Afdeling 2.3.3. Uitoefenen van bedrijf van levensverzekeraar en schadeverzekeraar

Artikel 2:115

Lid 1

Een levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:27 heeft en voornemens is vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor het bedrijf van levensverzekeraar onderscheidenlijk schadeverzekeraar uit te oefenen, gaat daartoe slechts over nadat de Nederlandsche Bank met het voornemen heeft ingestemd.

Lid 2

De aanvraag van instemming geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.

Artikel 2:116

Lid 1

De Nederlandsche Bank stemt in met een voornemen als bedoeld in artikel 2:115, eerste lid, tenzij, gelet op het voornemen van de verzekeraar, zijn bedrijfsvoering of financiële positie niet toereikend is, of de geschiktheid of betrouwbaarheid van een persoon die het dagelijkse beleid bepaalt of van de vertegenwoordiger van de verzekeraar niet buiten twijfel staat.

Lid 2

De Nederlandsche Bank neemt een besluit binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag.

Lid 3

De Nederlandsche Bank doet binnen een werkdag na het nemen van het besluit daarvan mededeling aan de toezichthoudende instantie in de lidstaat waar de verzekeraar voornemens is door middel van een bijkantoor zijn bedrijf uit te oefenen. De Nederlandsche Bank zendt een afschrift van de mededeling aan de verzekeraar.

Lid 4

In de mededeling, bedoeld in het derde lid, wordt tevens vermeld of de verzekeraar voldoet aan het minimumkapitaalvereiste en het solvabiliteitskapitaalvereiste.

Lid 5

De Nederlandsche Bank deelt binnen twee maanden na de mededeling, bedoeld in het derde lid, de verzekeraar de voorwaarden mede die de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat heeft verbonden aan het uitvoeren van de werkzaamheden in de betrokken lidstaat.

Artikel 2:117

Lid 1

Een levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, heeft en voornemens is vanuit een vestiging in een lidstaat voor de eerste maal door middel van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat zijn bedrijf uit te oefenen, gaat daartoe slechts over nadat de Nederlandsche Bank overeenkomstig artikel 2:116, eerste lid, met het voornemen heeft ingestemd.

Lid 2

In geval van co-assurantie binnen de Unie is het eerste lid slechts van toepassing op de schadeverzekeraar die als eerste schadeverzekeraar optreedt.

Lid 3

De aanvraag van instemming geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.

Artikel 2:118

Lid 1

Een levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is die een vergunning als bedoeld in artikel 2:40, eerste lid, heeft en voornemens is vanuit Nederland voor de eerste maal door middel van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar uit te oefenen, gaat daartoe slechts over indien de Nederlandsche Bank met het voornemen heeft ingestemd.

Lid 2

De aanvraag van instemming geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.

Artikel 2:119

Lid 1

De Nederlandsche Bank stemt in met een voornemen als bedoeld in artikel 2:117, eerste lid, of 2:118, eerste lid, tenzij, gelet op het voornemen van de verzekeraar, zijn bedrijfsvoering of financiële positie niet toereikend is.

Lid 2

De Nederlandsche Bank neemt een besluit binnen een maand na ontvangst van de aanvraag.

Lid 3

De Nederlandsche Bank doet binnen een werkdag na het nemen van het besluit daarvan mededeling aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waarnaar de verzekeraar voornemens is diensten te verrichten. De Nederlandsche Bank zendt een afschrift van de mededeling aan de verzekeraar.

Lid 4

De mededeling, bedoeld in het derde lid, bevat gegevens omtrent het solvabiliteitskapitaalvereiste en het minimumkapitaalvereiste van de verzekeraar, de aard van de overeenkomsten van levensverzekering indien het een levensverzekeraar, dan wel de aard van de risico’s van schadeverzekering indien het een schadeverzekeraar betreft die voornemens zijn door middel van dienstverrichting hun bedrijf in een andere lidstaat uit te oefenen, alsmede de branches waarin hij het verzekeringsbedrijf mag uitoefenen.

Artikel 2:120

Lid 1

Een levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, heeft en voornemens is vanuit een in een staat die geen lidstaat is gelegen bijkantoor het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar uit te oefenen, gaat daartoe slechts over nadat de Nederlandsche Bank met het voornemen heeft ingestemd.

Lid 2

De aanvraag van instemming geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.

Lid 3

De Nederlandsche Bank stemt in met het voornemen, indien de verzekeraar voldoet aan het ingevolge het tweede lid bepaalde, tenzij, gelet op het voornemen van de verzekeraar, zijn bedrijfsvoering of financiële positie niet toereikend is, of de geschiktheid of betrouwbaarheid van een persoon die het dagelijkse beleid bepaalt of van de vertegenwoordiger van de verzekeraar niet buiten twijfel staat.

Lid 4

De Nederlandsche Bank neemt een besluit binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag.