Hoofdstuk 3a.3. Afwikkeling van centrale tegenpartijen

Artikel 3a:139

De afwikkeling van een centrale tegenpartij overeenkomstig de verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen geschiedt met inachtneming van dit hoofdstuk.

Artikel 3a:140

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  1. afwikkelingsinstrument: een instrument als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen;

  2. afwikkelingsmaatregel: een overeenkomstig artikel 22 van de verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen genomen besluit om een centrale tegenpartij af te wikkelen, een afwikkelingsinstrument als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van die verordening toe te passen of een of meer afwikkelingsbevoegdheden als bedoeld in de artikelen 48 tot en met 58 van die verordening uit te oefenen;

  3. eigendomsinstrumenten: eigendomsinstrumenten als bedoeld in artikel 2, onderdeel 33, van de verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen.

Artikel 3a:141

Lid 1

Een besluit tot het nemen van een afwikkelingsmaatregel van de Nederlandsche Bank op grond van de verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen, alsmede de voorbereiding en uitvoering van dat besluit, is niet onderworpen aan enig instemmingsvereiste ingevolge de wet, de statuten of tussen de centrale tegenpartij en haar aandeelhouders of leden overeengekomen regelingen ten aanzien van de besluitvorming door de algemene vergadering, met uitzondering van het vereiste van instemming van de verkrijger bij overdracht of overgang van eigendomsinstrumenten, activa of passiva.

Lid 2

Onverminderd het bepaalde ingevolge de artikelen 41, 43 of hoofdstuk VI van de verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen, is een besluit tot het nemen van een afwikkelingsmaatregel alsmede de voorbereiding en uitvoering ervan, niet onderworpen aan enig kennisgevingsvereiste of procedureel voorschrift ingevolge een ander wettelijk voorschrift.

Lid 3

De uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in artikel 48 of 49 van de verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen is niet onderworpen aan enige andere beperking uit hoofde van de wet, statuten of overeenkomst.

Lid 4

Een besluit tot toepassing van een afwikkelingsinstrument vermeldt het tijdstip waarop het in werking treedt. De desbetreffende eigendomsinstrumenten, activa of passiva gaan over op dit tijdstip, tenzij in het besluit anders is bepaald.

Artikel 3a:142

Lid 1

De Nederlandsche Bank kan degene die een handelsplatform exploiteert of een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling door middel van het geven van een aanwijzing verplichten om de toelating tot de handel in of de officiële notering van alle door een centrale tegenpartij overeenkomstig Richtlijn 2001/34/EG uitgegeven financiële instrumenten op te schorten of te onderbreken, indien door de Nederlandsche Bank ten aanzien van de centrale tegenpartij een in artikel 48, eerste lid, van de verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen bedoelde bevoegdheid wordt uitgeoefend.

Lid 2

Indien de Nederlandsche Bank een aanwijzing geeft als bedoeld in het eerste lid doet zij hetzelfde voor afgeleide financiële instrumenten als bedoeld in de onderdelen d tot en met j van de definitie van financieel instrument in artikel 1:1 die verband houden met dat financiële instrument of daarnaar verwijzen, indien dit naar het oordeel van de Nederlandsche Bank passend is ter ondersteuning van het bereiken van de doelstelling van de opschorting of onderbreking van de handel in het onderliggende financieel instrument.

Lid 3

De Autoriteit Financiële Markten verricht op instructie van de Nederlandsche Bank de noodzakelijke feitelijke handelingen om uitvoering te geven aan een besluit als bedoeld in het eerste en tweede lid.

Lid 4

In afwijking van artikel 1:97 maakt de Autoriteit Financiële Markten een besluit ten aanzien waarvan zij een instructie als bedoeld in het derde lid heeft gekregen onverwijld openbaar en stelt zij de toezichthoudende instanties van de overige lidstaten van dat besluit in kennis.

Artikel 3a:143

Artikel 45 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek of de artikelen 42 tot en met 51 van de Faillissementswet zijn niet van toepassing op de overdracht van activa, rechten, verplichtingen of passiva als bedoeld in artikel 27, negende lid, van de verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen.

Artikel 3a:144

Lid 1

In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht, bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen een besluit tot het nemen van een afwikkelingsmaatregel van de Nederlandsche Bank op grond van de verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen 10 dagen.

Lid 2

In afwijking van artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht, is het beroep niet-ontvankelijk indien niet is voldaan aan artikel 6:5, eerste lid, onderdeel d, van die wet.

Lid 3

Na afloop van de termijn voor het instellen van beroep kunnen geen beroepsgronden meer worden aangevoerd.

Lid 4

In afwijking van artikel 8:41, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bedraagt de termijn waarbinnen de bijschrijving of storting van het verschuldigde griffierecht dient plaats te vinden, twee weken.

Lid 5

De bestuursrechter behandelt de zaak op versnelde wijze overeenkomstig artikel 8:52, tweede lid, onderdelen b tot en met f, en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Afdeling 8.2.4 van die wet blijft buiten toepassing.

Lid 6

De bestuursrechter doet uitspraak uiterlijk op de veertiende dag nadat het beroepschrift is ontvangen. Indien met toepassing van artikel 8:14, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht twee of meer zaken gevoegd worden behandeld, doet de bestuursrechter uitspraak uiterlijk op de veertiende dag na ontvangst van het laatst ontvangen beroepschrift.

Artikel 3a:145

Bij de beoordeling van een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht met betrekking tot een besluit tot het nemen van een afwikkelingsmaatregel, gaat de voorzieningenrechter uit van het rechtsvermoeden dat opschorting van de uitvoering van het besluit tegen het algemeen belang indruist.

Artikel 3a:146

De bestuursrechter geeft, indien een beroep tegen een besluit tot het nemen van een afwikkelingsmaatregel gegrond wordt verklaard, toepassing aan artikel 8:72, derde lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht, indien dit noodzakelijk is ter bescherming van de belangen van te goeder trouw handelende derden die ingevolge het besluit andere eigendomsinstrumenten, activa, rechten of passiva van de centrale tegenpartij in afwikkeling hebben verkregen.