Artikel 3:95 Wet op het financieel toezicht
Lid 1
Het is verboden, anders dan na verkregen verklaring van geen bezwaar van de Nederlandsche Bank of, ten aanzien van banken, niet zijnde houders van een vergunning als bedoeld in artikel 3:4, de Europese Centrale Bank, een gekwalificeerde deelneming te houden, te verwerven of zodanig te vergroten dat een bovengrens als bedoeld in artikel 3:102, eerste lid, wordt bereikt of overschreden, dan wel enige zeggenschap verbonden aan een gekwalificeerde deelneming uit te oefenen in een:
afwikkelonderneming met zetel in Nederland die een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning als bedoeld in artikel 2:3.0b, eerste lid, heeft;
bank met zetel in Nederland;
beheerder van een icbe met zetel in Nederland;
beleggingsonderneming met zetel in Nederland;
entiteit voor risico-acceptatie;
premiepensioeninstelling met zetel in Nederland;
verzekeraar met zetel in Nederland;
betaalinstelling die een of meer van de in bijlage I, punt 1 tot en met 7, van de richtlijn betaaldiensten bedoelde bedrijfsactiviteiten uitoefent; of
elektronischgeldinstelling.
Lid 2
De aanvrager van een verklaring van geen bezwaar dient de aanvraag in bij de Nederlandsche Bank onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens. De aanvraag van een verklaring van geen bezwaar voor een gekwalificeerde deelneming in een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c of d, kan evenwel bij de Autoriteit Financiële Markten worden ingediend, indien die financiële onderneming op het moment van de aanvraag van de verklaring van geen bezwaar geen vergunning heeft.
Lid 3
Op de aanvraag van een verklaring van geen bezwaar voor een gekwalificeerde deelneming in een bank, niet zijnde de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 3:4, stelt de Nederlandsche Bank een ontwerpbesluit op als bedoeld in artikel 15 van de verordening bankentoezicht.
Lid 4
In afwijking van het eerste lid dient een verklaring van geen bezwaar met betrekking tot een gekwalificeerde deelneming in een bank die in staat van faillissement is verklaard of ten aanzien waarvan een besluit als bedoeld in de artikelen 16 of 18 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, is genomen te worden verkregen van de Nederlandsche Bank.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
- Art. 1 WED
- Art. 1:13 Wft
- Art. 1:47b Wft
- Art. 1:62 Wft
- Art. 1:64b Wft
- Art. 1:86 Wft
- Art. 1:93d Wft
- Art. 1:103 Wft
- Art. 1:106 Wft
- Art. 1:106a Wft
- Art. 1:106b Wft
- Art. 1:106c Wft
- Art. 1:106e Wft
- Art. 2:3b Wft
- Art. 2:12 Wft
- Art. 2:26b Wft
- Art. 2:31 Wft
- Art. 2:54b Wft
- Art. 2:69d Wft
- Art. 2:99 Wft
- Art. 3a:26 Wft
- Art. 3:98 Wft
- Art. 3:100 Wft
- Art. 3:102 Wft
- Art. 3a:103 Wft