Afdeling 3.5.5. Bepalingen van internationaal privaatrecht
Artikel 3:159ak
Vervallen
Artikel 3:160
Vervallen
Artikel 3:161
Vervallen
Artikel 3:162
Vervallen
Artikel 3:162a
Vervallen
Artikel 3:162b
Vervallen
Artikel 3:162c
Vervallen
Artikel 3:162d
Vervallen
Artikel 3:163
Vervallen
Artikel 3:164
Vervallen
Artikel 3:165
Vervallen
Artikel 3:166
Vervallen
Artikel 3:167
Vervallen
Artikel 3:168
Vervallen
Artikel 3:169
Vervallen
Artikel 3:170
Vervallen
Artikel 3:171
Vervallen
Artikel 3:172
Vervallen
Artikel 3:173
Vervallen
Artikel 3:174
Vervallen
Artikel 3:174a
Vervallen
Artikel 3:174b
Vervallen
Artikel 3:175
Vervallen
Artikel 3:176
Vervallen
Artikel 3:177
Vervallen
Artikel 3:178
Vervallen
Artikel 3:179
Vervallen
Artikel 3:180
Vervallen
Artikel 3:181
Vervallen
Artikel 3:182
Vervallen
Artikel 3:183
Vervallen
Artikel 3:184
Vervallen
Artikel 3:185
Vervallen
Artikel 3:186
Vervallen
Artikel 3:187
Vervallen
Artikel 3:188
Vervallen
Artikel 3:189
Vervallen
Artikel 3:190
Vervallen
Artikel 3:191
Vervallen
Artikel 3:192
Vervallen
Artikel 3:193
Vervallen
Artikel 3:194
Vervallen
Artikel 3:195
Vervallen
Artikel 3:196
Vervallen
Artikel 3:197
Vervallen
Artikel 3:198
Vervallen
Artikel 3:199
Vervallen
Artikel 3:200
Vervallen
Artikel 3:201
Vervallen
Artikel 3:201a
Vervallen
Artikel 3:202
Vervallen
Artikel 3:203
Vervallen
Artikel 3:204
Vervallen
Artikel 3:205
Vervallen
Artikel 3:206
Vervallen
Artikel 3:207
Vervallen
Artikel 3:208
Vervallen
Artikel 3:209
Vervallen
Artikel 3:210
Vervallen
Artikel 3:211
Vervallen
Artikel 3:212
Vervallen
Artikel 3:213
Vervallen
Artikel 3:214
Vervallen
Artikel 3:215
Vervallen
Artikel 3:216
Vervallen
Artikel 3:217
Vervallen
Artikel 3:218
Vervallen
Artikel 3:219
Vervallen
Artikel 3:220
Vervallen
Artikel 3:221
Vervallen
Artikel 3:222
Vervallen
Artikel 3:223
Vervallen
Artikel 3:224
Vervallen
Artikel 3:225
Vervallen
Artikel 3:226
Vervallen
Artikel 3:227
Vervallen
Artikel 3:228
Vervallen
Artikel 3:229
Vervallen
Artikel 3:230
Vervallen
Artikel 3:231
Vervallen
Artikel 3:232
Vervallen
Artikel 3:233
Vervallen
Artikel 3:234
Vervallen
Artikel 3:235
Vervallen
Artikel 3:236
Vervallen
Artikel 3:237
Vervallen
Artikel 3:238
De verwijzingen in deze afdeling naar een lidstaat waar een financiële onderneming haar zetel heeft, worden tevens beschouwd als verwijzingen naar een lidstaat waar een bijkantoor van een financiële onderneming met zetel in een staat die geen lidstaat is, is gelegen.
Artikel 3:239
Lid 1
Een in een andere lidstaat dan Nederland genomen beslissing tot vaststelling van een saneringsmaatregel ten aanzien van een bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, wordt van rechtswege erkend, indien de bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, in die lidstaat haar of zijn zetel heeft.
Lid 2
De beslissing heeft rechtsgevolgen binnen Nederland vanaf het tijdstip dat zij rechtsgevolgen heeft in de lidstaat waar de bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, haar of zijn zetel heeft.
Artikel 3:240
De beslissing tot vaststelling van een saneringsmaatregel, de saneringsmaatregel zelf en de rechtsgevolgen van de saneringsmaatregel worden beheerst door het recht van de lidstaat waar de saneringsmaatregel is vastgesteld, tenzij de wet anders bepaalt.
Artikel 3:241
Lid 1
De beslissing tot vaststelling van een saneringsmaatregel laat onverlet het goederenrechtelijke recht van een schuldeiser of een derde op een goed of goederen, zowel bepaalde goederen als gehelen met een wisselende samenstelling van onbepaalde goederen, die toebehoren aan de bank of verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, en die zich op het tijdstip waarop de beslissing tot opening van de saneringsprocedure rechtsgevolgen heeft, bevinden op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat waar de entiteit voor risico-acceptatie, bank of verzekeraar haar of zijn zetel heeft.
Lid 2
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder goederenrechtelijk recht in ieder geval verstaan:
het recht een goed te gelde te maken of te laten maken en te worden voldaan uit de opbrengst van of de inkomsten uit het goed, in het bijzonder op grond van een recht van pand of recht van hypotheek;
het uitsluitende recht een vordering te innen, in het bijzonder op grond van een pandrecht op de vordering of op grond van een cessie tot zekerheid van de vordering;
het recht om een goed van een ieder die het zonder recht houdt op te eisen, van dat goed afgifte te verlangen of van dat goed een ongestoord genot te verlangen;
het goederenrechtelijke recht om van een goed de vruchten te trekken.
Lid 3
Voor de toepassing van het eerste lid wordt met een goederenrechtelijk recht gelijkgesteld het in een openbaar register ingeschreven recht tot verkrijging van een goederenrechtelijk recht als bedoeld in het eerste lid dat aan derden kan worden tegengeworpen.
Lid 4
Voor de toepassing van dit artikel is de lidstaat waar een goed zich bevindt:
met betrekking tot registergoederen en rechten op registergoederen: de lidstaat onder het gezag waarvan het desbetreffende register wordt gehouden;
met betrekking tot zaken, voorzover niet vallend onder onderdeel a: de lidstaat op het grondgebied waarvan de zaak zich bevindt; en
met betrekking tot schuldvorderingen: de lidstaat op het grondgebied waarvan de statutaire zetel van de derde-schuldenaar zich bevindt.
Artikel 3:242
Lid 1
Ingeval een bank of een verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, een zaak heeft gekocht, laat de beslissing tot vaststelling van een saneringsmaatregel onverlet de op een eigendomsvoorbehoud berustende rechten van de verkoper, indien de zaak waarop het eigendomsvoorbehoud betrekking heeft zich op het tijdstip waarop de beslissing tot vaststelling van de saneringsmaatregel rechtsgevolgen heeft, bevindt op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat waar de entiteit voor risico-acceptatie, bank of verzekeraar haar of zijn zetel heeft.
Lid 2
Ingeval de financiële onderneming een zaak heeft verkocht, is de beslissing tot vaststelling van een saneringsmaatregel geen grond voor ontbinding of beëindiging van de overeenkomst tot verkoop, en belet de saneringsmaatregel de koper niet de eigendom van de gekochte zaak te verkrijgen, indien de zaak zich op het tijdstip waarop de beslissing tot vaststelling van de saneringsmaatregel gevolgen heeft, bevindt op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat waar de entiteit voor risico-acceptatie, bank of een verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, haar of zijn zetel heeft.
Lid 3
Artikel 3:241, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3:243
Indien degene die zowel schuldeiser als schuldenaar is van de bank of de verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, bevoegd is zijn schuld te verrekenen met de vordering op de bank of de verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, op grond van het recht dat van toepassing is op de vordering van de bank of de verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, laat de beslissing tot vaststelling van de saneringsmaatregel de bedoelde bevoegdheid onverlet.
Artikel 3:244
De artikelen 3:241 tot en met 3:243 staan er niet aan in de weg dat een vordering wordt ingesteld tot nietigheid, vernietiging of het niet kunnen worden tegengeworpen van een rechtshandeling wegens de benadeling van het geheel van schuldeisers welke van die rechtshandeling het gevolg is.
Artikel 3:245
In afwijking van artikel 3:240 worden de gevolgen van een saneringsmaatregel voor arbeidsovereenkomsten en andere rechtsverhoudingen ter zake van het verrichten van arbeid uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat dat op die overeenkomst of rechtsverhouding van toepassing is.
Artikel 3:246
In afwijking van artikel 3:240 worden de gevolgen van een saneringsmaatregel voor een overeenkomst die het recht geeft op het genot of de verkrijging van een onroerende zaak uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat op het grondgebied waarvan de onroerende zaak is gelegen.
Artikel 3:247
In afwijking van artikel 3:240 worden de gevolgen van een saneringsmaatregel voor de rechten van de bank of de verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, op een registergoed beheerst door het recht van de lidstaat onder het gezag waarvan het register wordt gehouden.
Artikel 3:248
Lid 1
In afwijking van artikel 3:240 worden, onverminderd artikel 3:241, de gevolgen van een saneringsmaatregel voor de rechten en verplichtingen van deelnemers aan een gereglementeerde markt uitsluitend beheerst door het recht dat op die markt van toepassing is.
Lid 2
Het eerste lid staat er niet aan in de weg dat een vordering wordt ingesteld tot nietigheid, vernietiging of het niet kunnen worden tegengeworpen van een rechtshandeling wegens de benadeling van het geheel van schuldeisers die van die rechtshandeling het gevolg is.
Lid 3
Voor de toepassing van het eerste lid op een saneringsmaatregel met betrekking tot een verzekeraar, wordt onder gereglementeerde markt mede verstaan een in een staat die geen lidstaat is gelegen financiële markt die aan de volgende voorwaarden voldoet:
de markt is, in geval van een verzekeraar met zetel in Nederland of van een verzekeraar met een bijkantoor in Nederland en met zetel in een staat die geen lidstaat is, aangewezen door Onze Minister of is, in geval van een verzekeraar met zetel in een andere lidstaat, erkend door een daartoe bevoegde autoriteit van die lidstaat en voldoet voorts aan vereisten die vergelijkbaar zijn met die van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014; en
de financiële instrumenten die op de markt worden verhandeld, zijn van een kwaliteit die vergelijkbaar is met die van de instrumenten die worden verhandeld op de gereglementeerde markten van Nederland, onderscheidenlijk de markten van de andere lidstaat.
Artikel 3:249
In afwijking van artikel 3:240 wordt de rechtsgeldigheid van een rechtshandeling, onder bezwarende titel aangegaan door de bank of de verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, na het tijdstip tot vaststelling van een saneringsmaatregel, waarmee deze beschikt over een registergoed of effecten of andere waardepapieren waarvan het bestaan of de overdracht inschrijving in een wettelijk voorgeschreven register of op een wettelijk voorgeschreven rekening veronderstelt, of die zijn geplaatst in een door het recht van een lidstaat beheerst gecentraliseerd effectendepot, beheerst door het recht van de lidstaat onder het gezag waarvan het register, de rekening of het depot wordt gehouden dan wel, indien het een onroerende zaak betreft, door het recht van de lidstaat waar de onroerende zaak is gelegen.
Artikel 3:250
In afwijking van artikel 3:240 worden de gevolgen van de saneringsmaatregel voor een aanhangige rechtsvordering betreffende een goed waarover de bank of de verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, het beheer en de beschikking heeft verloren, uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat waar het rechtsgeding aanhangig is.
Artikel 3:251
Artikel 3:240 is niet van toepassing op regels betreffende de nietigheid, de vernietigbaarheid van voor het geheel van schuldeisers nadelige rechtshandelingen en evenmin op de regels die bepalen of dergelijke rechtshandelingen kunnen worden tegengeworpen, indien degene die voordeel heeft gehad bij die rechtshandeling bewijst dat:
die rechtshandeling wordt beheerst door het recht van een andere lidstaat dan de lidstaat waar de entiteit voor risico-acceptatie, de bank of de verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, haar of zijn zetel heeft; en
dat recht in het gegeven geval niet voorziet in de mogelijkheid dat die rechtshandeling wordt aangetast onderscheidenlijk niet kan worden tegengeworpen.
Artikel 3:252
In afwijking van artikel 3:240 worden de gevolgen van een saneringsmaatregel, vastgesteld met betrekking tot een bank, voor de gevolgen van een overeenkomst tot verrekening als bedoeld in artikel 212a, onderdeel m, van de Faillissementswet en novatie uitsluitend beheerst door het recht dat van toepassing is op die overeenkomst.
Artikel 3:253
In afwijking van artikel 3:240 worden, onverminderd artikel 3:254, de gevolgen van een saneringsmaatregel, vastgesteld met betrekking tot een bank, voor een overeenkomst waarbij de ene partij, de koper, zich verbindt tot een latere overdracht van een gelijke hoeveelheid activa van dezelfde soort aan de verkoper, uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat dat van toepassing is op die overeenkomst.
Artikel 3:254
In afwijking van artikel 3:240 worden de gevolgen van een saneringsmaatregel, vastgesteld met betrekking tot een bank, voor het uitoefenen van rechten op financiële instrumenten waarvan het bestaan of de overdracht inschrijving in een register, op een rekening of in een in een lidstaat bijgehouden of gesitueerd gecentraliseerd effectendepot veronderstelt, uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat waar het register, de rekening of het gecentraliseerde effectendepot waar deze rechten zijn ingeschreven, wordt gehouden of is gesitueerd.
Artikel 3:255
Lid 1
De bewindvoerder uit een andere lidstaat dan Nederland waar de bank of de levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, haar of zijn zetel heeft, heeft in Nederland de bevoegdheden die hij heeft in de lidstaat van de zetel van de bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar, behoudens de bevoegdheid tot het aanwenden van een dwangmaatregel en de bevoegdheid tot het doen van een uitspraak in een geding of een geschil. De wijze van uitoefenen van deze bevoegdheden in Nederland wordt beheerst door het Nederlandse recht.
Lid 2
Indien op grond van het recht van de lidstaat waar de bank of de levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, haar of zijn zetel heeft personen zijn aangewezen om de bewindvoerder te vertegenwoordigen of anderszins bij te staan, kunnen zij de bevoegdheden die zij hebben op grond van het recht van die lidstaat uitoefenen op het grondgebied van Nederland.
Artikel 3:256
Lid 1
Voor het bewijs van aanwijzing van de bewindvoerder uit een andere lidstaat volstaat een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het aanwijzingsbesluit of van ieder ander door de bestuurlijke of rechtelijke instanties die bevoegd zijn ter zake van saneringsmaatregelen van de lidstaat gegeven schriftelijke verklaring.
Lid 2
De bewindvoerder uit een andere lidstaat toont op verlangen van een ieder tegenover wie hij zijn bevoegdheden wenst uit te oefenen een vertaling in de Nederlandse taal van het afschrift.
Artikel 3:257
Op verzoek van een bewindvoerder uit een andere lidstaat worden de gegevens met betrekking tot een saneringsmaatregel, vastgesteld in een andere lidstaat, door de griffier van de rechtbank Den Haag ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 19a van de Faillissementswet.