden voorkomen; en

  3. afwikkeling is in het algemeen belang.

Lid 2

Een verzekeraar wordt geacht te falen of waarschijnlijk te zullen falen indien:

  1. de verzekeraar op een zodanige wijze inbreuk maakt op de wettelijke eisen, de vergunningsvereisten of de aan de vergunning verbonden voorwaarden, of er objectieve aanwijzingen bestaan voor de veronderstelling dat de verzekeraar in de nabije toekomst op een zodanige wijze daarop inbreuk zal maken dat intrekking van de vergunning gerechtvaardigd is;

  2. de waarde van de activa van de verzekeraar geringer is dan de waarde van de passiva, of er objectieve aanwijzingen zijn dat de activa van de verzekeraar in de nabije toekomst geringer zullen zijn dan zijn passiva;

  3. de verzekeraar niet in staat is of er objectieve aanwijzingen zijn voor de vaststelling dat de verzekeraar in de nabije toekomst niet in staat zal zijn zijn schulden of andere passiva te betalen wanneer deze opeisbaar worden; of

  4. voor het voortbestaan van de verzekeraar van overheidswege te verstrekken financiële steun noodzakelijk is.

Lid 3

Afwikkeling is in het algemeen belang indien dit noodzakelijk is om de in artikel 3A:84, onderdeel a, tezamen met onderdeel b, c of d van dat artikel, of de in onderdeel b, c, of d van dat artikel vermelde doelstellingen te verwezenlijken en deze doelstellingen niet in dezelfde mate verwezenlijkt zouden worden indien de verzekeraar in faillissement zou worden geliquideerd.

Artikel 3a:86

Lid 1

De Nederlandsche Bank besluit tot afwikkeling van een groep indien door de verzekeraar en de moederonderneming van de verzekeraar wordt voldaan aan de voorwaarden bedoeld, in artikel 3A:85, eerste lid.

Lid 2

De Nederlandsche Bank kan eveneens besluiten tot afwikkeling van de groep indien de verzekeraar in een groep voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3A:85, eerste lid, en het falen van die verzekeraar een bedreiging vormt voor een andere verzekeraar in de groep of de groep als geheel, terwijl door de moederonderneming niet wordt voldaan aan die voorwaarden.

Artikel 3a:87

De Nederlandsche Bank kan besluiten tot afwikkeling van een bijkantoor in Nederland van een verzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is, indien door dat bijkantoor dan wel de verzekeraar wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3A:85, eerste lid, en:

  1. het bijkantoor of de verzekeraar niet voldoet of waarschijnlijk niet zal voldoen aan ingevolge deze wet gestelde prudentiële eisen en er geen aanwijzingen zijn dat er ten aanzien van die verzekeraar binnen een afzienbare termijn een met afwikkeling vergelijkbare procedure of insolventieprocedure zal worden geopend; of

  2. de bevoegde autoriteit van de staat van de zetel van de verzekeraar ten aanzien van de verzekeraar een met afwikkeling vergelijkbare procedure heeft geopend of de Nederlandsche Bank in kennis heeft gesteld van haar voornemen om een dergelijke procedure te openen.

Artikel 3a:88

Lid 1

Indien de Nederlandsche Bank een besluit neemt als bedoeld in de artikelen 3A:85, eerste lid, 3A:86, of 3A:87, lijden de houders van eigendomsinstrumenten of de schuldeisers van wie vorderingen zijn afgeschreven of omgezet, geen grotere verliezen dan zij zouden hebben geleden indien de entiteit onmiddellijk voorafgaand aan dat besluit in faillissement zou zijn geliquideerd.

Lid 2

Indien de Nederlandsche Bank ter uitvoering van een besluit als bedoeld in het eerste lid besluit tot overgang van gedeelten van de activa of passiva van de entiteit in afwikkeling, ontvangen de houders van eigendomsinstrumenten en de schuldeisers van wie vorderingen niet zijn overgegaan, onverminderd het eerste lid, ter voldoening van hun vorderingen ten minste evenveel als zij zouden hebben ontvangen indien de entiteit in afwikkeling onmiddellijk voorafgaand aan de overgang in faillissement zou zijn geliquideerd.

Artikel 3a:89

Lid 1

Alvorens een besluit te nemen als bedoeld in de artikelen 3A:85, 3A:86 of 3A:87, draagt de Nederlandsche Bank er zorg voor dat door een onafhankelijke persoon een waardering van de activa en passiva van de entiteit wordt verricht.

Lid 2

Indien een waardering als bedoeld in het eerste lid niet tijdig mogelijk is, kan de Nederlandsche Bank een voorlopige waardering van de activa en passiva van de entiteit verrichten.

Lid 3

Indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, wordt zo spoedig mogelijk alsnog een waardering door een onafhankelijke persoon verricht.

Lid 4

Een waardering als bedoeld in het eerste of tweede lid heeft tot doel:

  1. als grondslag te dienen voor de vaststelling of is voldaan aan de voorwaarden voor afwikkeling, bedoeld in artikel 3A:85, eerste lid, of 3A:86;

  2. indien aan de voorwaarden voor afwikkeling is voldaan, als grondslag te dienen voor het besluit tot toepassing van een of meer afwikkelingsinstrumenten;

  3. er in alle gevallen zorg voor te dragen dat elk verlies met betrekking tot de activa van een entiteit volledig is onderkend op het moment waarop de afwikkelingsinstrumenten worden toegepast.

Lid 5

In de waardering wordt de volgorde van de vorderingen waarin deze in faillissement op de boedel zouden worden verhaald opgenomen, alsmede met een inschatting van de uitkering die na de verificatie op vorderingen zou kunnen worden gedaan indien de entiteit in faillissement zou zijn geliquideerd.

Lid 6

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de waardering, bedoeld in het eerste en tweede lid en de inschatting, bedoeld in het vijfde lid.

Artikel 3a:90

De Nederlandsche Bank draagt er zorg voor dat de waardering, bedoeld in artikel 3A:89, eerste lid, periodiek wordt herzien.

Artikel 3a:91

Lid 1

Nadat de Nederlandsche Bank een besluit als bedoeld in artikel 3A:85, 3A:86 of 3A:87 heeft genomen, draagt zij er zo spoedig mogelijk zorg voor dat door een onafhankelijke persoon een waardering wordt verricht teneinde te verifiëren of aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3A:88, eerste en tweede lid is voldaan.

Lid 2

Bij de waardering wordt bepaald:

  1. welk verlies de houders van eigendomsinstrumenten en schuldeisers zouden hebben geleden, indien de betrokken entiteit onmiddellijk voorafgaand aan dat besluit in een faillissement zou zijn geliquideerd;

  2. het daadwerkelijke verlies dat houders van eigendomsinstrumenten en schuldeisers hebben geleden als rechtstreeks en noodzakelijk gevolg van de toepassing van het afwikkelingsinstrument; en

  3. of er sprake is van een verschil tussen de verliezen, bedoeld in de onderdelen a en b.

Lid 3

Bij de waardering wordt de waarde van de activa verminderd met van overheidswege verstrekte financiële steun.

Lid 4

Indien uit de waardering blijkt dat een houder van eigendomsinstrumenten of schuldeiser grotere verliezen heeft geleden dan hij zou hebben geleden in faillissement, kent de Nederlandsche Bank een vergoeding toe ter grootte van het verschil ten laste van de financieringsregeling, bedoeld in artikel 3A:138.

Lid 5

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot berekening van de verliezen, bedoeld in het tweede lid.

Artikel 3a:92

Deze afdeling is van toepassing indien een besluit tot afwikkeling wordt genomen op grond van de artikelen 3A:85, 3A:86 of 3A:87.

Artikel 3a:93

Lid 1

De Nederlandsche Bank kan bij toepassing van het instrument van bail-in:

  1. het bedrag van de door of met medewerking van een entiteit uitgegeven eigendomsinstrumenten verminderen, of deze instrumenten intrekken;

  2. het bedrag van in aanmerking komende passiva van een entiteit in afwikkeling verminderen of geheel of gedeeltelijk omzetten in rechten op nieuw uit te geven eigendomsinstrumenten van die entiteit, van een moederonderneming van die entiteit die zelf een entiteit is als bedoeld in artikel 3A:78, onderdelen a tot en met d, of van een overbruggingsinstelling waarop activa of passiva van die entiteit overgaan.

Lid 2

De Nederlandsche Bank kan het instrument van bail-in tevens toepassen op in aanmerking komende passiva die zijn overgegaan op een overbrugginginstelling, een entiteit voor activa- en passivabeheer of door toepassing van het instrument van overgang van de onderneming, op een verkrijger die geen overbruggingsinstelling is.

Artikel 3a:94

Lid 1

De Nederlandsche Bank past het instrument van bail-in niet toe op de volgende verplichtingen:

  1. door zekerheid gedekte verplichtingen, met dien verstande dat het instrument van bail-in kan worden toegepast op het deel van de door zekerheid gedekte verplichting dat de waarde van het zekerheidsrecht overschrijdt;

  2. elke verplichting die ontstaat doordat de entiteit activa of tegoeden van cliënten aanhoudt;

  3. verplichtingen ten aanzien van banken, met uitzondering van entiteiten die tot dezelfde groep behoren, met een oorspronkelijke looptijd van minder dan zeven dagen;

  4. verplichtingen met een resterende looptijd van minder dan zeven dagen jegens systemen of exploitanten van systemen die zijn aangewezen overeenkomstig richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen (PbEG 1998, L 166) of hun deelnemers die uit de deelname aan een dergelijk systeem voortvloeien;

  5. verplichtingen jegens werknemers, met betrekking tot hun loon, pensioenuitkeringen of andere vaste vergoedingen, met uitzondering van de niet bij collectieve arbeidsovereenkomst geregelde variabele component van de beloning, tenzij de werknemer recht heeft op uitkering ingevolge artikel 61 van de Werkloosheidswet;

  6. verplichtingen welke voortvloeien uit de levering van goederen of diensten aan de entiteit die van kritiek belang zijn voor de dagelijkse bedrijfsactiviteiten ervan; en,

  7. verplichtingen uit hoofde van een zorgverzekering als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet.

Lid 2

De Nederlandsche Bank kan in uitzonderlijke omstandigheden besluiten het instrument van bail-in geheel of gedeeltelijk niet toe te passen op verplichtingen indien:

  1. het instrument van bail-in op de verplichtingen niet binnen een redelijke termijn kan worden toegepast;

  2. de uitsluiting noodzakelijk is ter voorkoming van grote maatschappelijke gevolgen of significante nadelige gevolgen voor de financiële markten of de economie;

  3. de uitsluiting noodzakelijk is om de entiteit in afwikkeling in staat te stellen de essentiële kernactiviteiten voort te zetten; of

  4. de toepassing van het instrument van bail-in zou leiden tot grotere verliezen voor de andere crediteuren dan bij een uitsluiting van de verplichtingen van het instrument van bail-in.

Artikel 3a:95

Onverminderd artikel 3A:94, past de Nederlandsche Bank het instrument van bail-in toe op vorderingen in de omgekeerde volgorde van de volgorde waarin deze vorderingen in faillissement op de boedel zouden worden verhaald.

Artikel 3a:96

De Nederlandsche Bank kan voorschrijven dat een entiteit eigendomsinstrumenten uitgeeft aan de houders van de rechten, verkregen ingevolge de toepassing van artikel 3A:93, eerste lid, dan wel medewerking verleent aan de uitgifte daarvan. De Nederlandsche Bank kan aan de uitoefening van die rechten een termijn verbinden. Bij de uitgifte kunnen geen andere rechten worden uitgeoefend dan de rechten, bedoeld in artikel 3A:93, eerste lid.

Artikel 3a:97

Lid 1

De Nederlandsche Bank kan, overeenkomstig het bepaalde in het tweede en derde lid, verschillende omzettingskoersen toepassen op verschillende categorieën van passiva als bedoeld in artikel 3A:93, eerste lid, onderdeel b.

Lid 2

Een omzettingskoers biedt de betrokken schuldeiser een passende vergoeding voor het als gevolg van de toepassing van het instrument van bail-in geleden verlies.

Lid 3

Indien verschillende omzettingskoersen worden toegepast, is de omzettingskoers die van toepassing is op vorderingen die in faillissement met een hogere rang op de boedel zouden worden verhaald hoger dan de omzettingskoers die wordt toegepast op vorderingen met een lagere rang.

Artikel 3a:98

Lid 1

De Nederlandsche Bank regelt zo nodig de gevolgen van de besluiten op grond van de artikelen 3A:93 en 3A:96.

Lid 2

Op verzoek van de Nederlandsche Bank gaat een daartoe bevoegde persoon of instantie over tot:

  1. wijziging van relevante registers;

  2. het uit de notering of uit de handel nemen van eigendomsinstrumenten of schuldinstrumenten;

  3. notering of toelating tot de handel op een gereglementeerde markt van nieuwe eigendomsinstrumenten;

  4. hernieuwde notering of toelating tot de handel van schuldinstrumenten waarvan de hoofdsom is verlaagd;

  5. wijziging van de statuten in geval van vermindering van het nominale bedrag van de aandelen; of

  6. handelingen of diensten in verband met de afwikkeling van transacties in effecten en effectenafwikkelingssystemen.

Artikel 3a:99

Bij vermindering van het verschuldigde bedrag van een verplichting van een entiteit in afwikkeling ingevolge artikel 3A:93, eerste lid:

  1. is de vermindering permanent, onverminderd artikel 3A:101;

  2. resteert voor de entiteit geen verplichting in verband met het gedeelte van de hoofdsom dat is afgeschreven; en

  3. worden schuldeisers in verband met het gedeelte van de hoofdsom dat is afgeschreven niet gecompenseerd, onverminderd de bevoegdheid, bedoeld in artikel 3A:93, eerste lid, om passiva om te zetten in rechten op nieuw uit te geven eigendomsinstrumenten.

Artikel 3a:100

Lid 1

Onverminderd artikel 3A:101 wordt, indien de Nederlandsche Bank ingevolge artikel 3A:93, eerste lid, het uitstaande verschuldigde bedrag van een verplichting van een entiteit tot nihil vermindert, de verplichting als voldaan beschouwd evenals eventuele verplichtingen of vorderingen die daaruit voortvloeien en die niet opeisbaar waren op het moment waarop de bevoegdheid werd uitgeoefend.

Lid 2

Indien de Nederlandsche Bank het uitstaande verschuldigde bedrag van een verplichting van een entiteit vermindert, maar niet tot nihil vermindert, onverminderd artikel 3A:101:

  1. wordt de verplichting als voldaan beschouwd ter hoogte van het verminderde bedrag; en

  2. blijven de voorwaarden van het betrokken instrument of de betrokken overeenkomst waarop de oorspronkelijke verplichting is gebaseerd, van toepassing op het resterende uitstaande verschuldigde bedrag van de verplichting, met uitzondering van een eventuele wijziging van het verschuldigde rentebedrag om de vermindering van het bedrag weer te geven, en onverminderd de toepassing van artikel 3A:122, eerste en derde lid.

Artikel 3a:101

Lid 1

De Nederlandsche Bank kan, indien na toepassing van het instrument van bail-in op basis van een voorlopige waardering als bedoeld in artikel 3A:89, tweede lid, uit de definitieve waardering, bedoeld in artikel 3A:89, derde lid, blijkt dat met een beperktere vermindering van de hoofdsom van het verschuldigde bedrag had kunnen worden volstaan, de hoofdsom verhogen in overeenstemming met de definitieve waardering.

Lid 2

De Nederlandse Bank kan, indien na toepassing van het instrument van bail-in op basis van een voorlopige of definitieve waardering als bedoeld in artikel 3A:89, na een periodieke herwaardering als bedoeld in artikel 3A:90, blijkt dat met een beperktere vermindering van de hoofdsom van het verschuldigde bedrag had kunnen worden volstaan, de hoofdsom verhogen in overeenstemming met de herwaardering.

Lid 3

Indien de Nederlandsche Bank op grond van het eerste of tweede lid besluit tot verhoging van het verschuldigde bedrag dat zij aanvankelijk had verminderd tot nihil, is vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van dat besluit artikel 3A:100, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3a:102

Lid 1

De Nederlandsche Bank past het instrument van bail-in pas toe op een passivum dat uit een derivatenpositie ontstaat, nadat deze gesloten is.

Lid 2

De Nederlandsche Bank is bevoegd derivatenovereenkomsten van een entiteit in afwikkeling te beëindigen en de bijbehorende posities te sluiten.

Lid 3

Indien derivatentransacties aan een verrekeningsbeding zijn onderworpen, wordt bij de waardering bedoeld in artikel 3A:89, eerste lid, de uit deze transacties voortvloeiende passiva op nettobasis bepaald overeenkomstig de voorwaarden van dat beding.

Artikel 3a:103

Lid 1

De Nederlandsche Bank verricht de beoordeling van de aanvraag van een verklaring van geen bezwaar met inachtneming van de doelstellingen, bedoeld in artikel 3A:84, indien een verwerving of een vergroting van een gekwalificeerde deelneming in een verzekeraar als bedoeld in artikel 3:95 het gevolg is van:

  1. de uitoefening van een ingevolge artikel 3A:93, eerste lid, verworven recht op nieuw uit te geven eigendomsinstrumenten;

  2. een uitgifte als bedoeld in artikel 3A:96;

  3. een besluit als bedoeld in artikel 3A:121.

Lid 2

Bij de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 1:106b tot en met 1:106e niet van toepassing.

Lid 3

Indien de Nederlandsche Bank nog geen beslissing op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, heeft genomen, is, met ingang van het moment waarop de eigendomsinstrumenten worden uitgegeven totdat op de aanvraag is beslist:

  1. het stemrecht van de aanvrager van de verklaring van geen bezwaar voortvloeiend uit die eigendomsinstrumenten geschorst en kan dit recht alleen door de Nederlandsche Bank worden uitgeoefend; en

  2. de aanvrager vrijgesteld van het bepaalde in de artikelen 3:95, 3:96, 3:99, 3:103 en 3:104.

Lid 4

Indien de Nederlandsche Bank besluit een verklaring van geen bezwaar te verlenen, wordt de houder van de eigendomsinstrumenten geacht het volledige stemrecht met betrekking tot die eigendomsinstrumenten te hebben onmiddellijk nadat het besluit is bekendgemaakt.

Lid 5

Indien de Nederlandsche Bank de aanvraag afwijst, doet de aanvrager afstand van die eigendomsinstrumenten binnen een door de Nederlandsche Bank bepaalde termijn. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3a:104

De Nederlandsche Bank kan, tot toepassing van het instrument van overgang van de onderneming, besluiten tot overgang op een verkrijger die geen overbruggingsinstelling is, van:

  1. eigendomsinstrumenten die zijn uitgegeven door of met medewerking van een entiteit in afwikkeling; of,

  2. activa of passiva van een entiteit in afwikkeling.

Artikel 3a:105

De overgang vindt plaats onder commerciële voorwaarden, die in overeenstemming zijn met de waardering ingevolge artikel 3A:89.

Artikel 3a:106

Indien de Nederlandsche Bank besluit tot overgang van gedeelten van de activa of passiva van een entiteit in afwikkeling, verzoekt zij binnen een redelijke termijn de rechtbank Amsterdam om het faillissement van de entiteit uit te spreken, tenzij het mogelijke belang van het voortbestaan van het overgebleven gedeelte van de entiteit om de afwikkelingsdoelstellingen, bedoeld in artikel 3A:84 te verwezenlijken, zich daartegen verzet.

Artikel 3a:107

Onverminderd artikel 3A:133, komt een door de verkrijger te betalen overgangsprijs toe aan de oorspronkelijke eigenaren.

Artikel 3a:108

De Nederlandsche Bank kan ten aanzien van eigendominstrumenten, activa of passiva die zijn overgegaan, binnen een redelijke termijn besluiten tot overgang op de oorspronkelijke eigenaren, indien de verkrijger daarmee instemt.

Artikel 3a:109

Indien een overgang van eigendomsinstrumenten zou leiden tot verwerving of vergroting van een gekwalificeerde deelneming in een verzekeraar, is artikel 3A:103 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3a:110

Voor de toepassing van de artikelen 2:26c, 2:35, 2:38 en 2:39 wordt een verkrijger met zetel in een andere lidstaat beschouwd als de rechtsopvolger van de entiteit in afwikkeling en kan deze alle rechten blijven uitoefenen die door die entiteit werden uitgeoefend met betrekking tot de activa of passiva die zijn overgegaan.

Artikel 3a:111

Lid 1

Het lidmaatschap van of het recht op toegang tot betalings-, clearing- en afwikkelingssystemen, en gereglementeerde markten van de entiteit in afwikkeling gaat van rechtswege over op de verkrijger.

Lid 2

De verkrijger kan de aan het lidmaatschap verbonden rechten of het recht op toegang uitoefenen indien hij voldoet aan de daaraan verbonden voorwaarden, met uitzondering van de voorwaarde om te beschikken over een vereiste kredietbeoordeling door een kredietbeoordelingsbureau.

Lid 3

De Nederlandsche Bank kan bepalen dat de verkrijger voor de duur van ten hoogste twee jaar niet behoeft te voldoen aan de voorwaarde voor lidmaatschap en toegang, bedoeld in het tweede lid. De Nederlandsche Bank kan op aanvraag besluiten tot verlenging met telkens ten hoogste twee jaar.

Artikel 3a:112

De Nederlandsche Bank kan tot toepassing van het instrument van de overbruggingsinstelling besluiten tot overgang op een overbruggingsinstelling van:

  1. eigendomsinstrumenten die zijn uitgegeven door of met medewerking van entiteiten in afwikkeling; of

  2. activa of passiva van entiteiten in afwikkeling.

Artikel 3a:113

Lid 1

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de oprichting en beëindiging, de taak, de financiering, de inrichting, het bestuur en de werkwijze van een overbruggingsinstelling of van een rechtspersoon die tot taak heeft de eigendom in een overbruggingsinstelling te houden.

Lid 2

De Nederlandsche Bank kan een overbruggingsinstelling of rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid een aanwijzing geven met betrekking tot de taakuitoefening.

Lid 3

Een overbruggingsinstelling sluit geen overeenkomsten van verzekering en staat geen wijzigingen in bestaande polissen toe die kunnen leiden tot verhoging van schadelast van de instelling.

Artikel 3a:114

De Nederlandsche Bank kan ten aanzien van eigendominstrumenten, activa of passiva die zijn overgegaan, besluiten tot overgang op de oorspronkelijke eigenaren.

Artikel 3a:115

De artikelen 3A:106, 3A:105, 3A:107, 3A:109, 3A:110 en 3A:111 zijn van overeenkomstige toepassing op het instrument van de overbruggingsinstelling.

Artikel 3a:116

Lid 1

De overbruggingsinstelling beschikt, voor zover nodig voor de uitoefening van haar werkzaamheden, van rechtswege over een vergunning als bedoeld in de artikelen 2:26a, 2:27 of 2:48.

Lid 2

De Nederlandsche Bank kan, met het oog op de verwezenlijking van een of meer van de in artikel 3A:84 bedoelde doelstellingen, tijdelijk ontheffing verlenen van een of meer van de vereisten, bedoeld in de artikelen 2:26b, 2:31 of 2:49.

Artikel 3a:117

Lid 1

De Nederlandsche Bank kan tot toepassing van het instrument van afsplitsing van activa of passiva, besluiten tot overgang van activa of passiva van een entiteit in afwikkeling of van een overbruggingsinstelling op een of meer entiteiten voor activa- en passivabeheer.

Lid 2

De Nederlandsche Bank past het instrument van afsplitsing van activa of passiva uitsluitend tezamen met een ander afwikkelingsinstrument toe, en indien:

  1. de situatie op de specifieke markt voor de desbetreffende activa of passiva zodanig is dat vereffening van die activa in een faillissement nadelige gevolgen voor de financiële markten kan hebben;

  2. de overgang van activa of passiva noodzakelijk is voor het goede functioneren van de entiteit in afwikkeling of de overbruggingsinstelling; of

  3. de overgang van activa of passiva noodzakelijk is om de opbrengst bij vereffening te maximaliseren.

Lid 3

De entiteit voor activa- en passivabeheer beheert de activa of passiva die op haar zijn overgegaan met het doel de waarde van de activa bij de uiteindelijke verkoop of liquidatie te maximaliseren.

Artikel 3a:118

Lid 1

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de oprichting en beëindiging, de taak, de financiering, het bestuur en de werkwijze van een entiteit voor activa- en passivabeheer of van een rechtspersoon die tot taak heeft de eigendom in een entiteit voor activa- en passivabeheer te houden.

Lid 2

De Nederlandsche Bank kan een entiteit voor activa- en passivabeheer of rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid een aanwijzing geven met betrekking tot de taakuitoefening.

Artikel 3a:119

De artikelen 3A:105 en 3A:114 zijn van overeenkomstige toepassing op het instrument van afsplitsing van activa of passiva.

Artikel 3a:120

Lid 1

De Nederlandsche Bank kan een bijzondere bestuurder bij een entiteit in afwikkeling aanstellen of de zeggenschap over een entiteit in afwikkeling overnemen.

Lid 2

De bijzondere bestuurder onderscheidenlijk de Nederlandsche Bank treedt in de rechten en bevoegdheden van de organen van de entiteit in afwikkeling en haar aandeelhouders of leden. De bijzondere bestuurder kan afwijken van uit wettelijke voorschriften of statutaire bepalingen voortvloeiende verplichtingen van het bestuur.

Lid 3

De artikelen 1:76, vijfde, zesde en achtste lid en 1:76a, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

Lid 4

Tegen een besluit van een bijzondere bestuurder kan administratief beroep worden ingesteld bij de Nederlandsche Bank.

Artikel 3a:120a

De Nederlandsche Bank kan bij een entiteit in afwikkeling leden van het bestuur en het bestuur als geheel, alsook leden van de raad van commissarissen of leden van een orgaan dat een met die van de raad van commissarissen vergelijkbare taak heeft en de raad van commissarissen als geheel, of een orgaan als geheel dat een met die van de raad van commissarissen vergelijkbare taak heeft, ontslaan of benoemen.

Artikel 3a:121

Lid 1

De Nederlandsche Bank kan, indien dit noodzakelijk is voor de toepassing van de bevoegdheid tot toepassing van het instrument van bail-in, bij besluit de rechtsvorm van de betrokken entiteit omzetten.

Lid 2

Artikel 3A:98 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3a:122

Lid 1

De Nederlandsche Bank kan een overeenkomst waarbij de entiteit in afwikkeling partij is, beëindigen of wijzigen, alsmede de verkrijger in de plaats stellen van de entiteit in afwikkeling als partij bij een overeenkomst.

Lid 2

De Nederlandsche Bank kan de looptijd van een door de entiteit in afwikkeling uitgegeven schuldinstrumenten en andere in aanmerking komende passiva wijzigen en het bedrag van de in het kader van dergelijke instrumenten en andere in aanmerking komende passiva verschuldigde rente of de datum waarop de rente moet worden betaald wijzigen, daaronder begrepen de verplichting tot betaling van rente opschorten. Dit is niet van toepassing op schuldinstrumenten en andere passiva die op grond van artikel 3A:94 zijn uitgesloten van bail-in.

Lid 3

De Nederlandsche Bank kan bij de toepassing van een afwikkelingsmaatregel bepalen dat eigendomsinstrumenten, activa of passiva vrij van enige bezwaring of aansprakelijkheid overgaan.

Lid 4

Artikel 3A:100 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3a:123

Lid 1

De Nederlandsche Bank kan een betalingsverplichting of leveringsverplichting ingevolge een overeenkomst waarbij een entiteit in afwikkeling partij is, opschorten vanaf het tijdstip van de bekendmaking van het besluit tot opschorting tot 00.00 uur Nederlandse tijd aan het einde van de werkdag volgend op die bekendmaking.

Lid 2

Indien een voor de entiteit in afwikkeling op grond van een overeenkomst geldende betalingsverplichting of leveringsverplichting overeenkomstig het eerste lid wordt opgeschort, worden ook de ingevolge die overeenkomst voor de wederpartij van de entiteit in afwikkeling geldende betalingsverplichtingen en leveringsverplichtingen voor dezelfde periode opgeschort.

Lid 3

Indien tijdens de periode van opschorting uitvoering moet worden gegeven aan een betalingsverplichting of leveringsverplichting, is de betaling of levering onmiddellijk na het verstrijken van die periode opeisbaar.

Lid 4

Het eerste lid is niet van toepassing op betalingsverplichtingen of leveringsverplichtingen die reeds hebben geleid tot:

  1. een aan een systeem of systeemexploitant als bedoeld in artikel 212a, onderdeel b, onderscheidenlijk onderdeel q, van de Faillissementswet, een aan een centrale tegenpartij of een centrale bank gegeven overboekingsopdracht, opdracht tot verrekening of enige uit een dergelijke opdracht voortvloeiende betaling, levering, verrekening of andere rechtshandeling die benodigd is om de opdracht volledig uit te voeren; en

  2. rechten en verplichtingen die voor de entiteit in afwikkeling als deelnemer ingevolge of in verband met zijn deelname aan het systeem zijn ontstaan.

Artikel 3a:124

Lid 1

De Nederlandsche Bank kan de bevoegdheden van schuldeisers van de entiteit in afwikkeling tot verhaal op aan de entiteit in afwikkeling toebehorende goederen, of tot opeising van goederen die zich in de macht van de entiteit in afwikkeling of een derde bevinden, beperken tot 00.00 uur Nederlandse tijd aan het einde van de werkdag volgend op de bekendmaking van het besluit daartoe.

Lid 2

De Nederlandsche Bank oefent de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid niet uit met betrekking tot een zekerheidsrecht dat is gevestigd ten behoeve van een systeem of systeemexploitant als bedoeld in artikel 212a, onderdeel b, onderscheidenlijk onderdeel q, van de Faillissementswet, centrale tegenpartijen en centrale banken, in verband met activa die de entiteit in afwikkeling bij wijze van margestorting heeft toegezegd of geleverd.

Artikel 3a:125

Lid 1

De Nederlandsche Bank kan de aan een derde toebehorende bevoegdheid tot beëindiging van een overeenkomst met de entiteit in afwikkeling opschorten, voor zover die entiteit voortgaat met het nakomen van de verplichtingen die voortvloeien uit de bedingen in de overeenkomst die de kern van de prestaties betreffen, alsmede met het verschaffen van zekerheden.

Lid 2

De Nederlandsche Bank kan besluiten tot opschorting van een aan een derde toebehorende bevoegdheid tot beëindiging van een overeenkomst met een dochteronderneming van de entiteit in afwikkeling indien:

  1. de verplichtingen op grond van de overeenkomst door de entiteit in afwikkeling worden gegarandeerd of anderszins gewaarborgd;

  2. de beëindigingsrechten op grond van de overeenkomst uitsluitend zijn gebaseerd op de insolvabiliteit of financiële positie van de entiteit in afwikkeling; en

  3. met betrekking tot de entiteit in afwikkeling een besluit is of kan worden genomen tot overgang van eigendomsinstrumenten, activa of passiva en:

    1. alle activa of passiva van de dochteronderneming in verband met die overeenkomst aan de verkrijger zijn of kunnen overgaan en door hem zijn of kunnen worden verkregen; of

    2. de Nederlandsche Bank op een andere wijze passende bescherming biedt voor dergelijke verplichtingen.

Lid 3

De opschorting, bedoeld in het eerste en tweede lid, werkt vanaf het tijdstip van de bekendmaking van het besluit tot 00.00 uur Nederlandse tijd aan het einde van de werkdag volgend op de bekendmaking onderscheidenlijk de tijd van de lidstaat waar de dochteronderneming is gevestigd.

Lid 4

De opschorting werkt niet ten aanzien van een systeem of systeemexploitant als bedoeld in artikel 212a, onderdeel b, onderscheidenlijk onderdeel q, van de Faillissementswet en centrale tegenpartijen.

Lid 5

Na het verstrijken van de opschortingstermijn, bedoeld in het derde lid, mogen de beëindigingsrechten overeenkomstig de voorwaarden van die overeenkomst als volgt worden uitgeoefend:

  1. indien de onder de overeenkomst vallende rechten en verplichtingen op een andere entiteit zijn overgegaan, kan een wederpartij de beëindigingsbevoegdheden slechts dan uitoefenen indien zich aan de zijde van de verkrijger een afdwingingsgrond blijft voordoen of zich later voordoet;

  2. indien de onder de overeenkomst vallende rechten en verplichtingen niet vallen onder de toepassing van een afwikkelingsinstrument, kan een wederpartij de beëindigingsbevoegdheden uitoefenen.

Artikel 3a:126

Een opschorting of beperking uit hoofde van de artikelen 3A:122, 3A:123 en 3A:124 wordt niet beschouwd als het niet nakomen van een overeenkomst.

Artikel 3a:127

Lid 1

De Nederlandsche Bank kan degene die een handelsplatform exploiteert of een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling door middel van het geven van een aanwijzing verplichten om de toelating tot de handel op een gereglementeerde markt of de officiële notering van financiële instrumenten overeenkomstig de richtlijn melding medezeggenschap op te schorten of te onderbreken indien dit naar het oordeel van de Nederlandsche Bank passend is om ervoor te helpen zorgen dat een afwikkelingsmaatregel doeltreffend is of om een of meer afwikkelingsdoelstellingen te verwezenlijken.

Lid 2

Indien de Nederlandsche Bank een aanwijzing geeft als bedoeld in het eerste lid doet zij hetzelfde voor afgeleide financiële instrumenten als bedoeld in de onderdelen d tot en met j van de definitie van financieel instrument in artikel 1:1 die verband houden met dat financiële instrument of daarnaar verwijzen, indien dit naar het oordeel van de Nederlandsche Bank passend is ter ondersteuning van het bereiken van de doelstelling van de opschorting of onderbreking van de handel in het onderliggende financieel instrument.

Lid 3

De Autoriteit Financiële Markten verricht op instructie van de Nederlandsche Bank de noodzakelijke feitelijke handelingen om uitvoering te geven aan een besluit als bedoeld in het eerste en tweede lid.

Lid 4

In afwijking van artikel 1:97 maakt de Autoriteit Financiële Markten een besluit ten aanzien waarvan zij een instructie als bedoeld in het derde lid heeft gekregen onverwijld openbaar en stelt zij de toezichthoudende instanties van de overige lidstaten van dat besluit in kennis.

Artikel 3a:128

Lid 1

Een ten aanzien van een in artikel 3A:78 bedoelde entiteit getroffen maatregel als bedoeld in artikel 1:75, eerste lid of artikel 1:76, eerste lid, met betrekking tot een in artikel 3:288i1 bedoeld voorbereidend crisisplan, of de uitoefening van bevoegdheid op grond van dit hoofdstuk, of een gebeurtenis die daarmee rechtstreeks verband houdt, is voor de toepassing van een overeenkomst waarbij die entiteit partij is, indien deze voortgaat met zowel de voldoening aan de verplichtingen die voortvloeien uit de bedingen in de overeenkomst die de kern van de prestaties weergeven, als het verschaffen van zekerheden, geen:

  1. afdwingingsgrond als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel l, van de richtlijn financiëlezekerheidsovereenkomsten;

  2. grond voor uitoefening van:

    1. een recht om een overeenkomst te beëindigen;

    2. een recht om de nakoming van verplichtingen te versnellen, voortijdig te beëindigen of te verrekenen;

    3. een recht om een verplichting van een partij bij de overeenkomst op te schorten, te wijzigen, te vernietigen of nietig te verklaren; of

    4. een recht die het ontstaan belet van een verplichting uit hoofde van de overeenkomst die anders zou zijn ontstaan;

  3. grond voor verwerving van het bezit van, uitoefening van de zeggenschap over of uitoefening of vestiging van een zekerheidsrecht op een goed in eigendom van de entiteit; of

  4. grond voor afbreuk aan de rechten van de entiteit uit de overeenkomst.

Lid 2

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een overeenkomst die is aangegaan door een entiteit in de groep waarvan de entiteit als bedoeld in het eerste lid deel uitmaakt en die kruiselingse tekortkomingsbepalingen bevat.

Lid 3

Het eerste lid, onderdelen a en b, is van overeenkomstige toepassing op een overeenkomst die is aangegaan door een dochteronderneming van de entiteit als bedoeld in het eerste lid en die verplichtingen omvat die door een andere entiteit in de groep waarvan de entiteit als bedoeld in het eerste lid deel uitmaakt, zijn gegarandeerd of anderszins worden gewaarborgd.

Lid 4

Een maatregel of een gebeurtenis als bedoeld in het eerste lid laat onverlet:

  1. een overboekingsopdracht die is gegeven aan een systeem of systeemexploitant als bedoeld in artikel 212a, onderdeel b, onderscheidenlijk onderdeel q, van de Faillissementswet, een centrale tegenpartij of centrale bank;

  2. een aan een aangewezen systeem of systeemexploitant gegeven opdracht tot verrekening, of een uit een dergelijke opdracht voortvloeiende betaling, levering, verrekening of andere rechtshandeling die benodigd is om de opdracht volledig uit te voeren; of

  3. rechten en verplichtingen die voor de entiteit zijn ontstaan in verband met zijn deelname aan het systeem.

Lid 5

Dit artikel is een bepaling van bijzonder dwingend recht als bedoeld in artikel 9 van verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (PbEU 2008, L 177).

Artikel 3a:129

Rechtshandelingen in verband met de overgang van eigendomsinstrumenten, activa of passiva ingevolge de toepassing van een afwikkelingsmaatregel, zijn niet vernietigbaar op grond van artikel 45 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek of de artikelen 42 en 47 van de Faillissementswet.

Artikel 3a:130

Lid 1

De volgende besluiten laten de regels en de werking van een systeem of systeemexploitant als bedoeld in artikel 212a, onderdeel b, onderscheidenlijk onderdeel q, van de Faillissementswet, onverlet:

  1. een besluit tot overgang van een gedeelte van de activa of passiva van een entiteit in afwikkeling, een overbruggingsinstelling of entiteit voor activa- en passivabeheer; of

  2. een besluit op grond van artikel 3A:122, om een overeenkomst waarvan een van de partijen de entiteit in afwikkeling is, te beëindigen of te wijzigen, dan wel om de ontvanger in de plaats te stellen van de entiteit in afwikkeling als partij bij een overeenkomst.

Lid 2

Een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, laat een overboekingopdracht onverlet, voor zover de uitvoering van dat besluit onverenigbaar zou zijn met het bepaalde in artikel 5 van richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen (PbEG 1998, L 166). Evenmin kan daarbij de afdwingbaarheid worden gewijzigd of teniet worden gedaan van een overboekingopdracht of verrekening overeenkomstig de artikelen 3 en 5 van die richtlijn, van het gebruik van middelen, effecten of kredietfaciliteiten overeenkomstig artikel 4 van die richtlijn of van de bescherming van zakelijke zekerheden overeenkomstig artikel 9 van die richtlijn.

Artikel 3a:131

Rechten die voortvloeien uit financiëlezekerheidsovereenkomsten, gedekte obligaties, gestructureerde financieringsregelingen, salderingsovereenkomsten, verrekeningsovereenkomsten en zekerheidsregelingen, worden niet aangetast door besluiten als bedoeld in artikel 3A:130.

Artikel 3a:132

Lid 1

Indien de Nederlandsche Bank een besluit neemt tot overgang van activa of passiva of een besluit als bedoeld in artikel 3A:130, eerste lid, onderdeel b, strekt dat besluit ten aanzien van een financiëlezekerheidsovereenkomst, salderingsovereenkomst, verrekeningsovereenkomst, of een overeenkomst die met een dergelijke overeenkomst is verbonden, niet tot:

  1. overgang van slechts een gedeelte van de activa of passiva die onder de overeenkomst vallen;

  2. wijziging of beëindiging van rechten of verplichtingen die worden beschermd door de overeenkomst; of

  3. het in de plaats stellen van de verkrijger als partij bij de overeenkomst.

Lid 2

Indien de Nederlandsche Bank een besluit neemt als bedoeld in het eerste lid, strekt dat besluit ten aanzien van een zekerheidsregeling, of de activa of passiva die onder een zekerheidsregeling vallen, niet tot:

  1. overgang van activa waarmee de verplichting is gedekt, tenzij ook wordt besloten tot overgang van de verplichting en het voordeel van de zekerheid;

  2. overgang van een gedekte verplichting, tenzij ook wordt besloten tot overgang van het voordeel van de zekerheid;

  3. overgang van het voordeel van de zekerheid, tenzij ook wordt besloten tot overgang van de gedekte verplichting; of

  4. wijziging of beëindiging van de zekerheidsregeling, indien door die wijziging de verplichtingen niet langer zouden worden gedekt.

Lid 3

Indien de Nederlandsche Bank een besluit neemt als bedoeld in het eerste lid, strekt dat besluit tot de gezamenlijke overgang van de activa of passiva die een gestructureerde financieringsregeling of een onderdeel daarvan vormen, of gedekte obligaties.

Lid 4

Voor de toepassing van het eerste, tweede en derde lid worden onder activa of passiva mede begrepen transacties, tegen de entiteit in afwikkeling uit te oefenen nevenrechten, alsmede in verband met de overeenkomst gevestigde rechten tot zekerheid op aan de entiteit in afwikkeling of derden toebehorende activa, andere rechten tot zekerheid en voorrechten op die activa.

Lid 5

Een overgang, beëindiging of wijziging in strijd met het eerste, tweede of derde lid, is niet nietig of vernietigbaar.

Artikel 3a:133

Lid 1

De Nederlandsche Bank kan kosten die in verband met het nemen van een afwikkelingsmaatregel zijn gemaakt:

  1. in mindering brengen op de vergoedingen die een verkrijger voor eigendomsinstrumenten, activa of passiva aan de oorspronkelijke eigenaren betaalt;

  2. verhalen op de entiteit in afwikkeling; of

  3. verhalen op de opbrengsten die voortvloeien uit de beëindiging van het functioneren van een overbruggingsinstelling of een entiteit voor activa- en passivabeheer.

Lid 2

Indien de Nederlandsche Bank de kosten verhaalt overeenkomstig het eerste lid, onderdeel b of c, is haar vordering op gelijke wijze bevoorrecht als de vorderingen, bedoeld in artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

Lid 3

Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op kosten die door een verkrijger in verband met een vermindering of omzetting als bedoeld in artikel 3A:93, eerste lid, zijn gemaakt met betrekking tot bepaalde eigendomsinstrumenten, activa of passiva, in verband met het feit dat die zich bevinden in een andere lidstaat of een staat die geen lidstaat is of worden beheerst door het recht van een staat die geen lidstaat is.

Artikel 3a:134

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het in het belang van de afwikkeling verwerken van persoonsgegevens. Bij die maatregel kan worden bepaald dat bij de verwerking van persoonsgegevens het burgerservicenummer kan worden gebruikt.

Artikel 3a:135

Lid 1

In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht, bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen een besluit van de Nederlandsche Bank ingevolge de afdelingen 3A.2.3 en 3A.2.4 tien dagen.

Lid 2

In afwijking van artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht, is het beroep niet-ontvankelijk indien niet is voldaan aan artikel 6:5, eerste lid, onderdeel d, van die wet.

Lid 3

Na afloop van de termijn voor het instellen van beroep kunnen geen beroepsgronden meer worden aangevoerd.

Lid 4

In afwijking van artikel 8:41, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bedraagt de termijn binnen welke de bijschrijving of storting van het verschuldigde griffierecht dient plaats te vinden, twee weken.

Lid 5

De bestuursrechter behandelt de zaak op versnelde wijze overeenkomstig artikel 8:52, tweede lid, onderdelen b tot en met f, en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Afdeling 8.2.4 van die wet blijft buiten toepassing.

Lid 6

De bestuursrechter doet uitspraak uiterlijk op de veertiende dag nadat het beroepschrift is ontvangen. Indien met toepassing van artikel 8:14, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht twee of meer zaken gevoegd worden behandeld, doet de bestuursrechter uitspraak uiterlijk op de veertiende dag na ontvangst van het laatst ontvangen beroepschrift.

Artikel 3a:136

Bij de beoordeling van een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, met betrekking tot een besluit ingevolge dit hoofdstuk, met uitzondering van afdeling 3A.2.2, gaat de voorzieningenrechter uit van het rechtsvermoeden dat opschorting van de uitvoering van het besluit tegen het algemeen belang indruist.

Artikel 3a:137

De bestuursrechter geeft, indien een beroep tegen een besluit ingevolge dit hoofdstuk, met uitzondering van afdeling 3A.2.2, gegrond wordt verklaard, toepassing aan artikel 8:72, derde lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht, indien dit noodzakelijk is ter bescherming van de belangen van te goeder trouw handelende derden die ingevolge het besluit andere eigendomsinstrumenten, activa, rechten of passiva van de entiteit in afwikkeling hebben verkregen.

Artikel 3a:138

Lid 1

Ten behoeve van de financiering van afwikkeling van verzekeraars kunnen bijdragen worden geheven van verzekeraars met zetel in Nederland en bijkantoren in Nederland van verzekeraars met zetel in een staat die geen lidstaat is, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang.

Lid 2

De hoogte van de bijdrage wordt bepaald op basis van de omvang van de technische voorzieningen van de verzekeraar. De Nederlandsche Bank stelt de hoogte van de bijdragen vast, die worden voldaan binnen een door de Nederlandsche Bank vastgestelde termijn.

Lid 3

De financieringsregeling kan worden aangewend voor de volgende doeleinden:

  1. indien uit de waardering, bedoeld in artikel 3A:91, blijkt dat de houder van eigendomsinstrumenten of schuldeiser grotere verliezen heeft geleden dan hij zou hebben geleden, indien de entiteit onmiddellijk voorafgaand aan dat besluit in faillissement zou zijn geliquideerd, een bedrag voldoen aan de houder van eigendomsinstrumenten of schuldeiser ter grootte van dat verschil.

  2. indien toepassing is gegeven aan artikel 213ma van de Faillissementswet en de boedel ontoereikend is om aan de schuldeisers het bedrag uit te keren dat zij zouden hebben ontvangen indien geen tussentijdse uitkeringen waren gedaan, een bedrag aan de boedel te voldoen om de boedel daarvoor wel toereikend te maken;

  3. het bijdragen aan operationele kosten ten behoeve van een effectieve toepassing van de afwikkelingsinstrumenten.

Lid 4

De financieringsregeling wordt niet aangewend:

  1. om de verliezen van een entiteit of groep op te vangen of om een entiteit of groep te herkapitaliseren;

  2. om de activa of verplichtingen van de entiteit of groep in afwikkeling, een overbruggingsinstelling of een vehikel voor activabeheer te garanderen; of

  3. ter financiering van een overbruggingsinstelling of een vehikel voor activabeheer.

Lid 5

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid.