Afdeling 3.6.1. Algemeen

Artikel 3:268

Vervallen

Artikel 3:269

Lid 1

Een beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten of Nederlandse bank die een moederonderneming of dochteronderneming is van een andere beleggingsonderneming of bank, voldoet met inachtneming van artikel 109, tweede en derde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten op geconsolideerde of gesubconsolideerde basis aan het ingevolge de artikelen 3:17 en 3:18 bepaalde op zodanige wijze dat de procedures en maatregelen ter beheersing van bedrijfsprocessen en risico’s samenhang vertonen en goed geïntegreerd zijn en dat zij de inlichtingen, bedoeld in artikel 1:52, kan verschaffen.

Lid 2

Een verzekeraar met zetel in Nederland waarop aanvullend toezicht wordt uitgeoefend overeenkomstig afdeling 3.6.3 richt de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 3:17, zodanig in dat de procedures en maatregelen ter beheersing van bedrijfsprocessen en risico’s samenhang vertonen en goed geïntegreerd zijn en dat zij de inlichtingen, bedoeld in artikel 1:52, kan verschaffen.

Lid 3

Een beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen die een moederonderneming of dochteronderneming is van een andere beleggingsonderneming, een beleggingsholding of een gemengde financiële holding, voldoet met in achtneming van artikel 25, vierde lid, van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen, op geconsolideerde basis aan het ingevolge artikel 3:17, eerste en tweede lid, onderdeel c, artikel 3:18, artikel 4:14, eerste en tweede lid, onderdeel a, en artikel 4:16 bepaalde, op zodanige wijze dat de procedures en maatregelen ter beheersing van bedrijfsprocessen en risico’s samenhang vertonen en goed geïntegreerd zijn en dat zij de inlichtingen, bedoeld in artikel 1:52, kan verschaffen.

Artikel 3:269a

Lid 1

Een onderneming die, alleen of tezamen met een andere onderneming, aan het hoofd staat van een richtlijngroep waarvan een gereglementeerde entiteit met zetel in Nederland deel uitmaakt, draagt zorg voor een zodanige bedrijfsvoering dat de financiële soliditeit van de gereglementeerde entiteiten en de onderneming zelf niet in gevaar wordt gebracht door:

  1. het risicobeheer van de groep als geheel en van de afzonderlijke richtlijngroepsleden;

  2. de strategie en het beleid van de groep als geheel en van de afzonderlijke richtlijngroepsleden;

  3. mogelijke belangentegenstellingen en relaties tussen de gereglementeerde entiteiten, de onderneming, bedoeld in de aanhef, en de andere richtlijngroepsleden; of

  4. door richtlijngroepsleden verrichte activiteiten die van wezenlijk belang zijn voor de bedrijfsvoering met betrekking tot de financiële activiteiten van een of meer gereglementeerde entiteiten.

Lid 2

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het eerste lid.

Lid 3

De hierna bedoelde richtlijngroepsleden richten hun bedrijfsvoering dusdanig in dat alle gegevens die relevant zijn voor het toezicht, bedoeld in dit hoofdstuk, kunnen worden verschaft:

  1. de gereglementeerde entiteit met zetel in Nederland;

  2. de onderneming die alleen of tezamen met een andere onderneming aan het hoofd staat van de groep;

  3. andere richtlijngroepsleden dan de in onderdelen a en b bedoelde richtlijngroepsleden die activiteiten verrichten die van wezenlijk belang zijn voor de bedrijfsvoering met betrekking tot de financiële activiteiten van een of meer gereglementeerde entiteiten in de groep.

Artikel 3:270

De Nederlandsche Bank kan, indien zij groepstoezichthouder is, besluiten een onderneming niet in het toezicht, bedoeld in afdeling 3.6.3, te betrekken indien:

  1. de onderneming haar zetel heeft in een staat die geen lidstaat is en waar wettelijke belemmeringen bestaan voor het verstrekken van de voor het toezicht noodzakelijke informatie;

  2. de bij dat toezicht te betrekken onderneming in het licht van de doelstellingen van dat toezicht slechts van te verwaarlozen betekenis is tenzij verscheidene ondernemingen van dezelfde groep buiten beschouwing mogen worden gelaten en zij gezamenlijk niet van te verwaarlozen betekenis zijn; of

  3. het in aanmerking nemen van de financiële positie van die onderneming in het licht van de doelstellingen van dat toezicht misplaatst of misleidend zou zijn.

Artikel 3:271

Artikel 3:8 is van overeenkomstige toepassing op een beleggingsholding, financiële holding, gemengde financiële holding of verzekeringsholding met zetel in Nederland, met dien verstande dat voor de toepassing van het eerste lid voor «geschikt in verband met de uitoefening van het bedrijf van de financiële onderneming» wordt gelezen «geschikt in verband met de uitoefening van het bedrijf van de beleggingsholding, financiële holding, gemengde financiële holding of verzekeringsholding, en van de tot de desbetreffende richtlijngroep behorende gereglementeerde entiteiten».

Artikel 3:272

Artikel 3:9 is van overeenkomstige toepassing op een beleggingsholding, financiële holding, gemengde financiële holding of verzekeringsholding met zetel in Nederland.

Artikel 3:273

Lid 1

Een gemengde financiële holding, financiële holding of verzekeringsholding met zetel in Nederland meldt wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover ingevolge artikel 3:271 of 3:272 verstrekking van gegevens is voorgeschreven, aan de Nederlandsche Bank.

Lid 2

Het ingevolge artikel 3:29, derde lid, bepaalde is van overeenkomstige toepassing op gemengde financiële holdings, financiële holdings en verzekeringsholdings met zetel in Nederland voorzover het betrekking heeft op het melden van de wijzigingen, bedoeld in het eerste lid.