Afdeling 3.3.6. Solvabiliteit en financiële positie
Artikel 3:57
Lid 1
De volgende financiële ondernemingen met zetel in Nederland beschikken over voldoende solvabiliteit:
afwikkelondernemingen die werkzaamheden verrichten, gericht op salderen;
banken;
beheerders van beleggingsinstellingen;
beheerders van icbe’s;
beleggingsondernemingen met zetel in Nederland waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 is verleend;
betaalinstellingen;
clearinginstellingen;
elektronischgeldinstellingen;
kredietunies;
premiepensioeninstellingen;
verzekeraars.
Lid 2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de solvabiliteit van de financiële ondernemingen, bedoeld in het eerste lid. Deze regels kunnen in het bijzonder betrekking hebben op de minimumomvang, de samenstelling en de berekening van de solvabiliteit, alsmede op de waardering van de vermogensbestanddelen die tot de solvabiliteit kunnen worden gerekend.
Lid 3
De aan te houden solvabiliteit van een beheerder, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, kredietunie, premiepensioeninstelling of bank als bedoeld in het eerste lid, wordt uitgedrukt in een minimaal aan te houden toetsingsvermogen. De aan te houden solvabiliteit van een verzekeraar als bedoeld in het eerste lid, wordt uitgedrukt in een solvabiliteitskapitaalvereiste.
Lid 4
Indien een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid voorziet of redelijkerwijze kan voorzien dat haar solvabiliteit niet voldoet of niet zal voldoen aan de regels, bedoeld in het tweede lid, geeft zij hiervan onverwijld kennis aan de Nederlandsche Bank. Indien het een verzekeraar betreft die constateert dat niet meer wordt voldaan aan het solvabiliteitskapitaalvereiste, dan wel voorziet dat in drie maanden mogelijk niet aan dat vereiste wordt voldaan, geeft hij hiervan onverwijld kennis aan de Nederlandsche Bank.
Lid 5
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het aanhouden van balansposten of posten buiten de balanstelling door beheerders, beleggingsondernemingen, clearinginstellingen, kredietunies en banken, bedoeld in het eerste lid, maatschappijen voor collectieve belegging in effecten met zetel in Nederland, bewaarders met zetel in Nederland.
Lid 6
De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, aan een afwikkelonderneming, clearinginstelling, kredietunie of premiepensioeninstelling als bedoeld in het eerste lid ontheffing verlenen van ingevolge het eerste, tweede of zesde lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Lid 7
Het eerste tot en met het derde lid zijn niet van toepassing indien een betaalinstelling alleen betaaldiensten verleent als bedoeld onder 7 en 8 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten.
Artikel 3:57a
Indien een verzekeraar met zetel in Nederland constateert dat zijn financiële positie verslechtert, geeft hij hiervan onverwijld kennis aan de Nederlandsche Bank.
Artikel 3:57b
De Nederlandsche Bank stelt bij de intrekking van de vergunning van een verzekeraar de minimaal aan te houden solvabiliteit vast en bepaalt de samenstelling en de wijze van berekening van de solvabiliteit, alsmede de waardering van de vermogensbestanddelen die tot de solvabiliteit kunnen worden gerekend. Artikel 3:57 is niet van toepassing.
Artikel 3:58
Lid 1
Artikel 3:57 is van overeenkomstige toepassing op:
beleggingsondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is die beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten in Nederland;
banken met zetel in een staat die geen lidstaat is die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren;
levensverzekeraars en schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren.
Lid 2
Artikel 3:57 is van overeenkomstige toepassing op levensverzekeraars en schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is die hun bedrijf van herverzekeraar uitoefenen door middel van het verrichten van diensten naar Nederland vanuit een vestiging in een staat die geen lidstaat is.
Artikel 3:59
Lid 1
Artikel 3:57 is van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van levensverzekeraars of schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is.
Lid 2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het minimumkapitaalvereiste en de lokalisatie van de waarden die het solvabiliteitskapitaalvereiste van het bijkantoor van een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid vertegenwoordigen.
Lid 3
Artikel 3:57b is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3:60
Lid 1
De Nederlandsche Bank kan op aanvraag aan een levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is die zijn bedrijf uitoefent of wil uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor en vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor, ontheffing verlenen van het bij of krachtens de artikelen 3:54, eerste en derde lid, en 3:59 bepaalde, ertoe leidend dat:
het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt berekend op basis van het gehele bedrijf van de levensverzekeraar of schadeverzekeraar dat de levensverzekeraar onderscheidenlijk de schadeverzekeraar vanuit de in de lidstaten gelegen bijkantoren uitoefent;
de waarden die het minimumkapitaalvereiste vertegenwoordigen in de lidstaat aanwezig zijn van waaruit het toezicht op het solvabiliteitskapitaalvereiste van het bijkantoor wordt uitgeoefend; en
ten minste de helft van de bij algemene maatregel van bestuur te bepalen absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste wordt aangehouden in waarden volgens de terzake geldende voorschriften in de lidstaat van waaruit het toezicht op het solvabiliteitskapitaalvereiste van het bijkantoor wordt uitgeoefend.
Lid 2
De aanvraag voor de ontheffing bevat een gemotiveerde keuze van de toezichthoudende instantie die zich zal belasten met het toezicht op het solvabiliteitskapitaalvereiste, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
Artikel 3:61
Lid 1
Artikel 3:57 is van overeenkomstige toepassing op afwikkelondernemingen, clearinginstellingen, herverzekeraars en verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren.
Lid 2
Artikel 3:57 is van overeenkomstige toepassing op afwikkelondernemingen of herverzekeraars met zetel in een niet-aangewezen staat en verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen lidstaat die hun bedrijf uitoefenen door middel van het verrichten van diensten naar Nederland vanuit een vestiging in een niet-aangewezen staat onderscheidenlijk vanuit een vestiging in een niet-aangewezen lidstaat.
Artikel 3:62
Lid 1
Artikel 3:57 is van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van herverzekeraars met zetel in een niet-aangewezen staat en op bijkantoren van verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat.
Lid 2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de lokalisatie van de waarden die het solvabiliteitskapitaalvereiste van het bijkantoor van een verzekeraar met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat vertegenwoordigen.
Lid 3
Artikel 3:57b is van overeenkomstige toepassing.