Afdeling 3.6.1a. Groepen met financiële moederholdings of gemengde financiële moederholdings

Artikel 3:273a

Lid 1

Een holding waaraan goedkeuring is verleend op grond van artikel 3:280b draagt zorg voor:

  1. interne regelingen en een verdeling van de taken binnen de groep die adequaat en doeltreffend zijn als bedoeld in artikel 21 bis, derde lid, onderdeel a, van de richtlijn kapitaalvereisten, met het oog op de naleving van de prudentiële regels die op geconsolideerde basis en gesubconsolideerde basis van toepassing zijn; en

  2. een organisatiestructuur van de groep die geen belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van prudentieel toezicht op de banken en beleggingsondernemingen binnen de groep op individuele, gesubconsolideerde of geconsolideerde basis als bedoeld in artikel 21 bis, derde lid, onderdeel b, van de richtlijn kapitaalvereisten.

Lid 2

Ten minste twee natuurlijke personen bepalen het dagelijks beleid van een holding als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 3:273b

Artikel 3:273a, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op een bank met zetel in Nederland die is aangewezen op grond van artikel 3:280c, eerste lid, en op een financiële holding, gemengde financiële holding of een bank met zetel in Nederland die tijdelijk is aangewezen op grond van artikel 3:111ab, onderdeel d.

Artikel 3:273c

De ingevolge afdeling 1.7.1 en de artikelen 3:62a en 3:269, eerste lid, op een bank of moederbank rustende verplichtingen op geconsolideerde of gesubconsolideerde basis rusten gelijkelijk op:

  1. holdings waaraan goedkeuring is verleend op grond van artikel 3:280b;

  2. banken met zetel in Nederland die zijn aangewezen op grond van artikel 3:280c, eerste lid;

  3. banken of holdings met zetel in Nederland die tijdelijk zijn aangewezen op grond van artikel 3:111ab, onderdeel d.

Artikel 3:273d

Lid 1

Een Nederlandse moederbank, Nederlandse financiële moederholding en Nederlandse gemengde financiële moederholding treft de nodige maatregelen om de naleving van de prudentiële vereisten die ingevolge de delen 3, 4, 6 en 7 van de verordening kapitaalvereisten op geconsolideerde of gesubconsolideerde basis van toepassing zijn te waarborgen en om te voldoen aan een maatregel opgelegd op geconsolideerde of gesubconsolideerde basis op grond van artikel 3:111a, tweede lid, onderdeel a.

Lid 2

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de entiteiten bedoeld in artikel 3:273c, onderdelen b en c.