Artikel 3a:23 Wet op het financieel toezicht

Lid 1

De Nederlandsche Bank bepaalt in haar besluiten op grond van artikel 3A:21 of 3A:22 nader:

  1. op welke wijze en onder welke voorwaarden de afschrijving, uitgifte of omzetting plaatsvindt;

  2. de gevolgen van deze besluiten voor zover nodig; of

  3. de nominale waarde van nieuw uit te geven eigendomsinstrumenten of de bestaande eigendomsinstrumenten bij overgang op de houders van de rechten bedoeld in artikel 3A:21, eerste lid, onderdeel c of d.

Lid 2

Op verzoek van de Nederlandsche Bank gaat een daartoe bevoegde persoon of instantie over tot:

  1. wijziging van relevante registers;

  2. het uit de notering of uit de handel nemen van kernkapitaalinstrumenten, eigendomsinstrumenten of schuldinstrumenten;

  3. notering of toelating tot de handel op een gereglementeerde markt van nieuwe kernkapitaalinstrumenten of eigendomsinstrumenten;

  4. hernieuwde notering of toelating tot de handel van schuldinstrumenten waarvan de hoofdsom is verlaagd;

  5. wijziging van de statuten in geval van aanpassing van het bedrag van de aandelen; of

  6. handelingen of diensten in verband met de afwikkeling van transacties in effecten en effectenafwikkelingssystemen.

Lid 3

Bij de toepassing van het tweede lid, onderdelen c en d, is artikel 3, eerste en tweede lid, van de prospectusverordening niet van toepassing.

Dit artikel verwijst naar: