Afdeling 3a.2.2. Voorbereiding van afwikkeling
Wordt genoemd in:
Artikel 3a:81
Lid 1
De Nederlandsche Bank stelt een afwikkelingsplan vast voor een verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, die geen onderdeel is van een groep of voor een groep.
Lid 2
Het afwikkelingsplan beschrijft mogelijkheden voor de toepassing van de in dit hoofdstuk bedoelde afwikkelingsinstrumenten indien de Nederlandsche Bank tot afwikkeling besluit.
Lid 3
De Nederlandsche Bank evalueert periodiek het afwikkelingsplan alsmede, na elke materiële verandering in de juridische of organisatiestructuur, de bedrijfsactiviteiten of de financiële positie van de verzekeraar of de groep.
Lid 4
De verzekeraar of entiteit in de groep als bedoeld in artikel 3A:78, onderdeel b, c of d, brengt de Nederlandsche Bank onverwijld op de hoogte van alle veranderingen bij die verzekeraar of entiteit die aanleiding kunnen geven voor een evaluatie van het afwikkelingsplan als bedoeld in het derde lid.
Lid 5
De Nederlandsche Bank kan afzien van het opstellen van een plan indien zij van oordeel is dat de afwikkelbaarheid van de verzekeraar of van de groep afdoende is gewaarborgd of voorzienbaar is dat, indien de verzekeraar of de groep faalt of waarschijnlijk zal falen, zij niet zal voldoen aan de voorwaarde voor afwikkeling, bedoeld in artikel 3A:85, eerste lid, onderdeel c.
Lid 6
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste lid tot en met vierde lid.
Artikel 3a:82
Lid 1
De Nederlandsche Bank beoordeelt bij het opstellen van een afwikkelingsplan de mate waarin de betrokken verzekeraar of groep afwikkelbaar is en stelt daarbij, voor zover aanwezig, de wezenlijke belemmeringen voor afwikkelbaarheid vast.
Lid 2
De verzekeraar of groep wordt geacht afwikkelbaar te zijn indien de Nederlandsche Bank door afwikkelingsinstrumenten op de verzekeraar of groep toe te passen een afwikkelingsdoelstelling, bedoeld in artikel 3A:84, kan verwezenlijken, dan wel dat haalbaar en geloofwaardig is dat de verzekeraar al dan niet tezamen met andere onderdelen van de groep in faillissement kan worden geliquideerd.
Lid 3
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste lid.
Artikel 3a:83
Lid 1
Indien de Nederlandsche Bank bij de beoordeling, bedoeld in artikel 3A:82, eerste lid, vaststelt dat er wezenlijke belemmeringen voor de afwikkelbaarheid van de verzekeraar of groep bestaan, brengt zij deze ter kennis van de betrokken verzekeraar of de entiteit, bedoeld in artikel 3A:81.
Lid 2
De verzekeraar of entiteit stelt binnen vier maanden na de kennisgeving aan de Nederlandsche Bank maatregelen voor om de belemmeringen weg te nemen.
Lid 3
Indien de Nederlandsche Bank van oordeel is dat de voorgestelde maatregelen de belemmeringen in voldoende mate wegnemen, stelt zij deze vast. De Nederlandsche Bank kan aan de uitvoering van de voorgestelde maatregelen een termijn verbinden.
Lid 4
Indien de Nederlandsche Bank van oordeel is dat de voorgestelde maatregelen de belemmeringen niet in voldoende mate wegnemen, geeft de Nederlandsche Bank de verzekeraar of de entiteit, bedoeld in artikel 3A:81 een aanwijzing waarin zij de uitvoering van alternatieve maatregelen om de belemmeringen weg te nemen, voorschrijft.
Lid 5
Maatregelen bedoeld in het vierde lid kunnen strekken tot het:
herzien of instellen van financieringsregelingen;
beperken van afzonderlijke en samengevoegde blootstellingen;
overdragen van bepaalde activa;
staken of beperken van bepaalde bestaande of voorgestelde bedrijfsactiviteiten;
staken of beperken van de ontwikkeling van nieuwe of bestaande bedrijfsonderdelen of de verkoop van nieuwe of bestaande producten;
wijzigen van de juridische of operationele structuur;
zekerstellen de continuïteit van kritieke bedrijfsonderdelen;
opzetten van een gemengde financiële holding; of,
indien de verzekeraar een dochteronderneming is van een gemengde financiële holding of gemengde verzekeringsholding, opzetten van een afzonderlijke verzekeringsholding om de zeggenschap over de verzekeraar uit te oefenen.