Artikel 3a:9 Wet op het financieel toezicht
Lid 1
De Nederlandsche Bank stelt overeenkomstig artikel 10 van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen een afwikkelingsplan vast dat voldoet aan de vereisten, bedoeld in artikel 10 van die richtlijn, voor een entiteit als bedoeld in artikel 3A:2, onderdeel b.
Lid 2
De Nederlandsche Bank stelt, indien zij de groepsafwikkelingsautoriteit is van een groep die niet valt onder de werking van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, een afwikkelingsplan vast voor de groep, overeenkomstig de procedures en vereisten in de artikelen 12 en 13 van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen.
Lid 3
Het afwikkelingsplan voor een groep als bedoeld in het tweede lid dat is vastgesteld door de groepsafwikkelingsautoriteit in een andere lidstaat, is op de entiteiten van de groep met zetel in Nederland van toepassing, tenzij de Nederlandsche Bank overeenkomstig artikel 13, zesde lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen, afzonderlijke afwikkelingsplannen opstelt voor deze entiteiten.
Lid 4
De Nederlandsche Bank kan met inachtneming van artikel 4, eerste en tweede lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen besluiten dat het eerste en tweede lid op vereenvoudigde wijze worden toegepast als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van die richtlijn, indien het falen van de entiteit of groep waarschijnlijk niet gepaard zal gaan met significante nadelige gevolgen voor de financiële markten, op andere instellingen, op de financieringsvoorwaarden of op de economie in ruimere zin.
Lid 5
De Nederlandsche Bank kan op grond van artikel 4, achtste en negende lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen besluiten dat vaststelling van een herstel- of afwikkelingsplan niet noodzakelijk is.
Lid 6
Indien er vereenvoudigde verplichtingen worden toegepast kan de Nederlandsche Bank te allen tijde de bevoegdheden bedoeld in artikel 4, derde en vierde lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen uitoefenen.