Hoofdstuk 4.1. Inleidende bepalingen

Artikel 4:1

Lid 1

Dit deel is, voor zover niet anders is bepaald, van toepassing op:

  1. financiëledienstverleners waaraan het ingevolge hoofdstuk 2.2 is toegestaan in Nederland financiële diensten te verlenen of die een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 3:110 hebben, en hebben voldaan aan artikel 3:110, vierde of vijfde lid;

  2. beleggingsondernemingen met zetel in Nederland of in een staat die geen lidstaat is waaraan het ingevolge hoofdstuk 2.2 is toegestaan beleggingsdiensten te verlenen of beleggingsactiviteiten te verrichten;

  3. beheerders van beleggingsinstellingen waaraan het ingevolge afdeling 2.2.7 is toegestaan in Nederland beleggingsinstellingen te beheren dan wel rechten van deelneming in een beleggingsinstelling in Nederland aan te bieden en de aan die beleggingsinstellingen verbonden bewaarders;

  4. icbe’s waaraan het ingevolge afdeling 2.2.7 is toegestaan in Nederland rechten van deelneming aan te bieden, de beheerders van die icbe’s en de aan die icbe’s verbonden bewaarders;

  5. clearinginstellingen waaraan het ingevolge afdeling 2.2.1 is toegestaan in Nederland hun bedrijf uit te oefenen voorzover ze optreden voor cliënten met zetel in Nederland;

  6. betaaldienstverleners;

  7. pensioenbewaarders;

  8. kredietservicers waaraan het ingevolge afdeling 2.2.6A is toegestaan in Nederland hun bedrijf uit te oefenen indien zij niet-renderende kredietovereenkomsten servicen, waarvan de overdracht van de rechten van een kredietgever krachtens de niet-renderende kredietovereenkomsten, of van de niet-renderende kredietovereenkomsten zelf, heeft plaatsgevonden op of na 30 december 2023;

  9. kredietservicingaanbieders indien zij kredietservicingactiviteiten verrichten ten aanzien van niet-renderende kredietovereenkomsten, waarvan de overdracht van de rechten van een kredietgever krachtens de niet-renderende kredietovereenkomsten, of van de niet-renderende kredietovereenkomsten zelf, heeft plaatsgevonden op of na 30 december 2023; en

  10. kredietkopers met zetel in Nederland indien zij de rechten van een kredietgever op grond van een niet-renderende kredietovereenkomst, of de niet-renderende kredietovereenkomst zelf, kopen op of na 30 december 2023.

Lid 2

De bij of krachtens de artikelen 4:9, derde lid, 4:14, tweede lid, aanhef en onderdeel c, 4:19, 4:20, eerste tot en met derde en zesde lid, 4:22, eerste lid, 4:23, 4:24, 4:89, 4:90, 4:90a, 4:90b, 4:90c, 4:90d en de artikelen 14 tot en met 26 van de verordening markten voor financiële instrumenten gestelde regels zijn van toepassing op:

  1. banken waaraan het ingevolge paragraaf 2.2.2.2 is toegestaan hun bedrijf vanuit een bijkantoor in Nederland uit te oefenen, voor zover zij beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten; en

  2. beleggingsondernemingen met een bijkantoor in Nederland waaraan het ingevolge paragraaf 2.2.12.2 is toegestaan in Nederland beleggingsdiensten te verlenen of beleggingsactiviteiten te verrichten, met uitzondering van beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 2:102a.

Lid 3

Het ingevolgde dit deel bepaalde, met uitzondering van de artikelen 4:9, 4:10 en 4:37e, is niet van toepassing op buitenlandse beheerders van beleggingsinstellingen waarvan Nederland de lidstaat van ontvangst is als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel r, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen die vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor Nederlandse beleggingsinstellingen beheren of rechten van deelneming in beleggingsinstellingen in Nederland aanbieden.

Lid 4

Het ingevolge dit deel bepaalde, is niet van toepassing op buitenlandse beheerders van beleggingsinstellingen waarvan Nederland de lidstaat van ontvangst is als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel r, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen die via het verrichten van diensten Nederlandse beleggingsinstellingen beheren of rechten van deelneming in beleggingsinstellingen in Nederland aanbieden.

Lid 5

Het ingevolge dit deel bepaalde is niet van toepassing op beheerders van beleggingsinstellingen als bedoeld in artikel 2:66a, eerste en tweede lid, tenzij de beheerder op vrijwillige basis een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 heeft verkregen.

Lid 6

Het ingevolge dit deel bepaalde, met uitzondering van artikel 4:37p, is niet van toepassing op beheerders als bedoeld in artikel 2:70, tweede lid, of artikel 2:70a, derde lid.

Lid 7

Het ingevolge dit deel bepaalde, met uitzondering van de artikelen 4:9, derde lid, 4:14, tweede lid, aanhef en onderdeel c, 4:19, 4:20, eerste tot en met derde en zesde lid, 4:22, eerste lid, 4:23, 4:24, 4:89 en 4:90, is niet van toepassing op beheerders van een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 2:98, derde lid, die vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor activiteiten of diensten als bedoeld in artikel 6, vierde lid, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen verrichten of verlenen.

Lid 8

Het ingevolge dit deel bepaalde is niet van toepassing op beheerders van beleggingsinstellingen met zetel in een andere lidstaat die via het verrichten van diensten in Nederland activiteiten of diensten als bedoeld in artikel 6, vierde lid, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen verrichten of verlenen.

Artikel 4:2

Lid 1

Met uitzondering van de artikelen 4:36 en 4:37 is dit deel niet van toepassing op het aanbieden van krediet door een gemeentelijke kredietbank indien voor de bedrijfsvoering van die gemeentelijke kredietbank op grond van artikel 4:37, eerste lid, een reglement is vastgesteld.

Lid 2

De artikelen 4:9, eerste lid, en 4:10 zijn niet van toepassing op personen die het dagelijks beleid van een gemeentelijke kredietbank bepalen, die het beleid van een gemeentelijke kredietbank bepalen of mede bepalen of die onderdeel zijn van een orgaan dat is belast met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van een gemeentelijke kredietbank en tevens lid of voorzitter zijn van een gemeenteraad dan wel deel uitmaken van een college van burgemeester en wethouders.

Artikel 4:2a

Het ingevolge dit deel bepaalde is niet van toepassing op het in de uitoefening van een beroep of bedrijf als gevolmachtigde of ondergevolmachtigde van een herverzekeraar voor diens rekening sluiten van een herverzekering met een natura-uitvaartverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar of andere herverzekeraar.

Artikel 4:2b

Vervallen

Artikel 4:2c

Met uitzondering van afdeling 4.2.4, de paragrafen 4.3.1.8 en 4.3.8.1. en de artikelen 4:17, 4:19, eerste tot en met derde lid, 4:22 en 4:25 is het ingevolge dit deel bepaalde niet van toepassing op het aanbieden van financiele producten als bedoeld in onderdeel b van de definitie van financieel product in artikel 1:1.

Artikel 4:2d

Met uitzondering van de artikelen 4:19, 4:22, 4:33, 4:34 en 4:35 is dit deel niet van toepassing op financiële diensten met betrekking tot een geoorloofde debetstand waarbij de consument is gehouden binnen drie maanden af te lossen.

Artikel 4:2e

Het bij of krachtens de artikelen 4:9, derde lid, 4:11, eerste en derde tot en vijfde lid, 4:14, eerste en tweede lid, 4:15, tweede lid, onderdeel b, onder 2°, 4:16, 4:18a tot en met 4:18e, 4:19, 4:20, 4:22, eerste lid, 4:23, 4:24, 4:25, 4:88, 4:89 en 4:90 bepaalde met betrekking tot beleggingsondernemingen is van overeenkomstige toepassing op banken of beleggingsondernemingen die aan cliënten gestructureerde deposito’s als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 43, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 verkopen of aan hen advies verlenen met betrekking tot gestructureerde deposito’s.

Artikel 4:2f

Dit deel, met uitzondering van artikel 4:9, tweede, vierde en vijfde lid, is niet van toepassing op bemiddelaars in hypothecair krediet met zetel in een andere lidstaat waaraan door de toezichthoudende instantie van die andere lidstaat een vergunning als bedoeld in artikel 29 van de richtlijn hypothecair krediet is verleend en die door middel van het verrichten van diensten naar Nederland hun bedrijf uitoefenen.

Artikel 4:3

Lid 1

Het is een ieder verboden in Nederland of vanuit Nederland in een andere lidstaat als dienst van de informatiemaatschappij als bedoeld in artikel 15d, derde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek in de uitoefening van een beroep of bedrijf als tussenpersoon werkzaamheden te verrichten ten behoeve van het van het publiek aantrekken of ter beschikking verkrijgen van opvorderbare gelden.

Lid 2

Het eerste lid is niet van toepassing op:

  1. banken die een door de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank verleende vergunning als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, of 2:20, eerste lid, hebben en banken met zetel in een andere lidstaat die hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, die hebben voldaan aan het in artikel 2:15 of 2:16 bepaalde met betrekking tot het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld onder 1 in bijlage I bij de richtlijn kapitaalvereisten;

  2. banken met zetel in een andere lidstaat die een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat verleende vergunning hebben voor het uitoefenen van hun bedrijf en die hebben voldaan aan de in die andere lidstaat geldende verplichtingen voor het verrichten van diensten naar een andere lidstaat;

  3. de lidstaten, alsmede de regionale of lokale overheden van de lidstaten;

  4. beleggingsondernemingen die een door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning als bedoeld in artikel 2:96 hebben;

  5. beleggingsondernemingen met zetel in een andere lidstaat die beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, die hebben voldaan aan artikel 2:102; en

  6. bemiddelaars die voor het bemiddelen in een betaalrekening of spaarrekening een door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning als bedoeld in artikel 2:80, eerste lid, hebben.

Lid 3

Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van het eerste lid.

Lid 4

De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste lid, indien de aanvrager aantoont dat de belangen die dit deel beoogt te beschermen anderszins voldoende worden beschermd. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld waaraan de houder van een ontheffing dient te voldoen en met betrekking tot het verlenen van een ontheffing.

Artikel 4:4

Lid 1

Indien een financiële onderneming die geen door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning heeft de ingevolge dit deel gestelde regels die op haar van toepassing zijn niet naleeft, kan de Autoriteit Financiële Markten aan die financiële onderneming een verbod opleggen de met die regels strijdige activiteiten te verrichten.

Lid 2

Het eerste lid heeft geen betrekking op de afwikkeling van overeenkomsten die gesloten zijn voor het tijdstip waarop het verbod wordt opgelegd.

Lid 3

Indien de in het eerste lid bedoelde financiële onderneming haar zetel heeft in een andere staat stelt de Autoriteit Financiële Markten de toezichthoudende instantie van die andere staat in kennis van het door haar opgelegde verbod.

Lid 4

Het eerste tot en met het derde lid zijn niet van toepassing op:

  1. buitenlandse beheerders van beleggingsinstellingen met zetel in een andere lidstaat of beheerders van icbe’s met zetel in een andere lidstaat;

  2. verbonden bemiddelaars als bedoeld in artikel 2:81, tweede en derde lid;

  3. verbonden agenten als bedoeld in artikel 2:97, vijfde lid en artikel 2:98, tweede lid;

  4. bemiddelaars in verzekeringen of hypothecair krediet met zetel in een andere lidstaat;

  5. financiëledienstverleners met zetel in een andere lidstaat die het bedrijf van financiële instelling, bank of verzekeraar uitoefenen; en

  6. herverzekeringsbemiddelaars met zetel in een andere lidstaat.

Artikel 4:4a

De Autoriteit Financiële Markten kan aan een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling een verbod opleggen tot het uitoefenen van het bedrijf van beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling, indien de beleggingsonderneming de ingevolge paragraaf 4.3.7.3 gestelde regels die op haar van toepassing zijn niet naleeft.

Artikel 4:4b

Vervallen

Artikel 4:5

Lid 1

Voor de toepassing van het bepaalde ingevolge dit deel met betrekking tot het verlenen van financiële diensten, met uitzondering van het aanbieden van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of een icbe, geldt het handelen en het nalaten te handelen van een aangesloten onderneming als bedoeld in artikel 2:105, eerste en tweede lid, als het handelen onderscheidenlijk het nalaten te handelen van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 2:105, eerste lid, onderscheidenlijk de rechtspersoon, bedoeld in artikel 2:105, vierde lid.

Lid 2

De rechtspersoon als bedoeld in artikel 2:105, eerste lid, maakt bij de Autoriteit Financiële Markten onverwijld melding van de aansluiting van een onderneming als bedoeld in artikel 2:105, tweede lid, en van de beëindiging van de aansluiting van een aangesloten onderneming als bedoeld in artikel 2:105, eerste of tweede lid.

Lid 3

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de melding, bedoeld in het tweede lid, wordt gedaan, de gegevens die daarbij worden verstrekt en de bescheiden die daarbij worden overgelegd.

Artikel 4:6

Lid 1

Een aanbieder of een bemiddelaar in verzekeringen die niet langer verantwoordelijk is voor een verbonden bemiddelaar als bedoeld in artikel 2:81, tweede lid respectievelijk derde lid, maakt daarvan onverwijld melding aan de Autoriteit Financiële Markten en de betrokken bemiddelaar.

Lid 2

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de melding, bedoeld in het eerste lid, wordt gedaan, de gegevens die daarbij worden verstrekt en de bescheiden die daarbij worden overgelegd.

Artikel 4:6a

Lid 1

Een onderneming die, alleen of samen met een andere onderneming, aan het hoofd staat van een groep waartoe een financiële onderneming behoort waarop het ingevolge dit deel bepaalde van toepassing is, onthoudt zich van gedragingen of een beleid dat tot gevolg heeft dat die financiële onderneming in strijd handelt met het ingevolge dit deel bepaalde.

Lid 2

Ten aanzien van de onderneming, bedoeld in het eerste lid, is artikel 1:75 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4:7

Lid 1

Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van het ingevolge dit deel bepaalde.

Lid 2

Indien aan een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid het voorschrift wordt verbonden dat bij een aanbod of in reclame-uitingen of documenten waarin een aanbod in het vooruitzicht wordt gesteld of in andere onverplichte precontractuele informatie wordt vermeld dat de vrijgestelde activiteit niet onder toezicht staat van de Autoriteit Financiële Markten, wordt deze vermelding gedaan op door de Autoriteit Financiële Markten vast te stellen wijze.