Artikelen 30-34
Artikel 1:30
Lid 1
De Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is van toepassing op de Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten, met uitzondering van:
voor de Autoriteit Financiële Markten: de artikelen 21, 22, 28, eerste lid, en 33;
voor de Nederlandsche Bank: de artikelen 21, 22, 28, eerste lid, 32, 33 en 34, eerste lid.
Lid 2
Het eerste lid heeft mede betrekking op de taken die de Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten op grond van de daarvoor geldende wettelijke regelingen in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba uitvoeren.
Lid 3
In afwijking van het eerste en tweede lid is de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen niet van toepassing op de taken die de Nederlandsche Bank op grond van de artikelen 3 en 4, eerste lid, onderdelen b en d, van de Bankwet 1998 en artikel 4 van de Wet geldstelsel BES uitvoert.
Artikel 1:31
Vervallen
Artikel 1:32
Vervallen
Artikel 1:33
Vervallen
Artikel 1:34
Vervallen
Artikel 2:30
De Nederlandsche Bank verleent, onverminderd artikel 2:31, een levensverzekeraar met zetel in Nederland slechts een vergunning voor de branche Kapitalisatieverrichtingen of voor de branche Beheer over collectieve pensioenfondsen indien de aanvrager een vergunning heeft voor de branche Levensverzekering algemeen en ervoor zorgt en aantoont dat hij:
de werkzaamheden in de genoemde branche Kapitalisatieverrichtingen onderscheidenlijk in de branche Beheer over collectieve pensioenfondsen in zodanige mate uitoefent dat zij voor zijn gehele bedrijf van ondergeschikte betekenis zijn; en
in geval van een aanvraag voor de branche Beheer over collectieve pensioenfondsen voldoet aan overige regels die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen worden gesteld.
Artikel 2:31
Lid 1
De Nederlandsche Bank verleent op aanvraag een vergunning als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, indien de aanvrager aantoont dat zal worden voldaan aan het bepaalde ingevolge:
artikel 3:8 met betrekking tot de geschiktheid van de in dat artikel bedoelde personen;
artikel 3:9 met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel genoemde personen;
artikel 3:10, eerste en tweede lid, met betrekking tot het beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening;
artikel 3:15, eerste en tweede lid, met betrekking tot het minimum aantal personen dat het dagelijks beleid bepaalt en de plaats van waaruit zij hun werkzaamheden verrichten;
artikel 3:16, eerste en tweede lid, met betrekking tot de zeggenschapsstructuur;
artikel 3:17, eerste en tweede lid, met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering;
artikel 3:19, eerste lid, met betrekking tot het minimum aantal leden van de raad van commissarissen;
artikel 3:20 met betrekking tot de rechtsvorm;
artikel 3:53, eerste tot en met vierde lid, met betrekking tot het minimum eigen vermogen;
artikel 3:57, eerste tot en met derde lid, met betrekking tot de solvabiliteit; en
artikel 3:70, eerste lid, met betrekking tot het boekjaar.
Lid 2
Indien de aanvraag een verzekeraar met zetel in Nederland betreft waarin een gekwalificeerde deelneming wordt gehouden, verleent de Nederlandsche Bank, onverminderd het eerste lid, een vergunning indien de houder van de gekwalificeerde deelneming een verklaring van geen bezwaar overeenkomstig artikel 3:95, tweede lid, heeft aangevraagd, en de Nederlandsche Bank van oordeel is dat voldaan is aan het bepaalde ingevolge de artikelen 3:99 tot en met 3:101 met betrekking tot de verklaring van geen bezwaar.
Lid 3
De aanvraag van de vergunning geschiedt onder vermelding van de branche of branches waarvoor de vergunning wordt aangevraagd en onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Lid 4
De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van het eerste lid, aanhef en onderdeel c, d, f, g of k, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die de in het eerste lid genoemde artikelen beogen te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 2:32
Lid 1
De Nederlandsche Bank verleent op aanvraag een vergunning als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, voor de uitoefening van het bedrijf van schadeverzekeraar in de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen indien de aanvrager, onverminderd artikel 2:31, aantoont dat zal worden voldaan aan het bepaalde in:
artikel 4:70, eerste lid, onderdelen a en b, met betrekking tot de uit de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen voortvloeiende verplichtingen; en
artikel 4:70, tweede lid, met betrekking tot de schaderegelaar.
Lid 2
De aanvraag van de vergunning geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Artikel 2:33
Lid 1
De Nederlandsche Bank verleent op aanvraag een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van schadeverzekeraar in de branche Rechtsbijstand indien de aanvrager, onverminderd artikel 2:31, aantoont dat zal worden voldaan aan het bepaalde in artikel 4:65 met betrekking tot het voorkomen van belangenconflicten.
Lid 2
De aanvraag van de vergunning geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Artikel 2:34
Lid 1
Indien de Nederlandsche Bank een mededeling van het voornemen van een levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een andere lidstaat tot het uitoefenen van zijn bedrijf vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland heeft ontvangen van een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat, deelt zij de betrokken levensverzekeraar of schadeverzekeraar onverwijld deze ontvangst mede.
Lid 2
De Nederlandsche Bank kan binnen twee maanden na ontvangst van de mededeling die betrekking heeft op het voornemen tot het uitoefenen van het bedrijf vanuit een bijkantoor, de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat mededelen welke voorwaarden om redenen van algemeen belang door de levensverzekeraar of schadeverzekeraar in acht moeten worden genomen bij het uitoefenen van zijn bedrijf in Nederland. De Nederlandsche Bank zendt hiervan een afschrift aan de levensverzekeraar of schadeverzekeraar.
Artikel 3a:30
Indien de Nederlandsche Bank besluit tot overgang van gedeelten van de activa, rechten of passiva van een entiteit in afwikkeling, verzoekt zij de rechtbank Amsterdam binnen een redelijke termijn het faillissement van de entiteit uit te spreken, tenzij het voortbestaan van het overgebleven deel van de entiteit nodig is om de afwikkelingsdoelstellingen te verwezenlijken of om aan de beginselen, bedoeld in artikel 14, onderscheidenlijk artikel 15, eerste lid, van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme of artikel 31, onderscheidenlijk artikel 34, eerste lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen, te voldoen.
Artikel 3:30
Lid 1
Een bank of verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in Nederland die tot ontbinding dan wel algehele of gedeeltelijke liquidatie van haar of zijn bedrijf heeft besloten, raadpleegt de Nederlandsche Bank over de wijze waarop de ontbinding onderscheidenlijk de liquidatie zal plaatsvinden ten minste dertien weken voordat aan de beslissing uitvoering wordt gegeven.
Lid 2
De Nederlandsche Bank kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, verkorten.
Lid 3
De Nederlandsche Bank wordt aangemerkt als een belanghebbende in de zin van artikel 23, tweede lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
Lid 4
Ingeval een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid besluit tot ontbinding en geen rechtspersoonlijkheid bezit, is het bepaalde in de artikelen 19, vierde lid, 23, eerste en tweede lid, 23a, eerste lid, en 23c van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing. Voor de toepassing van de artikelen 23, eerste lid, en 23a, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek gelden de beherende vennoten als bestuurders en geldt de vennootschapsovereenkomst als statuten.
Artikel 3a:31
Onverminderd artikel 3A:62 komt een door de verkrijger te betalen overgangsprijs toe aan de oorspronkelijke eigenaren.
Artikel 3:31
Een bank met zetel in Nederland die een dochtermaatschappij is van een bank met zetel in een staat die geen lidstaat is, staat in de staat waar de laatstbedoelde bank haar zetel heeft onder voldoende geconsolideerd toezicht.
Artikel 3a:32
Lid 1
De Nederlandsche Bank kan ten aanzien van eigendomsinstrumenten, activa, rechten of passiva die zijn overgegaan, besluiten tot overgang op de oorspronkelijke eigenaren, indien de verkrijger daarmee instemt.
Lid 2
De overgang op de oorspronkelijke eigenaren vindt plaats binnen de termijn die wordt genoemd in het besluit tot overgang en voldoet aan de in dat besluit opgenomen voorwaarden.
Artikel 3:32
Het is een bank met zetel in Nederland die een vergunning heeft voor de uitoefening van het bedrijf van bank toegestaan de werkzaamheden, bedoeld in bijlage I bij de richtlijn kapitaalvereisten, te verrichten, tenzij in de vergunning uitdrukkelijk anders is bepaald.
Artikel 3a:33
Indien een overgang van eigendomsinstrumenten zou leiden tot verwerving of vergroting van een gekwalificeerde deelneming in een bank of beleggingsonderneming, is artikel 3A:26 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3:33
Indien een financiële onderneming met zetel in Nederland een vergunning heeft voor het uitoefenen van het bedrijf van bank en deze vergunning omvat niet het verlenen van beleggingsdiensten of het verrichten van beleggingsactiviteiten, kan zij een uitbreiding van de vergunning met deze activiteiten aanvragen, indien zij ervoor zorgt en aantoont dat wordt voldaan aan het bepaalde ingevolge de artikelen 4:91a, met betrekking tot de eisen die gelden voor het handelsproces en de afhandeling van transacties in een multilaterale handelsfaciliteit indien de aanvrager voornemens is een multilaterale handelsfaciliteit te exploiteren, 4:14, tweede lid, onderdeel c, onder 1° tot en met 6° en 4:87 en met betrekking tot de aanvraag van de vergunning.
Artikel 3:33a
Lid 1
Het is een bank met zetel in Nederland verboden gedekte obligaties uit te geven zonder toestemming van de Nederlandsche Bank.
Lid 2
De Nederlandsche Bank verleent op aanvraag de toestemming, bedoeld in het eerste lid, indien de bank aantoont dat zal worden voldaan aan de bij of krachtens het derde en vierde lid en de artikelen 3:33b en 3:33ba gestelde regels.
Lid 3
Een bank die een programma van gedekte obligaties uitvoert, beschikt over:
een adequaat programma van werkzaamheden waarin de uitgifte van gedekte obligaties wordt beschreven;
adequate beleidslijnen, processen en methodieken wat betreft de goedkeuring, wijziging, verlenging en herfinanciering van in de dekkingspool opgenomen activa;
met het programma van gedekte obligaties belaste leidinggevenden en personeelsleden die beschikken over adequate kwalificaties en kennis met betrekking tot de uitgifte van gedekte obligaties en het beheer van het programma van gedekte obligaties; en
een adequate administratieve structuur van de dekkingspool en de monitoring daarvan.
Lid 4
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de voorwaarden, bedoeld in het derde lid.
Lid 5
De aanvraag voor de toestemming, bedoeld in het eerste lid, geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Artikel 3:33b
Lid 1
De verplichtingen uit gedekte obligaties worden gedekt door een dekkingspool met activa waarvan de hoofdsom en de opgelopen en toekomstige rente bij voorrang worden aangewend voor aflossing van de gedekte obligatie, indien de uitgevende bank, bedoeld in artikel 3:33a, eerste lid, in staat van faillissement is verklaard of ten aanzien van haar een besluit tot afwikkeling als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel 1, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen wordt genomen.
Lid 2
De verplichtingen omvatten ten minste:
de aflossingsverplichtingen van de hoofdsom van uitstaande gedekte obligaties;
de verplichtingen tot betaling van eventuele rente op uitstaande gedekte obligaties;
de betalingsverplichtingen verbonden aan derivatencontracten in de dekkingspool; en
de verwachte kosten met betrekking tot onderhoud en beheer voor de afbouw van het programma van gedekte obligaties.
Lid 3
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de verplichtingen, bedoeld in het tweede lid, de dekkingspool en de in de dekkingspool op te nemen activa, alsmede met betrekking tot de verwachte kosten bedoeld in onderdeel d.
Artikel 3:33ba
Lid 1
Een bank als bedoeld in artikel 3:33a, eerste lid, die een programma van gedekte obligaties uitvoert, verschaft beleggers ten minste elk kwartaal voldoende gedetailleerde informatie over dat programma, waaronder in ieder geval de informatie, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de richtlijn gedekte obligaties. Deze informatie wordt ook op de website van de bank bekend gemaakt.
Lid 2
Een bank als bedoeld in artikel 3:33a, eerste lid, die een programma van gedekte obligaties uitvoert, verstrekt de Nederlandsche Bank periodiek alsmede op verzoek informatie aan de hand waarvan deze kan vaststellen of de uitgevende bank voldoet aan de bij of krachtens de artikelen 3:33a, derde en vierde lid, 3:33b en 3:33ba gestelde regels.
Lid 3
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de in het tweede lid bedoelde informatie en de periodiciteit.
Artikel 3:33c
Lid 1
Een bank of clearinginstelling die optreedt als tussenpersoon in de zin van hoofdstuk 3b van de Wet giraal effectenverkeer draagt zorg voor een adequate administratie van het derivatenvermogen, zodanig dat aan artikel 49g, tweede lid van die wet wordt voldaan.
Lid 2
Ter voldoening van het eerste lid wordt de administratie op zodanige wijze gevoerd en worden de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze bewaard dat in elk geval te allen tijde op eenvoudige wijze de rechten en verplichtingen die deel uitmaken van het derivatenvermogen en van de daarmee samenhangende cliëntposities kunnen worden gekend.
Artikel 3a:34
Voor de toepassing van de artikelen 2:15, eerste lid, 2:18, eerste lid, en 2:98 wordt een verkrijger met zetel in een andere lidstaat beschouwd als de rechtsopvolger van de entiteit in afwikkeling en kan deze alle rechten blijven uitoefenen die door die entiteit werden uitgeoefend met betrekking tot de activa, rechten of passiva die zijn overgegaan.
Artikel 3:34
Een elektronischgeldinstelling geeft geen elektronisch geld uit via een agent.
Artikel 3a:34a
Lid 1
Na de toepassing van het instrument van overgang van de onderneming wordt de verkrijger beschouwd als de voorzetting van de entiteit in afwikkeling en kan de verkrijger alle rechten blijven uitoefenen die door de entiteit werden uitgeoefend met betrekking tot de activa, rechten of passiva die zijn overgegaan.
Lid 2
De toepassing van het instrument van overgang van de onderneming met betrekking tot een bank brengt niet met zich mee dat de verkrijger:
overeenkomstig artikel 2:108, eerste lid, kennis behoeft te geven aan de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank, al naar gelang de bevoegdheidsverdeling op grond van de artikelen 4 en 6 van de verordening bankentoezicht, van het voornemen om het bedrijf van bank uit te oefenen vanuit een bijkantoor gelegen in een deelnemende lidstaat als bedoeld in artikel 2 van de verordening bankentoezicht;
overeenkomstig artikel 2:108, tweede lid, instemming behoeft te vragen aan de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank, al naar gelang de bevoegdheidsverdeling op grond van de artikelen 4 en 6 van de verordening bankentoezicht, om het bedrijf van bank uit te oefenen vanuit een bijkantoor gelegen in een lidstaat, niet zijnde een deelnemende lidstaat als bedoeld in artikel 2 van de verordening bankentoezicht;
overeenkomstig artikel 2:110 kennis behoeft te geven aan de Nederlandsche Bank van het voornemen om het bedrijf van bank uit te oefenen door middel van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat.