Afdeling 3a.2.4. Afwikkeling
Wordt genoemd in:
Artikel 3a:92
Deze afdeling is van toepassing indien een besluit tot afwikkeling wordt genomen op grond van de artikelen 3A:85, 3A:86 of 3A:87.
Artikel 3a:93
Lid 1
De Nederlandsche Bank kan bij toepassing van het instrument van bail-in:
het bedrag van de door of met medewerking van een entiteit uitgegeven eigendomsinstrumenten verminderen, of deze instrumenten intrekken;
het bedrag van in aanmerking komende passiva van een entiteit in afwikkeling verminderen of geheel of gedeeltelijk omzetten in rechten op nieuw uit te geven eigendomsinstrumenten van die entiteit, van een moederonderneming van die entiteit die zelf een entiteit is als bedoeld in artikel 3A:78, onderdelen a tot en met d, of van een overbruggingsinstelling waarop activa of passiva van die entiteit overgaan.
Lid 2
De Nederlandsche Bank kan het instrument van bail-in tevens toepassen op in aanmerking komende passiva die zijn overgegaan op een overbrugginginstelling, een entiteit voor activa- en passivabeheer of door toepassing van het instrument van overgang van de onderneming, op een verkrijger die geen overbruggingsinstelling is.
Artikel 3a:94
Lid 1
De Nederlandsche Bank past het instrument van bail-in niet toe op de volgende verplichtingen:
door zekerheid gedekte verplichtingen, met dien verstande dat het instrument van bail-in kan worden toegepast op het deel van de door zekerheid gedekte verplichting dat de waarde van het zekerheidsrecht overschrijdt;
elke verplichting die ontstaat doordat de entiteit activa of tegoeden van cliënten aanhoudt;
verplichtingen ten aanzien van banken, met uitzondering van entiteiten die tot dezelfde groep behoren, met een oorspronkelijke looptijd van minder dan zeven dagen;
verplichtingen met een resterende looptijd van minder dan zeven dagen jegens systemen of exploitanten van systemen die zijn aangewezen overeenkomstig richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen (PbEG 1998, L 166) of hun deelnemers die uit de deelname aan een dergelijk systeem voortvloeien;
verplichtingen jegens werknemers, met betrekking tot hun loon, pensioenuitkeringen of andere vaste vergoedingen, met uitzondering van de niet bij collectieve arbeidsovereenkomst geregelde variabele component van de beloning, tenzij de werknemer recht heeft op uitkering ingevolge artikel 61 van de Werkloosheidswet;
verplichtingen welke voortvloeien uit de levering van goederen of diensten aan de entiteit die van kritiek belang zijn voor de dagelijkse bedrijfsactiviteiten ervan; en,
verplichtingen uit hoofde van een zorgverzekering als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet.
Lid 2
De Nederlandsche Bank kan in uitzonderlijke omstandigheden besluiten het instrument van bail-in geheel of gedeeltelijk niet toe te passen op verplichtingen indien:
het instrument van bail-in op de verplichtingen niet binnen een redelijke termijn kan worden toegepast;
de uitsluiting noodzakelijk is ter voorkoming van grote maatschappelijke gevolgen of significante nadelige gevolgen voor de financiële markten of de economie;
de uitsluiting noodzakelijk is om de entiteit in afwikkeling in staat te stellen de essentiële kernactiviteiten voort te zetten; of
de toepassing van het instrument van bail-in zou leiden tot grotere verliezen voor de andere crediteuren dan bij een uitsluiting van de verplichtingen van het instrument van bail-in.
Artikel 3a:95
Onverminderd artikel 3A:94, past de Nederlandsche Bank het instrument van bail-in toe op vorderingen in de omgekeerde volgorde van de volgorde waarin deze vorderingen in faillissement op de boedel zouden worden verhaald.
Artikel 3a:96
De Nederlandsche Bank kan voorschrijven dat een entiteit eigendomsinstrumenten uitgeeft aan de houders van de rechten, verkregen ingevolge de toepassing van artikel 3A:93, eerste lid, dan wel medewerking verleent aan de uitgifte daarvan. De Nederlandsche Bank kan aan de uitoefening van die rechten een termijn verbinden. Bij de uitgifte kunnen geen andere rechten worden uitgeoefend dan de rechten, bedoeld in artikel 3A:93, eerste lid.
Artikel 3a:97
Lid 1
De Nederlandsche Bank kan, overeenkomstig het bepaalde in het tweede en derde lid, verschillende omzettingskoersen toepassen op verschillende categorieën van passiva als bedoeld in artikel 3A:93, eerste lid, onderdeel b.
Lid 2
Een omzettingskoers biedt de betrokken schuldeiser een passende vergoeding voor het als gevolg van de toepassing van het instrument van bail-in geleden verlies.
Lid 3
Indien verschillende omzettingskoersen worden toegepast, is de omzettingskoers die van toepassing is op vorderingen die in faillissement met een hogere rang op de boedel zouden worden verhaald hoger dan de omzettingskoers die wordt toegepast op vorderingen met een lagere rang.
Artikel 3a:98
Lid 1
De Nederlandsche Bank regelt zo nodig de gevolgen van de besluiten op grond van de artikelen 3A:93 en 3A:96.
Lid 2
Op verzoek van de Nederlandsche Bank gaat een daartoe bevoegde persoon of instantie over tot:
wijziging van relevante registers;
het uit de notering of uit de handel nemen van eigendomsinstrumenten of schuldinstrumenten;
notering of toelating tot de handel op een gereglementeerde markt van nieuwe eigendomsinstrumenten;
hernieuwde notering of toelating tot de handel van schuldinstrumenten waarvan de hoofdsom is verlaagd;
wijziging van de statuten in geval van vermindering van het nominale bedrag van de aandelen; of
handelingen of diensten in verband met de afwikkeling van transacties in effecten en effectenafwikkelingssystemen.
Artikel 3a:99
Bij vermindering van het verschuldigde bedrag van een verplichting van een entiteit in afwikkeling ingevolge artikel 3A:93, eerste lid:
is de vermindering permanent, onverminderd artikel 3A:101;
resteert voor de entiteit geen verplichting in verband met het gedeelte van de hoofdsom dat is afgeschreven; en
worden schuldeisers in verband met het gedeelte van de hoofdsom dat is afgeschreven niet gecompenseerd, onverminderd de bevoegdheid, bedoeld in artikel 3A:93, eerste lid, om passiva om te zetten in rechten op nieuw uit te geven eigendomsinstrumenten.
Artikel 3a:100
Lid 1
Onverminderd artikel 3A:101 wordt, indien de Nederlandsche Bank ingevolge artikel 3A:93, eerste lid, het uitstaande verschuldigde bedrag van een verplichting van een entiteit tot nihil vermindert, de verplichting als voldaan beschouwd evenals eventuele verplichtingen of vorderingen die daaruit voortvloeien en die niet opeisbaar waren op het moment waarop de bevoegdheid werd uitgeoefend.
Lid 2
Indien de Nederlandsche Bank het uitstaande verschuldigde bedrag van een verplichting van een entiteit vermindert, maar niet tot nihil vermindert, onverminderd artikel 3A:101:
wordt de verplichting als voldaan beschouwd ter hoogte van het verminderde bedrag; en
blijven de voorwaarden van het betrokken instrument of de betrokken overeenkomst waarop de oorspronkelijke verplichting is gebaseerd, van toepassing op het resterende uitstaande verschuldigde bedrag van de verplichting, met uitzondering van een eventuele wijziging van het verschuldigde rentebedrag om de vermindering van het bedrag weer te geven, en onverminderd de toepassing van artikel 3A:122, eerste en derde lid.
Artikel 3a:101
Lid 1
De Nederlandsche Bank kan, indien na toepassing van het instrument van bail-in op basis van een voorlopige waardering als bedoeld in artikel 3A:89, tweede lid, uit de definitieve waardering, bedoeld in artikel 3A:89, derde lid, blijkt dat met een beperktere vermindering van de hoofdsom van het verschuldigde bedrag had kunnen worden volstaan, de hoofdsom verhogen in overeenstemming met de definitieve waardering.
Lid 2
De Nederlandse Bank kan, indien na toepassing van het instrument van bail-in op basis van een voorlopige of definitieve waardering als bedoeld in artikel 3A:89, na een periodieke herwaardering als bedoeld in artikel 3A:90, blijkt dat met een beperktere vermindering van de hoofdsom van het verschuldigde bedrag had kunnen worden volstaan, de hoofdsom verhogen in overeenstemming met de herwaardering.
Lid 3
Indien de Nederlandsche Bank op grond van het eerste of tweede lid besluit tot verhoging van het verschuldigde bedrag dat zij aanvankelijk had verminderd tot nihil, is vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van dat besluit artikel 3A:100, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3a:102
Lid 1
De Nederlandsche Bank past het instrument van bail-in pas toe op een passivum dat uit een derivatenpositie ontstaat, nadat deze gesloten is.
Lid 2
De Nederlandsche Bank is bevoegd derivatenovereenkomsten van een entiteit in afwikkeling te beëindigen en de bijbehorende posities te sluiten.
Lid 3
Indien derivatentransacties aan een verrekeningsbeding zijn onderworpen, wordt bij de waardering bedoeld in artikel 3A:89, eerste lid, de uit deze transacties voortvloeiende passiva op nettobasis bepaald overeenkomstig de voorwaarden van dat beding.
Artikel 3a:103
Lid 1
De Nederlandsche Bank verricht de beoordeling van de aanvraag van een verklaring van geen bezwaar met inachtneming van de doelstellingen, bedoeld in artikel 3A:84, indien een verwerving of een vergroting van een gekwalificeerde deelneming in een verzekeraar als bedoeld in artikel 3:95 het gevolg is van:
de uitoefening van een ingevolge artikel 3A:93, eerste lid, verworven recht op nieuw uit te geven eigendomsinstrumenten;
een uitgifte als bedoeld in artikel 3A:96;
een besluit als bedoeld in artikel 3A:121.
Lid 2
Bij de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 1:106b tot en met 1:106e niet van toepassing.
Lid 3
Indien de Nederlandsche Bank nog geen beslissing op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, heeft genomen, is, met ingang van het moment waarop de eigendomsinstrumenten worden uitgegeven totdat op de aanvraag is beslist:
het stemrecht van de aanvrager van de verklaring van geen bezwaar voortvloeiend uit die eigendomsinstrumenten geschorst en kan dit recht alleen door de Nederlandsche Bank worden uitgeoefend; en
de aanvrager vrijgesteld van het bepaalde in de artikelen 3:95, 3:96, 3:99, 3:103 en 3:104.
Lid 4
Indien de Nederlandsche Bank besluit een verklaring van geen bezwaar te verlenen, wordt de houder van de eigendomsinstrumenten geacht het volledige stemrecht met betrekking tot die eigendomsinstrumenten te hebben onmiddellijk nadat het besluit is bekendgemaakt.
Lid 5
Indien de Nederlandsche Bank de aanvraag afwijst, doet de aanvrager afstand van die eigendomsinstrumenten binnen een door de Nederlandsche Bank bepaalde termijn. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3a:104
De Nederlandsche Bank kan, tot toepassing van het instrument van overgang van de onderneming, besluiten tot overgang op een verkrijger die geen overbruggingsinstelling is, van:
eigendomsinstrumenten die zijn uitgegeven door of met medewerking van een entiteit in afwikkeling; of,
activa of passiva van een entiteit in afwikkeling.
Artikel 3a:105
De overgang vindt plaats onder commerciële voorwaarden, die in overeenstemming zijn met de waardering ingevolge artikel 3A:89.
Artikel 3a:106
Indien de Nederlandsche Bank besluit tot overgang van gedeelten van de activa of passiva van een entiteit in afwikkeling, verzoekt zij binnen een redelijke termijn de rechtbank Amsterdam om het faillissement van de entiteit uit te spreken, tenzij het mogelijke belang van het voortbestaan van het overgebleven gedeelte van de entiteit om de afwikkelingsdoelstellingen, bedoeld in artikel 3A:84 te verwezenlijken, zich daartegen verzet.
Artikel 3a:107
Onverminderd artikel 3A:133, komt een door de verkrijger te betalen overgangsprijs toe aan de oorspronkelijke eigenaren.
Artikel 3a:108
De Nederlandsche Bank kan ten aanzien van eigendominstrumenten, activa of passiva die zijn overgegaan, binnen een redelijke termijn besluiten tot overgang op de oorspronkelijke eigenaren, indien de verkrijger daarmee instemt.
Artikel 3a:109
Indien een overgang van eigendomsinstrumenten zou leiden tot verwerving of vergroting van een gekwalificeerde deelneming in een verzekeraar, is artikel 3A:103 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3a:110
Voor de toepassing van de artikelen 2:26c, 2:35, 2:38 en 2:39 wordt een verkrijger met zetel in een andere lidstaat beschouwd als de rechtsopvolger van de entiteit in afwikkeling en kan deze alle rechten blijven uitoefenen die door die entiteit werden uitgeoefend met betrekking tot de activa of passiva die zijn overgegaan.
Artikel 3a:111
Lid 1
Het lidmaatschap van of het recht op toegang tot betalings-, clearing- en afwikkelingssystemen, en gereglementeerde markten van de entiteit in afwikkeling gaat van rechtswege over op de verkrijger.
Lid 2
De verkrijger kan de aan het lidmaatschap verbonden rechten of het recht op toegang uitoefenen indien hij voldoet aan de daaraan verbonden voorwaarden, met uitzondering van de voorwaarde om te beschikken over een vereiste kredietbeoordeling door een kredietbeoordelingsbureau.
Lid 3
De Nederlandsche Bank kan bepalen dat de verkrijger voor de duur van ten hoogste twee jaar niet behoeft te voldoen aan de voorwaarde voor lidmaatschap en toegang, bedoeld in het tweede lid. De Nederlandsche Bank kan op aanvraag besluiten tot verlenging met telkens ten hoogste twee jaar.
Artikel 3a:112
De Nederlandsche Bank kan tot toepassing van het instrument van de overbruggingsinstelling besluiten tot overgang op een overbruggingsinstelling van:
eigendomsinstrumenten die zijn uitgegeven door of met medewerking van entiteiten in afwikkeling; of
activa of passiva van entiteiten in afwikkeling.
Artikel 3a:113
Lid 1
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de oprichting en beëindiging, de taak, de financiering, de inrichting, het bestuur en de werkwijze van een overbruggingsinstelling of van een rechtspersoon die tot taak heeft de eigendom in een overbruggingsinstelling te houden.
Lid 2
De Nederlandsche Bank kan een overbruggingsinstelling of rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid een aanwijzing geven met betrekking tot de taakuitoefening.
Lid 3
Een overbruggingsinstelling sluit geen overeenkomsten van verzekering en staat geen wijzigingen in bestaande polissen toe die kunnen leiden tot verhoging van schadelast van de instelling.
Artikel 3a:114
De Nederlandsche Bank kan ten aanzien van eigendominstrumenten, activa of passiva die zijn overgegaan, besluiten tot overgang op de oorspronkelijke eigenaren.
Artikel 3a:116
Lid 1
De overbruggingsinstelling beschikt, voor zover nodig voor de uitoefening van haar werkzaamheden, van rechtswege over een vergunning als bedoeld in de artikelen 2:26a, 2:27 of 2:48.
Lid 2
De Nederlandsche Bank kan, met het oog op de verwezenlijking van een of meer van de in artikel 3A:84 bedoelde doelstellingen, tijdelijk ontheffing verlenen van een of meer van de vereisten, bedoeld in de artikelen 2:26b, 2:31 of 2:49.
Artikel 3a:117
Lid 1
De Nederlandsche Bank kan tot toepassing van het instrument van afsplitsing van activa of passiva, besluiten tot overgang van activa of passiva van een entiteit in afwikkeling of van een overbruggingsinstelling op een of meer entiteiten voor activa- en passivabeheer.
Lid 2
De Nederlandsche Bank past het instrument van afsplitsing van activa of passiva uitsluitend tezamen met een ander afwikkelingsinstrument toe, en indien:
de situatie op de specifieke markt voor de desbetreffende activa of passiva zodanig is dat vereffening van die activa in een faillissement nadelige gevolgen voor de financiële markten kan hebben;
de overgang van activa of passiva noodzakelijk is voor het goede functioneren van de entiteit in afwikkeling of de overbruggingsinstelling; of
de overgang van activa of passiva noodzakelijk is om de opbrengst bij vereffening te maximaliseren.
Lid 3
De entiteit voor activa- en passivabeheer beheert de activa of passiva die op haar zijn overgegaan met het doel de waarde van de activa bij de uiteindelijke verkoop of liquidatie te maximaliseren.
Artikel 3a:118
Lid 1
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de oprichting en beëindiging, de taak, de financiering, het bestuur en de werkwijze van een entiteit voor activa- en passivabeheer of van een rechtspersoon die tot taak heeft de eigendom in een entiteit voor activa- en passivabeheer te houden.
Lid 2
De Nederlandsche Bank kan een entiteit voor activa- en passivabeheer of rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid een aanwijzing geven met betrekking tot de taakuitoefening.
Artikel 3a:119
De artikelen 3A:105 en 3A:114 zijn van overeenkomstige toepassing op het instrument van afsplitsing van activa of passiva.
Artikel 3a:120
Lid 1
De Nederlandsche Bank kan een bijzondere bestuurder bij een entiteit in afwikkeling aanstellen of de zeggenschap over een entiteit in afwikkeling overnemen.
Lid 2
De bijzondere bestuurder onderscheidenlijk de Nederlandsche Bank treedt in de rechten en bevoegdheden van de organen van de entiteit in afwikkeling en haar aandeelhouders of leden. De bijzondere bestuurder kan afwijken van uit wettelijke voorschriften of statutaire bepalingen voortvloeiende verplichtingen van het bestuur.
Lid 3
De artikelen 1:76, vijfde, zesde en achtste lid en 1:76a, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
Lid 4
Tegen een besluit van een bijzondere bestuurder kan administratief beroep worden ingesteld bij de Nederlandsche Bank.
Artikel 3a:120a
De Nederlandsche Bank kan bij een entiteit in afwikkeling leden van het bestuur en het bestuur als geheel, alsook leden van de raad van commissarissen of leden van een orgaan dat een met die van de raad van commissarissen vergelijkbare taak heeft en de raad van commissarissen als geheel, of een orgaan als geheel dat een met die van de raad van commissarissen vergelijkbare taak heeft, ontslaan of benoemen.
Artikel 3a:121
Lid 1
De Nederlandsche Bank kan, indien dit noodzakelijk is voor de toepassing van de bevoegdheid tot toepassing van het instrument van bail-in, bij besluit de rechtsvorm van de betrokken entiteit omzetten.
Lid 2
Artikel 3A:98 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3a:122
Lid 1
De Nederlandsche Bank kan een overeenkomst waarbij de entiteit in afwikkeling partij is, beëindigen of wijzigen, alsmede de verkrijger in de plaats stellen van de entiteit in afwikkeling als partij bij een overeenkomst.
Lid 2
De Nederlandsche Bank kan de looptijd van een door de entiteit in afwikkeling uitgegeven schuldinstrumenten en andere in aanmerking komende passiva wijzigen en het bedrag van de in het kader van dergelijke instrumenten en andere in aanmerking komende passiva verschuldigde rente of de datum waarop de rente moet worden betaald wijzigen, daaronder begrepen de verplichting tot betaling van rente opschorten. Dit is niet van toepassing op schuldinstrumenten en andere passiva die op grond van artikel 3A:94 zijn uitgesloten van bail-in.
Lid 3
De Nederlandsche Bank kan bij de toepassing van een afwikkelingsmaatregel bepalen dat eigendomsinstrumenten, activa of passiva vrij van enige bezwaring of aansprakelijkheid overgaan.
Lid 4
Artikel 3A:100 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3a:123
Lid 1
De Nederlandsche Bank kan een betalingsverplichting of leveringsverplichting ingevolge een overeenkomst waarbij een entiteit in afwikkeling partij is, opschorten vanaf het tijdstip van de bekendmaking van het besluit tot opschorting tot 00.00 uur Nederlandse tijd aan het einde van de werkdag volgend op die bekendmaking.
Lid 2
Indien een voor de entiteit in afwikkeling op grond van een overeenkomst geldende betalingsverplichting of leveringsverplichting overeenkomstig het eerste lid wordt opgeschort, worden ook de ingevolge die overeenkomst voor de wederpartij van de entiteit in afwikkeling geldende betalingsverplichtingen en leveringsverplichtingen voor dezelfde periode opgeschort.
Lid 3
Indien tijdens de periode van opschorting uitvoering moet worden gegeven aan een betalingsverplichting of leveringsverplichting, is de betaling of levering onmiddellijk na het verstrijken van die periode opeisbaar.
Lid 4
Het eerste lid is niet van toepassing op betalingsverplichtingen of leveringsverplichtingen die reeds hebben geleid tot:
een aan een systeem of systeemexploitant als bedoeld in artikel 212a, onderdeel b, onderscheidenlijk onderdeel q, van de Faillissementswet, een aan een centrale tegenpartij of een centrale bank gegeven overboekingsopdracht, opdracht tot verrekening of enige uit een dergelijke opdracht voortvloeiende betaling, levering, verrekening of andere rechtshandeling die benodigd is om de opdracht volledig uit te voeren; en
rechten en verplichtingen die voor de entiteit in afwikkeling als deelnemer ingevolge of in verband met zijn deelname aan het systeem zijn ontstaan.
Artikel 3a:124
Lid 1
De Nederlandsche Bank kan de bevoegdheden van schuldeisers van de entiteit in afwikkeling tot verhaal op aan de entiteit in afwikkeling toebehorende goederen, of tot opeising van goederen die zich in de macht van de entiteit in afwikkeling of een derde bevinden, beperken tot 00.00 uur Nederlandse tijd aan het einde van de werkdag volgend op de bekendmaking van het besluit daartoe.
Lid 2
De Nederlandsche Bank oefent de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid niet uit met betrekking tot een zekerheidsrecht dat is gevestigd ten behoeve van een systeem of systeemexploitant als bedoeld in artikel 212a, onderdeel b, onderscheidenlijk onderdeel q, van de Faillissementswet, centrale tegenpartijen en centrale banken, in verband met activa die de entiteit in afwikkeling bij wijze van margestorting heeft toegezegd of geleverd.
Artikel 3a:125
Lid 1
De Nederlandsche Bank kan de aan een derde toebehorende bevoegdheid tot beëindiging van een overeenkomst met de entiteit in afwikkeling opschorten, voor zover die entiteit voortgaat met het nakomen van de verplichtingen die voortvloeien uit de bedingen in de overeenkomst die de kern van de prestaties betreffen, alsmede met het verschaffen van zekerheden.
Lid 2
De Nederlandsche Bank kan besluiten tot opschorting van een aan een derde toebehorende bevoegdheid tot beëindiging van een overeenkomst met een dochteronderneming van de entiteit in afwikkeling indien:
de verplichtingen op grond van de overeenkomst door de entiteit in afwikkeling worden gegarandeerd of anderszins gewaarborgd;
de beëindigingsrechten op grond van de overeenkomst uitsluitend zijn gebaseerd op de insolvabiliteit of financiële positie van de entiteit in afwikkeling; en
met betrekking tot de entiteit in afwikkeling een besluit is of kan worden genomen tot overgang van eigendomsinstrumenten, activa of passiva en:
alle activa of passiva van de dochteronderneming in verband met die overeenkomst aan de verkrijger zijn of kunnen overgaan en door hem zijn of kunnen worden verkregen; of
de Nederlandsche Bank op een andere wijze passende bescherming biedt voor dergelijke verplichtingen.
Lid 3
De opschorting, bedoeld in het eerste en tweede lid, werkt vanaf het tijdstip van de bekendmaking van het besluit tot 00.00 uur Nederlandse tijd aan het einde van de werkdag volgend op de bekendmaking onderscheidenlijk de tijd van de lidstaat waar de dochteronderneming is gevestigd.
Lid 4
De opschorting werkt niet ten aanzien van een systeem of systeemexploitant als bedoeld in artikel 212a, onderdeel b, onderscheidenlijk onderdeel q, van de Faillissementswet en centrale tegenpartijen.
Lid 5
Na het verstrijken van de opschortingstermijn, bedoeld in het derde lid, mogen de beëindigingsrechten overeenkomstig de voorwaarden van die overeenkomst als volgt worden uitgeoefend:
indien de onder de overeenkomst vallende rechten en verplichtingen op een andere entiteit zijn overgegaan, kan een wederpartij de beëindigingsbevoegdheden slechts dan uitoefenen indien zich aan de zijde van de verkrijger een afdwingingsgrond blijft voordoen of zich later voordoet;
indien de onder de overeenkomst vallende rechten en verplichtingen niet vallen onder de toepassing van een afwikkelingsinstrument, kan een wederpartij de beëindigingsbevoegdheden uitoefenen.
Artikel 3a:126
Een opschorting of beperking uit hoofde van de artikelen 3A:122, 3A:123 en 3A:124 wordt niet beschouwd als het niet nakomen van een overeenkomst.
Artikel 3a:127
Lid 1
De Nederlandsche Bank kan degene die een handelsplatform exploiteert of een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling door middel van het geven van een aanwijzing verplichten om de toelating tot de handel op een gereglementeerde markt of de officiële notering van financiële instrumenten overeenkomstig de richtlijn melding medezeggenschap op te schorten of te onderbreken indien dit naar het oordeel van de Nederlandsche Bank passend is om ervoor te helpen zorgen dat een afwikkelingsmaatregel doeltreffend is of om een of meer afwikkelingsdoelstellingen te verwezenlijken.
Lid 2
Indien de Nederlandsche Bank een aanwijzing geeft als bedoeld in het eerste lid doet zij hetzelfde voor afgeleide financiële instrumenten als bedoeld in de onderdelen d tot en met j van de definitie van financieel instrument in artikel 1:1 die verband houden met dat financiële instrument of daarnaar verwijzen, indien dit naar het oordeel van de Nederlandsche Bank passend is ter ondersteuning van het bereiken van de doelstelling van de opschorting of onderbreking van de handel in het onderliggende financieel instrument.
Lid 3
De Autoriteit Financiële Markten verricht op instructie van de Nederlandsche Bank de noodzakelijke feitelijke handelingen om uitvoering te geven aan een besluit als bedoeld in het eerste en tweede lid.
Lid 4
In afwijking van artikel 1:97 maakt de Autoriteit Financiële Markten een besluit ten aanzien waarvan zij een instructie als bedoeld in het derde lid heeft gekregen onverwijld openbaar en stelt zij de toezichthoudende instanties van de overige lidstaten van dat besluit in kennis.
Artikel 3a:128
Lid 1
Een ten aanzien van een in artikel 3A:78 bedoelde entiteit getroffen maatregel als bedoeld in artikel 1:75, eerste lid of artikel 1:76, eerste lid, met betrekking tot een in artikel 3:288i1 bedoeld voorbereidend crisisplan, of de uitoefening van bevoegdheid op grond van dit hoofdstuk, of een gebeurtenis die daarmee rechtstreeks verband houdt, is voor de toepassing van een overeenkomst waarbij die entiteit partij is, indien deze voortgaat met zowel de voldoening aan de verplichtingen die voortvloeien uit de bedingen in de overeenkomst die de kern van de prestaties weergeven, als het verschaffen van zekerheden, geen:
afdwingingsgrond als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel l, van de richtlijn financiëlezekerheidsovereenkomsten;
grond voor uitoefening van:
een recht om een overeenkomst te beëindigen;
een recht om de nakoming van verplichtingen te versnellen, voortijdig te beëindigen of te verrekenen;
een recht om een verplichting van een partij bij de overeenkomst op te schorten, te wijzigen, te vernietigen of nietig te verklaren; of
een recht die het ontstaan belet van een verplichting uit hoofde van de overeenkomst die anders zou zijn ontstaan;
grond voor verwerving van het bezit van, uitoefening van de zeggenschap over of uitoefening of vestiging van een zekerheidsrecht op een goed in eigendom van de entiteit; of
grond voor afbreuk aan de rechten van de entiteit uit de overeenkomst.
Lid 2
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een overeenkomst die is aangegaan door een entiteit in de groep waarvan de entiteit als bedoeld in het eerste lid deel uitmaakt en die kruiselingse tekortkomingsbepalingen bevat.
Lid 3
Het eerste lid, onderdelen a en b, is van overeenkomstige toepassing op een overeenkomst die is aangegaan door een dochteronderneming van de entiteit als bedoeld in het eerste lid en die verplichtingen omvat die door een andere entiteit in de groep waarvan de entiteit als bedoeld in het eerste lid deel uitmaakt, zijn gegarandeerd of anderszins worden gewaarborgd.
Lid 4
Een maatregel of een gebeurtenis als bedoeld in het eerste lid laat onverlet:
een overboekingsopdracht die is gegeven aan een systeem of systeemexploitant als bedoeld in artikel 212a, onderdeel b, onderscheidenlijk onderdeel q, van de Faillissementswet, een centrale tegenpartij of centrale bank;
een aan een aangewezen systeem of systeemexploitant gegeven opdracht tot verrekening, of een uit een dergelijke opdracht voortvloeiende betaling, levering, verrekening of andere rechtshandeling die benodigd is om de opdracht volledig uit te voeren; of
rechten en verplichtingen die voor de entiteit zijn ontstaan in verband met zijn deelname aan het systeem.
Lid 5
Dit artikel is een bepaling van bijzonder dwingend recht als bedoeld in artikel 9 van verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (PbEU 2008, L 177).
Artikel 3a:129
Rechtshandelingen in verband met de overgang van eigendomsinstrumenten, activa of passiva ingevolge de toepassing van een afwikkelingsmaatregel, zijn niet vernietigbaar op grond van artikel 45 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek of de artikelen 42 en 47 van de Faillissementswet.
Artikel 3a:130
Lid 1
De volgende besluiten laten de regels en de werking van een systeem of systeemexploitant als bedoeld in artikel 212a, onderdeel b, onderscheidenlijk onderdeel q, van de Faillissementswet, onverlet:
een besluit tot overgang van een gedeelte van de activa of passiva van een entiteit in afwikkeling, een overbruggingsinstelling of entiteit voor activa- en passivabeheer; of
een besluit op grond van artikel 3A:122, om een overeenkomst waarvan een van de partijen de entiteit in afwikkeling is, te beëindigen of te wijzigen, dan wel om de ontvanger in de plaats te stellen van de entiteit in afwikkeling als partij bij een overeenkomst.
Lid 2
Een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, laat een overboekingopdracht onverlet, voor zover de uitvoering van dat besluit onverenigbaar zou zijn met het bepaalde in artikel 5 van richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen (PbEG 1998, L 166). Evenmin kan daarbij de afdwingbaarheid worden gewijzigd of teniet worden gedaan van een overboekingopdracht of verrekening overeenkomstig de artikelen 3 en 5 van die richtlijn, van het gebruik van middelen, effecten of kredietfaciliteiten overeenkomstig artikel 4 van die richtlijn of van de bescherming van zakelijke zekerheden overeenkomstig artikel 9 van die richtlijn.
Artikel 3a:131
Rechten die voortvloeien uit financiëlezekerheidsovereenkomsten, gedekte obligaties, gestructureerde financieringsregelingen, salderingsovereenkomsten, verrekeningsovereenkomsten en zekerheidsregelingen, worden niet aangetast door besluiten als bedoeld in artikel 3A:130.
Artikel 3a:132
Lid 1
Indien de Nederlandsche Bank een besluit neemt tot overgang van activa of passiva of een besluit als bedoeld in artikel 3A:130, eerste lid, onderdeel b, strekt dat besluit ten aanzien van een financiëlezekerheidsovereenkomst, salderingsovereenkomst, verrekeningsovereenkomst, of een overeenkomst die met een dergelijke overeenkomst is verbonden, niet tot:
overgang van slechts een gedeelte van de activa of passiva die onder de overeenkomst vallen;
wijziging of beëindiging van rechten of verplichtingen die worden beschermd door de overeenkomst; of
het in de plaats stellen van de verkrijger als partij bij de overeenkomst.
Lid 2
Indien de Nederlandsche Bank een besluit neemt als bedoeld in het eerste lid, strekt dat besluit ten aanzien van een zekerheidsregeling, of de activa of passiva die onder een zekerheidsregeling vallen, niet tot:
overgang van activa waarmee de verplichting is gedekt, tenzij ook wordt besloten tot overgang van de verplichting en het voordeel van de zekerheid;
overgang van een gedekte verplichting, tenzij ook wordt besloten tot overgang van het voordeel van de zekerheid;
overgang van het voordeel van de zekerheid, tenzij ook wordt besloten tot overgang van de gedekte verplichting; of
wijziging of beëindiging van de zekerheidsregeling, indien door die wijziging de verplichtingen niet langer zouden worden gedekt.
Lid 3
Indien de Nederlandsche Bank een besluit neemt als bedoeld in het eerste lid, strekt dat besluit tot de gezamenlijke overgang van de activa of passiva die een gestructureerde financieringsregeling of een onderdeel daarvan vormen, of gedekte obligaties.
Lid 4
Voor de toepassing van het eerste, tweede en derde lid worden onder activa of passiva mede begrepen transacties, tegen de entiteit in afwikkeling uit te oefenen nevenrechten, alsmede in verband met de overeenkomst gevestigde rechten tot zekerheid op aan de entiteit in afwikkeling of derden toebehorende activa, andere rechten tot zekerheid en voorrechten op die activa.
Lid 5
Een overgang, beëindiging of wijziging in strijd met het eerste, tweede of derde lid, is niet nietig of vernietigbaar.
Artikel 3a:133
Lid 1
De Nederlandsche Bank kan kosten die in verband met het nemen van een afwikkelingsmaatregel zijn gemaakt:
in mindering brengen op de vergoedingen die een verkrijger voor eigendomsinstrumenten, activa of passiva aan de oorspronkelijke eigenaren betaalt;
verhalen op de entiteit in afwikkeling; of
verhalen op de opbrengsten die voortvloeien uit de beëindiging van het functioneren van een overbruggingsinstelling of een entiteit voor activa- en passivabeheer.
Lid 2
Indien de Nederlandsche Bank de kosten verhaalt overeenkomstig het eerste lid, onderdeel b of c, is haar vordering op gelijke wijze bevoorrecht als de vorderingen, bedoeld in artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.
Lid 3
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op kosten die door een verkrijger in verband met een vermindering of omzetting als bedoeld in artikel 3A:93, eerste lid, zijn gemaakt met betrekking tot bepaalde eigendomsinstrumenten, activa of passiva, in verband met het feit dat die zich bevinden in een andere lidstaat of een staat die geen lidstaat is of worden beheerst door het recht van een staat die geen lidstaat is.
Artikel 3a:134
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het in het belang van de afwikkeling verwerken van persoonsgegevens. Bij die maatregel kan worden bepaald dat bij de verwerking van persoonsgegevens het burgerservicenummer kan worden gebruikt.