Artikel 3:29c Wet op het financieel toezicht
Lid 1
Een betaalinstelling of elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland houdt alleen betaalrekeningen aan die uitsluitend voor betalingstransacties worden gebruikt.
Lid 2
Geldmiddelen die een betaalinstelling of elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland in verband met het verlenen van betaaldiensten van betaaldienstgebruikers ontvangt, zijn, in afwijking van artikel 1:1, geen opvorderbare gelden.
Lid 3
Geldmiddelen die door een elektronischgeldinstelling zijn ontvangen in ruil voor elektronisch geld, zijn, in afwijking van artikel 1:1, geen opvorderbare gelden.
Lid 4
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het verlenen van de onder 4 en 5 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten bedoelde kredieten door betaalinstellingen of elektronischgeldinstellingen met zetel in Nederland.