Hoofdstuk 4. Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen
Wordt genoemd in:
Artikel 4:1
Lid 1
Dit deel is, voor zover niet anders is bepaald, van toepassing op:
financiëledienstverleners waaraan het ingevolge hoofdstuk 2.2 is toegestaan in Nederland financiële diensten te verlenen of die een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 3:110 hebben, en hebben voldaan aan artikel 3:110, vierde of vijfde lid;
beleggingsondernemingen met zetel in Nederland of in een staat die geen lidstaat is waaraan het ingevolge hoofdstuk 2.2 is toegestaan beleggingsdiensten te verlenen of beleggingsactiviteiten te verrichten;
beheerders van beleggingsinstellingen waaraan het ingevolge afdeling 2.2.7 is toegestaan in Nederland beleggingsinstellingen te beheren dan wel rechten van deelneming in een beleggingsinstelling in Nederland aan te bieden en de aan die beleggingsinstellingen verbonden bewaarders;
icbe’s waaraan het ingevolge afdeling 2.2.7 is toegestaan in Nederland rechten van deelneming aan te bieden, de beheerders van die icbe’s en de aan die icbe’s verbonden bewaarders;
clearinginstellingen waaraan het ingevolge afdeling 2.2.1 is toegestaan in Nederland hun bedrijf uit te oefenen voorzover ze optreden voor cliënten met zetel in Nederland;
betaaldienstverleners;
pensioenbewaarders;
kredietservicers waaraan het ingevolge afdeling 2.2.6A is toegestaan in Nederland hun bedrijf uit te oefenen indien zij niet-renderende kredietovereenkomsten servicen, waarvan de overdracht van de rechten van een kredietgever krachtens de niet-renderende kredietovereenkomsten, of van de niet-renderende kredietovereenkomsten zelf, heeft plaatsgevonden op of na 30 december 2023;
kredietservicingaanbieders indien zij kredietservicingactiviteiten verrichten ten aanzien van niet-renderende kredietovereenkomsten, waarvan de overdracht van de rechten van een kredietgever krachtens de niet-renderende kredietovereenkomsten, of van de niet-renderende kredietovereenkomsten zelf, heeft plaatsgevonden op of na 30 december 2023; en
kredietkopers met zetel in Nederland indien zij de rechten van een kredietgever op grond van een niet-renderende kredietovereenkomst, of de niet-renderende kredietovereenkomst zelf, kopen op of na 30 december 2023.
Lid 2
De bij of krachtens de artikelen 4:9, derde lid, 4:14, tweede lid, aanhef en onderdeel c, 4:19, 4:20, eerste tot en met derde en zesde lid, 4:22, eerste lid, 4:23, 4:24, 4:89, 4:90, 4:90a, 4:90b, 4:90c, 4:90d en de artikelen 14 tot en met 26 van de verordening markten voor financiële instrumenten gestelde regels zijn van toepassing op:
banken waaraan het ingevolge paragraaf 2.2.2.2 is toegestaan hun bedrijf vanuit een bijkantoor in Nederland uit te oefenen, voor zover zij beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten; en
beleggingsondernemingen met een bijkantoor in Nederland waaraan het ingevolge paragraaf 2.2.12.2 is toegestaan in Nederland beleggingsdiensten te verlenen of beleggingsactiviteiten te verrichten, met uitzondering van beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 2:102a.
Lid 3
Het ingevolgde dit deel bepaalde, met uitzondering van de artikelen 4:9, 4:10 en 4:37e, is niet van toepassing op buitenlandse beheerders van beleggingsinstellingen waarvan Nederland de lidstaat van ontvangst is als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel r, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen die vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor Nederlandse beleggingsinstellingen beheren of rechten van deelneming in beleggingsinstellingen in Nederland aanbieden.
Lid 4
Het ingevolge dit deel bepaalde, is niet van toepassing op buitenlandse beheerders van beleggingsinstellingen waarvan Nederland de lidstaat van ontvangst is als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel r, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen die via het verrichten van diensten Nederlandse beleggingsinstellingen beheren of rechten van deelneming in beleggingsinstellingen in Nederland aanbieden.
Lid 5
Het ingevolge dit deel bepaalde is niet van toepassing op beheerders van beleggingsinstellingen als bedoeld in artikel 2:66a, eerste en tweede lid, tenzij de beheerder op vrijwillige basis een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 heeft verkregen.
Lid 6
Het ingevolge dit deel bepaalde, met uitzondering van artikel 4:37p, is niet van toepassing op beheerders als bedoeld in artikel 2:70, tweede lid, of artikel 2:70a, derde lid.
Lid 7
Het ingevolge dit deel bepaalde, met uitzondering van de artikelen 4:9, derde lid, 4:14, tweede lid, aanhef en onderdeel c, 4:19, 4:20, eerste tot en met derde en zesde lid, 4:22, eerste lid, 4:23, 4:24, 4:89 en 4:90, is niet van toepassing op beheerders van een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 2:98, derde lid, die vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor activiteiten of diensten als bedoeld in artikel 6, vierde lid, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen verrichten of verlenen.
Lid 8
Het ingevolge dit deel bepaalde is niet van toepassing op beheerders van beleggingsinstellingen met zetel in een andere lidstaat die via het verrichten van diensten in Nederland activiteiten of diensten als bedoeld in artikel 6, vierde lid, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen verrichten of verlenen.
Artikel 4:2
Lid 1
Met uitzondering van de artikelen 4:36 en 4:37 is dit deel niet van toepassing op het aanbieden van krediet door een gemeentelijke kredietbank indien voor de bedrijfsvoering van die gemeentelijke kredietbank op grond van artikel 4:37, eerste lid, een reglement is vastgesteld.
Lid 2
De artikelen 4:9, eerste lid, en 4:10 zijn niet van toepassing op personen die het dagelijks beleid van een gemeentelijke kredietbank bepalen, die het beleid van een gemeentelijke kredietbank bepalen of mede bepalen of die onderdeel zijn van een orgaan dat is belast met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van een gemeentelijke kredietbank en tevens lid of voorzitter zijn van een gemeenteraad dan wel deel uitmaken van een college van burgemeester en wethouders.
Artikel 4:2a
Het ingevolge dit deel bepaalde is niet van toepassing op het in de uitoefening van een beroep of bedrijf als gevolmachtigde of ondergevolmachtigde van een herverzekeraar voor diens rekening sluiten van een herverzekering met een natura-uitvaartverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar of andere herverzekeraar.
Artikel 4:2b
Vervallen
Artikel 4:2c
Met uitzondering van afdeling 4.2.4, de paragrafen 4.3.1.8 en 4.3.8.1. en de artikelen 4:17, 4:19, eerste tot en met derde lid, 4:22 en 4:25 is het ingevolge dit deel bepaalde niet van toepassing op het aanbieden van financiele producten als bedoeld in onderdeel b van de definitie van financieel product in artikel 1:1.
Artikel 4:2d
Met uitzondering van de artikelen 4:19, 4:22, 4:33, 4:34 en 4:35 is dit deel niet van toepassing op financiële diensten met betrekking tot een geoorloofde debetstand waarbij de consument is gehouden binnen drie maanden af te lossen.
Artikel 4:2e
Het bij of krachtens de artikelen 4:9, derde lid, 4:11, eerste en derde tot en vijfde lid, 4:14, eerste en tweede lid, 4:15, tweede lid, onderdeel b, onder 2°, 4:16, 4:18a tot en met 4:18e, 4:19, 4:20, 4:22, eerste lid, 4:23, 4:24, 4:25, 4:88, 4:89 en 4:90 bepaalde met betrekking tot beleggingsondernemingen is van overeenkomstige toepassing op banken of beleggingsondernemingen die aan cliënten gestructureerde deposito’s als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 43, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 verkopen of aan hen advies verlenen met betrekking tot gestructureerde deposito’s.
Artikel 4:2f
Dit deel, met uitzondering van artikel 4:9, tweede, vierde en vijfde lid, is niet van toepassing op bemiddelaars in hypothecair krediet met zetel in een andere lidstaat waaraan door de toezichthoudende instantie van die andere lidstaat een vergunning als bedoeld in artikel 29 van de richtlijn hypothecair krediet is verleend en die door middel van het verrichten van diensten naar Nederland hun bedrijf uitoefenen.
Artikel 4:3
Lid 1
Het is een ieder verboden in Nederland of vanuit Nederland in een andere lidstaat als dienst van de informatiemaatschappij als bedoeld in artikel 15d, derde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek in de uitoefening van een beroep of bedrijf als tussenpersoon werkzaamheden te verrichten ten behoeve van het van het publiek aantrekken of ter beschikking verkrijgen van opvorderbare gelden.
Lid 2
Het eerste lid is niet van toepassing op:
banken die een door de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank verleende vergunning als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, of 2:20, eerste lid, hebben en banken met zetel in een andere lidstaat die hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, die hebben voldaan aan het in artikel 2:15 of 2:16 bepaalde met betrekking tot het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld onder 1 in bijlage I bij de richtlijn kapitaalvereisten;
banken met zetel in een andere lidstaat die een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat verleende vergunning hebben voor het uitoefenen van hun bedrijf en die hebben voldaan aan de in die andere lidstaat geldende verplichtingen voor het verrichten van diensten naar een andere lidstaat;
de lidstaten, alsmede de regionale of lokale overheden van de lidstaten;
beleggingsondernemingen die een door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning als bedoeld in artikel 2:96 hebben;
beleggingsondernemingen met zetel in een andere lidstaat die beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, die hebben voldaan aan artikel 2:102; en
bemiddelaars die voor het bemiddelen in een betaalrekening of spaarrekening een door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning als bedoeld in artikel 2:80, eerste lid, hebben.
Lid 3
Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van het eerste lid.
Lid 4
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste lid, indien de aanvrager aantoont dat de belangen die dit deel beoogt te beschermen anderszins voldoende worden beschermd. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld waaraan de houder van een ontheffing dient te voldoen en met betrekking tot het verlenen van een ontheffing.
Artikel 4:4
Lid 1
Indien een financiële onderneming die geen door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning heeft de ingevolge dit deel gestelde regels die op haar van toepassing zijn niet naleeft, kan de Autoriteit Financiële Markten aan die financiële onderneming een verbod opleggen de met die regels strijdige activiteiten te verrichten.
Lid 2
Het eerste lid heeft geen betrekking op de afwikkeling van overeenkomsten die gesloten zijn voor het tijdstip waarop het verbod wordt opgelegd.
Lid 3
Indien de in het eerste lid bedoelde financiële onderneming haar zetel heeft in een andere staat stelt de Autoriteit Financiële Markten de toezichthoudende instantie van die andere staat in kennis van het door haar opgelegde verbod.
Lid 4
Het eerste tot en met het derde lid zijn niet van toepassing op:
buitenlandse beheerders van beleggingsinstellingen met zetel in een andere lidstaat of beheerders van icbe’s met zetel in een andere lidstaat;
verbonden bemiddelaars als bedoeld in artikel 2:81, tweede en derde lid;
verbonden agenten als bedoeld in artikel 2:97, vijfde lid en artikel 2:98, tweede lid;
bemiddelaars in verzekeringen of hypothecair krediet met zetel in een andere lidstaat;
financiëledienstverleners met zetel in een andere lidstaat die het bedrijf van financiële instelling, bank of verzekeraar uitoefenen; en
herverzekeringsbemiddelaars met zetel in een andere lidstaat.
Artikel 4:4a
De Autoriteit Financiële Markten kan aan een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling een verbod opleggen tot het uitoefenen van het bedrijf van beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling, indien de beleggingsonderneming de ingevolge paragraaf 4.3.7.3 gestelde regels die op haar van toepassing zijn niet naleeft.
Artikel 4:4b
Vervallen
Artikel 4:5
Lid 1
Voor de toepassing van het bepaalde ingevolge dit deel met betrekking tot het verlenen van financiële diensten, met uitzondering van het aanbieden van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of een icbe, geldt het handelen en het nalaten te handelen van een aangesloten onderneming als bedoeld in artikel 2:105, eerste en tweede lid, als het handelen onderscheidenlijk het nalaten te handelen van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 2:105, eerste lid, onderscheidenlijk de rechtspersoon, bedoeld in artikel 2:105, vierde lid.
Lid 2
De rechtspersoon als bedoeld in artikel 2:105, eerste lid, maakt bij de Autoriteit Financiële Markten onverwijld melding van de aansluiting van een onderneming als bedoeld in artikel 2:105, tweede lid, en van de beëindiging van de aansluiting van een aangesloten onderneming als bedoeld in artikel 2:105, eerste of tweede lid.
Lid 3
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de melding, bedoeld in het tweede lid, wordt gedaan, de gegevens die daarbij worden verstrekt en de bescheiden die daarbij worden overgelegd.
Artikel 4:6
Lid 1
Een aanbieder of een bemiddelaar in verzekeringen die niet langer verantwoordelijk is voor een verbonden bemiddelaar als bedoeld in artikel 2:81, tweede lid respectievelijk derde lid, maakt daarvan onverwijld melding aan de Autoriteit Financiële Markten en de betrokken bemiddelaar.
Lid 2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de melding, bedoeld in het eerste lid, wordt gedaan, de gegevens die daarbij worden verstrekt en de bescheiden die daarbij worden overgelegd.
Artikel 4:6a
Lid 1
Een onderneming die, alleen of samen met een andere onderneming, aan het hoofd staat van een groep waartoe een financiële onderneming behoort waarop het ingevolge dit deel bepaalde van toepassing is, onthoudt zich van gedragingen of een beleid dat tot gevolg heeft dat die financiële onderneming in strijd handelt met het ingevolge dit deel bepaalde.
Lid 2
Ten aanzien van de onderneming, bedoeld in het eerste lid, is artikel 1:75 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4:7
Lid 1
Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van het ingevolge dit deel bepaalde.
Lid 2
Indien aan een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid het voorschrift wordt verbonden dat bij een aanbod of in reclame-uitingen of documenten waarin een aanbod in het vooruitzicht wordt gesteld of in andere onverplichte precontractuele informatie wordt vermeld dat de vrijgestelde activiteit niet onder toezicht staat van de Autoriteit Financiële Markten, wordt deze vermelding gedaan op door de Autoriteit Financiële Markten vast te stellen wijze.
Artikel 4:8
Lid 1
Deze afdeling is niet van toepassing op:
beheerders van een icbe met zetel in een andere lidstaat die geen icbe’s met zetel in Nederland beheren of rechten van deelneming in icbe’s in Nederland aanbieden, icbe’s met zetel in een andere lidstaat en de eventueel aan die icbe’s verbonden bewaarders;
beheerders van beleggingsinstellingen met zetel in een aangewezen staat en beleggingsinstellingen met zetel in een aangewezen staat en de aan die beleggingsinstellingen verbonden bewaarders;
beheerders van beleggingsinstellingen met zetel in een andere lidstaat en op beheerders van beleggingsinstellingen met een andere lidstaat als lidstaat van herkomst en de aan die beleggingsinstellingen verbonden bewaarders;
bemiddelaars in verzekeringen met zetel in een andere lidstaat;
financiëledienstverleners met zetel in een andere lidstaat of een aangewezen staat die het bedrijf van financiële instelling, bank of verzekeraar uitoefenen;
herverzekeringsbemiddelaars met zetel in een andere lidstaat.
Lid 2
Deze afdeling, met uitzondering van artikel 4:11, is niet van toepassing op beheerders van een icbe met zetel in een andere lidstaat die vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor icbe’s met zetel in Nederland beheren of rechten van deelneming in icbe’s in Nederland aanbieden.
Lid 3
Deze afdeling is niet van toepassing op beheerders met zetel in een andere lidstaat die via het verrichten van diensten instellingen voor collectieve belegging in effecten met zetel in Nederland beheren of rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging in effecten in Nederland aanbieden.
Lid 4
Deze afdeling, met uitzondering van artikel 4:9, derde en vierde lid, is niet van toepassing op beleggingsondernemingen die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben.
Lid 5
Deze afdeling, met uitzondering van artikel 4:9, tweede, vierde en vijfde lid, is niet van toepassing op financiëledienstverleners die voor de uitoefening van het bedrijf van bank, elektronischgeldinstelling of verzekeraar een door de Nederlandsche Bank dan wel de Europese Centrale Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben.
Lid 6
Deze afdeling, met uitzondering van artikel 4:9, tweede, vierde en vijfde lid, is niet van toepassing op een aanbieder van of bemiddelaar in hypothecair krediet met zetel in een andere lidstaat die bevoegd is in zijn lidstaat van herkomst zijn bedrijf uit te oefenen en die vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, zijn bedrijf uitoefent.
Lid 7
Deze afdeling is niet van toepassing op premiepensioeninstellingen.
Lid 7
Deze afdeling is niet van toepassing op bemiddelaars in verzekeringen en herverzekeringsbemiddelaars met zetel in Nederland, ten aanzien waarvan de Autoriteit Financiële Markten met de toezichthoudende instantie van een andere lidstaat is overeengekomen dat die instantie als bevoegde autoriteit optreedt in de zin van artikel 7, eerste lid, van de richtlijn verzekeringsdistributie.
Lid 8
In afwijking van het eerste lid, onderdelen d en f, is deze afdeling van toepassing op bemiddelaars in verzekeringen en herverzekeringsbemiddelaars met hoofdvestiging in Nederland en zetel in een andere lidstaat, ten aanzien waarvan de Autoriteit Financiële Markten met de toezichthoudende instantie van die andere lidstaat is overeengekomen dat de Autoriteit Financiële Markten als bevoegde autoriteit optreedt in de zin van artikel 7, eerste lid, van de richtlijn verzekeringsdistributie.
Artikel 4:9.0a
Lid 1
De samenstelling en het functioneren van het bestuur van een beleggingsonderneming en, voor zover aanwezig, van het orgaan dat is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken, voldoet aan het bepaalde ingevolge artikel 91 van de richtlijn kapitaalvereisten, met dien verstande dat:
het bepaalde in het derde lid, tweede volzin, en het vierde tot en met zesde lid van dat artikel toepassing vindt indien een beleggingsonderneming significant is;
de artikelen 132a, 142a, 242a en 252a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing zijn op significante beleggingsondernemingen als bedoeld in onderdeel a; en
voor de toepassing van het bepaalde in het derde lid van dat artikel als uitvoerende bestuursfunctie worden aangemerkt de functies van bestuurder en van uitvoerende bestuurder, indien de bestuurstaken bij een rechtspersoon zijn verdeeld over uitvoerende bestuurders en niet uitvoerende bestuurders, en als niet-uitvoerende bestuursfunctie worden aangemerkt de functies van commissaris en van niet uitvoerende bestuurder, indien de bestuurstaken bij een rechtspersoon zijn verdeeld over uitvoerende bestuurders en niet uitvoerende bestuurders.
Lid 2
De Autoriteit Financiële Markten kan leden van het bestuur van een beleggingsonderneming die significant is toestemming verlenen om een extra niet-uitvoerende bestuursfunctie te vervullen dan op grond van artikel 91, derde tot en met vijfde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten is toegestaan.
Lid 3
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wanneer een beleggingsonderneming als bedoeld in het eerste lid, gezien haar omvang, interne organisatie en aard, schaal en complexiteit van werkzaamheden, significant is en kunnen nadere regels worden gesteld betreffende de geschiktheid van de personen, bedoeld in artikel 4:9, eerste lid, alsmede betreffende de samenstelling en het functioneren van het bestuur en van het orgaan belast met toezicht.
Artikel 4:9
Lid 1
Het dagelijks beleid van een beheerder van een beleggingsinstelling, beleggingsmaatschappij, beheerder van een icbe, maatschappij voor collectieve belegging in effecten, beleggingsonderneming, bewaarder, financiëledienstverlener, kredietservicer of pensioenbewaarder wordt bepaald door personen die geschikt zijn in verband met de uitoefening van het bedrijf van de financiële onderneming. Indien binnen de financiële onderneming een orgaan is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming, wordt dit toezicht gehouden door personen die geschikt zijn voor de uitoefening van dit toezicht.
Lid 2
Een financiëledienstverlener draagt zorg voor de vakbekwaamheid van zijn werknemers en van andere natuurlijke personen die zich onder zijn verantwoordelijkheid rechtstreeks bezighouden met het verlenen van financiële diensten aan consumenten of, indien het financiële diensten met betrekking tot verzekeringen of herverzekeringen betreft, cliënten. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van bindende EU-rechtshandelingen regels worden gesteld met betrekking tot de vakbekwaamheid van andere dan de in de eerste volzin bedoelde natuurlijke personen.
Lid 3
Een beleggingsonderneming draagt zorg voor de vakbekwaamheid van haar werknemers en van andere natuurlijke personen die onder haar verantwoordelijkheid cliënten informeren over financiële instrumenten, beleggingsdiensten of nevendiensten of zich rechtstreeks bezighouden met het adviseren van cliënten over financiële instrumenten.
Lid 4
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de vakbekwaamheid van werknemers en andere natuurlijke personen als bedoeld in het tweede en derde lid en de in dat verband vereiste diploma's of certificaten, alsmede regels met betrekking tot de afgifte van die diploma's of certificaten en de daaraan ten grondslag liggende examens. Bij de maatregel kan worden bepaald dat Onze Minister, met inachtneming van bij die maatregel te stellen regels, exameninstituten kan erkennen die bevoegd zijn tot het afnemen van examens. Daarbij kunnen tevens regels worden gesteld met betrekking tot het toezicht op de naleving van die regels.
Lid 5
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de doorberekening van de kosten die verband houden met de uitvoering van de krachtens het vierde lid gestelde regels aan de in dat lid bedoelde exameninstituten.
Lid 6
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het tweede lid en het op grond van het vierde lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Lid 7
Indien het dagelijks beleid van een multilaterale handelsfaciliteit die wordt geëxploiteerd door een marktexploitant waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, is verleend, wordt bepaald door dezelfde personen als degenen die het dagelijks beleid van de door de marktexploitant geëxploiteerde gereglementeerde markt bepalen, worden die personen geacht te voldoen aan het eerste lid.
Lid 8
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot een door personen als bedoeld in het eerste lid in het kader van de geschiktheid af te leggen eed of belofte.
Artikel 4:9a
Lid 1
Er is een informatiesysteem inzake beroepskwalificaties, beheerd door Onze Minister. Dit systeem bevat een systematisch geordende verzameling van gegevens met betrekking tot de vakbekwaamheid van werknemers en andere natuurlijke personen als bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, en de door hen op grond van het vierde lid van dat artikel behaalde beroepskwalificaties, erkende beroepskwalificaties of afgelegde examens.
Lid 2
Het informatiesysteem heeft tot doel aan erkende exameninstituten als bedoeld in artikel 4:9, vierde lid, tweede volzin, en aan Onze Minister, gegevens te verstrekken ten behoeve van de uitvoering van de krachtens artikel 4:9, vierde en vijfde lid, gestelde regels. Voorts heeft het informatiesysteem tot doel gegevens te verstrekken aan de Autoriteit Financiële Markten ten behoeve van het toezicht op de naleving van de bij of krachtens artikel 4:9, tweede lid en derde lid, eerste volzin, gestelde regels.
Lid 3
Tot de gegevens, bedoeld in het eerste lid, behoort tevens het burgerservicenummer.
Lid 4
Erkende exameninstituten en Onze Minister zijn ten behoeve van de uitvoering van de krachtens artikel 4:9, vierde en vijfde lid, gestelde regels bevoegd de in het informatiesysteem opgenomen burgerservicenummers te verwerken.
Lid 5
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent het informatiesysteem. De bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels hebben in ieder geval betrekking op de in het systeem op te nemen gegevens en de verwerking van die gegevens.
Artikel 4:9c
Artikel 4:9, tweede, vierde en vijfde lid, is niet van toepassing op werknemers die werken voor het in een andere lidstaat gelegen bijkantoor van waaruit:
een aanbieder van hypothecair krediet, die een vergunning of verklaring heeft als bedoeld in artikel 2:61, zijn bedrijf uitoefent;
een bemiddelaar in hypothecair krediet, die een vergunning of verklaring heeft als bedoeld in artikel 2:80, eerste lid, of artikel 2:81, eerste lid, zijn bedrijf uitoefent.
Artikel 4:10
Lid 1
Het beleid van een beheerder van een beleggingsinstelling, beleggingsmaatschappij, beheerder van een icbe, maatschappij voor collectieve belegging in effecten, beleggingsonderneming, bewaarder, financiëledienstverlener, kredietservicer of pensioenbewaarder wordt bepaald of mede bepaald door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat. Indien binnen de financiële onderneming een orgaan is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming wordt dit toezicht gehouden door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat.
Lid 2
De betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in het eerste lid staat buiten twijfel wanneer dat eenmaal door een toezichthouder voor de toepassing van deze wet is vastgesteld, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een nieuwe beoordeling.
Lid 3
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop wordt vastgesteld dat de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in het eerste lid buiten twijfel staat en welke feiten en omstandigheden daarbij in aanmerking worden genomen alsmede met betrekking tot de misdrijven die, indien begaan door die persoon, met het oog op de belangen die de wet beoogt te beschermen, tot de vaststelling leiden dat de betrouwbaarheid van die persoon niet buiten twijfel staat.
Artikel 4:11
Lid 1
Een beheerder van een icbe, icbe, beleggingsonderneming, bewaarder, kredietservicer of pensioenbewaarder voert een adequaat beleid dat een integere uitoefening van zijn onderscheidenlijk haar bedrijf waarborgt. Hieronder wordt verstaan dat:
belangenverstrengeling wordt tegengegaan;
wordt tegengegaan dat de financiële onderneming of haar werknemers strafbare feiten of andere wetsovertredingen begaan die het vertrouwen in de financiële onderneming of in de financiële markten kunnen schaden;
wordt tegengegaan dat wegens haar cliënten het vertrouwen in de financiële onderneming of in de financiële markten kan worden geschaad; en
wordt tegengegaan dat andere handelingen door de financiële onderneming of haar werknemers worden verricht die op een dusdanige wijze ingaan tegen hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, dat hierdoor het vertrouwen in de financiële onderneming of in de financiële markten ernstig kan worden geschaad.
Lid 2
Een financiëledienstverlener voert een adequaat beleid dat een integere uitoefening van zijn bedrijf waarborgt. Hieronder wordt verstaan dat wordt tegengegaan dat de financiëledienstverlener of zijn werknemers strafbare feiten of andere wetsovertredingen begaan die het vertrouwen in de financiëledienstverlener of in de financiële markten kunnen schaden. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere onderwerpen worden aangewezen die tot de integere uitoefening van het bedrijf van een financiëledienstverlener worden gerekend.
Lid 3
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de minimumvoorwaarden waaraan het beleid, bedoeld in het eerste en tweede lid, moet voldoen.
Lid 4
Een financiële onderneming als bedoeld in het eerste of tweede lid verstrekt aan de Autoriteit Financiële Markten bij algemene maatregel van bestuur te bepalen informatie over incidenten die verband houden met de onderwerpen, bedoeld in het eerste en tweede lid.
Lid 5
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het op grond van het derde lid bepaalde, met uitzondering van het met betrekking tot het verlenen van een beleggingsdienst of verrichten van een beleggingsactiviteit of nevendienst bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:12
Lid 1
De artikelen 4:13, 4:14, 4:15a, 4:16 en 4:17 zijn niet van toepassing op beheerders van icbe’s met zetel in een andere lidstaat die geen icbe met zetel in Nederland beheren of rechten van deelneming in icbe’s in Nederland aanbieden, icbe’s met zetel in een andere lidstaat en de eventueel aan die instellingen verbonden bewaarders.
Lid 2
De artikelen 4:13, 4:15, 4:15a en 4:17 zijn niet van toepassing op:
bemiddelaars in verzekeringen met zetel in een andere lidstaat;
financiëledienstverleners met zetel in een andere lidstaat of een aangewezen staat die het bedrijf van financiële instelling, bank of verzekeraar uitoefenen;
herverzekeringsbemiddelaars met zetel in een andere lidstaat; en
premiepensioeninstellingen.
Lid 3
Artikel 4:17 is niet van toepassing op clearinginstellingen met zetel in een aangewezen staat.
Lid 4
Artikel 4:13, het ingevolge artikel 4:14, tweede lid, aanhef en onderdelen a en b, bepaalde en artikel 4:15a zijn niet van toepassing op beleggingsondernemingen die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben.
Lid 5
De artikelen 4:13 en 4:15a zijn niet van toepassing op financiëledienstverleners die voor de uitoefening van het bedrijf van bank, elektronischgeldinstelling of verzekeraar een door de Nederlandsche Bank dan wel de Europese Centrale Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben.
Lid 6
De artikelen 4:13, 4:14, 4:15a, 4:16 en 4:17 zijn niet van toepassing op beheerders van een icbe met zetel in een andere lidstaat die via het verrichten van diensten icbe’s met zetel in Nederland beheren of rechten van deelneming in icbe’s in Nederland aanbieden.
Lid 7
De artikelen 4:13 en 4:15a is niet van toepassing op beheerders van een icbe met zetel in een andere lidstaat die vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor icbe’s met zetel in Nederland beheren of rechten van deelneming in icbe’s in Nederland aanbieden.
Lid 8
De artikelen 4:13, 4:15a en 4:16 zijn niet van toepassing op beheerders van beleggingsinstellingen met zetel in een aangewezen staat, beleggingsinstellingen met zetel in een aangewezen staat en de eventueel aan die beleggingsinstellingen verbonden bewaarders.
Lid 9
De artikelen 4:13, 4:15a en 4:16 zijn niet van toepassing op beheerders met zetel in een andere lidstaat of beheerders met een andere lidstaat als lidstaat van herkomst.
Lid 10
De artikelen 4:13, 4:15, 4:15a en 4:17 zijn niet van toepassing op bemiddelaars in verzekeringen en herverzekeringsbemiddelaars met zetel in Nederland, ten aanzien waarvan de Autoriteit Financiële Markten met de toezichthoudende instantie van een andere lidstaat is overeengekomen dat die instantie als bevoegde autoriteit optreedt in de zin van artikel 7, eerste lid, van de richtlijn verzekeringsdistributie.
Lid 11
In afwijking van het tweede lid, onderdelen a en c, zijn de artikelen 4:13, 4:15, 4:15a en 4:17 van toepassing op bemiddelaars in verzekeringen en herverzekeringsbemiddelaars met hoofdvestiging in Nederland en zetel in een andere lidstaat, ten aanzien waarvan de Autoriteit Financiële Markten met de toezichthoudende instantie van die andere lidstaat is overeengekomen dat de Autoriteit Financiële Markten als bevoegde autoriteit optreedt in de zin van artikel 7, eerste lid, van de richtlijn verzekeringsdistributie.
Lid 12
De artikelen 4:14, 4:16 en 4:17 zijn niet van toepassing op kredietservicers met zetel in een andere lidstaat.
Artikel 4:13
Lid 1
Een beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, beleggingsmaatschappij, maatschappij voor collectieve belegging in effecten, beleggingsonderneming, bewaarder, financiëledienstverlener of pensioenbewaarder is niet met personen verbonden in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur die in zodanige mate ondoorzichtig is dat deze een belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, de door de beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe beheerde beleggingsinstellingen onderscheidenlijk icbe's, de beleggingsmaatschappij, maatschappij voor collectieve belegging in effecten, de beleggingsonderneming, de bewaarder onderscheidenlijk de financiëledienstverlener.
Lid 2
Een beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, beleggingsmaatschappij, maatschappij voor collectieve belegging in effecten, beleggingsonderneming, bewaarder, financiëledienstverlener of pensioenbewaarder is niet met personen verbonden in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur indien het recht van een staat die geen lidstaat is, dat op die personen van toepassing is, een belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, de door de beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe beheerde beleggingsinstellingen onderscheidenlijk icbe's, de beleggingsmaatschappij, maatschappij voor collectieve belegging in effecten, de beleggingsonderneming, de bewaarder onderscheidenlijk de financiëledienstverlener.
Artikel 4:14
Lid 1
Een beheerder van een beleggingsinstelling, een beheerder van een icbe, beleggingsinstelling, icbe, beleggingsonderneming, bewaarder, kredietservicer of pensioenbewaarder richt de bedrijfsvoering zodanig in dat deze een beheerste en integere uitoefening van zijn onderscheidenlijk haar bedrijf waarborgt.
Lid 2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het eerste lid. Deze regels hebben betrekking op:
het beheersen van bedrijfsprocessen en bedrijfsrisico’s;
integriteit, waaronder wordt verstaan het tegengaan van:
belangenverstrengeling;
het begaan van strafbare feiten of andere wetsovertredingen door de financiële onderneming of haar werknemers die het vertrouwen in de financiële onderneming of in de financiële markten kunnen schaden;
relaties met cliënten, deelnemers of kredietnemers die het vertrouwen in de financiële onderneming of in de financiële markten kunnen schaden; en
andere handelingen door de financiële onderneming of haar werknemers die op een dusdanige wijze ingaan tegen hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, dat hierdoor het vertrouwen in de financiële onderneming of in de financiële markten ernstig kan worden geschaad; en
ordelijke en transparante financiëlemarktprocessen, zuivere verhoudingen tussen marktpartijen en zorgvuldige behandeling van cliënten, deelnemers of kredietnemers, waaronder wordt verstaan:
het waarborgen van de informatieverstrekking aan cliënten, deelnemers of kredietnemers;
het waarborgen van de vastlegging van de relatie met de cliënten, deelnemers of kredietnemers;
het waarborgen van de zorgvuldige behandeling van cliënten, deelnemers of kredietnemers;
het tegengaan van belangenconflicten tussen de financiële onderneming en cliënten, deelnemers of kredietnemers en tussen de cliënten, deelnemers of kredietnemers onderling;
het waarborgen van de rechten van cliënten, deelnemers of kredietnemers; en
andere bij algemene maatregel van bestuur te bepalen onderwerpen.
Lid 3
Onverminderd de artikelen 3:17 en 3:27 kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur ten aanzien van clearinginstellingen met zetel in Nederland en bijkantoren van clearinginstellingen met zetel in een niet-aangewezen staat regels worden gesteld met betrekking tot de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c.
Lid 4
Onverminderd artikel 3:17 is het tweede lid, aanhef en onderdeel c, van overeenkomstige toepassing op premiepensioeninstellingen.
Lid 5
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het op grond van het tweede lid bepaalde, met uitzondering van het met betrekking tot het verlenen van een beleggingsdienst of verrichten van een beleggingsactiviteit of nevendienst bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:14a
Een centrale effectenbewaarinstelling als bedoeld in de verordening centrale effectenbewaarinstellingen beschikt over passende procedures voor het melden van inbreuken, bedoeld in artikel 65 van die verordening.
Artikel 4:15
Lid 1
Een financiëledienstverlener die niet het bedrijf van financiële instelling, bank of verzekeraar uitoefent, richt de bedrijfsvoering zodanig in dat deze een beheerste en integere uitoefening van zijn bedrijf waarborgt.
Lid 2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid. Deze regels hebben betrekking op:
integriteit, waaronder wordt verstaan:
het tegengaan van het begaan van strafbare feiten en andere wetsovertredingen door de financiëledienstverlener of zijn werknemers die het vertrouwen in de financiëledienstverlener of in de financiële markten kunnen schaden; en
het nemen van maatregelen met betrekking tot andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen onderwerpen die tot de integere uitoefening van het bedrijf van een financiëledienstverlener worden gerekend; en
ordelijke en transparante financiëlemarktprocessen, zuivere verhoudingen tussen marktpartijen en zorgvuldige behandeling van cliënten en consumenten, waaronder wordt verstaan:
het waarborgen van de informatieverstrekking aan cliënten of consumenten; en
het waarborgen van de zorgvuldige behandeling van cliënten of consumenten.
Lid 3
In aanvulling op het ingevolge het tweede lid, aanhef en onderdeel b, bepaalde kunnen bij algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld met betrekking tot het tegengaan van belangenconflicten tussen de financiëledienstverlener en cliënten en tussen cliënten onderling voor zover het gaat om het adviseren of bemiddelen in een verzekering met een beleggingscomponent door een financiëledienstverlener.
Lid 4
Het ingevolge het tweede lid, aanhef en onderdeel b, bepaalde is van overeenkomstige toepassing op financiëledienstverleners die het bedrijf van financiële instelling, bank of verzekeraar uitoefenen.
Lid 5
Het ingevolge het derde lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing op financiëledienstverleners die het bedrijf van verzekeraar uitoefenen voor zover het gaat om het aanbieden van of adviseren over een verzekering met een beleggingscomponent.
Lid 6
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het op grond van het tweede lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:15a
Lid 1
Een beheerder van een beleggingsinstelling, beleggingsmaatschappij, beheerder van een icbe, maatschappij voor collectieve belegging in effecten, beleggingsonderneming, bewaarder van een icbe, financiëledienstverlener of pensioenbewaarder beschikt over procedures en maatregelen die waarborgen dat natuurlijke personen die in Nederland werkzaam zijn onder haar verantwoordelijkheid en wier werkzaamheden het risicoprofiel van de onderneming wezenlijk kunnen beïnvloeden of die zich rechtstreeks bezighouden met het verlenen van financiële diensten, een eed of belofte afleggen.
Lid 2
Een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid draagt er zorg voor dat de in dat lid bedoelde eed of belofte wordt nageleefd.
Lid 3
Het eerste lid is niet van toepassing op natuurlijke personen als bedoeld in artikel 4:9 die reeds in het kader van de geschiktheid een eed of belofte afleggen.
Lid 4
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de eed of belofte, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 4:16
Lid 1
Indien een financiële onderneming werkzaamheden uitbesteedt aan een derde, draagt die financiële onderneming er zorg voor dat deze derde de ingevolge dit deel met betrekking tot die werkzaamheden op de uitbestedende financiële onderneming van toepassing zijnde regels naleeft.
Lid 2
Een beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, bewaarder, betaalinstelling of elektronischgeldinstelling besteedt bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen werkzaamheden niet uit.
Lid 3
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur:
worden in verband met het toezicht op de naleving van het ingevolge dit deel bepaalde, regels gesteld met betrekking tot het uitbesteden van werkzaamheden door financiële ondernemingen;
worden regels gesteld met betrekking tot de beheersing van risico’s die verband houden met het uitbesteden van werkzaamheden door beheerders van beleggingsinstellingen, beheerders van icbe’s, bewaarders en beleggingsondernemingen; en
worden regels gesteld met betrekking tot de tussen een beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, bewaarder, beleggingsonderneming of kredietservicer en de derde te sluiten overeenkomst inzake het uitbesteden van werkzaamheden.
Lid 4
Het ingevolge dit artikel bepaalde is niet van toepassing op het uitbesteden van werkzaamheden door een bewaarder aan centrale effectenbewaarinstellingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder 1, van de verordening centrale effectenbewaarinstellingen en centrale effectenbewaarinstellingen met zetel in een staat die geen lidstaat is als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder 2.
Artikel 4:17
Lid 1
Een beheerder van een icbe, beleggingsonderneming die beleggingsdiensten verleent, een betaaldienstverlener, clearinginstelling, financiëledienstverlener of kredietservicer draagt zorg voor een adequate behandeling van klachten van cliënten, consumenten, deelnemers of kredietnemers over betaaldiensten, financiële diensten of financiële producten van de financiële onderneming. Hiertoe:
beschikt de financiële onderneming over een interne klachtenprocedure, gericht op een spoedige en zorgvuldige behandeling van klachten; en
is de financiële onderneming aangesloten bij een door Onze Minister op grond van artikel 16, eerste lid, van de Implementatiewet buitengerechtelijke geschillenbeslechting consumenten aangewezen instantie tot beslechting van geschillen met betrekking tot betaaldiensten, financiële diensten of financiële producten van de financiële onderneming, tenzij er geen zodanige instantie is.
Lid 2
Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing op financiële ondernemingen voorzover zij:
beleggingsdiensten uitsluitend voor professionele beleggers verlenen; of
optreden als clearinginstelling.
Lid 3
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de afhandeling van klachten. Voorts kunnen, in aanvulling op de Implementatiewet buitengerechtelijke geschillenbeslechting consumenten gestelde regels, bij algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld met betrekking tot de aan instanties of procedures tot buitengerechtelijke beslechting van geschillen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, te stellen eisen, alsmede regels met betrekking tot de door die instanties aan Onze Minister te verstrekken informatie.
Lid 4
Het eerste lid, aanhef en onderdeel a, is van overeenkomstige toepassing op een kredietkoper en kredietservicingaanbieder.
Artikel 4:18
Lid 1
Deze afdeling is niet van toepassing op:
herverzekeringsbemiddelaars;
financiële diensten met betrekking tot de verzekering van grote risico’s;
het aanbieden van premiepensioenvorderingen.
Lid 2
Voor de toepassing van het ingevolge de artikelen 4:19, 4:20, 4:21 en 4:22 bepaalde wordt onder natura-uitvaartverzekering mede verstaan een overeenkomst die strekt tot fondsvorming ter voldoening van de verzorging van de uitvaart van een natuurlijke persoon, indien de overeenkomst wordt aangegaan door een natura-uitvaartverzekeraar en voor de natura-uitvaartverzekeraar geen beleggingsrisico met zich brengt.
Lid 3
Voor de toepassing van de artikelen 4:19, 4:20, 4:21, 4:23 en 4:24a wordt onder nevendienst tevens verstaan een dienst die samen met een krediet aan de consument wordt aangeboden.
Artikel 4:18a
Lid 1
Een beleggingsonderneming kwalificeert haar cliënten als in aanmerking komende tegenpartij, professionele belegger of als niet-professionele belegger en stelt hen daarvan in kennis.
Lid 2
De beleggingsonderneming informeert haar cliënten op een duurzame drager dat zij kunnen verzoeken om een andere kwalificatie en informeert hen over het daaruit voortvloeiende lagere of hogere beschermingsniveau.
Artikel 4:18b
Lid 1
De artikelen 4:19, eerste en derde lid, 4:20, vierde en vijfde lid, 4:22, tweede tot en met vierde lid, 4:23, 4:24, 4:89, 4:90, tweede lid, 4:90a, 4:90b en 4:90d, eerste lid, zijn niet van toepassing op het ontvangen en doorgeven van orders en het uitvoeren van orders of rechtstreeks daarmee verband houdende nevendiensten met in aanmerking komende tegenpartijen.
Lid 2
Een beleggingsonderneming kan een professionele belegger als bedoeld in onderdeel q van de definitie van professionele belegger in artikel 1:1, of een onderneming met zetel in een andere lidstaat die geen in aanmerking komende tegenpartij is in de zin van artikel 1:1 en in die lidstaat wordt aangemerkt als in aanmerking komende tegenpartij, kwalificeren als in aanmerking komende tegenpartij indien de cliënt heeft ingestemd met die kwalificatie.
Lid 3
Een beleggingsonderneming kan, in afwijking van het eerste lid, op verzoek van een in aanmerking komende tegenpartij elk van de artikelen 4:19, eerste en derde lid, 4:20, vierde en vijfde lid, 4:22, tweede tot en met vierde lid, 4:23, eerste en tweede lid, vierde lid, 4:24, 4:89, 4:90, 4:90a, 4:90b en 4:90d, eerste lid, jegens die partij per transactie of in het algemeen toepassen.
Lid 4
Een onderneming die voldoet aan artikel 4:18c, eerste en tweede lid, kan de beleggingsonderneming verzoeken om als in aanmerking komende tegenpartij te worden aangemerkt indien zij voor de beleggingsdiensten of beleggingsactiviteiten, bedoeld in het eerste lid, als professionele belegger is aangemerkt op grond van artikel 4:18c, derde lid.
Artikel 4:18c
Lid 1
Een beheerder van een beleggingsinstelling of beleggingsonderneming kan een niet-professionele belegger op diens verzoek als professionele belegger aanmerken indien hij naar het oordeel van de beheerder van een beleggingsinstelling of beleggingsonderneming over voldoende deskundigheid, kennis en ervaring met betrekking tot de aard van de beoogde beleggingsdiensten, beleggingsactiviteiten of nevendiensten beschikt om zelf beleggingsbeslissingen te nemen en de daaraan verbonden risico’s in te schatten.
Lid 2
Een niet-professionele belegger wordt geacht over voldoende deskundigheid, kennis en ervaring als bedoeld in het eerste lid te beschikken indien hij voldoet aan ten minste twee van de volgende drie criteria:
tijdens de voorafgaande vier kwartalen heeft de cliënt op de desbetreffende markt per kwartaal gemiddeld tien transacties van significante omvang verricht;
de omvang van de portefeuille financiële instrumenten en deposito’s in geld van de niet-professionele belegger is groter dan € 500 000; of
de niet-professionele belegger is gedurende ten minste een jaar werkzaam of werkzaam geweest in de financiële sector, waar hij een beroep uitoefent of heeft uitgeoefend waarbij kennis van de beoogde beleggingsdiensten, beleggingsactiviteiten of nevendiensten vereist is of was.
Lid 3
In een overeenkomst tussen de beheerder van een beleggingsinstelling of beleggingsonderneming en de niet-professionele belegger wordt gespecificeerd voor welke beleggingsdiensten, soorten financiële instrumenten of transacties de kwalificatie als professionele belegger geldt.
Lid 4
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de te volgen procedure.
Artikel 4:18d
Lid 1
Een beheerder van een beleggingsinstelling of beleggingsonderneming kan een cliënt die professionele belegger is op diens verzoek of op eigen initiatief per beleggingsdienst, transactie of in het algemeen als niet-professionele belegger aanmerken. De beheerder van een beleggingsinstelling of beleggingsonderneming stelt een cliënt die professionele belegger is ervan in kennis dat hij kan verzoeken om als niet-professionele belegger te worden aangemerkt, tenzij de beheerder van een beleggingsinstelling of beleggingsonderneming een beleidslijn heeft vastgelegd waaruit blijkt dat zij een dergelijk verzoek niet zal inwilligen.
Lid 2
Indien de beheerder van een beleggingsinstelling of beleggingsonderneming en de cliënt overeenkomen dat de cliënt als niet-professionele belegger wordt aangemerkt, wordt dat vastgelegd in een overeenkomst. Daarin wordt bepaald voor welke beleggingsdiensten, soorten financiële instrumenten of transacties de kwalificatie als niet-professionele belegger geldt.
Artikel 4:18e
Lid 1
Een beheerder van een beleggingsinstelling of beleggingsonderneming legt gedragsregels en procedures vast met betrekking tot het al dan niet kwalificeren van haar cliënten als professionele belegger.
Lid 2
Indien een beheerder van een beleggingsinstelling of beleggingsonderneming constateert dat een niet-professionele belegger structureel niet meer voldoet aan de voorwaarden om als professionele belegger in aanmerking te komen, merkt zij hem aan als niet-professionele belegger en stelt zij hem daarvan in kennis
Artikel 4:19
Lid 1
Een financiële onderneming draagt er zorg voor dat de door of namens haar verstrekte of beschikbaar gestelde informatie ter zake van een financieel product, financiële dienst of nevendienst, waaronder reclame-uitingen, geen afbreuk doet aan ingevolge deze wet te verstrekken of beschikbaar te stellen informatie.
Lid 2
De door een financiële onderneming aan cliënten verstrekte of beschikbaar gestelde informatie, waaronder reclame-uitingen, ter zake van een financieel product, financiële dienst of nevendienst is correct, duidelijk en niet misleidend.
Lid 3
De financiële onderneming draagt er zorg voor dat het commerciële oogmerk van de verstrekte of beschikbaar gestelde informatie als zodanig herkenbaar is.
Lid 4
Het eerste tot en met derde lid is niet van toepassing op reclame-uitingen van een beheerder van een beleggingsinstelling, een beheerder van een icbe en een kredietservicer.
Artikel 4:20
Lid 1
Voorafgaand aan het adviseren, het verlenen van een beleggingsdienst, het verlenen van een nevendienst of de totstandkoming van een overeenkomst inzake een financieel product niet zijnde een financieel instrument verstrekt een beleggingsonderneming of financiëledienstverlener de consument of, indien het een financieel instrument of verzekering betreft, de cliënt informatie voor zover dit redelijkerwijs relevant is voor een adequate beoordeling van die dienst of dat product. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de in de vorige volzin bedoelde informatie. Deze regels kunnen onder meer betrekking hebben op de informatie die wordt verschaft met betrekking tot de uitoefening door de consument of cliënt van de in artikel 230x, eerste en tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde rechten.
Lid 2
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat een financiële onderneming in daarbij te bepalen gevallen in afwijking van het eerste lid, eerste volzin, de in dat lid bedoelde informatie geheel of gedeeltelijk na het aangaan van de overeenkomst verstrekt.
Lid 3
Gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake een financieel product, financiële dienst of nevendienst verstrekt een beleggingsonderneming of financiëledienstverlener de consument, of, indien het een financieel instrument of verzekering betreft, de cliënt tijdig informatie over:
wezenlijke wijzigingen in de informatie, bedoeld in het eerste lid, voor zover deze wijzigingen redelijkerwijs relevant zijn voor de consument onderscheidenlijk de cliënt; en
bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere onderwerpen.
Lid 4
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gevallen waarin en de wijze waarop een financiële onderneming gedurende de looptijd van een overeenkomst informatie moet verstrekken.
Lid 5
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de informatie, bedoeld in het derde lid, in daarbij aan te wijzen gevallen uitsluitend op verzoek van de consument onderscheidenlijk de cliënt wordt verstrekt.
Lid 6
De in dit artikel bedoelde informatie mag in gestandaardiseerde vorm worden verstrekt.
Lid 7
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het op grond van dit artikel bepaalde, voorzover dat geen betrekking heeft op het verlenen van een beleggingsdienst of nevendienst, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:21
Indien een financiëledienstverlener een financiële dienst verleent door tussenkomst van een bemiddelaar, gevolmachtigde agent of een ondergevolmachtigde agent wordt de informatie, bedoeld in artikel 4:20, eerste en derde lid, verstrekt door deze bemiddelaar, gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent, tenzij de desbetreffende financiële onderneming en de bemiddelaar, gevolmachtigde agent onderscheidenlijk ondergevolmachtigde agent zijn overeengekomen dat de financiële onderneming zelf aan artikel 4:20, eerste en derde lid, voldoet.
Artikel 4:22.0a
Lid 1
Een aanbieder van krediet, bank, beleggingsonderneming, betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling die bankdiensten aan consumenten als bedoeld in artikel 3, onder 28, van de toegankelijkheidsrichtlijn verleent draagt er zorg voor dat die diensten voldoen aan bijlage I, afdelingen III en IV, onderdeel e, van die richtlijn.
Lid 2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de toegankelijkheid van de in het eerste lid bedoelde bankdiensten, alsmede regels met betrekking tot:
de interne procedures om de toegankelijkheid tot die diensten voor personen met een handicap te waarborgen; en
de informatieverstrekking over die diensten.
Lid 3
Het eerste lid is niet van toepassing op een onderneming met minder dan tien werknemers en een jaaromzet of een jaarlijks balanstotaal van ten hoogste 2 miljoen euro.
Lid 4
De bij of krachtens het eerste en tweede lid gestelde regels zijn slechts van toepassing voor zover de naleving van die regels geen ingrijpende wijziging van de bankdienst, resulterend in een significante wijziging van de aard van die bankdienst, vereist en geen onevenredige last voor de aanbieder van de bankdienst oplevert. De beoordeling of sprake is van een significante wijziging van de aard van de bankdienst en een onevenredige last geschiedt met inachtneming van de bij of krachtens artikel 14, tweede en zevende lid, van de toegankelijkheidsrichtlijn gestelde regels.
Lid 5
De aanbieder van een bankdienst die een beroep doet op het vierde lid neemt de in artikel 14, derde tot en met zesde en achtste lid, van de toegankelijkheidsrichtlijn opgenomen verplichtingen in acht.
Artikel 4:22
Lid 1
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de informatieverstrekking door een financiële onderneming over een financieel product, financiële dienst of nevendienst.
Lid 2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen tevens ter uitvoering van titel III van de richtlijn betaaldiensten regels worden gesteld met betrekking tot de informatieverstrekking door een betaaldienstverlener over betaaldiensten.
Lid 3
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het op grond van het eerste lid bepaalde, voorzover dat geen betrekking heeft op het verlenen van een beleggingsdienst of nevendienst, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Lid 4
Artikel 1:23 is niet van toepassing ten aanzien van de regels, bedoeld in het tweede lid.
Artikel 4:22a
Lid 1
Voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst van verzekering stelt een financiëledienstverlener op basis van de door de cliënt verstrekte informatie de wensen en behoeften van de cliënt vast.
Lid 2
De financiëledienstverlener draagt er zorg voor dat uitsluitend informatie wordt verstrekt over verzekeringen die aansluiten bij de wensen en behoeften van de cliënt.
Lid 3
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op verzekeringen die worden aangeboden samen met een ander financieel product of financiële dienst als onderdeel van een pakket of van dezelfde overeenkomst.
Artikel 4:23
Lid 1
Indien een financiële onderneming een consument of, indien het een financieel instrument of verzekering betreft, cliënt adviseert of een individueel vermogen beheert:
wint zij in het belang van de consument onderscheidenlijk de cliënt informatie in over diens financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid, voorzover dit redelijkerwijs relevant is voor haar advies of het beheren van het individuele vermogen;
draagt zij er zorg voor dat haar advies of de wijze van het beheer van het individueel vermogen, voorzover redelijkerwijs mogelijk, mede is gebaseerd op de in onderdeel a bedoelde informatie; en
licht zij, indien het advisering betreft met betrekking tot financiële producten die geen financiële instrumenten zijn, de overwegingen toe die ten grondslag liggen aan haar advies voorzover dit nodig is voor een goed begrip van haar advies.
Lid 2
Indien een financiële onderneming bij het verlenen van een financiële dienst die geen beleggingsdienst is, een consument of, indien het een verzekering betreft, cliënt niet adviseert, maakt zij dat bij aanvang van haar werkzaamheden ten behoeve van de consument onderscheidenlijk de cliënt aan deze kenbaar.
Lid 3
Indien een beleggingsonderneming een niet-professionele belegger adviseert, verstrekt zij de niet-professionele belegger gelijktijdig met het advies of in ieder geval voordat een transactie wordt verricht een geschiktheidsverklaring op een duurzame drager waarin het advies wordt gespecificeerd en waarin is opgenomen hoe het advies aan de voorkeuren, beleggingsdoelstellingen en andere kenmerken van de niet-professionele belegger beantwoordt.
Lid 4
Indien sprake is van het beheren van een individueel vermogen verstrekt de beleggingsonderneming aan de niet-professionele belegger een periodieke geschiktheidsverklaring waarin wordt ingegaan op de manier waarop de belegging nog beantwoordt aan de voorkeuren, doelstellingen en andere kenmerken van de niet-professionele belegger.
Lid 5
Indien sprake is van adviseren of beheren van een individueel vermogen in combinatie met een andere financiële dienst of financieel product, wordt bij de beoordeling van de geschiktheid nagegaan of de gehele dienstverlening of de combinatie van de financiële dienst en het financieel product geschikt is. Het eerste, tweede, en zesde lid (nieuw) is van overeenkomstige toepassing.
Lid 6
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:
de informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en de wijze waarop deze informatie wordt ingewonnen;
de wijze, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, waarop een beleggingsonderneming bij haar advies over financiële instrumenten of het beheren van het individueel vermogen rekening houdt met de ingewonnen informatie;
de wijze waarop de toelichting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt gegeven;
de wijze waarop de financiële onderneming de consument onderscheidenlijk de cliënt kenbaar maakt dat zij niet adviseert; en
de gevallen waarin de informatie, bedoeld in het derde lid, na het verrichten van de transactie kan worden verstrekt.
Lid 7
Het derde lid en het bij of krachtens het zesde lid, aanhef en onderdeel e, bepaalde is van overeenkomstige toepassing op financiëledienstverleners die een cliënt adviseren over een verzekering met een beleggingscomponent.
Lid 8
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het op grond van het zesde lid bepaalde, voorzover dat geen betrekking heeft op het adviseren over financiële instrumenten of het beheren van een individueel vermogen, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Lid 9
Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op het adviseren van een professionele belegger of het beheren van een individueel vermogen, indien de professionele belegger richting de beleggingsonderneming heeft aangegeven een geschiktheidsverklaring respectievelijk een periodieke geschiktheidsverklaring te willen ontvangen. De beleggingsonderneming legt de communicatie hierover met de professionele belegger vast in een register.
Artikel 4:23a
Lid 1
Een beleggingsonderneming die een beleggingsdienst als bedoeld in artikel 1:1, met uitzondering van de onderdelen e en f, verleent aan of die rechtstreeks een beleggingsactiviteit als bedoeld in artikel 1:1, met uitzondering van onderdeel a, verricht voor een niet-professionele belegger wint bij hem informatie in over diens financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid ter beoordeling van de geschiktheid van de in aanmerking komende passiva en kapitaalinstrumenten of achtergestelde schuldinstrumenten voor deze niet-professionele belegger ten aanzien van:
in aanmerking komende passiva als bedoeld in artikel 72 bis met uitzondering van artikel 72 bis, eerste lid, onderdeel b, en artikel 72 ter, derde tot en met vijfde lid, van de verordening kapitaalvereisten;
kapitaalinstrumenten die voldoen aan de voorwaarden van artikel 52, eerste lid, van de verordening kapitaalvereisten; of,
kapitaalinstrumenten of achtergestelde schuldinstrumenten die voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 63 van de verordening kapitaalvereisten.
Lid 2
De beleggingsonderneming gaat niet over tot het verlenen van een beleggingsdienst als bedoeld in het eerste lid, of het verrichten van een beleggingsactiviteit als bedoeld in het eerste lid, dan nadat zij zich op grond van de ingevolge het eerste lid ingewonnen informatie ervan heeft vergewist dat de in aanmerking komende passiva en kapitaalinstrumenten of achtergestelde schuldinstrumenten, bedoeld in het eerste lid, geschikt zijn voor de niet-professionele belegger.
Lid 3
Onverminderd het eerste lid wint de beleggingsonderneming bij de niet-professionele belegger informatie in over de samenstelling van diens portefeuille van financiële instrumenten, daaronder begrepen de beleggingen in de in aanmerking komende passiva en kapitaalinstrumenten of achtergestelde schuldinstrumenten, bedoeld in het eerste lid. Voor de toepassing van dit lid vallen deposito’s binnen de portefeuille van financiële instrumenten van de niet-professionele belegger en vallen financiële instrumenten waarop een zekerheidsrecht is gevestigd daarbuiten.
Lid 4
Onverminderd het tweede lid gaat de beleggingsonderneming uitsluitend over tot het verlenen van de beleggingsdienst, bedoeld in artikel 1:1 met uitzondering van de onderdelen d tot en met f, of het verrichten van de beleggingsactiviteit, bedoeld in het eerste lid, indien de portefeuille van financiële instrumenten van de niet-professionele belegger meer bedraagt dan € 500.000 op het moment van het verlenen van de beleggingsdienst of, indien diens portefeuille minder bedraagt dan € 500.000, is voldaan aan de volgende voorwaarden:
de niet-professionele belegger belegt niet meer dan een totaalbedrag ter grootte van 10% van zijn portefeuille van financiële instrumenten in in aanmerking komende passiva en kapitaalinstrumenten of achtergestelde schuldinstrumenten als bedoeld in het eerste lid; en
het initiële bedrag dat wordt belegd in in aanmerking komende passiva en kapitaalinstrumenten of achtergestelde schuldinstrumenten als bedoeld in het eerste lid bedraagt ten minste € 10.000.
Lid 5
De beleggingsonderneming verstrekt de niet-professionele belegger een geschiktheidsverklaring op een duurzame drager voordat de in het eerste lid bedoelde beleggingsdienst of beleggingsactiviteit wordt verleend onderscheidenlijk verricht.
Lid 6
De artikelen 54 en 55 van de gedelegeerde verordening markten voor financiële instrumenten 2014 inzake organisatorische eisen zijn van overeenkomstige toepassing op de beoordeling van de geschiktheid en de geschiktheidsverklaring.
Artikel 4:23b
Lid 1
Indien een beleggingsonderneming een niet-professionele belegger adviseert of een individueel vermogen beheert voor een niet-professionele belegger waarbij van financiële instrumenten wordt gewisseld, wint de beleggingsonderneming informatie in over de wissel van financiële instrumenten en analyseert zij de kosten en baten daarvan.
Lid 2
Indien sprake is van advies deelt de beleggingsonderneming de niet-professionele belegger mee of de baten van de wissel van financiële instrumenten al dan niet groter zijn dan de kosten daarvan.
Lid 3
Het eerste en tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een beleggingsonderneming die een professionele belegger adviseert of een individueel vermogen beheert voor een professionele belegger en de professionele belegger de beleggingsonderneming heeft meegedeeld dat hij inzicht wil verkrijgen in de kosten en baten van de wissel van financiële instrumenten. De beleggingsonderneming legt de communicatie hierover met de professionele belegger vast in een register.
Lid 4
Onder wissel van instrumenten als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan het verkopen van een financieel instrument en het kopen van een ander financieel instrument of het uitoefenen van een recht om een wijziging aan te brengen met betrekking tot een bestaand financieel instrument.
Artikel 4:24
Lid 1
Indien een financiële onderneming zonder daarbij tevens te adviseren een andere beleggingsdienst dan het beheren van een individueel vermogen of een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere financiële dienst verleent, wint zij informatie in over de kennis en ervaring van de consument, of, indien het een financieel instrument of verzekering betreft, de cliënt met betrekking tot de desbetreffende financiële dienst of financieel product, opdat zij kan beoordelen of deze dienst of dat product passend is voor de consument onderscheidenlijk de cliënt.
Lid 2
Indien sprake is van het verlenen van een beleggingsdienst als bedoeld in het eerste lid in combinatie met een andere financiële dienst of financieel product, dient bij de beoordeling van de passendheid te worden nagegaan of de gehele dienstverlening of de combinatie van de financiële dienst en het financieel product passend is.
Lid 3
Indien de financiële onderneming op basis van de in het eerste lid bedoelde informatie van mening is dat de financiële dienst niet passend is voor de consument of de cliënt, waarschuwt zij deze.
Lid 4
Indien de consument of de cliënt geen of onvoldoende informatie verschaft over zijn kennis en ervaring, waarschuwt de financiële onderneming de consument onderscheidenlijk de cliënt dat zij als gevolg daarvan niet in staat is na te gaan of de financiële dienst voor hem passend is.
Lid 5
Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op het op initiatief van de cliënt verlenen van een beleggingsdienst als bedoeld in onderdeel a of b van de definitie van het verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1, voor zover niet tevens sprake is van een nevendienst als bedoeld in onderdeel b van de definitie van nevendienst in artikel 1:1, met betrekking tot:
aandelen die tot de handel van een gereglementeerde markt of een met een gereglementeerde markt vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is dat door de Europese Commissie als gelijkwaardig is erkend in overeenstemming met artikel 25, vierde lid, onderdeel a, tweede, derde en vierde alinea, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 of een multilaterale handelsfaciliteit zijn toegelaten, voor zover het geen rechten van deelneming in beleggingsinstellingen of aandelen die een afgeleid instrument omvatten betreft;
instrumenten die gewoonlijk op de geldmarkt worden verhandeld, met uitzondering van instrumenten die een afgeleid instrument behelzen of een structuur hebben die het moeilijk maakt voor de cliënt te begrijpen welk risico eraan verbonden is;
obligaties of andere vormen van gesecuritiseerde schuld die op een gereglementeerde markt, een met een gereglementeerde markt vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is of op een multilaterale handelsfaciliteit zijn toegelaten, met uitzondering van die welke een afgeleid instrument behelzen of een structuur hebben die het moeilijk maakt voor de cliënt om te begrijpen welk risico eraan verbonden is;
rechten van deelneming in een icbe, met uitzondering van de gestructureerde icbe’s, bedoeld in artikel 36, eerste lid, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 583/2010 van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft essentiële beleggersinformatie en de voorwaarden waaraan moet worden voldaan als de essentiële beleggersinformatie of het prospectus op een andere duurzame drager dan papier of via een website wordt verstrekt (PbEU 2010, L 176);
gestructureerde deposito’s als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 43, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014, met uitzondering van deposito’s die het voor de cliënt moeilijk maken het rendementsrisico of de kosten van het vervroegd uitstappen in te schatten;
bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere financiële instrumenten, indien de financiële onderneming voorafgaand aan het verlenen van de beleggingsdienst de cliënt kenbaar maakt dat zij de geschiktheid van de financiële dienst of het financieel product voor de cliënt niet heeft beoordeeld.
Lid 6
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de inhoud van de informatie, bedoeld in het eerste lid, de wijze waarop deze wordt ingewonnen, de wijze waarop de beoordeling van de passendheid van de financiële dienst of het financieel product voor de consument of cliënt plaatsvindt, en de inhoud en de vorm van de waarschuwing, bedoeld in het derde en vierde lid.
Lid 7
De waarschuwingen bedoeld in het derde en vierde lid, en het kenbaar maken, bedoeld in het vijfde lid, mogen in gestandaardiseerde vorm geschieden.
Artikel 4:24a
Lid 1
Een financiëledienstverlener neemt op zorgvuldige wijze de gerechtvaardigde belangen van de consument of begunstigde in acht.
Lid 2
Een financiëledienstverlener die adviseert, handelt in het belang van de consument of begunstigde.
Lid 3
De Autoriteit Financiële Markten geeft met betrekking tot het eerste en tweede lid slechts toepassing aan artikel 1:75 bij evidente misstanden die het vertrouwen in de financiëledienstverlener of in de financiële markten kunnen schaden.
Lid 4
Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van dit artikel aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit artikel in de praktijk.
Artikel 4:25
Lid 1
Een financiële onderneming houdt zich bij de behandeling van de deelnemer, de consument of, indien het een financieel instrument of verzekering betreft, de cliënt aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen nadere regels met betrekking tot de in acht te nemen zorgvuldigheid. Onder nadere regels met betrekking tot de in acht te nemen zorgvuldigheid worden mede verstaan regels met betrekking tot de kosten die de financiële onderneming in rekening brengt indien de deelnemer, consument of cliënt een overeenkomst inzake een financiële dienst of een financieel product beëindigt en een overeenkomst met betrekking tot die financiële dienst onderscheidenlijk dat financieel product aangaat met een andere financiële onderneming.
Lid 2
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het op grond van het eerste lid bepaalde, voorzover dat geen betrekking heeft op het adviseren over financiële instrumenten of het beheren van een individueel vermogen, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Lid 3
De voordracht voor een op grond van het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur die strekt tot wijziging van een reeds op grond van dat lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd, behoudens indien het vaststellen van de algemene maatregel van bestuur naar het oordeel van Onze Minister spoedeisend is.
Artikel 4:25a
Lid 1
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:
de beloning of vergoeding, in welke vorm ook, voor het aanbieden, adviseren, bemiddelen of optreden als gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent inzake een financieel product, en de wijze van uitbetaling daarvan;
een verbod op het verschaffen of ontvangen van nader aan te wijzen provisies.
Lid 2
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van de krachtens het eerste lid gestelde regels, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:25b
Lid 1
Voorafgaand aan het verlenen van een financiële dienst inzake een financieel product, ter zake waarvan een verbod geldt voor het verschaffen of ontvangen van bepaalde provisies op grond van artikel 4:25a eerste lid, onderdeel b, informeert de financiëledienstverlener de consument of, indien het een verzekering betreft, de cliënt over:
de aard en reikwijdte van de dienstverlening;
de wijze waarop de financiëledienstverlener wordt beloond;
de kosten van de dienstverlening die de consument of, indien het een verzekering betreft, cliënt betaalt;
de belangen van de financiëledienstverlener die van invloed kunnen zijn op de dienstverlening aan de consument of cliënt; en
bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen onderwerpen die relevant kunnen zijn voor de adequate beoordeling van de dienstverlening door de consument of cliënt.
Lid 2
Voorafgaand aan het verlenen van een financiële dienst inzake een financieel product, anders dan producten waarvoor het eerste lid geldt, informeert de bemiddelaar of adviseur, die het aanbevolen financieel product niet tevens aanbiedt, de consument of, indien het een verzekering betreft, de cliënt over:
de aard en reikwijdte van de dienstverlening;
de wijze waarop de bemiddelaar of adviseur, die het aanbevolen financieel product niet tevens aanbiedt, wordt beloond, alsmede in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen, de hoogte van de beloning of vergoeding;
de belangen van de bemiddelaar of adviseur, die het aanbevolen financieel product niet tevens aanbiedt, die van invloed kunnen zijn op de dienstverlening aan de consument of de cliënt; en
bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere onderwerpen.
Lid 3
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot vorm, inhoud, moment en wijze van verstrekking van de informatie, bedoeld in het eerste en tweede lid.
Lid 4
Indien bij het verlenen van een financiële dienst meerdere financiëledienstverleners zijn betrokken, kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden bepaald op wie de verplichting rust de informatie, bedoeld in het eerste of tweede lid, te verstrekken.
Artikel 4:25c
Indien een beleggingsonderneming van een andere beleggingsonderneming de opdracht krijgt om beleggingsdiensten of nevendiensten voor een cliënt te verlenen:
kan zij vertrouwen op de gegevens over de cliënt die zijn verstrekt door de andere beleggingsonderneming die de opdracht heeft gegeven;
mag zij erop vertrouwen dat het door de andere onderneming aan de cliënt verstrekte advies over financiële instrumenten of de voorgestelde wijze van beheer van het individuele vermogen van de cliënt overeenkomt met hetgeen bij of krachtens deze wet daaromtrent is bepaald.
Artikel 4:25d
Een betaaldienstverlener neemt bij het uitoefenen van zijn bedrijf Titel 7B van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in acht.
Artikel 4:25e
De Autoriteit Financiële Markten kan een financiële onderneming waaraan een bestuurlijke sanctie of maatregel als bedoeld in artikel 24, tweede lid, van de verordening essentiële-informatiedocumenten is opgelegd wegens overtreding van die verordening, verplichten een directe mededeling tot de betrokken niet-professionele belegger te richten waarin hem informatie over de bestuursrechtelijke sanctie of maatregel wordt gegeven en hem wordt meegedeeld waar klachten of schadevorderingen kunnen worden ingediend.
Artikel 4:26
Lid 1
Een financiële onderneming meldt wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover ingevolge artikel 2:3.0d, eerste lid, 2:3i, 2:13, tweede lid, 2:22, tweede lid, 2:32, tweede lid, 2:33, tweede lid, 2:42, tweede lid, 2:43, tweede lid, 2:58, tweede lid, 2:63, tweede lid, 2:64c, eerste lid, 2:67, derde lid, 2:67b, tweede lid, 2:68, derde lid, 2:69d, vierde lid, 2:72, tweede lid, 2:73, eerste lid, 2:78, tweede lid, 2:83, tweede lid, 2:89, tweede lid, 2:94, tweede lid, 2:99, derde lid, 2:105, vijfde lid, 2:121f, tweede lid, 2:125, eerste lid, 2:126, eerste lid, 2:130, eerste lid, 3:110, tweede lid, 4:5, derde lid, 4:10, derde lid, 4:37c, zevende lid, 4:50, eerste lid, of 4:71, derde lid, verstrekking van gegevens is voorgeschreven aan de Autoriteit Financiële Markten.
Lid 2
Een beheerder van een icbe meldt wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover ingevolge artikel 2:122a, tweede lid, verstrekking van gegevens is voorgeschreven aan de Autoriteit Financiële Markten en aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar de beheerder financiële diensten verleent.
Lid 3
Een beheerder van een beleggingsinstelling en beheerder van een icbe meldt wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover ingevolge artikel 2:72, tweede lid, verstrekking van gegevens is voorgeschreven aan de Autoriteit Financiële Markten.
Lid 4
Een beheerder van een belegginginstelling of een beheerder van een icbe meldt onverwijld aan de Autoriteit Financiële Markten of de toezichthoudende instantie van elke lidstaat waar rechten van deelneming in de beleggingsinstelling of icbe worden verhandeld, indien hij de inkoop of terugbetaling van rechten van deelneming in een door hem beheerde beleggingsinstelling of icbe opschort.
Lid 5
Een beleggingsonderneming die een vergunning heeft voor het verlenen van de beleggingsdienst, bedoeld in onderdeel b van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1, en het verrichten van de beleggingsactiviteit, bedoeld in onderdeel a van de definitie van verrichten van een beleggingsactiviteit in artikel 1:1, en voornemens is het bedrijf van beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling uit te oefenen in transacties in aandelen die tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, meldt dat aan de Autoriteit Financiële Markten.
Lid 6
Een beleggingsonderneming die niet langer het bedrijf van beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling uitoefent, doet daarvan mededeling aan de Autoriteit Financiële Markten.
Lid 7
Een beleggingsonderneming die een vergunning heeft als bedoeld in artikel 2:96, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht, die nevendiensten verleent, meldt dat onverwijld aan de Autoriteit Financiële Markten.
Lid 8
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt, onder vermelding van de te volgen procedures, bepaald welke wijzigingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden gemeld, welke gegevens daarbij worden verstrekt en, indien van toepassing, onder welke voorwaarden de wijzigingen ten uitvoer mogen worden gelegd.
Artikel 4:26a
Lid 1
Een datarapporteringsdienstverlener meldt wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover ingevolge artikel 2:104b, tweede lid, verstrekking van gegevens is voorgeschreven aan de Autoriteit Financiële Markten.
Lid 2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan, onder vermelding van de te volgen procedures, worden bepaald welke gegevens worden verstrekt bij het melden van wijzigingen als bedoeld in het eerste lid en, indien van toepassing, onder welke voorwaarden de wijzigingen ten uitvoer mogen worden gelegd.
Artikel 4:27
Lid 1
Een accountant die het onderzoek uitvoert van de jaarrekening van een afwikkelonderneming met zetel in Nederland, een beheerder van een beleggingsinstelling met zetel in Nederland, een Nederlandse beleggingsinstelling, een beheerder van een icbe met zetel in Nederland, een icbe met zetel in Nederland, een beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank of verzekeraar met zetel in Nederland, meldt de Autoriteit Financiële Markten zo spoedig mogelijk elke omstandigheid waarvan hij bij de uitvoering van het onderzoek kennis heeft gekregen en die in strijd is met op grond van dit deel opgelegde verplichtingen.
Lid 2
Een accountant die het onderzoek uitvoert van de jaarrekening van een afwikkelonderneming met zetel in Nederland, een beheerder van een beleggingsinstelling met zetel in Nederland, een Nederlandse beleggingsinstelling, een beheerder van een icbe met zetel in Nederland, een datarapporteringsdienstverlener, een icbe met zetel in Nederland, of een beleggingsonderneming met zetel in Nederland, meldt de Autoriteit Financiële Markten zo spoedig mogelijk elke omstandigheid waarvan hij bij de uitvoering van het onderzoek kennis heeft gekregen en die leidt tot weigering van het afgeven van een verklaring omtrent de getrouwheid of tot het maken van voorbehouden.
Lid 3
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een accountant die naast het onderzoek van de jaarrekening van de financiële onderneming, bedoeld in het eerste onderscheidenlijk tweede lid, ook het onderzoek uitvoert van de jaarrekening van een andere persoon met welke de financiële onderneming in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur is verbonden.
Lid 4
De accountant, bedoeld in het tweede lid, verstrekt zo spoedig mogelijk bij algemene maatregel van bestuur te bepalen inlichtingen aan de Autoriteit Financiële Markten ten behoeve van het toezicht op de financiële onderneming. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de in acht te nemen procedures.
Lid 5
De Autoriteit Financiële Markten stelt de financiële onderneming in de gelegenheid aanwezig te zijn bij de melding, bedoeld in het eerste of tweede lid, en bij het verstrekken van inlichtingen, bedoeld in het vierde lid, door de accountant.
Lid 6
De accountant die op grond van het eerste, tweede of derde lid tot een melding of op grond van het vierde lid tot het verstrekken van inlichtingen aan de Autoriteit Financiële Markten is overgegaan, is niet aansprakelijk voor schade die een derde dientengevolge lijdt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat gelet op alle feiten en omstandigheden in redelijkheid niet tot melding of tot het verstrekken van inlichtingen had mogen worden overgegaan.
Lid 7
Het tweede lid en vierde lid zijn niet van toepassing op accountants die het onderzoek uitvoeren van de jaarrekening van een beleggingsonderneming die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank verleende vergunning heeft.
Lid 8
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een accountant die het onderzoek uitvoert van de jaarrekening van een datarapporteringsdienstverlener, met dien verstande dat voor «op grond van dit deel opgelegde verplichtingen» moet worden gelezen «op grond van de verordening markten voor financiële instrumenten opgelegde verplichtingen».
Artikel 4:27a
Lid 1
Een centrale tegenpartij geeft de Autoriteit Financiële Markten schriftelijk kennis van het voornemen tot een substantiële wijziging van de wijze waarop zij uitvoering geeft aan de artikelen 36 tot en met 39 van die verordening.
Lid 2
Een centrale effectenbewaarinstelling als bedoeld in de verordening centrale effectenbewaarinstellingen geeft de Autoriteit Financiële Markten schriftelijk kennis van het voornemen tot een substantiële wijziging van de wijze waarop zij uitvoering geeft aan de artikelen 26 tot en met 38 en 48 tot en met 53 van die verordening.
Lid 3
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt, onder vermelding van de te volgen procedures, bepaald van welke wijzigingen kennis wordt gegeven, welke gegevens daarbij worden verstrekt en, indien van toepassing, onder welke voorwaarden de wijzigingen ten uitvoer worden gelegd.
Artikel 4:27b
Lid 1
Een bank met zetel in Nederland stelt de Autoriteit Financiële Markten halfjaarlijks in kennis van de rechten van een kredietgever die hij krachtens een niet-renderende overeenkomst inzake krediet, of een niet- renderende overeenkomst inzake krediet zelf, heeft overgedragen aan een kredietkoper en verstrekt daarbij in ieder geval de gegevens, bedoeld in artikel 15, tweede lid, onderdelen a tot en met d, van de richtlijn kredietservicers en kredietkopers.
Lid 2
De Autoriteit Financiële Markten stuurt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, door aan De Nederlandsche Bank.
Lid 3
In afwijking van het eerste lid kan de Autoriteit Financiële Markten bepalen dat de in dat lid bedoelde gegevens per kwartaal worden verstrekt.
Artikel 4:28
Vervallen
Artikel 4:29
Vervallen
Artikel 4:30
Vervallen
Artikel 4:30a
Lid 1
Een aanbieder van een beleggingsobject beschikt over een website en heeft daarop een beleggingsobjectprospectus beschikbaar. Op verzoek van een consument verstrekt de aanbieder deze onverwijld kosteloos een beleggingsobjectprospectus.
Lid 2
Indien een beleggingsobject wordt aangeboden door tussenkomst van een bemiddelaar wordt het beleggingsobjectprospectus, bedoeld in het eerste lid, door de bemiddelaar verstrekt, tenzij de aanbieder en de bemiddelaar zijn overeengekomen dat de aanbieder zelf aan deze verplichting voldoet. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
Lid 3
Het beleggingsobjectprospectus, bedoeld in het eerste lid, bevat uitsluitend bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens die op bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze in het beleggingsobjectprospectus worden opgenomen. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van verstrekking van het beleggingsobjectprospectus.
Lid 4
Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels kan worden afgeweken van de verplichting een beleggingsobjectprospectus beschikbaar te hebben en te verstrekken.
Lid 5
Artikel 4:19, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op het beleggingsobjectprospectus, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 4:31
Lid 1
Een elektronischgeldinstelling geeft elektronisch geld uitsluitend uit tegen de nominale waarde en in ruil voor ontvangen geld.
Lid 2
Een elektronischgeldinstelling kent aan een houder van elektronisch geld geen voordelen toe die samenhangen met de lengte van de periode dat die houder het elektronisch geld aanhoudt.
Lid 3
Een elektronischgeldinstelling wisselt geldmiddelen die door haar worden ontvangen met de intentie deze om te wisselen voor elektronisch geld, direct om in elektronisch geld.
Lid 4
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de omwisseling bedoeld in het derde lid.
Artikel 4:31a
Een elektronischgeldinstelling betaalt de nominale waarde van het aangehouden elektronisch geld terug wanneer de houder van het elektronisch geld daarom verzoekt en neemt daarbij artikel 521a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in acht.
Artikel 4:31b
Een elektronischgeldinstelling legt de terugbetalingsrechten van personen die betalingen met het door de elektronischgeldinstelling uitgegeven elektronisch geld aanvaarden, vast in een overeenkomst met die personen.
Artikel 4:32
Lid 1
Een aanbieder van krediet neemt deel aan een stelsel van kredietregistratie dat aan alle aanbieders van krediet die gevestigd zijn in een lidstaat toegang biedt onder dezelfde voorwaarden.
Lid 2
Indien een aanbieder van krediet op grond van de raadpleging van een stelsel van kredietregistratie besluit een consument geen krediet te verlenen, stelt hij de consument onverwijld en kosteloos in kennis van het resultaat van deze raadpleging en van de details van het geraadpleegde gegevensbestand.
Lid 3
Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels kan worden afgeweken van het eerste lid.
Artikel 4:33
Lid 1
Voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake krediet verstrekt de aanbieder van krediet, indien van toepassing op basis van de door de consument kenbaar gemaakte voorkeur en verstrekte informatie, aan de consument informatie met het oog op een adequate beoordeling van het krediet.
Lid 2
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in afwijking van het eerste lid een aanbieder van krediet in daarbij te bepalen gevallen de in het eerste lid bedoelde informatie geheel of gedeeltelijk na het aangaan van de overeenkomst verstrekt.
Lid 3
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de voorwaarden waaraan de informatie, bedoeld in het eerste lid, voldoet.
Lid 4
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen vormen van krediet worden aangewezen waarop het eerste lid niet van toepassing is.
Lid 5
Artikel 4:19, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de informatie, bedoeld in het eerste lid.
Lid 6
Het eerste lid is niet van toepassing op een aanbieder van krediet indien het krediet wordt aangeboden door tussenkomst van een bemiddelaar, anders dan als nevenactiviteit.
Artikel 4:34
Lid 1
Voor de totstandkoming van een overeenkomst inzake krediet, of een belangrijke verhoging van de kredietlimiet, dan wel de som van de bedragen die op grond van een bestaande overeenkomst inzake krediet aan de consument ter beschikking zijn gesteld, wint een aanbieder van krediet in het belang van de consument informatie in over diens financiële positie en beoordeelt hij, ter voorkoming van overkreditering van de consument, of het aangaan van de overeenkomst onderscheidenlijk de belangrijke verhoging verantwoord is.
Lid 2
De aanbieder gaat geen overeenkomst inzake krediet aan met een consument en gaat niet over tot een belangrijke verhoging van de kredietlimiet of de som van de bedragen die op grond van een bestaande kredietovereenkomst aan de consument ter beschikking zijn gesteld indien dit, met het oog op overkreditering van de consument, onverantwoord is.
Lid 3
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid.
Artikel 4:35
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de ten hoogste toegelaten kredietvergoeding bij krediet, niet zijnde hypothecair krediet.
Artikel 4:35a
Lid 1
Een aanbieder van krediet beschikt over adequaat beleid en adequate procedures inzake de omgang met betalingsachterstanden op grond van kredietovereenkomsten voor consumenten.
Lid 2
De aanbieder van krediet treft bij betalingsachterstanden als bedoeld in het eerste lid waar passend respijtmaatregelen met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 70a en 128aa van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 4:36
Een gemeentelijke kredietbank wordt opgericht en opgeheven bij een daartoe strekkend besluit van de gemeenteraad of door middel van het treffen van een gemeenschappelijke regeling door gemeenteraden van twee of meer gemeenten.
Artikel 4:37
Lid 1
Voor de bedrijfsvoering van een gemeentelijke kredietbank wordt een reglement vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders of, indien de gemeentelijke kredietbank is ingesteld door middel van het treffen van een gemeenschappelijke regeling, door de betrokken gemeenteraden van de aan de regeling deelnemende gemeenten, waarin voor het aanbieden van krediet in het kader van het uitoefenen van haar publieke taak ten minste voorschriften staan opgenomen die overeenkomen met het ingevolge de afdelingen 4.2.1, 4.2.2, en 4.2.3, de artikelen 4:32 en 4:33, paragraaf 4.3.8.1. en titel 2A, afdeling 2, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en Hoofdstuk V van de Wet op het consumentenkrediet bepaalde.
Lid 2
Het toezicht op de naleving van het reglement door de gemeentelijke kredietbank:
wordt uitgevoerd door het algemeen bestuur van de gemeentelijke kredietbank, in het geval dat de gemeentelijke kredietbank is opgericht door middel van het treffen van een gemeenschappelijke regeling en geen privaatrechtelijke rechtsvorm heeft;
wordt in het geval dat de gemeentelijke kredietbank een privaatrechtelijke rechtsvorm heeft gewaarborgd doordat:
de meerderheid van het bestuur wordt benoemd op voordracht van een gemeenteraad of een college van burgemeester en wethouders van een of meer gemeenten waarvoor de gemeentelijke kredietbank werkzaamheden verricht;
de meerderheid van de Raad van Toezicht wordt benoemd op voordracht van een gemeenteraad of van een college van burgemeester en wethouders van een of meer gemeenten waarvoor de gemeentelijke kredietbank werkzaamheden verricht;
de jaarrekening en begroting van de gemeentelijke kredietbank worden goedgekeurd door een gemeenteraad of door een college van burgemeester en wethouders van een of meer gemeenten waarvoor de gemeentelijke kredietbank werkzaamheden verricht; of
wordt, indien de onderdelen a en b niet van toepassing zijn, uitgevoerd door het college van burgemeester en wethouders.
Lid 3
De vereisten genoemd in het tweede lid, onderdeel b, onder 1° tot en met 3°, zijn niet van toepassing op een gemeentelijke kredietbank met een privaatrechtelijke rechtsvorm indien een negatief exploitatiesaldo wordt aangezuiverd door een of meer gemeenten waarvoor de gemeentelijke kredietbank werkzaam is.
Artikel 4:37a
Vervallen
Artikel 4:37b
Het ingevolge deze afdeling bepaalde, met uitzondering van de artikelen 4:37l tot en met 4:37z, is niet van toepassing op buitenlandse beheerders van beleggingsinstellingen met zetel in een aangewezen staat.
Artikel 4:37c
Lid 1
Een beheerder van een beleggingsinstelling is een rechtspersoon.
Lid 2
Een Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling als bedoeld in onderdeel a van de definitie van Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling in artikel 1:1, heeft zijn hoofdkantoor in Nederland.
Lid 3
Ten minste twee natuurlijke personen bepalen het dagelijks beleid van een Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling of beleggingsmaatschappij.
Lid 4
Een beleggingsmaatschappij heeft een aparte beheerder tenzij de beleggingsmaatschappij, een eigen vermogen heeft van ten minste € 300 000.
Lid 5
De beheerder mag rechten van deelneming in een feeder-beleggingsinstelling slechts aanbieden indien de master-beleggingsinstelling haar zetel in een lidstaat heeft en wordt beheerd door een vergunninghoudende beheerder met zetel in een lidstaat.
Lid 6
In afwijking van het vijfde lid mag de beheerder met zetel in Nederland rechten van deelneming in een feeder-beleggingsinstelling met zetel in een lidstaat met een niet-Europese master-beleggingsinstelling of met een Europese master-beleggingsinstelling die niet wordt beheerd door een vergunninghoudende Europese beheerder aanbieden in Nederland, indien:
rechten van deelneming uitsluitend worden aangeboden aan gekwalificeerde beleggers;
de staat waar de beleggingsinstelling is gevestigd niet op de lijst van niet-coöperatieve landen en gebieden van de Financial Action Task Force of diens opvolger staat; en
de Autoriteit Financiële Markten en de toezichthoudende instantie van de staat waar de beleggingsinstelling, is gevestigd een samenwerkingsovereenkomst hebben gesloten die ten minste een efficiënte informatie-uitwisseling waarborgt en die de Autoriteit Financiële Markten in staat stelt haar toezichthoudende taken uit te voeren.
Lid 7
De beheerder verstrekt ten minste twintig werkdagen voor de datum waarop hij voornemens is de rechten van deelneming aan te bieden aan de Autoriteit Financiële Markten:
een programma van werkzaamheden waarin wordt vermeld welke beleggingsinstelling hij voornemens is aan te bieden en waar de beleggingsinstelling gevestigd is;
het fondsreglement of de statuten;
de naam van de aan de beleggingsinstelling verbonden bewaarder;
een beschrijving van de beleggingsinstelling of, indien van toepassing, de voor deelnemers beschikbare informatie over de beleggingsinstelling;
indien het een feeder-beleggingsinstelling betreft, informatie over de vestigingsplaats van de master-beleggingsinstelling;
de informatie, bedoeld in artikel 4:37l of 5:3;
indien van toepassing, de regeling waarmee wordt voorkomen dat rechten van deelneming worden aangeboden aan niet-professionele beleggers.
Lid 8
Tenzij de beheerder met het beheer van de beleggingsinstelling of anderszins niet aan de toepasselijke wetgeving zal voldoen, deelt de Autoriteit Financiële Markten uiterlijk twintig werkdagen na ontvangst van de informatie, bedoeld in zevende lid, aan de beheerder mee dat de rechten van deelneming aangeboden mogen worden in Nederland.
Lid 9
Indien de rechten van deelneming niet mogen worden aangeboden, deelt de Autoriteit Financiële Markten dit binnen de in het vorige lid bedoelde termijn aan de beheerder mee.
Lid 10
Bij of krachtens algemene of krachtens maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de vorm en inhoud van de in zevende lid bedoelde informatie.
Lid 11
Indien de beheerder een beheerder is als bedoeld in onderdeel c van de definitie van Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling in artikel 1:1, deelt de Autoriteit Financiële Markten de Europese Autoriteit voor effecten en markten en, indien van toepassing, de toezichthoudende instantie van de lidstaat van herkomst van de beleggingsinstelling mede dat de beheerder de rechten van deelneming in de beleggingsinstelling in Nederland mag aanbieden.
Lid 12
Indien de beheerder een beheerder is als bedoeld in onderdeel c van de definitie van Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling in artikel 1:1, en de Autoriteit Financiële Markten instemt met een wijziging in de informatie, bedoeld in het zesde lid, deelt zij dit onverwijld mede aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten, indien de wijziging betrekking heeft op het beëindigen van het aanbieden van rechten van deelneming en beleggingsinstellingen of op het voornemen om rechten van deelneming in andere beleggingsinstellingen aan te bieden.
Artikel 4:37d
Lid 1
Indien een beleggingsinstelling of een derde namens een Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling zorg draagt voor de naleving door de beheerder van het ingevolge deze wet bepaalde en de beheerder deze naleving onvoldoende kan waarborgen, meldt hij dit onverwijld aan de Autoriteit Financiële Markten en, indien van toepassing, aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat van herkomst van de beleggingsinstelling.
Lid 2
De Autoriteit Financiële Markten kan de beheerder opdragen om zich in te spannen om ervoor te zorgen dat de door hem beheerde beleggingsinstelling of de derde, bedoeld in het eerste lid, namens hem zorg draagt voor de naleving van de bij of krachtens deze wet aan de beheerder gestelde regels.
Lid 3
Indien de beleggingsinstelling of de derde ook na de in het tweede lid bedoelde inspanningen blijvend niet zorg draagt voor naleving van het ingevolge deze wet bepaalde ten aanzien van de beheerder, meldt de beheerder dit aan de Autoriteit Financiële Markten. De Autoriteit Financiële Markten kan het besluit nemen dat de betrokken beheerder niet langer een bepaalde beleggingsinstelling mag beheren.
Lid 4
De Autoriteit Financiële Markten stelt de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar de beheerder rechten van deelneming in de beleggingsinstelling aanbiedt onverwijld in kennis van het besluit, bedoeld in het derde lid.
Artikel 4:37e
Lid 1
De beheerder van een beleggingsinstelling richt zijn bedrijfsvoering zodanig in dat maatregelen kunnen worden genomen om mogelijke belangenconflicten te identificeren, voorkomen, beheersen en controleren. De beheerder treft maatregelen om te voorkomen dat de belangen van door hem beheerde beleggingsinstellingen of hun deelnemers worden geschaad door een belangenconflict.
Lid 2
Indien het niet mogelijk is om schadelijke gevolgen van belangenconflicten voor de belangen van deelnemers te voorkomen, informeert een beheerder de potentiële deelnemers in een door hem beheerde beleggingsinstelling over de aard van mogelijke belangenconflicten. De beheerder voert een adequaat beleid inzake de omgang met dergelijke belangenconflicten.
Lid 3
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het bepaalde in het eerste en tweede lid.
Artikel 4:37f
Vervallen
Artikel 4:37g
Vervallen
Artikel 4:37h
Vervallen
Artikel 4:37i
Vervallen
Artikel 4:37j
Lid 1
De juridische eigendom van de activa van een beleggingsfonds wordt gehouden door een entiteit met als enig statutair doel het houden van de juridische eigendom van de activa van een of meer beleggingsfondsen, al dan niet tezamen met het bewaren en administreren van de activa.
Lid 2
Indien op grond van het beleggingsbeleid een reëel risico bestaat dat het vermogen van het beleggingsfonds en het eigen vermogen van de entiteit die de juridische eigendom van de activa houdt ontoereikend zullen zijn voor voldoening van vorderingen als bedoeld in het vijfde lid, wordt de juridische eigendom van de activa van een beleggingsfonds gehouden door een entiteit met als enig statutair doel het houden van de juridische eigendom van de activa uitsluitend ten behoeve van dat beleggingsfonds, al dan niet tezamen met het bewaren en administreren van de activa.
Lid 3
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste lid, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dat lid beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Lid 4
Het tweede lid is niet van toepassing ten aanzien van de activa van subfondsen.
Lid 5
Het vermogen van een beleggingsinstelling is een afgescheiden vermogen dat uitsluitend dient tot voldoening van vorderingen die voortvloeien uit:
schulden die verband houden met het beheer, het bewaren en het houden van de juridische eigendom van de activa van de beleggingsinstelling, en die volgens de informatie, bedoeld in artikel 4:37m, eerste lid, ten laste kunnen worden gebracht van het vermogen van de beleggingsinstelling; en.
rechten van deelneming.
Lid 6
Indien het vermogen van een beleggingsinstelling bij vereffening ontoereikend is voor voldoening van alle vorderingen, bedoeld in het vijfde lid, dient het eigen vermogen van de beleggingsinstelling ter voldoening van de vorderingen in de volgorde van het vijfde lid.
Lid 7
In afwijking van het vijfde lid zijn andere vorderingen verhaalbaar op het vermogen van een beleggingsinstelling indien vaststaat dat de in het vijfde lid bedoelde vorderingen zullen kunnen worden voldaan en dat in de toekomst dergelijke vorderingen niet meer zullen ontstaan.
Lid 8
Indien de in het vijfde lid bedoelde vorderingen niet volledig uit het vermogen van de beleggingsinstelling kunnen worden voldaan, dient het vermogen van de entiteit die de juridisch eigendom van de activa van de beleggingsinstelling houdt eerst ter voldoening van de vorderingen in volgorde van het vijfde lid en vervolgens van de overige vorderingen, behoudens de door de wet erkende andere redenen van voorrang.
Artikel 4:37k
Lid 1
Een beheerder van een Nederlandse beleggingsinstelling:
heeft procedures met betrekking tot de waardering van de activa van de door hem beheerde Nederlandse beleggingsinstellingen;
voert ten minste een maal per jaar een waardering van de activa van de door hem beheerde Nederlandse beleggingsinstellingen uit of ziet toe dat een waardering van de activa wordt uitgevoerd door een externe taxateur;
bepaalt ten minste een maal per jaar de intrinsieke waarde per recht van deelneming in de door hem beheerde Nederlandse beleggingsinstellingen;
draagt er zorg voor dat in de statuten of het fondsreglement van de beleggingsinstelling vermelden op welke wijze de deelnemers in kennis worden gesteld van de waardering, bedoeld in onderdeel b, en de intrinsieke waarde, bedoeld in onderdeel c; en
stelt de deelnemers in kennis over de waarderingen, bedoeld in onderdeel b, en de intrinsieke waarde, bedoeld in onderdeel c, overeenkomstig de statuten of het fondsreglement van de beleggingsinstelling.
Lid 2
Indien een beheerder van een Nederlandse beleggingsinstelling een waardering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, uitvoert, voldoet hij aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels.
Lid 3
Indien een externe taxateur een waardering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, uitvoert, toont de beheerder van een Nederlandse beleggingsinstelling die de externe taxateur heeft aangesteld aan dat is voldaan aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels.
Lid 4
Indien een Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling een externe taxateur aanstelt, stelt hij hiervan de Autoriteit Financiële Markten in kennis.
Lid 5
De Autoriteit Financiële Markten kan de Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling verplichten:
een andere externe taxateur aan te stellen indien de externe taxateur niet voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen regels, bedoeld in het derde lid; en
de procedures met betrekking tot de waardering van de activa van de door hem beheerde beleggingsinstellingen en de waarderingen van de activa van de door hem beheerde beleggingsinstellingen te laten controleren door een externe taxateur of accountant indien de waardering niet wordt uitgevoerd door een onafhankelijke externe taxateur.
Lid 6
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de waardering van de activa van de door een beheerder beheerde Nederlandse beleggingsinstellingen en de berekening van de intrinsieke waarde per recht van deelneming in die belegginginstellingen.
Artikel 4:37l
Lid 1
Indien een beheerder van een beleggingsinstelling rechten van deelneming in een door hem beheerde beleggingsinstelling in Nederland aanbiedt, verstrekt hij aan beleggers voordat zij die rechten verwerven een prospectus over die beleggingsinstelling.
Lid 2
De beheerder van een beleggingsinstelling actualiseert het prospectus, bedoeld in het eerste lid, zodra daartoe aanleiding bestaat.
Lid 3
Indien een beleggingsinstelling bestaat uit subfondsen, neemt de beheerder de specifiek voor een subfonds geldende voorwaarden op in het prospectus van de beleggingsinstelling.
Lid 4
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het prospectus, bedoeld in het eerste lid.
Lid 5
Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op beheerders van beleggingsinstellingen die beleggingsinstellingen beheren waarvan de rechten van deelneming verhandelbaar zijn en niet op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald,voor zover de beleggingsinstelling ingevolge de prospectusverordening een prospectus dient op te stellen.
Artikel 4:37m
Lid 1
Indien een beheerder van een beleggingsinstelling rechten van deelneming in een door hem beheerde beleggingsinstelling in Nederland aanbiedt, verstrekt hij aan de deelnemers in de beleggingsinstelling krachtens het tweede lid te bepalen informatie.
Lid 2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de inhoud van de informatie en de frequentie van de informatieverstrekking.
Artikel 4:37n
Een Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling verstrekt aan de Autoriteit Financiële Markten de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens met betrekking tot de wijze waarop de beheerder beleggingsinstellingen beheert, de beleggingsinstellingen die hij beheert, de beleggingen van de beleggingsinstellingen en de markten waarop de beleggingsinstellingen actief zijn.
Artikel 4:37o
Lid 1
Een Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling verstrekt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar aan de Autoriteit Financiële Markten een jaarrekening en een bestuursverslag van:
de door hem beheerde Europese beleggingsinstellingen; of
de door hem beheerde beleggingsinstellingen waarin hij rechten van deelneming aanbiedt in een lidstaat.
Lid 2
Een buitenlandse beheerder van een beleggingsinstelling verstrekt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar aan de Autoriteit Financiële Markten een jaarrekening en een bestuursverslag van de door hem beheerde Nederlandse beleggingsinstellingen.
Lid 3
De jaarrekening, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt opgesteld overeenkomstig de jaarrekeningstandaarden van:
de lidstaat van herkomst van de beleggingsinstelling; en
de staat die geen lidstaat is waar de beleggingsinstelling haar zetel heeft.
Lid 4
De jaarrekening en het bestuursverslag, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een accountant dan wel door een deskundige die ingevolge het recht van de staat waar de beleggingsinstelling haar zetel heeft, bevoegd is de jaarrekening en het bestuursverslag te onderzoeken.
Lid 5
Een jaarrekening en een bestuursverslag, als bedoeld in het eerste en tweede lid, worden op verzoek verstrekt aan deelnemers.
Lid 6
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de verstrekking en inhoud van de jaarrekening en het bestuursverslag, bedoeld in het eerste, tweede en vijfde lid.
Lid 7
Het eerste tot en met het zesde lid zijn niet van toepassing op beheerders van beleggingsinstellingen die beleggingsinstellingen beheren waarvan de rechten van deelneming zijn toegelaten tot de handel op een in Nederland gelegen of functionerende gereglementeerde markt en niet op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald.
Artikel 4:37p
Lid 1
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden aanvullende regels gesteld met betrekking tot de bedrijfsvoering, de informatie aan beleggers en deelnemers, informatie aan toezichthoudende instanties, bevoegdheden van toezichthoudende instanties en adequate behandeling van deelnemers. Deze aanvullende regels zijn van toepassing voor zover een beheerder van een beleggingsinstelling rechten van deelneming aanbiedt aan niet-professionele beleggers in Nederland, tenzij de beheerder van een beleggingsinstelling rechten van deelneming aanbiedt:
die slechts kunnen worden verworven tegen een tegenwaarde van ten minste € 100.000 per deelnemer; of
die een nominale waarde per recht hebben van ten minste € 100.000.
Lid 2
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de Autoriteit Financiële Markten volgens daarbij te stellen regels ontheffing kan verlenen van de krachtens het eerste lid gestelde regels.
Artikel 4:37pa
Lid 1
Een beleggingsmaatschappij die wordt beheerd door een beheerder van een beleggingsinstelling waarvan de vergunning is ingetrokken of een beleggingsmaatschappij waarvan de vergunning is ingetrokken, kan op verzoek van de Autoriteit Financiële Markten door de rechtbank worden ontbonden.
Lid 2
Het vermogen van een beleggingsfonds dat wordt beheerd door een beheerder van een beleggingsinstelling waarvan de vergunning is ingetrokken, kan op verzoek van de Autoriteit Financiële Markten door een of meer door de rechtbank aan te wijzen vereffenaars binnen een door de rechtbank te bepalen termijn worden vereffend.
Lid 3
Een beleggingsmaatschappij of het vermogen van een beleggingsfonds kan tevens op verzoek van de Autoriteit Financiële Markten door de rechtbank worden ontbonden onderscheidenlijk door een of meer door de rechtbank aan te wijzen vereffenaars binnen een door de rechtbank te bepalen termijn worden vereffend, indien:
de vergunning van de beheerder van de beleggingsinstelling zodanig is gewijzigd dat die vergunning niet langer strekt tot het beheer van het beleggingsfonds of de beleggingsmaatschappij;
de beleggingsinstelling of haar beheerder:
binnen een termijn van twaalf maanden na de oprichting geen activiteiten heeft verricht;
uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat de beleggingsinstelling geen activiteiten zal verrichten;
haar onderscheidenlijk zijn activiteiten gedurende een termijn van meer dan zes maanden heeft gestaakt;
kennelijk heeft opgehouden beleggingsinstelling te zijn;
niet voldoet aan deze wet; of
niet of niet genoegzaam uitvoering heeft gegeven aan een aanwijzing als bedoeld in artikel 1:75.
Lid 4
De ontbinding, bedoeld in het eerste of derde lid, en de vereffening, bedoeld in het tweede of derde lid, vindt niet eerder plaats dan nadat het besluit tot intrekking of wijziging van de vergunning onherroepelijk is geworden.
Lid 5
Dit artikel is uitsluitend van toepassing in het geval de rechten van deelneming in de beleggingsinstelling of de beleggingsmaatschappij worden aangeboden aan niet-professionele beleggers in Nederland.
Artikel 4:37q
In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt, indien van toepassing in afwijking van artikel 1:1, verstaan onder:
aandeel:
een verhandelbaar aandeel als bedoeld in artikel 79, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
een verhandelbaar aandeel als bedoeld in artikel 190, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
een certificaat van een aandeel of een ander met een certificaat van een aandeel gelijk te stellen verhandelbaar waardebewijs;
elk ander door een rechtspersoon, vennootschap of instelling opgericht naar het recht van een andere lidstaat, uitgegeven verhandelbaar waardebewijs dat gelijk te stellen is met onderdeel 1°, 2° of 3°; of
een verhandelbaar aandeel als bedoeld in artikel 4 van Verordening nr. 1435/2003 (EG) van de Raad van 22 juli 2003 betreffende het statuut voor een Europese Coöperatieve Vennootschap (PbEU 2003, L 207);
niet-beursgenoteerde uitgevende instelling: uitgevende instelling met zetel in een lidstaat waarvan geen aandelen zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt;
stemmen: stemmen die op aandelen kunnen worden uitgebracht;
drempelwaarde: een percentage van de stemmen, waarvan het bereiken, overschrijden of onderschrijden door een beleggingsinstelling die aandelen houdt of verwerft, of stemmen kan uitbrengen of verwerft, leidt tot een verplichting voor de beheerder van de beleggingsinstelling tot het doen van een melding ingevolge artikel 4:37s;
controle: het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van meer dan 50 procent van de stemrechten in de algemene vergadering van een niet-beursgenoteerde uitgevende instelling;
aandeelhouder: degene die aandelen in een niet-beursgenoteerde uitgevende instelling houdt en van wie naam en adres:
bekend zijn bij de beheerder van een beleggingsinstelling;
ter beschikking kunnen worden gesteld aan de beheerder door de niet-beursgenoteerde uitgevende instelling; of
zijn opgenomen in een register waartoe de beheerder toegang heeft of kan krijgen.
Artikel 4:37r
Lid 1
Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op de Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling die:
het beheer voert over een of meer beleggingsinstellingen die, alleen of gezamenlijk op grond van een daartoe strekkende overeenkomst, controle verkrijgen in een niet-beursgenoteerde uitgevende instelling; of
op grond van een overeenkomst samenwerkt met een andere beheerder van een beleggingsinstelling en de door hen beheerde beleggingsinstellingen gezamenlijk controle verkrijgen in een niet-beursgenoteerde uitgevende instelling.
Lid 2
In afwijking van het eerste lid, is artikel 4:37s tevens van toepassing op de Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling die:
het beheer voert over een of meer beleggingsinstellingen die alleen of gezamenlijk op grond van een daartoe strekkende overeenkomst, zeggenschap verkrijgen in een niet-beursgenoteerde uitgevende instelling; of
op grond van een overeenkomst samenwerkt met een andere beheerder van een beleggingsinstelling en de door hen beheerde beleggingsinstellingen gezamenlijk zeggenschap verkrijgen in een niet-beursgenoteerde uitgevende instelling.
Lid 3
Deze paragraaf is niet van toepassing indien de desbetreffende niet-beursgenoteerde uitgevende instelling:
minder dan 250 werkzame personen heeft en een jaaromzet van minder dan € 50 miljoen of een jaarlijks balanstotaal van minder dan € 43 miljoen heeft; of
een entiteit die is opgericht met als bijzonder doel het kopen, bewaren of beheren van vastgoed is.
Artikel 4:37s
Lid 1
Indien een beleggingsinstelling de beschikking verkrijgt of verliest over stemmen in een niet-beursgenoteerde uitgevende instelling waardoor het percentage van de stemmen waarover de beleggingsinstelling beschikt een drempelwaarde bereikt, overschrijdt dan wel onderschrijdt, meldt de beheerder dat zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen tien werkdagen aan de Autoriteit Financiële Markten.
Lid 2
De drempelwaarden, bedoeld in het eerste lid, zijn: 10 procent, 20 procent, 30 procent, 50 procent en 75 procent.
Lid 3
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gegevens die bij een melding als bedoeld in dit artikel dienen te worden verstrekt en de wijze van melden.
Artikel 4:37t
Lid 1
De beheerder van een beleggingsinstelling stelt indien een door hem beheerde beleggingsinstelling controle verkrijgt in een niet-beursgenoteerde uitgevende instelling, de aandeelhouders, de Autoriteit Financiële Markten en de niet-beursgenoteerde uitgevende instelling daarvan zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen tien werkdagen in kennis. Bij de kennisgeving verstrekt de beheerder de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Lid 2
De beheerder van een belegginginstelling houdt indien een door hem beheerde beleggingsinstelling controle verkrijgt in een niet-beursgenoteerde uitgevende instelling, voor de aandeelhouders, de Autoriteit Financiële Markten en de niet-beursgenoteerde uitgevende instelling de volgende informatie beschikbaar:
de identiteit van de beheerder;
het beleid ter voorkoming en beheer van belangenconflicten; en
het beleid inzake de communicatie met betrekking tot de niet-beursgenoteerde uitgevende instelling en met name met betrekking tot de werknemers van de desbetreffende niet-beursgenoteerde uitgevende instelling.
Lid 3
De beheerder van een beleggingsinstelling doet indien een door hem beheerde beleggingsinstelling controle verkrijgt in een niet-beursgenoteerde uitgevende instelling, een mededeling of draagt er zorg voor dat de beleggingsinstelling mededeling doet aan de aandeelhouders en de niet-beursgenoteerde uitgevende instelling met betrekking tot de:
voornemens van de beleggingsinstelling omtrent toekomst van de niet-beursgenoteerde uitgevende instelling; en
te verwachten gevolgen voor het in dienst houden van de werknemers en bestuurders van de niet-beursgenoteerde uitgevende instelling, met inbegrip van mogelijke belangrijke wijzigingen in de arbeidsvoorwaarden, indien de onder a bedoelde voornemens worden uitgevoerd.
Lid 4
De beheerder van een beleggingsinstelling verzoekt indien een door hem beheerde beleggingsinstelling controle verkrijgt in een niet-beursgenoteerde uitgevende instelling, het bestuur van de niet-beursgenoteerde uitgevende instelling om de vertegenwoordigers van de werknemers van de niet-beursgenoteerde uitgevende instelling of, bij ontstentenis van die vertegenwoordigers, de werknemers zelf onverwijld op de hoogte te stellen van de verkrijging van controle door de beleggingsinstelling en de informatie, bedoeld in het eerste tot en met derde lid.
Lid 5
De beheerder van een beleggingsinstelling verstrekt indien een door hem beheerde beleggingsinstelling controle verkrijgt in een niet-beursgenoteerde uitgevende instelling aan de Autoriteit Financiële Markten en aan de deelnemers van de beleggingsinstelling, informatie over de wijze van financiering van de verkrijging van controle door de beleggingsinstelling.
Artikel 4:37u
Lid 1
Indien een beleggingsinstelling controle verkrijgt in een niet-beursgenoteerde uitgevende instelling:
verzoekt de beheerder van de beleggingsinstelling de niet-beursgenoteerde uitgevende instelling binnen de volgens het toepasselijke recht geldende termijn een bestuursverslag op te maken en daarin de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens op te nemen en verzoekt het bestuur van de niet-beursgenoteerde uitgevende instelling het bestuursverslag ter beschikking te stellen aan de vertegenwoordigers van de werknemers van de niet-beursgenoteerde uitgevende instelling of, bij ontstentenis van die vertegenwoordigers, aan de werknemers zelf; of
neemt de beheerder van de beleggingsinstelling de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens, bedoeld in onderdeel a, op in de jaarrekening en het bestuursverslag van de beleggingsinstelling, bedoeld in artikel 4:37o.
Lid 2
Indien het eerste lid, onderdeel a, is toegepast stelt de beheerder van de beleggingsinstelling het bestuursverslag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, ter beschikking aan de deelnemers van de beleggingsinstelling binnen zes maanden na afloop van het boekjaar, doch niet later dan de volgens het toepasselijke recht geldende termijn voor het opstellen van het bestuursverslag van de niet-beursgenoteerde uitgevende instelling.
Lid 3
Indien het eerste lid, onderdeel b, is toegepast, verzoekt de beheerder van de beleggingsinstelling het bestuur van de niet-beursgenoteerde uitgevende instelling de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, binnen zes maanden na afloop van het boekjaar ter beschikking te stellen aan de vertegenwoordigers van de werknemers van de niet-beursgenoteerde uitgevende instelling of, bij ontstentenis van die vertegenwoordigers, aan de werknemers zelf.
Artikel 4:37v
Lid 1
Gedurende 24 maanden vanaf het tijdstip waarop een beleggingsinstelling controle verkrijgt in een niet-beursgenoteerde uitgevende instelling onthoudt de beheerder van de beleggingsinstelling zich van het bevorderen, steunen of opdragen van de volgende rechtshandelingen door de niet-beursgenoteerde uitgevende instelling:
winstuitkeringen, indien:
op de datum van sluiting van het voorgaande boekjaar het eigen vermogen van de niet-beursgenoteerde uitgevende instelling, zoals dat blijkt uit de jaarrekening, is gedaald of ingevolge de uitkering zou dalen beneden het bedrag van het geplaatste kapitaal, vermeerderd met de reserves die krachtens de wet of de statuten niet mogen worden uitgekeerd, met dien verstande dat het geplaatste kapitaal wordt verminderd met het bedrag van het deel daarvan dat nog niet behoeft te worden gestort, wanneer dit deel niet als activa op de balans is opgenomen; en
de uitkering hoger is dan het bedrag van de resultaten van het laatste afgesloten boekjaar, vermeerderd met de overgebrachte winst en met de bedragen die zijn onttrokken aan de daarvoor beschikbare reserves en verminderd met het overgebrachte verlies en met de krachtens wet of statuten aan de reserves toegevoegde bedragen;
kapitaalvermindering, tenzij de kapitaalvermindering tot doel heeft verliezen aan te zuiveren of bedragen op te nemen in een reserve, op voorwaarde dat deze reserve ten gevolge van de storting niet groter wordt dan tien procent van het bedrag van het verminderde geplaatste kapitaal;
terugbetaling op aandelen;
verkrijging van eigen aandelen, met inbegrip van eventueel eerder verkregen aandelen die de niet-beursgenoteerde uitgevende instelling in portefeuille houdt en aandelen die door een persoon in eigen naam maar voor rekening van de niet-beursgenoteerde uitgevende instelling zijn verkregen, waardoor het eigen vermogen daalt beneden het bedrag bedoeld onderdeel a, onder 1°.
Lid 2
Het eerste lid, onderdeel d, is niet van toepassing ten aanzien van aandelen die:
op de vennootschap overgaan onder algemene titel;
zijn volgestort en om niet worden verkregen of financiële ondernemingen worden verkregen als een provisie bij aankoop;
die worden verkregen krachtens een wettelijke verplichting of een rechterlijke beslissing ter bescherming van de aandeelhouders met een minderheidsdeelneming, in het bijzonder bij fusies, wijziging van het doel of de rechtsvorm van de vennootschap, bij zetelverplaatsing naar het buitenland of bij invoering van beperkingen van de overdraagbaarheid van aandelen;
die worden verkregen van een aandeelhouder omdat ze niet zijn volgestort;
die worden verkregen ten einde aandeelhouders met minderheidsdeelneming in verbonden vennootschappen schadeloos te stellen;
die zijn volgestort en die worden verkregen bij een gerechtelijke verkoop die plaatsvindt ter voldoening van een schuld van de eigenaar van die aandelen aan de vennootschap; of
die zijn volgestort en die zijn uitgegeven door een beleggingsmaatschappij met een vast kapitaal in de zin van artikel 56, zevende lid, tweede alinea, van Richtlijn (EU) 2017/1132 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 aangaande bepaalde aspecten van het vennootschapsrecht (PbEU 2017, L 169). Artikel 56, zevende lid, derde alinea, onderdeel a, van die richtlijn is van toepassing. Deze verkrijgingen mogen niet tot gevolg hebben dat het eigen vermogen daalt beneden het bedrag van het geplaatste kapitaal, vermeerderd met de reserves die volgens de wet niet mogen worden uitgekeerd.
Lid 3
Indien de beheerder van de beleggingsinstelling namens de beleggingsinstelling stemrecht heeft in vergaderingen van de bestuursorganen van de niet-beursgenoteerde uitgevende instelling, stemt de beheerder gedurende 24 maanden vanaf het tijdstip waarop de beleggingsinstelling controle verkrijgt in de niet-beursgenoteerde uitgevende instelling niet voor winstuitkeringen, kapitaalverminderingen, terugbetaling op aandelen en verkrijging van eigen aandelen als bedoeld in het eerste en tweede lid door de niet-beursgenoteerde uitgevende instelling.
Lid 4
Gedurende 24 maanden vanaf het tijdstip waarop een beleggingsinstelling controle verkrijgt in een niet-beursgenoteerde uitgevende instelling spant de beheerder van de beleggingsinstelling zich in om winstuitkeringen, kapitaalverminderingen, terugbetaling op aandelen en verkrijging van eigen aandelen als bedoeld in het eerste en tweede lid door de niet-beursgenoteerde uitgevende instelling te verhinderen.
Artikel 4:37w
In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt, indien van toepassing in afwijking van artikel 1:1, verstaan onder:
aandeel:
een verhandelbaar aandeel als bedoeld in artikel 79, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
een certificaat van een aandeel of een ander met een certificaat van een aandeel gelijk te stellen verhandelbaar waardebewijs; of
elk ander door een rechtspersoon, vennootschap of instelling opgericht naar het recht van een andere lidstaat uitgegeven verhandelbaar waardebewijs dat gelijk te stellen is met onderdeel 1°of 2°;
uitgevende instelling: uitgevende instelling met statutaire zetel in een lidstaat waarvan aandelen zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt;
controle: het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van het percentage stemrechten in een algemene vergadering van een uitgevende instelling dat door de lidstaat waar de uitgevende instelling haar statutaire zetel heeft is vastgesteld overeenkomstig artikel 5, derde lid, richtlijn nr. 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende het openbaar overnamebod (PbEU 2004, L 142);
aandeelhouder: degene die aandelen in een uitgevende instelling houdt en van wie naam en adres:
bekend zijn bij de beheerder van een beleggingsinstelling;
ter beschikking kunnen worden gesteld aan de beheerder door de uitgevende instelling; of
zijn opgenomen in een register waartoe de beheerder toegang heeft of kan krijgen.
Artikel 4:37x
Lid 1
Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op de Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling die:
het beheer voert over een of meer beleggingsinstellingen die, alleen of gezamenlijk op grond van een daartoe strekkende overeenkomst, controle verkrijgen in een uitgevende instelling; of
op grond van een overeenkomst samenwerkt met een andere beheerder van een beleggingsinstelling en de door hen beheerde beleggingsinstellingen gezamenlijk controle verkrijgen in een uitgevende instelling.
Lid 2
Deze paragraaf is niet van toepassing indien de desbetreffende uitgevende instelling:
minder dan 250 werkzame personen heeft en een jaaromzet van minder dan € 50 miljoen of een jaarlijks balanstotaal van minder dan € 43 miljoen heeft; of
een entiteit is die is opgericht met als bijzonder doel het kopen, bewaren of beheren van vastgoed.
Artikel 4:37y
Lid 1
De beheerder van een belegginginstelling houdt indien een door hem beheerde beleggingsinstelling controle verkrijgt in een uitgevende instelling, voor de aandeelhouders, de Autoriteit Financiële Markten en de uitgevende instelling de volgende informatie beschikbaar:
de identiteit van de beheerder;
het beleid ter voorkoming en beheer van belangenconflicten; en
het beleid inzake de communicatie met betrekking tot de uitgevende instelling en met name met betrekking tot de werknemers van de desbetreffende uitgevende instelling.
Lid 2
De beheerder van een belegginginstelling verzoekt indien een door hem beheerde beleggingsinstelling controle verkrijgt in een uitgevende instelling, het bestuur van de uitgevende instelling om de vertegenwoordigers van de werknemers van de uitgevende instelling of, bij ontstentenis van die vertegenwoordigers, de werknemers zelf onverwijld op de hoogte te stellen van de verkrijging van controle door de beleggingsinstelling en de informatie, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 4:37z
Lid 1
Gedurende 24 maanden vanaf het tijdstip waarop een beleggingsinstelling controle verkrijgt in een uitgevende instelling onthoudt de beheerder van de beleggingsinstelling zich van het bevorderen, steunen of opdragen van de volgende rechtshandelingen door de uitgevende instelling:
winstuitkeringen, indien:
op de datum van sluiting van het voorgaande boekjaar het eigen vermogen van de uitgevende instelling, zoals dat blijkt uit de jaarrekening, is gedaald of ingevolge de uitkering zou dalen beneden het bedrag van het geplaatste kapitaal, vermeerderd met de reserves die krachtens de wet of de statuten niet mogen worden uitgekeerd, met dien verstande dat het geplaatste kapitaal wordt verminderd met het bedrag van het deel daarvan dat nog niet behoeft te worden gestort, wanneer dit deel niet als activa op de balans is opgenomen; en
de uitkering hoger is dan het bedrag van de resultaten van het laatste afgesloten boekjaar, vermeerderd met de overgebrachte winst en met de bedragen die zijn onttrokken aan de daarvoor beschikbare reserves en verminderd met het overgebrachte verlies en met de krachtens wet of statuten aan de reserves toegevoegde bedragen;
kapitaalvermindering, tenzij de kapitaalvermindering tot doel heeft verliezen aan te zuiveren of bedragen op te nemen in een reserve, op voorwaarde dat deze reserve ten gevolge van de storting niet groter wordt dan tien procent van het bedrag van het verminderde geplaatste kapitaal;
terugbetaling op aandelen;
verkrijging van eigen aandelen, met inbegrip van eventueel eerder verkregen aandelen die de uitgevende instelling in portefeuille houdt en aandelen die door een persoon in eigen naam maar voor rekening van de uitgevende instelling zijn verkregen, waardoor het eigen vermogen daalt beneden het bedrag bedoeld onderdeel a, onder 1°.
Lid 2
Het eerste lid, onderdeel d, is niet van toepassing ten aanzien van aandelen die:
op de vennootschap overgaan onder algemene titel;
zijn volgestort en om niet worden verkregen of financiële ondernemingen worden verkregen als een provisie bij aankoop;
die worden verkregen krachtens een wettelijke verplichting of een rechterlijke beslissing ter bescherming van de aandeelhouders met een minderheidsdeelneming, in het bijzonder bij fusies, wijziging van het doel of de rechtsvorm van de vennootschap, bij zetelverplaatsing naar het buitenland of bij invoering van beperkingen van de overdraagbaarheid van aandelen;
die worden verkregen van een aandeelhouder omdat ze niet zijn volgestort;
die worden verkregen ten einde aandeelhouders met minderheidsdeelneming in verbonden vennootschappen schadeloos te stellen;
die zijn volgestort en die worden verkregen bij een gerechtelijke verkoop die plaatsvindt ter voldoening van een schuld van de eigenaar van die aandelen aan de vennootschap; of
die zijn volgestort en die zijn uitgegeven door een beleggingsmaatschappij met een vast kapitaal in de zin van artikel 56, zevende lid, tweede alinea, van Richtlijn (EU) 2017/1132 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 aangaande bepaalde aspecten van het vennootschapsrecht (PbEU 2017, L 169). Artikel 56, zevende lid, derde alinea, onderdeel a, van die richtlijn is van toepassing. Deze verkrijgingen mogen niet tot gevolg hebben dat het eigen vermogen daalt beneden het bedrag van het geplaatste kapitaal, vermeerderd met de reserves die volgens de wet niet mogen worden uitgekeerd.
Lid 3
Indien de beheerder van de beleggingsinstelling namens de beleggingsinstelling stemrecht heeft in vergaderingen van de organen van de niet-beursgenoteerde uitgevende instelling, stemt de beheerder gedurende 24 maanden vanaf het tijdstip waarop de beleggingsinstelling controle verkrijgt in de uitgevende instelling niet voor winstuitkeringen, kapitaalverminderingen, terugbetaling op aandelen en verkrijging van eigen aandelen als bedoeld in het eerste en tweede lid door de uitgevende instelling.
Lid 4
Gedurende 24 maanden vanaf het tijdstip waarop een beleggingsinstelling controle verkrijgt in een uitgevende instelling spant de beheerder van de beleggingsinstelling zich in om winstuitkeringen, kapitaalverminderingen, terugbetaling op aandelen en verkrijging van eigen aandelen als bedoeld in het eerste en tweede lid door de uitgevende instelling te verhinderen.
Artikel 4:38
Lid 1
Deze paragraaf is niet van toepassing op beheerders met zetel in een andere lidstaat die via het verrichten van diensten rechten van deelneming in icbe’s in Nederland aanbieden, icbe’s met zetel in een andere lidstaat en aan die instellingen verbonden bewaarders.
Lid 2
Deze paragraaf, met uitzondering van de artikelen 4:46 tot en met 4:53, aanhef en onderdeel b, 4:59a tot en met 4:59e en 4:62, is niet van toepassing op beheerders met zetel in een andere lidstaat die vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of via het verrichten van diensten icbe’s met zetel in Nederland beheren of rechten van deelneming in icbe’s met zetel in Nederland aanbieden.
Lid 3
Deze paragraaf, met uitzondering van de artikelen 4:53, aanhef en onderdeel b, en 4:62, is niet van toepassing op beheerders met zetel in een andere lidstaat die vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor rechten van deelneming in icbe’s in Nederland aanbieden.
Artikel 4:39
Ten minste twee natuurlijke personen bepalen het dagelijks beleid van een beheerder van een icbe of maatschappij voor collectieve belegging in effecten.
Artikel 4:40
De personen die het dagelijks beleid van een beheerder van een icbe of maatschappij voor collectieve belegging in effecten met zetel in Nederland bepalen, verrichten hun werkzaamheden in verband daarmee vanuit Nederland.
Artikel 4:41
Vervallen
Artikel 4:42
Een beheerder van een icbe is een rechtspersoon.
Artikel 4:43
Vervallen
Artikel 4:44
Lid 1
De juridische eigendom van de activa van een fonds voor collectieve belegging in effecten wordt gehouden door een entiteit met als enig statutair doel het houden van de juridische eigendom van de activa van een of meer fondsen voor collectieve belegging in effecten, al dan niet tezamen met het bewaren en administreren van de activa.
Lid 2
Indien op grond van het beleggingsbeleid een reëel risico bestaat dat het vermogen van het fonds voor collectieve belegging in effecten en het eigen vermogen van de entiteit die de juridische eigendom van de activa houdt, ontoereikend zullen zijn voor voldoening van vorderingen als bedoeld in artikel 4:45, eerste lid, wordt de juridische eigendom van de activa van een fonds voor collectieve belegging in effecten gehouden door een entiteit met als enig statutair doel het houden van de juridische eigendom van de activa uitsluitend ten behoeve van dat fonds, al dan niet tezamen met het bewaren en administreren van de activa.
Lid 3
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste lid, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dat lid beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Lid 4
Het tweede lid is niet van toepassing ten aanzien van de activa van subfondsen.
Lid 5
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste lid indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dat lid beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:45
Lid 1
Het vermogen van een icbe is een afgescheiden vermogen dat uitsluitend dient tot voldoening van vorderingen die voortvloeien uit:
schulden die verband houden met het beheer, het bewaren en het houden van de juridische eigendom van de activa van de icbe, en die volgens de informatie, bedoeld in artikel 4:22, eerste lid, ten laste kunnen worden gebracht van het vermogen van de icbe; en
rechten van deelneming.
Lid 2
Indien het vermogen van een icbe bij vereffening ontoereikend is voor voldoening van de vorderingen, dient het vermogen van het icbe ter voldoening van de vorderingen in de volgorde van het eerste lid.
Lid 3
In afwijking van het eerste lid zijn andere vorderingen verhaalbaar op het vermogen van een icbe indien vaststaat dat de in het eerste lid bedoelde vorderingen zullen kunnen worden voldaan en dat in de toekomst dergelijke vorderingen niet meer zullen ontstaan.
Lid 4
Indien de in het eerste lid bedoelde vorderingen niet volledig uit het vermogen van het icbe kunnen worden voldaan, dient het eigen vermogen van de entiteit die de juridische eigendom houdt van de activa van het icbe eerst ter voldoening van de vorderingen in de volgorde van het eerste lid en vervolgens van de overige vorderingen, behoudens de door de wet erkende andere redenen van voorrang.
Artikel 4:46
Lid 1
Een beheerder van een icbe beschikt over een website.
Lid 2
De beheerder rangschikt informatie op de website, voorzover relevant, per afzonderlijke door hem beheerde icbe.
Lid 3
De beheerder vermeldt het adres van de website in het prospectus, bedoeld in artikel 4:49, eerste lid, in de halfjaarcijfers en in het bestuursverslag van de beheerder en de door hem beheerde icbe’s, bedoeld in artikel 4:51, eerste en tweede lid.
Lid 4
Indien de beheerder ingevolge deze wet beschikbaar te stellen of te verstrekken informatie op zijn website publiceert of anderszins in elektronische vorm beschikbaar stelt, vermeldt hij daarbij dat desgevraagd een afschrift van die informatie wordt verstrekt en, indien van toepassing, welke kosten daaraan verbonden zijn.
Artikel 4:46a
Lid 1
Telkens wanneer een icbe rechten van deelneming aanbiedt, verkoopt, inkoopt of daarop terugbetaalt, bepaalt de beheerder van een icbe de intrinsieke waarde van de rechten van deelneming en publiceert hij deze onverwijld op zijn website, onder vermelding van het moment waarop de bepaling van de intrinsieke waarde plaatsvond.
Lid 2
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van de verplichting de intrinsieke waarde te publiceren, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die met die verplichting worden beoogd te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:47
Lid 1
Een beheerder van een icbe heeft op zijn website de voorwaarden die gelden tussen een door hem beheerde icbe en de deelnemers beschikbaar.
Lid 2
Een beheerder van een icbe maakt een voorstel tot wijziging van de voorwaarden als bedoeld in het eerste lid bekend in een advertentie in een landelijk verspreid Nederlands dagblad of aan het adres van iedere deelnemer alsmede op zijn website. De beheerder van een icbe licht het voorstel tot wijziging van de voorwaarden toe op zijn website. Gelijktijdig met de bekendmaking van het voorstel tot wijziging stelt de beheerder van een icbe de Autoriteit Financiële Markten hiervan in kennis. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ten aanzien van de inhoud van de advertentie en de toelichting op de website van de beheerder van een icbe.
Lid 3
Een beheerder van een icbe maakt een wijziging van de voorwaarden als bedoeld in het eerste lid bekend in een advertentie in een landelijk verspreid Nederlands dagblad of aan het adres van iedere deelnemer alsmede op zijn website voor zover deze wijziging afwijkt van het voorstel, bedoeld in het tweede lid. De beheerder van een icbe licht de wijziging van de voorwaarden toe op zijn website. Gelijktijdig met de bekendmaking van de wijziging stelt de beheerder van een icbe de Autoriteit Financiële Markten hiervan in kennis.
Lid 4
Indien door de wijziging van de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, rechten of zekerheden van de deelnemers worden verminderd of lasten aan de deelnemers worden opgelegd, wordt de wijziging tegenover de deelnemers niet ingeroepen voordat een maand is verstreken na de bekendmaking, bedoeld in het tweede lid, en kunnen de deelnemers binnen deze periode onder de gebruikelijke voorwaarden uittreden.
Lid 5
Indien door de wijziging van de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, het beleggingsbeleid van de icbe wordt gewijzigd, wordt de wijziging niet ingevoerd voordat een maand is verstreken na de bekendmaking, bedoeld in het tweede lid, en kunnen de deelnemers binnen deze periode onder de gebruikelijke voorwaarden uittreden.
Lid 6
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het tweede lid, eerste volzin, het derde lid, eerste volzin, het vierde of het vijfde lid, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die met die verplichting worden beoogd te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:48
Lid 1
Een beheerder van een icbe heeft op zijn website een registratiedocument beschikbaar waarin gegevens zijn opgenomen over de beheerder, de icbe’s die hij beheert of voornemens is te beheren en de eventueel daaraan verbonden bewaarders.
Lid 2
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de gegevens die het registratiedocument ten minste moet bevatten.
Lid 3
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste lid, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die het eerste lid beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:49
Lid 1
Een beheerder van een icbe heeft op zijn website een prospectus beschikbaar over elke door hem beheerde icbe.
Lid 2
Het prospectus bevat ten minste:
de gegevens die voor beleggers noodzakelijk zijn om zich een oordeel te vormen over de icbe en de daaraan verbonden kosten en risico’s;
een verklaring van de beheerder van een icbe dat hijzelf, de icbe en de eventueel daaraan verbonden bewaarder voldoen aan de bij of krachtens deze wet gestelde regels en dat het prospectus voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde regels;
een mededeling van een accountant, onder vermelding van zijn naam en kantooradres, dat het prospectus de ingevolge deze wet voorgeschreven gegevens bevat;
het registratiedocument van de beheerder van een icbe, bedoeld in artikel 4:48, eerste lid; en
bij algemene maatregel van bestuur te bepalen andere gegevens die op bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze in het prospectus worden opgenomen.
Lid 3
Indien een icbe bestaat uit subfondsen, neemt de beheerder van een icbe de specifiek voor een subfonds geldende voorwaarden op in het prospectus van de icbe.
Lid 4
Een beheerder van een icbe actualiseert de gegevens die in het prospectus zijn opgenomen zodra daartoe aanleiding bestaat.
Lid 5
De Autoriteit Financiële Markten kan verlangen dat het prospectus in een of meer door haar te bepalen talen beschikbaar wordt gesteld indien dit, gelet op de voorgenomen verspreiding van het prospectus, noodzakelijk is voor een adequate informatieverschaffing aan het publiek.
Lid 6
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste of derde lid, alsmede van ingevolge het tweede lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die het eerste lid beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:50
Lid 1
Een beheerder van een icbe verstrekt ten minste twee weken voordat rechten van deelneming in een door hem beheerde icbe worden aangeboden aan de Autoriteit Financiële Markten ten behoeve van opname van de icbe in het register, bedoeld in artikel 1:107, de volgende gegevens:
de naam en het adres van de beheerder van de icbe;
de naam en het adres van de icbe;
indien van toepassing: de namen van de personen die het dagelijks beleid van de maatschappij voor collectieve belegging in effecten bepalen, de namen van de personen die het beleid van de maatschappij voor collectieve belegging in effecten bepalen of mede bepalen en de namen van de personen die onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de maatschappij voor collectieve belegging in effecten;
de naam en het adres van de eventueel aan de icbe verbonden bewaarder;
de wijze van in- en verkoop van rechten van deelneming;
een beschrijving van het beleggingsbeleid van de icbe;
de eventuele notering op een gereglementeerde markt;
de beoogde datum van het aanbieden van de rechten van deelneming; en
indien van toepassing: het fondsreglement van het fonds voor collectieve belegging in effecten.
Lid 2
De beheerder van een icbe stelt bij het aanbieden van de rechten van deelneming of bij de schriftelijke aankondiging dat de rechten van deelneming zullen worden aangeboden, het prospectus, bedoeld in artikel 4:49, het fondsreglement of de statuten van de icbe en, voor zover openbaar gemaakt, de jaarrekening van de icbe over de twee voorafgaande jaren algemeen en kosteloos beschikbaar en publiceert deze informatie op zijn website. In iedere bekendmaking waarin deze rechten van deelneming worden aangeboden, worden de plaatsen vermeld waar het prospectus voor het publiek verkrijgbaar is.
Lid 3
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het tweede lid, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dat lid beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:51
Lid 1
Een beheerder van een icbe of icbe verstrekt binnen vier maanden na afloop van het boekjaar aan de Autoriteit Financiële Markten een jaarrekening, een bestuursverslag en overige gegevens als bedoeld in de artikelen 361, eerste lid, 391, eerste lid, onderscheidenlijk 392, eerste lid, onderdelen a tot en met h, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
Lid 2
Een beheerder van een icbe of icbe verstrekt binnen negen weken na afloop van de eerste helft van het boekjaar halfjaarcijfers aan de Autoriteit Financiële Markten.
Lid 3
De beheerder van een icbe of icbe stelt de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens, bedoeld in het eerste lid, en de halfjaarcijfers, bedoeld in het tweede lid, op overeenkomstig Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van artikel 396, zevende lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, voor zover het de vrijstelling van de verplichting, bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, betreft, en artikel 403 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek voor zover het een beheerder van een icbe betreft.
Lid 4
Indien een icbe bestaat uit subfondsen, neemt de beheerder van een icbe of de icbe de relevante financiële gegevens met betrekking tot de subfondsen op in de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens, bedoeld in het eerste lid, en de halfjaarcijfers, bedoeld in het tweede lid, van de icbe.
Lid 5
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de verstrekking en de inhoud van de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens, bedoeld in het eerste lid, en van de halfjaarcijfers, bedoeld in het tweede lid.
Lid 6
Onverminderd het bepaalde in Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek kan de Autoriteit Financiële Markten op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste, tweede of derde lid of van het op grond van het vijfde lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:52
Lid 1
Een beheerder van een icbe of icbe maakt binnen vier maanden na afloop van het boekjaar de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens, bedoeld in artikel 4:51, eerste lid, openbaar.
Lid 2
Een beheerder van een icbe of icbe maakt binnen negen weken na afloop van de eerste helft van het boekjaar de halfjaarcijfers, bedoeld in artikel 4:51, tweede lid, openbaar.
Lid 3
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de openbaarmaking van de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens, bedoeld in het eerste lid, en van de halfjaarcijfers, bedoeld in het tweede lid.
Lid 4
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste of tweede lid of het op grond van het derde lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:52a
Ten minste een maal per jaar voert een onafhankelijke deskundige een waardering uit van de activa van een icbe die geen financiële instrumenten zijn die zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, een multilaterale handelsfaciliteit of een met een gereglementeerde markt of multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is.
Artikel 4:52b
Vervallen
Artikel 4:53
Indien van de in Nederland gevoerde of te voeren naam van een beheerder van een icbe of een icbe gevaar voor verwarring of misleiding is te duchten, kan de Autoriteit Financiële Markten verlangen dat de beheerder van een icbe onderscheidenlijk de icbe:
de naam wijzigt; of
een verklarende vermelding aan de naam toevoegt.
Artikel 4:54
Lid 1
Een maatschappij voor collectieve belegging in effecten die wordt beheerd door een beheerder van een icbe waarvan de vergunning is ingetrokken of een maatschappij voor collectieve belegging in effecten waarvan de vergunning is ingetrokken, kan op verzoek van de Autoriteit Financiële Markten door de rechtbank worden ontbonden.
Lid 2
Het vermogen van een fonds voor collectieve belegging in effecten dat wordt beheerd door een beheerder van een icbe waarvan de vergunning is ingetrokken, kan op verzoek van de Autoriteit Financiële Markten door een of meer door de rechtbank aan te wijzen vereffenaars binnen een door de rechtbank te bepalen termijn worden vereffend.
Lid 3
Een maatschappij voor collectieve belegging in effecten of het vermogen van een fonds voor collectieve belegging in effecten kan tevens op verzoek van de Autoriteit Financiële Markten door de rechtbank worden ontbonden onderscheidenlijk door een of meer door de rechtbank aan te wijzen vereffenaars binnen een door de rechtbank te bepalen termijn worden vereffend, indien:
de vergunning van de beheerder van de icbe zodanig is gewijzigd dat die vergunning niet langer strekt tot het beheer van het fonds voor collectieve belegging in effecten of de maatschappij voor collectieve belegging in effecten;
de icbe of haar beheerder:
binnen een termijn van twaalf maanden na de oprichting geen activiteiten heeft verricht;
uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat de icbe geen activiteiten zal verrichten;
haar onderscheidenlijk zijn activiteiten gedurende een termijn van meer dan zes maanden heeft gestaakt;
kennelijk heeft opgehouden icbe te zijn;
niet voldoet aan deze wet; of
niet of niet genoegzaam uitvoering heeft gegeven aan een aanwijzing als bedoeld in artikel 1:75.
Lid 4
De ontbinding, bedoeld in het eerste of derde lid, en de vereffening, bedoeld in het tweede of derde lid, vindt niet eerder plaats dan nadat het besluit tot intrekking of wijziging van de vergunning onherroepelijk is geworden.
Artikel 4:55
Indien een beheerder van een icbe de inkoop of terugbetaling van rechten van deelneming in een door hem beheerde icbe opschort, stelt hij de toezichthoudende instantie van elke lidstaat waar de rechten van deelneming in de icbe worden verhandeld, onverwijld daarvan op de hoogte.
Artikel 4:55a
Vervallen
Artikel 4:55b
Indien een beheerder van een master-icbe de inkoop, terugbetaling of inschrijving van rechten van deelneming in een door hem beheerde master-icbe tijdelijk opschort, kan een beheerder van een feeder-icbe onverminderd artikel 4:55 besluiten in dezelfde periode de inkoop, terugbetaling of inschrijving van rechten van deelneming in de door hem beheerde feeder-icbe op te schorten.
Artikel 4:56
Vervallen
Artikel 4:57
Vervallen
Artikel 4:57a
Vervallen
Artikel 4:57b
Vervallen
Artikel 4:57c
Lid 1
Indien een master-icbe en een feeder-icbe verschillende accountants hebben, sluiten de accountants een overeenkomst tot uitwisseling van informatie.
Lid 2
Een accountant van een feeder-icbe betrekt in zijn accountantsverslag het accountantsverslag van de master-icbe. Indien de afsluitingsdatum van het boekjaar van de master-icbe afwijkt van de afsluitingsdatum van het boekjaar van de feeder-icbe stelt de accountant van de master-icbe een ad hoc-verslag op, waarvan de afsluitingsdatum gelijk is aan de afsluitingsdatum van het boekjaar van de feeder-icbe.
Lid 3
Een accountant van een feeder-icbe vermeldt in zijn accountantsverslag:
de door hem geconstateerde onregelmatigheden in het accountantsverslag van de master-icbe; en
de gevolgen van deze onregelmatigheden voor de feeder-icbe.
Lid 4
Een accountant als bedoeld in het eerste lid is niet aansprakelijk voor een beperking van de informatieverstrekking aan de andere accountant vanwege een contractuele beperking die voortvloeit uit een overeenkomst met derden of ingevolge de wet is bepaald.
Lid 5
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 4:58
Een maatschappij voor collectieve belegging in effecten heeft een aparte beheerder tenzij de maatschappij een eigen vermogen heeft van ten minste € 300 000.
Artikel 4:59
Een beheerder van een icbe heeft zijn zetel in een lidstaat.
Artikel 4:59a
Lid 1
Een beheerder van een icbe voert een adequaat beleid ter zake van het voorkomen van belangenconflicten.
Lid 2
Een beheerder van een icbe zorgt ervoor dat de door hem beheerde icbe’s en de deelnemers van de door hem beheerde icbe’s op billijke wijze worden behandeld in het geval dat een belangenconflict onvermijdelijk blijkt te zijn.
Lid 3
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het beleid, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 4:59b
Lid 1
Een beheerder van een icbe zet zich op eerlijke, billijke en professionele wijze in voor de door hem beheerde icbe’s en de deelnemers van de door hem beheerde icbe’s en onthoudt zich van gedragingen die schadelijk zijn voor de integriteit van de markt.
Lid 2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de verwerking van orders, het verstrekken van informatie aan deelnemers over de uitgevoerde opdrachten tot inschrijving, inkoop of terugbetaling van rechten van deelneming en het verschaffen of ontvangen van een beloning of vergoeding, in welke vorm dan ook, in verband met het beheer van beleggingen en de administratie.
Artikel 4:59c
Lid 1
Bij het uitvoeren van orders namens icbe’s neemt een beheerder van een icbe alle redelijke maatregelen om het best mogelijke resultaat voor de door hem beheerde icbe’s te behalen, rekening houdend met de prijs, de kosten, de snelheid, de waarschijnlijkheid van uitvoering en afwikkeling, de omvang en de aard van de order en alle andere voor de uitvoering van de order relevante aspecten.
Lid 2
Bij de bepaling van het relatieve gewicht van de factoren, bedoeld in het eerste lid, neemt de beheerder van een icbe de volgende aspecten in aanmerking:
de doelstellingen, beleggingsstrategie en risico’s met betrekking tot de icbe’s, zoals opgenomen in het prospectus, de statuten of het fondsreglement van de desbetreffende icbe’s;
de kenmerken van de order;
de kenmerken van de financiële instrumenten waarop de order betrekking heeft; en
de kenmerken van de plaatsen van uitvoering waar de order kan worden geplaatst.
Lid 3
Teneinde te voldoen aan het eerste lid stelt een beheerder van een icbe adequate regelingen vast en ziet hij toe op de naleving van deze regelingen. Een beheerder van een icbe stelt in ieder geval een beleid vast dat hem in staat stelt om bij de uitvoering van orders voor de door hem beheerde icbe’s het best mogelijke resultaat te behalen.
Lid 4
Met de uitvoering van een order wordt pas een begin gemaakt na instemming van de maatschappij voor collectieve belegging in effecten met het orderuitvoeringsbeleid.
Lid 5
Een beheerder van een icbe stelt de deelnemers van de icbe’s in kennis van het orderuitvoeringsbeleid en over wezenlijke veranderingen daarvan.
Lid 6
Een beheerder van een icbe ziet periodiek toe op de doeltreffendheid van zijn uitvoeringsregelingen en orderuitvoeringsbeleid om tekortkomingen te achterhalen en te corrigeren. Het orderuitvoeringsbeleid wordt jaarlijks geëvalueerd. Een dergelijke evaluatie wordt ook telkens verricht wanneer zich een wezenlijke verandering voordoet in de mogelijkheden van de beheerder van een icbe om het best mogelijke resultaat te behalen voor de door hem beheerde icbe’s.
Lid 7
Een beheerder van een icbe zorgt ervoor dat hij kan aantonen dat de orders die hij namens de icbe heeft uitgevoerd in overeenstemming zijn met het orderuitvoeringsbeleid.
Artikel 4:59d
Lid 1
Een beheerder van een icbe neemt alle redelijke maatregelen om het best mogelijke resultaat voor de door hem beheerde icbe’s te behalen bij het plaatsen van orders met betrekking tot financiële instrumenten bij derden. Daarbij rekening houdend met de factoren, bedoeld in artikel 4:59c, eerste lid, en het relatieve gewicht van deze factoren dat wordt bepaald aan de hand van de criteria, bedoeld in artikel 4:59c, tweede lid.
Lid 2
De beheerder van een icbe stelt een beleid vast dat hem in staat stelt te voldoen aan het eerste lid. In het beleid worden voor alle categorieën van financiële instrumenten de derden genoemd bij wie de orders worden geplaatst. De genoemde derden moeten beschikken over orderuitvoeringsregelingen die de beheerder van een icbe in staat stelt aan zijn verplichtingen uit hoofde van dit artikel te voldoen wanneer hij orders ter uitvoering plaatst bij deze derden.
Lid 3
De beheerder van een icbe verstrekt de deelnemers van de icbe’s voldoende informatie over het overeenkomstig het tweede lid vastgestelde beleid en over wezenlijke veranderingen daarvan.
Lid 4
De beheerder van een icbe houdt periodiek toezicht op de doeltreffendheid van het beleid, bedoeld in het tweede lid, en met name op de uitvoeringskwaliteit van de in het beleid genoemde derden en corrigeert in voorkomend geval eventuele tekortkomingen.
Lid 5
De beheerder van een icbe evalueert jaarlijks het vastgestelde beleid, bedoeld in het tweede lid, en gaat daarbij met name de kwaliteit van uitvoering van orders van icbe’s door de in dit beleid genoemde derden na en corrigeert eventuele tekortkomingen in het beleid.
Een dergelijke evaluatie wordt ook telkens verricht wanneer zich een wezenlijke verandering voordoet in de mogelijkheden van de beheerder van een icbe om steeds het best mogelijke resultaat voor de door hem beheerde icbe’s te behalen.
Lid 6
De beheerder van een icbe zorgt ervoor dat hij kan aantonen dat de orders die hij namens de icbe heeft geplaatst, in overeenstemming zijn met het beleid, bedoeld in het tweede lid.
Artikel 4:59e
Lid 1
Een beheerder van een icbe past procedures en regelingen toe die een onmiddellijke, billijke en vlotte uitvoering van orders namens de icbe’s garanderen.
Lid 2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de procedures en regelingen, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 4:60
Lid 1
Het statutaire doel of reglementaire doel van een icbe is uitsluitend het beleggen met toepassing van het beginsel van risicospreiding in bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen financiële instrumenten.
Lid 2
De rechten van deelneming in een icbe worden zonder beperkingen in Nederland aangeboden en worden op verzoek van een deelnemer direct of indirect ten laste van de activa van de icbe ingekocht of terugbetaald.
Lid 3
Het is een icbe verboden haar statuten of reglementen zodanig te wijzigen dat zij niet meer voldoet aan het eerste en tweede lid.
Lid 4
Een wijziging van de statuten of reglementen als bedoeld in het derde lid is nietig. Op verzoek van het openbaar ministerie benoemt de rechter een bewindvoerder met de macht om de gevolgen van de nietige handeling ongedaan te maken.
Lid 5
Bij het ongedaan maken van de gevolgen van de nietige handeling handelt de bewindvoerder mede in het belang van de deelnemers in de icbe.
Artikel 4:61
Lid 1
Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de bedrijfsvoering van en informatieverstrekking door icbe’s en bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het beleggen door icbe’s.
Lid 2
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de Autoriteit Financiële Markten volgens daarbij te stellen regels ontheffing kan verlenen van het op grond van het eerste lid bepaalde met betrekking tot het beleggen door instellingen voor collectieve belegging in effecten.
Artikel 4:61a
Lid 1
Een master-icbe maakt een voornemen tot liquidatie bekend aan haar deelnemers en aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat van de zetel van de feeder-icbe.
Lid 2
De master-icbe wordt niet geliquideerd voordat drie maanden zijn verstreken na de bekendmaking, bedoeld in het eerste lid.
Lid 3
Indien een master-icbe met zetel in Nederland of met zetel in een andere lidstaat wordt geliquideerd, wordt een feeder-icbe eveneens geliquideerd, tenzij de Autoriteit Financiële Markten instemt met een belegging van de feeder-icbe als bedoeld in het vierde lid.
Lid 4
Indien een master-icbe wordt geliquideerd kan een feeder-icbe na instemming van de Autoriteit Financiële Markten:
ten minste 85 procent van haar beheerd vermogen beleggen in rechten van deelneming in een andere master-icbe; of
haar statuten of fondsreglement zodanig wijzigen dat zij wordt omgezet in een icbe niet zijnde een feeder-icbe.
Lid 5
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de te volgen procedure voor het verkrijgen van instemming, bedoeld in het vierde lid.
Artikel 4:61b
Lid 1
Indien een master-icbe fuseert met een andere icbe of wordt gesplitst in twee of meer icbe’s, wordt een feeder-icbe geliquideerd tenzij de Autoriteit Financiële Markten instemt met het voornemen van de feeder-icbe om:
ten minste 85 procent van haar beheerd vermogen te beleggen in rechten van deelneming in een master-icbe of een andere icbe ontstaan als gevolg van de fusie of splitsing;
ten minste 85 procent van haar beheerd vermogen te beleggen in rechten van deelneming in een master-icbe die niet is ontstaan als gevolg van de fusie of splitsing; of
haar statuten of fondsreglement zodanig te wijzigen dat zij wordt omgezet in een icbe, niet zijnde een feeder-icbe.
Lid 2
Indien de feeder-icbe een besluit neemt als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b of c, stelt de master-icbe de feeder-icbe in de gelegenheid om voor het ingaan van de fusie of splitsing de rechten van deelneming in de master-icbe ter inkoop of terugbetaling aan de master-icbe aan te bieden.
Lid 3
Een verdwijnende master-icbe verstrekt zestig dagen voor de beoogde ingangsdatum van de fusie of splitsing informatie over de voorgenomen fusie, met inachtneming van het ingevolge artikel 4:62g, eerste lid, bepaalde onderscheidenlijk daarmee vergelijkbare informatie over de voorgenomen splitsing aan haar deelnemers en aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat van de zetel van haar feeder-icbe’s.
Lid 4
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de te volgen procedure voor het verkrijgen van instemming met het voornemen, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 4:62
Lid 1
Een beheerder van een icbe met zetel in een andere lidstaat die in Nederland rechten van deelneming aanbiedt treft voorzieningen om de taken te vervullen als bedoeld in artikel 92, eerste lid, van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten.
Lid 2
De beheerder van de icbe of een derde aan wie de taken als bedoeld in artikel 92, eerste lid, van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten zijn uitbesteed, zorgt ervoor dat de informatie die op grond van artikel 92, eerste lid, aan de deelnemers wordt verstrekt, elektronisch beschikbaar is en is opgesteld in de Nederlandse of een andere door de Autoriteit Financiële Markten goedgekeurde taal.
Lid 3
Indien de beheerder van een icbe de taken, bedoeld in artikel 92, eerste lid, van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten, uitbesteedt aan een derde, sluit de beheerder een schriftelijke overeenkomst met de derde waarin is vastgelegd welke taken niet door de beheerder van de icbe worden vervuld en dat de beheerder alle relevante informatie en documenten aan de derde zal verstrekken.
Artikel 4:62a
Een binnenlandse en grensoverschrijdende fusie kan plaatsvinden door een rechtshandeling van twee of meer icbe’s waarbij:
een bestaande icbe onder algemene titel alle activa en passiva van de verdwijnende icbe verkrijgt en waarbij de deelnemers van de verdwijnende icbe rechten van deelneming verkrijgen in de verkrijgende icbe, eventueel met een bijbetaling van maximaal tien procent van de intrinsieke waarde van deze rechten van deelneming;
door twee of meer icbe’s een nieuwe icbe wordt opgericht die onder algemene titel alle activa en passiva verkrijgt van de verdwijnende icbe en waarbij de deelnemers van de verdwijnende icbe rechten van deelneming verkrijgen in de op te richten icbe, eventueel met een bijbetaling van maximaal tien procent van de intrinsieke waarde van deze rechten van deelneming; of
een verdwijnende icbe blijft bestaan totdat haar schulden zijn voldaan en haar netto activa worden samengevoegd met die van een verkrijgende icbe en waarbij de deelnemers van de verdwijnende icbe rechten van deelneming verkrijgen in de verkrijgende icbe.
Artikel 4:62b
Lid 1
Een verdwijnende icbe met zetel in Nederland stelt de Autoriteit Financiële Markten in kennis van een voorgenomen fusie met een verkrijgende icbe.
Lid 2
De verdwijnende icbe geeft geen uitvoering aan de voorgenomen fusie voordat de Autoriteit Financiële Markten daarmee heeft ingestemd.
Lid 3
De kennisgeving van de voorgenomen fusie geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens en in de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen taal.
Lid 4
De Autoriteit Financiële Markten beoordeelt de mogelijke gevolgen van de voorgenomen fusie voor de deelnemers van de betrokken icbe met zetel in Nederland teneinde na te gaan of aan de deelnemers de juiste informatie zal worden verstrekt.
Lid 5
De Autoriteit Financiële Markten kan aan de verdwijnende icbe met zetel in Nederland voorschrijven dat de te verstrekken informatie aan haar deelnemers wordt verduidelijkt.
Lid 6
Indien de door de verdwijnende icbe, bedoeld in het eerste lid, ingediende gegevens onvolledig zijn, stelt de Autoriteit Financiële Markten de icbe hiervan binnen tien werkdagen na ontvangst van de gegevens, bedoeld in het derde lid, op de hoogte en stelt zij haar binnen een redelijke termijn in de gelegenheid om de gegevens aan te vullen.
Lid 7
Indien de gegevens, bedoeld in het derde lid volledig zijn, verstrekt de Autoriteit Financiële Markten bij een grensoverschrijdende fusie een afschrift van die gegevens aan de toezichthoudende instantie van de verkrijgende icbe met zetel in een andere lidstaat.
Artikel 4:62c
Lid 1
Bij een grensoverschrijdende fusie kan de Autoriteit Financiële Markten aan de verkrijgende icbe met zetel in Nederland voorschrijven dat de te verstrekken informatie aan haar deelnemers wordt aangepast binnen vijftien werkdagen na ontvangst van de volledige informatie, bedoeld in artikel 39, tweede lid, van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten van de toezichthoudende instantie van de lidstaat van de zetel van de verdwijnende icbe. De Autoriteit Financiële Markten doet hiervan mededeling aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat van de zetel van de verdwijnende icbe.
Lid 2
De Autoriteit Financiële Markten deelt de toezichthoudende instantie van de lidstaat van de zetel van de verdwijnende icbe binnen twintig werkdagen na ontvangst van de door de verkrijgende icbe aangepaste informatie mede of de informatie adequaat is aangepast.
Artikel 4:62d
Lid 1
De Autoriteit Financiële Markten stemt in met een voorgenomen binnenlandse fusie indien:
de voorgenomen fusie voldoet aan het ingevolge de artikelen 4:62b, 4:62e en 4:62f bepaalde;
de beheerder van een icbe van de verkrijgende icbe op grond van artikel 2:123, vijfde lid, rechten van deelneming kan aanbieden in de lidstaten waar de verdwijnende icbe haar rechten van deelneming mag aanbieden; en
de te verstrekken informatie aan de deelnemers van de verdwijnende icbe en de verkrijgende icbe volledig is.
Lid 2
De Autoriteit Financiële Markten stemt in met een voorgenomen grensoverschrijdende fusie indien:
de voorgenomen fusie voldoet aan het ingevolge de artikelen 4:62b, 4:62c, 4:62e en 4:62f bepaalde;
de verkrijgende icbe op grond van artikel 93 van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten rechten van deelneming in Nederland mag aanbieden of in de andere lidstaten waar de verdwijnende icbe haar rechten van deelneming mag aanbieden; en
de te verstrekken informatie aan de deelnemers volledig is.
Lid 3
De Autoriteit Financiële Markten stelt binnen twintig werkdagen, na ontvangst van de volledige informatie, de aanvrager in kennis van haar besluit om al dan niet in te stemmen met de voorgenomen fusie.
Lid 4
In geval van een grensoverschrijdende fusie als bedoeld in het tweede lid stelt de Autoriteit Financiële Markten de toezichthoudende instantie van de verkrijgende icbe in kennis van haar besluit om al dan niet in te stemmen met de voorgenomen fusie.
Artikel 4:62e
Lid 1
De verdwijnende icbe en de verkrijgende icbe stellen een gemeenschappelijk fusievoorstel op.
Lid 2
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de inhoud van het gemeenschappelijk fusievoorstel en de controle van de juistheid van de in het gemeenschappelijk fusievoorstel opgenomen gegevens.
Artikel 4:62f
Lid 1
Een verdwijnende icbe vraagt een accountant om onderzoek te doen naar de juistheid van de volgende gegevens:
de criteria voor de waardering van de activa en, indien van toepassing, de passiva voor de berekening van de ruilverhouding;
de intrinsieke waarde per recht van deelneming;
de berekeningsmethode voor de ruilverhouding van de rechten van deelneming; en
de feitelijke ruilverhouding.
Lid 2
De accountant stelt van het onderzoek naar de juistheid van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, een verslag op.
Lid 3
Een afschrift van het verslag van de accountant wordt door de beheerder van een icbe van de verdwijnende icbe of van de verkrijgende icbe op verzoek kosteloos verstrekt aan de deelnemers van de bij de fusie betrokken icbe’s, de Autoriteit Financiële Markten en de betrokken toezichthoudende instanties.
Artikel 4:62g
Lid 1
Een verdwijnende icbe en een verkrijgende icbe verstrekken hun deelnemers kosteloos correcte en nauwkeurige informatie over de voorgenomen fusie.
Lid 2
De informatie, bedoeld in het eerste lid, wordt aan de deelnemers verstrekt nadat de Autoriteit Financiële Markten en indien van toepassing de betrokken toezichthoudende instantie met de fusie heeft ingestemd.
Lid 3
De informatie wordt aan de deelnemers verstrekt ten minste dertig dagen voor de laatste dag waarop de deelnemers hun rechten van deelneming kunnen laten inkopen, terugbetalen of zo mogelijk omzetten in rechten van deelneming in een andere icbe.
Lid 4
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de inhoud, de vorm en de wijze waarop de informatie over de voorgenomen fusie wordt verstrekt.
Artikel 4:62h
Lid 1
Nadat de deelnemers van een verdwijnende icbe en een verkrijgende icbe in kennis zijn gesteld van de voorgenomen fusie ingevolge artikel 4:62g worden de deelnemers door de betrokken icbe in de gelegenheid gesteld hun rechten van deelneming zonder andere kosten dan de kosten ter dekking van de desinvesteringskosten in de situaties zoals omschreven in de prospectussen van de betrokken icbe's, in te laten kopen, terug te laten betalen of zo mogelijk om te laten zetten in rechten van deelneming in een andere icbe met een soortgelijk beleggingsbeleid dat wordt beheerd door dezelfde beheerder van een icbe of door een andere beheerder van een icbe waarmee de beheerder van een icbe is verbonden door een gezamenlijke bedrijfsvoering, een gezamenlijke zeggenschapsuitoefening of door een gekwalificeerde deelneming.
Lid 2
De deelnemers kunnen op grond van het eerste lid hun rechten van deelneming zonder kosten in laten kopen, terug laten betalen of zo mogelijk om laten zetten in rechten van deelneming in een andere icbe tot vijf werkdagen voor de dag waarop de verhouding voor de omruiling van de rechten van deelneming wordt bepaald op grond van artikel 4:62j, eerste of tweede lid.
Lid 3
Onverminderd het eerste en tweede lid kan een beheerder van een icbe, in afwijking van artikel 4:55, een inschrijving op of, de inkoop of terugbetaling van de rechten van deelneming tijdelijk opschorten na instemming van de Autoriteit Financiële Markten indien dit in het belang is van de deelnemers.
Artikel 4:62i
Een icbe die een aparte beheerder van een icbe heeft, brengt de juridische kosten, administratiekosten of advieskosten in verband met de voorbereiding en de afronding van een fusie in rekening bij de beheerder van een icbe.
Artikel 4:62j
Lid 1
In geval van een binnenlandse fusie, wordt de verhouding voor de omruiling van rechten van deelneming in de verdwijnende icbe tegen rechten van deelneming in de verkrijgende icbe en de relevante intrinsieke waarde bij betaling in contanten bepaald op de dag waarop de fusie van kracht wordt.
Lid 2
Indien de verhouding voor de omruiling van rechten van deelneming en de bepaling van de intrinsieke waarde, bedoeld in het eerste lid, op de dag waarop de fusie van kracht wordt niet mogelijk is, wordt deze bepaald voor de eerst volgende dag waarop de verhandeling van de rechten van deelneming in de verkrijgende icbe mogelijk is.
Lid 3
In geval van een grensoverschrijdende fusie zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing op een verkrijgende icbe met zetel in Nederland.
Lid 4
De beheerder van een icbe van een verkrijgende icbe met zetel in Nederland maakt de ingangsdatum van de fusie bekend in een advertentie in een landelijk verspreid Nederlands dagblad alsmede op zijn website. Gelijktijdig met de bekendmaking van de ingangsdatum van de fusie stelt de beheerder van een icbe tevens de Autoriteit Financiële Markten hiervan in kennis.
Lid 5
Een van kracht geworden binnenlandse of grensoverschrijdende fusie kan niet meer worden vernietigd. Artikel 323 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing.
Artikel 4:62k
In geval van een fusie op grond van artikel 4:62a stelt de beheerder van een icbe van de verkrijgende icbe de bewaarder van de verkrijgende icbe in kennis van de overdracht van de activa en in voorkomend geval van de passiva.
Artikel 4:62l
Deze paragraaf is niet van toepassing op:
beheerders van een icbe met zetel in een andere lidstaat die geen icbe’s met zetel in Nederland beheren, icbe’s met zetel in een andere lidstaat en de aan die icbe’s verbonden bewaarders;
beheerders van een beleggingsinstelling met zetel in een andere lidstaat die geen beleggingsinstellingen met zetel in Nederland beheren, beleggingsinstellingen met zetel in een andere lidstaat en de eventueel aan die beleggingsinstellingen verbonden bewaarders;
beheerders van beleggingsinstellingen met zetel in een aangewezen staat die geen beleggingsinstellingen met zetel in Nederland beheren, en beleggingsinstellingen met zetel in een aangewezen staat en de aan die beleggingsinstellingen verbonden bewaarders.
Artikel 4:62m
Lid 1
Een beheerder van een beleggingsinstelling of beheerder van een icbe treft maatregelen opdat de activa van een door hem beheerde beleggingsinstelling of icbe ten behoeve van de deelnemers worden bewaard door een onafhankelijke bewaarder.
Lid 2
De beheerder gaat met de bewaarder mede ten behoeve van de beleggingsinstelling of icbe en de deelnemers een schriftelijke overeenkomst inzake bewaring aan.
Lid 3
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de onafhankelijkheid van de bewaarder, bedoeld in het eerste lid.
Lid 4
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de taken van de bewaarder en de inhoud van de tussen de beheerder en de bewaarder te sluiten overeenkomst.
Artikel 4:62n
Een beheerder van een beleggingsinstelling of een beheerder van een icbe stelt als bewaarder aan:
een rechtspersoon met een vergunning op grond van artikel 2:3g;
een bank met zetel in een lidstaat en met een vergunning als bedoeld in artikel 8 van de richtlijn kapitaalvereisten;
een beleggingsonderneming met zetel in een lidstaat en met een vergunning als bedoeld in artikel 5 van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 en die voldoet aan artikel 2:3g, tweede lid, onderdeel b; of
een bij ministeriële regeling van artikel 2:3g, eerste lid, vrijgestelde bewaarder.
Artikel 4:62na
Ten minste twee natuurlijke personen bepalen het dagelijks beleid van een bewaarder of pensioenbewaarder.
Artikel 4:62o
Lid 1
Een Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling stelt als bewaarder van een Europese beleggingsinstelling slechts aan een bewaarder die is gevestigd in de lidstaat van herkomst van de beleggingsinstelling.
Lid 2
Een Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling stelt als bewaarder van een niet-Europese beleggingsinstelling slechts aan een bewaarder die is gevestigd:
in de staat waarin de beleggingsinstelling gevestigd is; of
in de lidstaat van herkomst van de beheerder.
Lid 3
Als bewaarder van een belegginginstelling als bedoeld in het tweede lid, aanhef, kan, in afwijking van artikel 4:62n, een entiteit optreden van dezelfde aard als de financiële ondernemingen, bedoeld in artikel 4:62n, eerste lid, onderdeel b of c, indien deze entiteit is onderworpen aan effectieve prudentiële regelgeving en toezicht dat dezelfde strekking heeft als bedoeld in artikel 4:62n, eerste lid, onderdelen b en c, en dat daadwerkelijk wordt uitgevoerd.
Lid 4
Een beheerder van een icbe stelt als bewaarder slechts aan een bewaarder die is gevestigd in de lidstaat van herkomst van de icbe.
Lid 5
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het derde lid.
Artikel 4:62p
Lid 1
Een bewaarder is jegens de Nederlandse beleggingsinstelling of de icbe aansprakelijk voor verlies van een in bewaring genomen financieel instrument.
Lid 2
In geval van verlies van een in bewaring genomen financieel instrument geeft de bewaarder onverwijld een financieel instrument van hetzelfde type of het overeenkomstige bedrag terug aan de beleggingsinstelling of icbe.
Lid 3
De bewaarder kan zijn aansprakelijkheid voor verlies van de in bewaring gegeven financiële instrumenten jegens de beleggingsinstelling respectievelijk icbe niet beperken of uitsluiten.
Lid 4
De bewaarder is aansprakelijk voor andere verliezen dan het verlies van een financieel instrument als bedoeld in het eerste lid jegens de beleggingsinstelling respectievelijk icbe indien hij door opzet of nalatigheid niet voldoet aan het ingevolge deze wet bepaalde.
Lid 5
Bedingen in een overeenkomst in strijd met het eerste, tweede of vierde lid zijn nietig.
Lid 6
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de voorwaarden waaronder en de omstandigheden waarin in bewaring genomen financiële instrumenten als verloren worden beschouwd voor de toepassing van dit artikel.
Artikel 4:62q
Lid 1
In afwijking van artikel 4:62p kan een bewaarder van een Nederlandse beleggingsinstelling indien hij werkzaamheden uitbesteedt als bedoeld in artikel 4:16, zijn aansprakelijkheid voor verlies van de in bewaring gegeven financiële instrumenten jegens de beleggingsinstelling of de deelnemers uitsluiten indien:
hij een schriftelijke overeenkomst met de derde die de uitbestede werkzaamheden verricht, heeft gesloten waarin zijn aansprakelijkheid voor tekortkomingen van de derde wordt uitgesloten en op grond waarvan de beleggingsinstelling, de deelnemer of de bewaarder namens hen, op dezelfde voet als waarin oorspronkelijk de bewaarder kon worden aangesproken, de derde kan aanspreken wegens schade door dat verlies; en
hij een schriftelijke overeenkomst met de beleggingsinstelling of de beheerder heeft gesloten waarin deze instemt met de uitsluiting van de aansprakelijkheid van de bewaarder, waarin een objectieve reden voor die uitsluiting is opgenomen en, indien van toepassing, op grond waarvan hij namens de beleggingsinstelling of de deelnemers de derde voor de schade kan aanspreken.
Lid 2
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de aansprakelijkheid van de bewaarder voor verlies van in bewaring gegeven financiële instrumenten indien op grond van wetgeving van een staat die geen lidstaat is bepaalde financiële instrumenten door een entiteit in die staat in bewaring moeten worden genomen.
Artikel 4:62r
Lid 1
De bewaarder van een Nederlandse beleggingsinstelling of de bewaarder van een icbe verstrekt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar aan de Autoriteit Financiële Markten een jaarrekening, een bestuursverslag en overige gegevens als bedoeld in de artikelen 361, eerste lid, 391, eerste lid, onderscheidenlijk 392, eerste lid, onderdelen a tot en met h, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
Lid 2
De bewaarder stelt de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens, bedoeld in het eerste lid, op overeenkomstig internationale jaarrekeningstandaarden of Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van artikel 396, zevende lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, voor zover het de vrijstelling van de verplichting, bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, betreft.
Lid 3
De bewaarder maakt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de jaarrekening en het bestuursverslag openbaar.
Lid 4
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de verstrekking en de inhoud van de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens, bedoeld in het eerste lid.
Lid 5
Onverminderd het bepaalde in Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek kan de Autoriteit Financiële Markten op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste tot en met derde lid of het op grond van het vierde lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:62s
Lid 1
Een bewaarder handelt eerlijk, billijk, professioneel en in het belang van de beleggingsinstelling of icbe en haar deelnemers.
Lid 2
Een bewaarder verricht geen activiteiten die kunnen leiden tot belangenconflicten tussen hem en de beheerder, de belegginginstelling, de icbe, de deelnemers in de beleggingsinstelling of de deelnemers in de icbe, tenzij de bewaarder zijn bewaartaken functioneel en hiërarchisch gescheiden heeft van zijn andere, mogelijkerwijs, conflicterende taken, en de potentiële belangenconflicten naar behoren zijn geïdentificeerd, beheerd, gecontroleerd en medegedeeld aan de deelnemers in de desbetreffende beleggingsinstelling of icbe.
Artikel 4:62t
Lid 1
De bewaarder van een icbe verstrekt aan de beheerder periodiek een overzicht van alle activa van de icbe.
Lid 2
De bewaarder houdt alle gegevens van door hem verrichte diensten en transacties bij die de Autoriteit Financiële Markten redelijkerwijs nodig heeft ten behoeve van het toezicht op de naleving van het ingevolge deze wet bepaalde door de bewaarder.
Artikel 4:62u
Lid 1
De bewaarder van een beleggingsinstelling mag de bij hem in bewaring gegeven activa niet hergebruiken tenzij de beheerder van de beleggingsinstelling vooraf uitdrukkelijk zijn toestemming heeft verleend.
Lid 2
De bewaarder van een icbe hergebruikt de bij hem in bewaring gegeven activa niet voor eigen rekening.
Lid 3
Onder hergebruik als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt verstaan elke transactie met betrekking tot de in bewaring gegeven activa, met inbegrip van overdragen, als zekerheid verstrekken, verkopen of uitlenen.
Lid 4
De bewaarder van een icbe mag de activa hergebruiken indien:
het hergebruik voor rekening van de icbe is;
de bewaarder de instructies van de beheerder voor rekening van icbe uitvoert;
het hergebruik ten goede komt aan de icbe en in het belang is van de deelnemers; en
de transactie wordt gedekt door een liquide zekerheid van hoge kwaliteit die door de icbe wordt ontvangen door overdracht onder bijzondere titel.
Lid 5
De marktwaarde van de zekerheid, bedoeld in het vierde lid, onderdeel d, bedraagt ten minste de marktwaarde van de hergebruikte activa vermeerderd met een toeslag.
Artikel 4:62v
Lid 1
De bewaarder van een master-icbe meldt aan de Autoriteit Financiële Markten, de feeder-icbe of, indien van toepassing, de beheerder en bewaarder van de feeder-icbe onregelmatigheden waarvan zij bij de uitvoering van haar werkzaamheden ten aanzien van de master-icbe kennis heeft gekregen en die geacht worden een negatief effect op feeder-icbe te zullen hebben.
Lid 2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de onregelmatigheden, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 4:62w
Lid 1
Indien een master-icbe en een feeder-icbe verschillende bewaarders hebben, sluiten de bewaarders een overeenkomst tot uitwisseling van informatie.
Lid 2
Een feeder-icbe verstrekt aan haar bewaarder alle informatie over de master-icbe die de bewaarder nodig heeft voor de uitvoering van haar taken.
Lid 3
Een bewaarder als bedoeld in het eerste lid is niet aansprakelijk voor een beperking van informatieverstrekking aan de andere bewaarder vanwege een contractuele beperking die voortvloeit uit een overeenkomst met derden of ingevolge de wet is bepaald.
Lid 4
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 4:63
Lid 1
Een levensverzekeraar of natura-uitvaartverzekeraar draagt er zorg voor dat in een individuele levensverzekering met een looptijd van meer dan zes maanden onderscheidenlijk in een natura-uitvaartverzekering uitdrukkelijk wordt bepaald dat de verzekeringnemer gedurende dertig kalenderdagen vanaf de dag waarop hij van het sluiten van de verzekering in kennis is gesteld, de verzekering met onmiddellijke ingang schriftelijk of door middel van een voor de verzekeraar beschikbare en toegankelijke duurzame drager kan opzeggen.
Lid 2
De kennisgeving van het sluiten van de verzekering, bedoeld in het eerste lid, geschiedt schriftelijk of op een voor de verzekeringnemer beschikbare en toegankelijke duurzame drager binnen vier weken na het sluiten van de verzekering.
Lid 3
De opzegging door de verzekeringnemer heeft tot gevolg dat hij en de levensverzekeraar onderscheidenlijk natura-uitvaartverzekeraar met ingang van het tijdstip waarop de verzekeraar deze opzegging heeft ontvangen, worden ontheven van alle uit deze verzekering voortvloeiende verplichtingen.
Lid 4
Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op overeenkomsten die strekken tot fondsvorming ter voldoening van de verzorging van de uitvaart van natuurlijke personen.
Artikel 4:63a
Lid 1
Indien een verzekering een aanvulling is op de levering van een roerende zaak of de verlening van een dienst, als onderdeel van een pakket of van dezelfde overeenkomst, biedt de desbetreffende verzekeraar de cliënt de mogelijkheid de roerende zaak of de dienst afzonderlijk aan te schaffen.
Lid 2
Rechtshandelingen verricht in strijd met het eerste lid zijn vernietigbaar tenzij de rechtshandeling betrekking heeft op verzekeringen met een beleggingscomponent.
Lid 3
Dit artikel is niet van toepassing op verzekeringen in aanvulling op een betaalrekening niet zijnde een basisbetaalrekening.
Artikel 4:64
De artikelen 4:65 tot en met 4:69 zijn niet van toepassing op:
rechtsbijstandverzekeraars met zetel in een andere lidstaat;
door een verzekeraar verleende rechtsbijstand voorzover deze betrekking heeft op risico’s die verband houden met het gebruik van zeeschepen; en
door een verzekeraar als bijkomend risico bij de branche Hulpverlening verleende rechtsbijstand in een andere staat dan die waar de verzekerde zijn woonplaats heeft, voorzover:
deze rechtsbijstand deel uitmaakt van een verzekering die alleen betrekking heeft op hulpverlening; en
in de overeenkomst afzonderlijk is verklaard dat de rechtsbijstanddekking is beperkt tot rechtsbijstand in een andere staat dan die waar de verzekerde zijn woonplaats heeft en slechts een aanvulling vormt op de hulpverlening.
Artikel 4:65
Lid 1
Een rechtsbijstandverzekeraar die uitsluitend de branche Rechtsbijstand uitoefent:
richt zijn bedrijfsvoering zodanig in dat de personeelsleden die zich bezighouden met de rechtsbijstandschaderegeling of met het geven van juridische adviezen met betrekking tot deze schaderegeling, niet tegelijkertijd dezelfde of soortgelijke werkzaamheden verrichten ten behoeve van een andere verzekeraar waarmee hij financiële, commerciële of administratieve banden heeft en die een andere branche uitoefent;
vertrouwt de werkzaamheden met betrekking tot de rechtsbijstandschaderegeling toe aan een juridisch zelfstandig schaderegelingkantoor en vermeldt dit schaderegelingkantoor in de overeenkomst inzake de rechtsbijstanddekking; of
neemt in de overeenkomst inzake de rechtsbijstanddekking de bepaling op dat de verzekerde, zodra hij uit hoofde van de verzekering recht heeft op rechtsbijstand, de behartiging van zijn belangen mag toevertrouwen aan een advocaat of een andere rechtens bevoegde deskundige van zijn keuze.
Lid 2
Een rechtsbijstandverzekeraar die naast de branche Rechtsbijstand een andere branche uitoefent:
vertrouwt de werkzaamheden met betrekking tot de rechtsbijstandschaderegeling toe aan een juridisch zelfstandig schaderegelingkantoor en vermeldt dit schaderegelingkantoor in de overeenkomst inzake de rechtsbijstanddekking; of
neemt in de overeenkomst inzake de rechtsbijstanddekking de bepaling op dat de verzekerde, zodra hij uit hoofde van de verzekering recht heeft op rechtsbijstand, de behartiging van zijn belangen mag toevertrouwen aan een advocaat of een andere rechtens bevoegde deskundige van zijn keuze.
Lid 3
Een rechtsbijstandverzekeraar vertrouwt werkzaamheden met betrekking tot de rechtsbijstandschaderegeling alleen toe aan een schaderegelingkantoor als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en het tweede lid, onderdeel a, dat zijn bedrijfsvoering zodanig inricht dat de personeelsleden en de leden van het leidinggevende orgaan die zich bezighouden met de rechtsbijstandschaderegeling of met het geven van juridische adviezen met betrekking tot deze schaderegeling, niet tezelfdertijd dezelfde of soortgelijke werkzaamheden verrichten ten behoeve van een andere branche van een verzekeraar waarmee het schaderegelingkantoor financiële, commerciële of administratieve banden heeft.
Artikel 4:66
Indien een overeenkomst van verzekering tevens risico’s van een andere branche dekt, draagt een rechtsbijstandverzekeraar er zorg voor dat de inhoud van de rechtsbijstanddekking wordt opgenomen in een afzonderlijke overeenkomst of in een afzonderlijk hoofdstuk van de overeenkomst.
Artikel 4:67
Lid 1
Een rechtsbijstandverzekeraar draagt er zorg voor dat in de overeenkomst inzake de rechtsbijstanddekking uitdrukkelijk wordt bepaald dat het de verzekerde vrij staat een advocaat of een andere rechtens bevoegde deskundige te kiezen:
om zijn belangen in een gerechtelijke of administratieve procedure te verdedigen, te vertegenwoordigen of te behartigen; of
indien zich een belangenconflict voordoet.
Lid 2
Dit artikel is niet van toepassing op rechtsbijstandverzekeraars die toepassing hebben gegeven aan artikel 4:65, eerste lid, onderdeel c, of 4:65, tweede lid, onderdeel b.
Artikel 4:68
Lid 1
Een rechtsbijstandverzekeraar draagt er zorg voor dat in de overeenkomst inzake de rechtsbijstanddekking uitdrukkelijk wordt voorzien in een scheidsrechterlijke procedure of een andere procedure die met een scheidsrechterlijke procedure vergelijkbare garanties inzake objectiviteit biedt, teneinde te bepalen welke gedragslijn er bij verschil van mening tussen de verzekeraar onderscheidenlijk het juridisch zelfstandig schaderegelingkantoor en de verzekerde zal worden gevolgd voor de regeling van het geschil waarvoor een beroep op de rechtsbijstandverzekering wordt gedaan.
Lid 2
Dit artikel is niet van toepassing op rechtsbijstandverzekeraars die toepassing hebben gegeven aan artikel 4:65, eerste lid, onderdeel c, of artikel 4:65, tweede lid, onderdeel b.
Artikel 4:69
Lid 1
Een rechtsbijstandverzekeraar draagt er zorg voor dat telkens wanneer zich een belangenconflict voordoet of er een verschil van mening bestaat over de regeling van het geschil de verzekerde op de hoogte wordt gebracht van het in artikel 4:67 bedoelde recht of van de mogelijkheid gebruik te maken van de in artikel 4:68 bedoelde procedure.
Lid 2
Dit artikel is niet van toepassing op rechtsbijstandverzekeraars die toepassing hebben gegeven aan artikel 4:65, eerste lid, onderdeel c, of artikel 4:65, tweede lid, onderdeel b.
Artikel 4:70
Lid 1
Een schadeverzekeraar die de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen uitoefent vanuit een vestiging in Nederland:
is aangesloten bij het bureau, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;
komt zijn verplichtingen na jegens het Waarborgfonds Motorverkeer uit hoofde van de artikelen 24, eerste lid, 24a, eerste lid, en 24b, eerste, tweede, derde en achtste lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;
komt zijn verplichtingen na tot kennisgeving uit hoofde van artikel 13, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen jegens het overheidsorgaan aldaar bedoeld;
zorgt ervoor dat zijn voorwaarden van verzekering voldoen aan de door de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen gestelde eisen; en
komt zijn verplichting na tot openbaarmaking uit hoofde van artikel 5a, tweede lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen.
Lid 2
Een schadeverzekeraar met zetel in Nederland die de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen uitoefent of een schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is die de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor stelt in iedere andere lidstaat een persoon als schaderegelaar aan. De schaderegelaar is belast met het namens de schadeverzekeraar behandelen en afwikkelen van vorderingen van benadeelden die aanspraak kunnen maken op schadevergoeding ten gevolge van feiten veroorzaakt door deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen die gewoonlijk zijn gestald en verzekerd in een andere lidstaat dan die van de woonplaats van de benadeelde en die zich ofwel hebben voorgedaan in een andere lidstaat dan die van de woonplaats van de benadeelde, ofwel in een staat die geen lidstaat is waar een nationaal bureau werkzaam is dat overeenkomt met het bureau, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen.
Lid 3
De schaderegelaar heeft zijn vestiging in de lidstaat waar hij is aangesteld. Vorderingen van benadeelden als bedoeld in het tweede lid behandelt hij en wikkelt hij af in de officiële taal of de officiële talen van die lidstaat.
Lid 4
De schaderegelaar houdt zich namens de schadeverzekeraar niet bezig met de uitoefening van het bedrijf van verzekeraar. Evenmin wordt hij beschouwd als een vestiging van de schadeverzekeraar in de zin van Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PbEU 2012, L 351), of in de zin van het Verdrag van Brussel van 27 september 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van de beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PbEG C 27).
Lid 5
De schadeverzekeraar, bedoeld in het tweede lid, meldt binnen twee weken na de aanvang van de uitoefening van de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen aan het Informatiecentrum, bedoeld in artikel 27b van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, en aan het informatiecentrum in iedere andere lidstaat de naam en het adres van de door hem in iedere lidstaat aangestelde schaderegelaar. De schadeverzekeraar stelt de in de eerste volzin bedoelde informatiecentra binnen twee weken in kennis van een wijziging in de naam of het adres van de desbetreffende schaderegelaar.
Lid 6
De schadeverzekeraar van degene die de schade heeft veroorzaakt, zijn schaderegelaar of het bureau, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, geeft binnen drie maanden na de datum waarop een benadeelde zijn verzoek tot schadevergoeding heeft ingediend:
een met redenen omkleed voorstel tot schadevergoeding indien de aansprakelijkheid niet wordt betwist en de omvang van de schade is vastgesteld; of
een met redenen omkleed antwoord op alle punten van het verzoek tot schadevergoeding indien de aansprakelijkheid wordt betwist of de omvang van de schade nog niet volledig is vastgesteld.
Artikel 119 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek is van toepassing.
Lid 7
De schadeverzekeraar, bedoeld in de aanhef van het eerste lid, legt binnen twee weken na de aanvang van de uitoefening van de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen aan de Autoriteit Financiële Markten een door hem ondertekende verklaring over dat zijn voorwaarden van verzekering voldoen aan de door de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen gestelde eisen.
Lid 8
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag ontheffing verlenen van het eerste of tweede lid aan een schadeverzekeraar die geen aansprakelijkheden dekt ten aanzien waarvan de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen van toepassing is en die de risico’s van de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen uitsluitend als bijkomende risico’s dekt.
Artikel 4:71.0a
Lid 1
Een aanbieder van een uitkeringsproduct biedt de consument de mogelijkheid om uiterlijk op de ingangsdatum van de periodieke uitkeringen voortvloeiend uit een lijfrenteverzekering, lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht als bedoeld in de artikelen 3.125, eerste lid, onderdelen a of c, of 3.126a, vierde lid, aanhef en onderdeel a, onder 1°, 2° of 3°, van de Wet inkomstenbelasting 2001 de keuze te maken om een deel van de aanspraak op die uitkeringen als bedrag ineens uit te laten keren, waarbij wordt voldaan aan artikel 3.133, elfde en twaalfde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001.
Lid 2
Onder een uitkeringsproduct als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan een product waarbij het bedrag dat is opgebouwd door middel van een lijfrenteverzekering, lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht als bedoeld in artikelen 3.125, eerste lid, onderdeel a of c, of 3.126a, vierde lid, aanhef en onderdeel a, onder 1°, 2° of 3°, van de Wet inkomstenbelasting 2001 periodiek wordt uitgekeerd aan de consument.
Lid 3
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op opgebouwde aanspraken op periodieke uitkeringen voortvloeiend uit nettolijfrenten als bedoeld in artikel 5.16 van de Wet inkomstenbelasting 2001 voor zover sprake is van een lijfrenteverzekering, lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht als bedoeld in de artikelen 3.125, eerste lid, aanhef en onderdelen a of c, of 3.126a, vierde lid, aanhef, onderdeel a, onder 1°, 2°, 3°, van de Wet inkomstenbelasting 2001. In dat geval is artikel 3.133, elfde lid, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001 niet van toepassing.
Artikel 4:71
Lid 1
Een schadeverzekeraar met zetel buiten Nederland die de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen uitoefent door middel van het verrichten van diensten naar Nederland:
is aangesloten bij het bureau, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;
komt zijn verplichtingen na jegens het Waarborgfonds Motorverkeer uit hoofde van de artikelen 24, eerste lid, en 24a, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;
komt zijn verplichtingen na tot kennisgeving uit hoofde van artikel 13, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen jegens het overheidsorgaan aldaar bedoeld;
zorgt ervoor dat zijn voorwaarden van verzekering voldoen aan de door de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen gestelde eisen;
heeft een persoon als schade-afhandelaar aangesteld die zijn vestiging in Nederland heeft en die belast is met het namens hem afwikkelen van vorderingen van benadeelden als bedoeld in artikel 1 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen; en
komt zijn verplichting na tot openbaarmaking uit hoofde van artikel 5a, tweede lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen.
Lid 2
De schade-afhandelaar beschikt over voldoende bevoegdheden om de schadeverzekeraar zowel in als buiten rechte te vertegenwoordigen.
Lid 3
Binnen twee weken na de aanvang van het verrichten van diensten in de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen legt de schadeverzekeraar aan de Autoriteit Financiële Markten de akte van aanstelling van de schade-afhandelaar over waaruit diens naam, adres en bevoegdheden blijken.
Lid 4
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:
de omstandigheden waaronder de schade-afhandelaar ophoudt schade-afhandelaar te zijn; en
de opvolging van de schade-afhandelaar.
Lid 5
Binnen twee weken na de aanvang van het verrichten van diensten in de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen legt de schadeverzekeraar aan de Autoriteit Financiële Markten een door hem ondertekende verklaring over dat zijn voorwaarden van verzekering voldoen aan de door de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen gestelde eisen.
Lid 6
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag ontheffing verlenen van het eerste lid aan een schadeverzekeraar die geen aansprakelijkheden dekt ten aanzien waarvan de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen van toepassing is en die de risico’s van de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen uitsluitend als bijkomende risico’s dekt.
Lid 7
In geval van co-assurantie binnen de Unie is dit artikel slechts van toepassing op de schadeverzekeraar die als eerste schadeverzekeraar optreedt.
Artikel 4:71a
Lid 1
Het pensioenvermogen is een afgescheiden vermogen dat, onverminderd het vijfde lid, uitsluitend dient tot voldoening van vorderingen die voortvloeien uit:
kosten die verband houden met het beheer van de pensioenregeling en het bewaren van het pensioenvermogen en die volgens de overeenkomst bedoeld in artikel 4:71c, eerste lid, ten laste kunnen worden gebracht van het pensioenvermogen; en
rechten van pensioendeelnemers en pensioengerechtigden.
Lid 2
Indien het pensioenvermogen bij vereffening ontoereikend is voor voldoening van de vorderingen, dient het pensioenvermogen ter voldoening van de vorderingen in de volgorde van het eerste lid.
Lid 3
In afwijking van het eerste lid zijn andere vorderingen verhaalbaar op het pensioenvermogen indien vaststaat dat de in het eerste lid bedoelde vorderingen zullen kunnen worden voldaan en dat in de toekomst dergelijke vorderingen niet meer zullen ontstaan, naar evenredigheid van elke vordering, behoudens de door de wet erkende redenen van voorrang.
Lid 4
Indien de in het eerste lid bedoelde vorderingen niet volledig uit het pensioenvermogen kunnen worden voldaan, dient het vermogen van de entiteit die de juridische eigendom houdt van het pensioenvermogen eerst ter voldoening van de vorderingen in de volgorde van het eerste lid en vervolgens van de overige vorderingen, naar evenredigheid van elke vordering, behoudens de door de wet erkende andere redenen van voorrang.
Lid 5
In geval van een faillietverklaring van een premiepensioeninstelling of een pensioenbewaarder worden de boedelschulden, overeenkomstig de bepalingen van de Faillissementswet, al naar gelang de aard van de betrokken boedelschuld hetzij omgeslagen over ieder deel van de boedel, hetzij uitsluitend van een bepaalde bate van de boedel afgetrokken. Onder boedelschulden vallen in ieder geval de kosten van inschrijving in een openbaar register in een andere lidstaat.
Artikel 4:71b
Lid 1
Indien op grond van het beleggingsbeleid dat wordt gevoerd in verband met een pensioenregeling een reëel risico bestaat dat het pensioenvermogen en het eigen vermogen van de premiepensioeninstelling ontoereikend zullen zijn voor voldoening van vorderingen als bedoeld in artikel 4:71a, eerste lid, draagt de premiepensioeninstelling de eigendom van het pensioenvermogen ten behoeve van de pensioendeelnemers en pensioengerechtigden over aan een onafhankelijke pensioenbewaarder die uitsluitend het pensioenvermogen behorende bij die pensioenregeling bewaart.
Lid 2
Als pensioenbewaarder treedt slechts op een rechtspersoon met als enig statutair doel het zijn van eigenaar van het pensioenvermogen en het zijn van schuldenaar van schulden van het pensioenvermogen inzake een pensioenregeling.
Lid 3
De premiepensioeninstelling treft maatregelen opdat de pensioenbewaarder slechts met haar medewerking over de bestanddelen van het pensioenvermogen zal beschikken.
Artikel 4:71c
Lid 1
Een premiepensioeninstelling voert een premieregeling slechts uit nadat zij terzake daarvan met de bijdragende onderneming een overeenkomst heeft gesloten.
Lid 2
Een premiepensioeninstelling draagt de eigendom van een pensioenvermogen slechts over aan een pensioenbewaarder nadat zij met deze een overeenkomst inzake het beheer en de bewaring van het pensioenvermogen heeft gesloten.
Lid 3
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de inhoud van de in de vorige leden bedoelde overeenkomsten.
Artikel 4:71d
Lid 1
Een premiepensioeninstelling draagt er zorg voor dat de door of namens haar verstrekte informatie aan pensioendeelnemers of pensioengerechtigden geen afbreuk doet aan ingevolge het derde tot en met zesde lid te verstrekken informatie.
Lid 2
De informatie, bedoeld in het eerste lid, is feitelijk juist, begrijpelijk en niet misleidend.
Lid 3
Onverminderd de informatie die moet worden verstrekt aan pensioendeelnemers of pensioengerechtigden op grond van het op de pensioenregeling toepasselijke recht, verstrekt een premiepensioeninstelling pensioendeelnemers en pensioengerechtigden:
op hun verzoek:
de jaarrekening en het bestuursverslag in verband met de premieregeling die hen recht geeft op het ontvangen van een pensioenuitkering of ingevolge waarvan de pensioengerechtigden een pensioenuitkering ontvangen;
de in artikel 3:267a bedoelde verklaring inzake de beleggingsbeginselen;
bij wijzigingen in de voorschriften van een pensioenregeling, binnen een redelijke termijn alle informatie die redelijkerwijs relevant is voor een adequate beoordeling van die wijzigingen.
Lid 4
Een premiepensioeninstelling verstrekt pensioendeelnemers op hun verzoek alle informatie die voor hen redelijkerwijs relevant is voor een adequate beoordeling van:
indien van toepassing, het niveau van de uitkering in geval van beëindiging van de dienstbetrekking;
wanneer de pensioendeelnemer de verantwoordelijkheid voor beleggingen heeft overgenomen, alle beschikbare beleggingsmogelijkheden, indien van toepassing, en de feitelijke beleggingsportefeuille, evenals gegevens over de risicopositie en de kosten in verband met de beleggingen;
de modaliteiten voor de overdracht van aanspraken op een andere instelling ingeval van beëindiging van de dienstbetrekking.
Lid 5
Een premiepensioeninstelling verstrekt pensioendeelnemers jaarlijks beknopte informatie over de situatie van de premiepensioeninstelling en over de actuele waarde van de totale individuele aanspraken.
Lid 6
Een premiepensioeninstelling verstrekt een pensioengerechtigde bij zijn pensionering of op het moment dat de premiepensioeninstelling tot het uitbetalen van een andere uitkering dan een uitkering in verband met de pensionering verschuldigd wordt, alle informatie die redelijkerwijs relevant is voor een adequate beoordeling van de uitkering waarop de pensioengerechtigde aanspraak kan maken en de wijze van uitbetaling van deze uitkering.
Artikel 4:71e
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de provisie die een aanbieder betaalt of verschaft en de wijze van uitbetaling daarvan.
Artikel 4:71f
Lid 1
Een bank die in Nederland betaalrekeningen aan consumenten aanbiedt, stelt consumenten die rechtmatig in de Europese Unie verblijven op verzoek in de gelegenheid een basisbetaalrekening in euro’s aan te vragen en te gebruiken, ongeacht de nationaliteit of woonplaats van de consument en ongeacht enige andere grond als bedoeld in artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
Lid 2
Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder consumenten die rechtmatig in de Europese Unie verblijven mede verstaan consumenten die in de Europese Unie verblijven en die geen vast adres hebben dan wel in afwachting zijn van de beslissing op een asielaanvraag of die om wettelijke of feitelijke redenen niet kunnen worden uitgezet.
Lid 3
Een basisbetaalrekening omvat de diensten, genoemd in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn betaalrekeningen, voor zover de aangezochte bank die diensten ook aanbiedt aan consumenten die een andere betaalrekening dan een basisbetaalrekening aanhouden bij de betreffende bank.
Lid 4
De bank opent een basisbetaalrekening uiterlijk tien werkdagen na ontvangst van de volledige aanvraag, tenzij een of meer van de weigeringsgronden, bedoeld in artikel 4:71g van toepassing zijn.
Lid 5
De bank verplicht de aanvrager bij het openen van een basisbetaalrekening niet tot het afnemen van andere diensten of producten, tenzij het gaat om de verplichting tot het deelnemen in het eigen vermogen van de betreffende bank en de bank alle consumenten hiertoe verplicht bij het openen van een betaalrekening.
Lid 6
De bank biedt de diensten, bedoeld in het derde lid, kosteloos of tegen een redelijke vergoeding aan. De bank brengt niet meer dan een redelijke vergoeding in rekening bij de consument in geval van niet-nakoming van de verbintenissen uit hoofde van de raamovereenkomst voor betaaldiensten.
Lid 7
Het is een bank als bedoeld in het eerste lid niet toegestaan om basisbetaalrekeningen uitsluitend via internet aan te bieden.
Artikel 4:71g
Lid 1
Een bank weigert een basisbetaalrekening te openen, indien de bank bij het openen daarvan niet kan voldoen aan de bij of krachtens de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme gestelde eisen.
Lid 2
Een bank mag voorts het openen van een basisbetaalrekening weigeren indien de aanvrager:
niet kan aantonen een werkelijk belang te hebben bij het openen van een basisbetaalrekening in Nederland;
bij een in Nederland gevestigde bank een aanvraag voor een basisbetaalrekening heeft lopen of reeds een betaalrekening aanhoudt bij een andere in Nederland gevestigde bank, waarmee hij gebruik kan maken van de diensten, genoemd in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn betaalrekeningen, tenzij de aanvrager verklaart ervan in kennis te zijn gesteld dat die betaalrekening zal worden opgeheven;
minder dan acht jaar geleden onherroepelijk is veroordeeld voor een misdrijf als bedoeld in de artikelen 225, 227a, 326, 341, 420 bis of 420 ter van het Wetboek van strafrecht;
een basisbetaalrekening had die op grond van artikel 4:71i, eerste lid, onderdeel f, minder dan twee jaar geleden is beëindigd; of
weigert om desgevraagd de in het derde lid bedoelde verklaring te ondertekenen.
Lid 3
Het is de bank toegestaan om, alvorens een basisbetaalrekening te openen, bij andere in Nederland gevestigde banken na te gaan of de aanvrager aldaar reeds een betaalrekening aanhoudt of heeft aangevraagd. De bank mag de aanvrager verzoeken om een verklaring te ondertekenen waaruit blijkt dat hij geen andere betaalrekening aanhoudt of heeft aangevraagd bij een in Nederland gevestigde bank.
Artikel 4:71h
Lid 1
Binnen tien werkdagen na ontvangst van de volledige aanvraag informeert de bank de aanvrager over de weigering een basisbetaalrekening te openen.
Lid 2
De weigering, bedoeld in het eerste lid, geschiedt schriftelijk en kosteloos, en onder opgaaf van redenen, tenzij dit laatste in strijd zou zijn met de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme of met de nationale veiligheid of de openbare orde.
Lid 3
Indien een bank weigert een basisbetaalrekening te openen, stelt de bank de aanvrager op de hoogte van:
de interne klachtenprocedure, bedoeld in artikel 4:17;
het recht van de consument om een klacht in te dienen bij de Autoriteit Financiële Markten en het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening, met vermelding van de contactgegevens van de Autoriteit Financiële Markten en het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening.
Artikel 4:71i
Lid 1
Een bank kan een overeenkomst met de houder van de basisbetaalrekening of een raamovereenkomst waarin toegang tot een basisbetaalrekening wordt geregeld eenzijdig beëindigen indien de houder van die rekening:
gedurende meer dan 24 opeenvolgende maanden op de basisbetaalrekening geen transacties heeft verricht;
een tweede betaalrekening, waarmee hij gebruik kan maken van de in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn betaalrekeningen genoemde diensten, bij een andere in Nederland gevestigde bank heeft;
niet langer rechtmatig in de Europese Unie verblijft;
onherroepelijk is veroordeeld voor een misdrijf als bedoeld in de artikelen 225, 227a, 326, 341, 420 bis of 420 ter van het Wetboek van strafrecht;
onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt om toegang tot de basisbetaalrekening te verkrijgen en verstrekking van de juiste en volledige informatie ertoe zou hebben geleid dat de bank het openen van een basisbetaalrekening zou hebben geweigerd op grond van artikel 4:71g; of
de basisbetaalrekening opzettelijk heeft gebruikt voor het plegen van strafbare feiten.
Lid 2
Indien de bank voornemens is de overeenkomst te beëindigen op grond van het eerste lid, onderdeel a, b of c, stelt zij de rekeninghouder twee maanden voor de beëindiging van de overeenkomst hiervan in kennis.
Lid 3
Indien de bank de overeenkomst beëindigt op grond van het eerste lid, onderdeel d, e of f, beëindigt zij de overeenkomst onmiddellijk en stelt zij de rekeninghouder hiervan in kennis.
Lid 4
Artikel 4:71h, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op de kennisgeving, bedoeld in het tweede en derde lid.
Artikel 4:71j
Lid 1
Onze Minister draagt zorg voor de kosteloze toegang van consumenten tot ten minste één vergelijkingswebsites als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de richtlijn betaalrekeningen, die voldoet aan het bepaalde in artikel 7, derde lid, van die richtlijn.
Lid 2
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde vergelijkingswebsite.
Lid 3
De Autoriteit Financiële Markten plaatst op haar website een verwijzing naar de in het eerste lid bedoelde vergelijkingswebsite.
Artikel 4:72
Vervallen
Artikel 4:73
Vervallen
Artikel 4:74
Lid 1
Het is een bemiddelaar in krediet of een onderbemiddelaar in krediet verboden ter zake van het krediet een beloning of vergoeding, in welke vorm dan ook, te bedingen of te aanvaarden van dan wel in rekening te brengen aan een ander dan de aanbieder van het krediet onderscheidenlijk de bemiddelaar in krediet voor wie de onderbemiddelaar bemiddelt.
Lid 2
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, teneinde een zorgvuldige bemiddeling in krediet te bevorderen, regels worden gesteld met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde beloning of vergoeding en de wijze van uitbetaling daarvan.
Lid 3
Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels kan worden afgeweken van het eerste lid.
Lid 4
Rechtshandelingen verricht in strijd met het eerste lid zijn vernietigbaar.
Artikel 4:74a
Artikel 4:33, eerste tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op een bemiddelaar in krediet, tenzij de bemiddelaar slechts bij wijze van nevenactiviteit bemiddelt in krediet.
Artikel 4:74b
Lid 1
Een bemiddelaar in hypothecair krediet beschikt over een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare voorziening.
Lid 2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de beroepsaansprakelijkheidsverzekering en de daarmee vergelijkbare voorziening.
Lid 3
Bij ministeriële regeling wordt de hoogte vastgesteld van de dekking van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering en de daarmee vergelijkbare voorziening.
Lid 4
Het eerste tot en met derde lid is niet van toepassing op:
bemiddelaars in hypothecair krediet die een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning voor uitoefenen van het bedrijf van bank hebben;
bemiddelaars in hypothecair krediet die een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning voor uitoefenen van het bedrijf van verzekeraar hebben;
bemiddelaars in hypothecair krediet als bedoeld in artikel 2:81, tweede lid, voor zover de aanbieder van hypothecair krediet voor wie zij bemiddelen een vergunning heeft op grond waarvan het aanbieden van hypothecair krediet is toegestaan;
bemiddelaars in hypothecair krediet met zetel in een andere lidstaat.
Artikel 4:74c
Een bemiddelaar in hypothecair krediet met statutaire zetel in Nederland heeft zijn hoofdkantoor in Nederland.
Artikel 4:75
Lid 1
Een adviseur of bemiddelaar in verzekeringen beschikt over een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare voorziening.
Lid 2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de beroepsaansprakelijkheidsverzekering en de daarmee vergelijkbare voorziening.
Lid 3
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op:
bemiddelaars in verzekeringen die een door de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank verleende vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van bank hebben;
bemiddelaars in verzekeringen die een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van verzekeraar hebben;
bemiddelaars in verzekeringen als bedoeld in artikel 2:81, derde lid, voor zover de bemiddelaars in verzekeringen voor wie zij bemiddelen een vergunning als bedoeld in artikel 2:80, eerste lid, hebben;
bemiddelaars in verzekeringen als bedoeld in artikel 2:81, tweede lid, voorzover de verzekeraars voor wie zij bemiddelen een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van verzekeraar hebben; en
bemiddelaars in verzekeringen met zetel in een andere lidstaat.
Lid 4
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het op grond van het tweede lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:75a
Lid 1
Indien een verzekering een aanvulling is op de levering van een roerende zaak of de verlening van een dienst, als onderdeel van een pakket of van dezelfde overeenkomst, biedt de desbetreffende bemiddelaar in verzekeringen de cliënt de mogelijkheid de roerende zaak of de dienst afzonderlijk aan te schaffen.
Lid 2
Rechtshandelingen verricht in strijd met het eerste lid zijn vernietigbaar tenzij de rechtshandeling betrekking heeft op verzekeringen met een beleggingscomponent.
Lid 3
Dit artikel is niet van toepassing op verzekeringen in aanvulling op een betaalrekening niet zijnde een basisbetaalrekening.
Artikel 4:76
Lid 1
Een herverzekeringsbemiddelaar beschikt over een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare voorziening.
Lid 2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de beroepsaansprakelijkheidsverzekering en de daarmee vergelijkbare voorziening.
Lid 3
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op:
herverzekeringsbemiddelaars die een door de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank verleende vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van bank hebben;
herverzekeringsbemiddelaars die een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van verzekeraar hebben; en
herverzekeringsbemiddelaars met zetel in een andere lidstaat.
Lid 4
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het op grond van het tweede lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:76a
Lid 1
Een afwikkelonderneming biedt eerlijke en vrije toegang tot haar diensten en systemen op basis van objectieve, risicogebaseerde en openbaar gemaakte deelnemingscriteria.
Lid 2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid.
Artikel 4:76b
Lid 1
Een afwikkelonderneming draagt zorg voor het tijdig en efficiënt verlenen van haar diensten.
Lid 2
De afwikkelonderneming beschikt over mechanismen waarmee periodiek het kostenniveau, prijsniveau en serviceniveau en de efficiëntie van de door haar verleende diensten worden beoordeeld.
Lid 3
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid.
Artikel 4:76c
Lid 1
Een afwikkelonderneming maakt gebruik van internationaal aanvaarde communicatieprocedures en -standaarden ter ondersteuning van een efficiënte dienstverlening, of bevordert het gebruik daarvan.
Lid 2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste lid.
Artikel 4:76d
Lid 1
Een afwikkelonderneming biedt de betaaldienstverleners waarmee zij een overeenkomst heeft gesloten, inzicht in de financiële risico’s en de kosten die zijn verbonden aan de afwikkeldiensten, en verstrekt aan hen de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Lid 2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste lid.
Artikel 4:77
Lid 1
De voorwaarden die een clearinginstelling hanteert voor toelating van cliënten zijn objectief en openbaar.
Lid 2
Een clearinginstelling voert een adequaat beleid ter zake van het voorkomen van belangenconflicten tussen haar en haar cliënten en tussen haar cliënten onderling.
Lid 3
Een clearinginstelling zorgt ervoor dat haar cliënten op billijke wijze worden behandeld in het geval dat een belangenconflict onvermijdelijk blijkt te zijn.
Lid 4
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid.
Lid 5
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het op grond van het eerste of tweede lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dat lid beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:78
Lid 1
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de informatieverstrekking door een clearinginstelling aan de cliënt gedurende de looptijd van een overeenkomst.
Lid 2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot informatieverstrekking door een clearinginstelling aan de Autoriteit Financiële Markten ten behoeve van het toezicht op de naleving van dit deel.
Artikel 4:79
Lid 1
De aan een gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent te verlenen volmacht of ondervolmacht wordt schriftelijk verleend en wordt opgemaakt overeenkomstig een bij ministeriële regeling vast te stellen model.
Lid 2
Een volmacht kan door de volmachtverlenende verzekeraar worden beperkt.
Lid 3
Een ondervolmacht kan zowel door de volmachtverlenende verzekeraar als door diens gevolmachtigde, zolang de volmacht van de gevolmachtigde van kracht is, worden beperkt. De ondergevolmachtigde geldt jegens de verzekeraar niet als derde.
Lid 4
Beperkingen van de volmacht of de ondervolmacht kunnen niet aan derden worden tegengeworpen.
Artikel 4:80
Lid 1
De beëindiging van een volmacht van een gevolmachtigde agent heeft geen werking tegen derden tot het tijdstip waarop de verzekeraar of de gevolmachtigde agent van die beëindiging mededeling heeft gedaan aan de Autoriteit Financiële Markten en de Autoriteit Financiële Markten het register, bedoeld in artikel 1:107, heeft aangepast.
Lid 2
Ingeval een volmacht is beëindigd, kan de verzekeraar de gevolmachtigde agent wiens volmacht is vervallen, belasten met het beheer en de afwikkeling van de door hem gevormde verzekeringsportefeuille. De verzekeraar kan ook op andere wijze in het beheer en de afwikkeling van die portefeuille voorzien.
Lid 3
De artikelen 1:104, derde lid, en 4:4, tweede lid, zijn niet van toepassing op de gevolmachtigde agent, indien de verzekeraar in geval van beëindiging van de volmacht gebruik maakt van het in het tweede lid bedoelde recht om op een andere wijze dan door belasting van de gevolmachtigde agent te voorzien in het beheer en de afwikkeling van de door de gevolmachtigde agent gevormde verzekeringsportefeuille.
Artikel 4:81
Lid 1
Het bepaalde in artikel 4:80 met betrekking tot een gevolmachtigde agent is van overeenkomstige toepassing op een ondergevolmachtigde agent.
Lid 2
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder de verzekeraar, bedoeld in artikel 4:80, mede verstaan de gevolmachtigde agent in zijn hoedanigheid van verlener van ondervolmachten.
Artikel 4:81a
Een kredietservicer is een rechtspersoon.
Artikel 4:81b
De betrouwbaarheid van houders van een gekwalificeerde deelneming in een kredietservicer staat buiten twijfel. Artikel 4:10, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4:81c
Lid 1
Een kredietservicer, of in voorkomend geval een kredietservicingaanbieder, behandelt kredietnemers te goeder trouw, eerlijk en professioneel en beschermt de privacy van kredietnemers.
Lid 2
Een kredietservicer, of in voorkomend geval een kredietservicingaanbieder, verstrekt aan kredietnemers geen informatie die misleidend, onduidelijk of onjuist is en communiceert met kredietnemers op een wijze die niet als intimidatie, dwang of ongepaste beïnvloeding kan worden aangemerkt.
Artikel 4:81d
Lid 1
In afwijking van artikel 94, derde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek doet een kredietservicer of, in voorkomend geval, een kredietservicingaanbieder aan een kredietnemer een mededeling toekomen:
na iedere overdracht van de rechten van een kredietgever krachtens een niet-renderende kredietovereenkomst, of van de kredietovereenkomst zelf;
voorafgaand aan de eerste inning van de schuld; en
na een daartoe strekkend verzoek van de kredietnemer.
Lid 2
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een bank of aanbieder van krediet die overeenkomstig artikel 4:81i is aangewezen om een niet-renderende kredietovereenkomst te servicen.
Lid 3
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de mededeling, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 4:81e
Een kredietservicer servicet een niet-renderende kredietovereenkomst op basis van een daartoe met de betrokken kredietkoper overeengekomen kredietservicingovereenkomst als bedoeld in artikel 3, onderdeel 5, van de richtlijn kredietservicers en kredietkopers. De kredietservicingovereenkomst voldoet aan artikel 11, tweede en derde lid, van die richtlijn.
Artikel 4:81f
Lid 1
Een kredietservicer houdt de gelden die hij van een kredietnemer heeft ontvangen om deze over te maken aan een kredietkoper aan op een rekening die uitsluitend daarvoor is bestemd.
Lid 2
De rekening wordt aangehouden bij een bank met zetel in Nederland die een vergunning heeft voor de uitoefening van het bedrijf van bank, verleend door de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank. Uit de tenaamstelling van deze rekening blijkt dat deze door kredietservicer wordt aangehouden in eigen naam ten behoeve van een of meer derden, met vermelding van de hoedanigheid van de kredietservicer.
Lid 3
In afwijking van artikel 276 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek vormen de op een rekening als bedoeld in het eerste lid aangehouden geldmiddelen een afgescheiden vermogen dat uitsluitend dient tot voldoening van vorderingen van een kredietkoper voor wie geldmiddelen op de rekening zijn geadministreerd, voor zover die vorderingen verband houden met het toevertrouwen van de geldmiddelen aan de kredietservicer.
Lid 4
De kredietservicer draagt zorg voor een adequate administratie van het afgescheiden vermogen.
Lid 5
Het eerste tot en met vierde lid is niet van toepassing op een kredietservicer die in het kader van zijn bedrijfsmodel niet voornemens is gelden van kredietnemers te ontvangen en op de rekening aan te houden.
Lid 6
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de inrichting, de administratie en het beheer van de rekening.
Artikel 4:81g
Lid 1
Een kredietkoper behandelt kredietnemers te goeder trouw, eerlijk en professioneel en beschermt de privacy van kredietnemers.
Lid 2
Artikel 4:81c, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de kredietkoper, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 4:81h
Lid 1
Een kredietkoper doet aan een kredietnemer een mededeling toekomen die in ieder geval de gegevens, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdelen a tot en met i, van de richtlijn kredietservicers en kredietkoper, bevat:
na iedere overdracht aan de kredietkoper van de rechten van een kredietgever krachtens een niet-renderende kredietovereenkomst, of van de niet-renderende kredietovereenkomst zelf;
voorafgaand aan de eerste inning van de schuld; en
op verzoek van de kredietnemer.
Lid 2
Het eerste lid is niet van toepassing, indien de kredietkoper een bank, aanbieder van krediet of kredietservicer heeft aangewezen om de niet-renderende kredietovereenkomst te servicen.
Lid 3
Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de vorm en inhoud van de mededeling, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 4:81i
Lid 1
Een kredietkoper met zetel in Nederland wijst, indien een consument wederpartij is bij een niet-renderende kredietovereenkomst, een van de volgende financiële ondernemingen aan om die niet-renderende kredietovereenkomst te servicen:
een kredietservicer waaraan het ingevolge afdeling 2.2.6A is toegestaan in Nederland zijn bedrijf uit te oefenen;
een bank die beschikt over een door de Europese Centrale Bank verleende vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van bank;
een aanbieder van krediet die beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 2:60.
Lid 2
Een kredietkoper met zetel in een staat die geen lidstaat is wijst een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid aan om een niet-renderende kredietovereenkomst te servicen, indien een natuurlijke persoon of een kleine, middelgrote of micro-onderneming als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel b, onder ii, van de richtlijn kredietservicers en kredietkopers wederpartij is bij de door de financiële onderneming te servicen niet-renderende kredietovereenkomst.
Lid 3
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing, indien de kredietkoper of zijn op grond van artikel 4:81l, eerste lid, aangewezen vertegenwoordiger een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid is.
Artikel 4:81j
Lid 1
Een kredietkoper die op grond van artikel 4:81i een financiële onderneming heeft aangewezen om een niet-renderende kredietovereenkomst te servicen stelt de Autoriteit Financiële Markten in kennis van de identiteit en het adres van de financiële onderneming, voordat deze aanvangt met het servicen van de niet-renderende kredietovereenkomst.
Lid 2
Indien de kredietkoper voornemens is een andere financiële onderneming dan de in het eerste lid bedoelde financiële onderneming aan te wijzen om een niet-renderende kredietovereenkomst te servicen, stelt hij de Autoriteit Financiële Markten hiervan in kennis van het voornemen, onder vermelding van de identiteit en het adres van de aan te wijzen financiële onderneming.
Artikel 4:81k
Lid 1
Een kredietkoper met zetel in Nederland die de rechten van een kredietgever op grond van een niet-renderende kredietovereenkomst of de niet-renderende kredietovereenkomst zelf overdraagt aan een andere kredietkoper stelt de Autoriteit Financiële Markten hiervan halfjaarlijks in kennis van bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Lid 2
De Autoriteit Financiële Markten kan bepalen dat de gegevens, bedoeld in het eerste lid, per kwartaal worden verstrekt.
Artikel 4:81l
Lid 1
Bij de overdracht van rechten van een kredietgever met zetel in Nederland krachtens een niet-renderende kredietovereenkomst of van de niet-renderende kredietovereenkomst zelf aan een kredietkoper met zetel in een staat die geen lidstaat is, wijst de kredietkoper schriftelijk een vertegenwoordiger met zetel in Nederland aan en meldt hij naam en adres van de vertegenwoordiger aan de Autoriteit Financiële Markten.
Lid 2
Indien de kredietkoper, bedoeld in het eerste lid, een vertegenwoordiger met zetel in Nederland heeft aangewezen, rust de verplichting tot naleving van het bepaalde ingevolge de artikelen 4:81g tot en met 4:81k, eerste lid, tevens op de vertegenwoordiger. De kredietkoper en diens vertegenwoordiger zijn van die verplichting ontslagen zodra een van beiden daaraan heeft voldaan.
Artikel 4:81m
Lid 1
Een Nederlandse bank verstrekt met inachtneming van de krachtens artikel 16, zesde lid, van de richtlijn kredietservicers en kredietkopers door de Europese Commissie vastgestelde technische reguleringsnormen aan een potentiële kredietkoper gegevens die deze in staat stelt de waarde van de rechten van de kredietgever krachtens de niet-renderende kredietovereenkomst, of van de niet-renderende kredietovereenkomst zelf en de kans op inning van die waarde te beoordelen.
Lid 2
Een kredietkoper waarborgt de vertrouwelijkheid van de gegevens, bedoeld in het eerste lid.
Lid 3
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder kredietkoper tevens verstaan een Nederlandse bank of Europese bank.
Artikel 4:82
De artikelen 4:83, 4:84, en 4:87, tweede lid, onderdeel b, zijn niet van toepassing op beleggingsondernemingen die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben. Artikel 4:85, eerste lid, is niet van toepassing op beleggingsondernemingen die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben.
Artikel 4:83
Lid 1
Ten minste twee natuurlijke personen bepalen het dagelijks beleid van een beleggingsonderneming.
Lid 2
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag ontheffing verlenen van het eerste lid aan een beleggingsonderneming die een natuurlijke persoon is en maatregelen heeft genomen die, gelet op de aard en de omvang van haar werkzaamheden, adequaat zijn om anderszins een beheerste en integere bedrijfsvoering te waarborgen en de belangen van haar cliënten te beschermen.
Lid 3
Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van rechtspersonen en vennootschappen die door een natuurlijke persoon worden geleid.
Artikel 4:84
Lid 1
De personen die het dagelijks beleid van een beleggingsonderneming met zetel in Nederland bepalen, verrichten hun werkzaamheden in verband daarmee vanuit Nederland.
Lid 2
De personen die het dagelijks beleid bepalen van een in Nederland gelegen bijkantoor van een beleggingsonderneming met zetel in een staat die geen lidstaat is, verrichten hun werkzaamheden in verband daarmee vanuit dat bijkantoor.
Artikel 4:85
Lid 1
Een beleggingsonderneming met zetel in Nederland verstrekt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar aan de Autoriteit Financiële Markten een jaarrekening, een bestuursverslag en overige gegevens als bedoeld in de artikelen 361, eerste lid, 391, eerste lid, onderscheidenlijk 392, eerste lid, onderdelen a tot en met h, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
Lid 2
Voorzover de beleggingsonderneming, bedoeld in het eerste lid, niet aan Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is onderworpen, is die titel, met uitzondering van artikel 396, zevende lid, voor zover het de vrijstelling van de verplichting, bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, betreft, van overeenkomstige toepassing op de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens, bedoeld in het eerste lid.
Lid 3
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de verstrekking van de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens, bedoeld in het eerste lid.
Lid 4
Een beleggingsonderneming met zetel in een staat die geen lidstaat is, verstrekt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar een jaarrekening en een bestuursverslag aan de Autoriteit Financiële Markten. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing.
Lid 5
De jaarrekening van de beleggingsonderneming, bedoeld in het vierde lid, is voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, dan wel een met een verklaring omtrent de getrouwheid overeenkomende verklaring, afgegeven door een accountant, dan wel door een deskundige die ingevolge het recht van de staat waar de beleggingsonderneming haar zetel heeft, bevoegd is de jaarrekening te onderzoeken.
Lid 6
Onverminderd het bepaalde in Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek kan de Autoriteit Financiële Markten op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van dit artikel, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:86
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot informatieverstrekking door een beleggingsonderneming aan de Autoriteit Financiële Markten ten behoeve van het toezicht op de naleving van dit deel.
Artikel 4:87
Lid 1
Een beleggingsonderneming treft adequate maatregelen:
ter bescherming van de rechten van cliënten op aan hen toebehorende gelden en financiële instrumenten; en
ter voorkoming van het gebruik van die gelden of financiële instrumenten, behoudens uitdrukkelijke instemming van de cliënt indien het financiële instrumenten betreft, voor eigen rekening door de beleggingsonderneming.
Lid 2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot:
de maatregelen ter bescherming van de rechten van de cliënt en ter voorkoming van het gebruik van financiële instrumenten of gelden van de cliënt; en
de wijze waarop instemming kan worden verkregen van de cliënt voor het gebruik van diens financiële instrumenten voor eigen rekening door de beleggingsonderneming.
Lid 3
Het is een verbonden agent niet toegestaan financiële instrumenten dan wel gelden die toebehoren aan een cliënt onder zich te houden.
Artikel 4:87a
Lid 1
Een beleggingsonderneming die optreedt als tussenpersoon in de zin van hoofdstuk 3b van de Wet giraal effectenverkeer draagt zorg voor een adequate administratie van het derivatenvermogen, zodanig dat aan artikel 49g, tweede lid van die wet wordt voldaan.
Lid 2
Ter voldoening van het eerste lid wordt de administratie op zodanige wijze gevoerd en worden de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze bewaard dat in elk geval te allen tijde op eenvoudige wijze de rechten en verplichtingen die deel uitmaken van het derivatenvermogen en van de daarmee samenhangende cliëntposities kunnen worden gekend.
Artikel 4:87aa
Lid 1
Een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 4:87, eerste lid, kan de rechten van de cliënten met betrekking tot de door hen aan de beleggingsonderneming toevertrouwde gelden beschermen door die gelden aan te houden op een rekening die uitsluitend daarvoor bestemd is.
Lid 2
De rekening wordt aangehouden bij een bank met zetel in Nederland die een vergunning heeft voor de uitoefening van het bedrijf van bank, verleend door de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank. Uit de tenaamstelling van deze rekening blijkt dat deze door de beleggingsonderneming wordt aangehouden in eigen naam ten behoeve van cliënten, met vermelding van de hoedanigheid van de beleggingsonderneming.
Lid 3
In afwijking van artikel 276 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek vormen de op de rekening als bedoeld in het eerste lid aangehouden geldmiddelen een afgescheiden vermogen dat uitsluitend dient tot voldoening van vorderingen van:
de bank, bedoeld in het tweede lid, in verband met het beheer van de rekening en die volgens de overeenkomst tussen de bank en de beleggingsonderneming ten laste kunnen worden gebracht van het afgescheiden vermogen; en
de cliënten voor wie gelden op de rekening zijn geadministreerd, voor zover die vorderingen verband houden met het toevertrouwen van de gelden aan de beleggingsonderneming.
Lid 4
De beleggingsonderneming draagt zorg voor een adequate administratie van het afgescheiden vermogen.
Lid 5
Indien de gelden op de rekening bij vereffening ontoereikend zijn voor voldoening van de vorderingen, dienen deze gelden ter voldoening van de vorderingen in de volgorde van het derde lid.
Lid 6
In afwijking van het derde lid zijn andere vorderingen verhaalbaar op de gelden op de rekening indien vaststaat dat de in het derde lid bedoelde vorderingen kunnen worden voldaan en dat in de toekomst dergelijke vorderingen niet meer zullen ontstaan.
Lid 7
De beleggingsonderneming vult een tekort in het afgescheiden vermogen terstond aan. Ingeval een tekort niet is aangevuld, keert de beleggingsonderneming in geval van een verzoek van een cliënt als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, om uitkering van zijn aandeel in het saldo van de rekening slechts zoveel uit aan deze cliënt als in verband met de rechten van andere in het derde lid bedoelde cliënten mogelijk is.
Lid 8
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de inrichting, de administratie en het beheer van de rekening.
Artikel 4:87ab
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere categorieën financiële ondernemingen worden aangewezen als financiële ondernemingen waarop artikel 4:87aa van overeenkomstige toepassing is.
Artikel 4:88
Lid 1
Een beleggingsonderneming, met inbegrip van haar bestuurders, werknemers en verbonden agenten of een persoon die rechtstreeks of onrechtstreeks is verbonden door een zeggenschapsband, voert een adequaat beleid ter zake van het voorkomen en beheersen van belangenconflicten tussen haar en haar cliënten en tussen haar cliënten onderling.
Lid 2
Een beleggingsonderneming zorgt ervoor dat haar cliënten op billijke wijze worden behandeld in het geval dat een belangenconflict onvermijdelijk blijkt te zijn. In dat geval stelt een beleggingsonderneming – alvorens over te gaan tot het doen van zaken – haar cliënten op de hoogte van het belangenconflict.
Lid 3
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het in het eerste lid bedoelde beleid en het informeren van cliënten bij een belangenconflict als bedoeld in het tweede lid.
Lid 4
Onverminderd het bepaalde in artikel 4:12, eerste lid, onderdeel c, richt een beleggingsonderneming met zetel in een andere lidstaat de bedrijfsvoering van een in Nederland gelegen bijkantoor zodanig in dat deze niet in strijd is met het eerste en tweede lid.
Lid 5
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het op grond van het derde lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:89
Lid 1
Een beleggingsonderneming legt met betrekking tot iedere cliënt een dossier aan met documenten waarin de wederzijdse rechten en verplichtingen van de beleggingsonderneming en de cliënt zijn beschreven.
Lid 2
De rechten en plichten, bedoeld in het eerste lid, kunnen worden beschreven door middel van verwijzing naar andere documenten of wetteksten.
Artikel 4:89a
Lid 1
Een beleggingsonderneming sluit geen financiëlezekerheidsovereenkomst met als doel om huidige of toekomstige verplichtingen, al dan niet voorwaardelijk, van een niet-professionele belegger te waarborgen of af te dekken.
Lid 2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de voorwaarden waaronder het sluiten van een financiëlezekerheidsovereenkomst met een in aanmerking komende tegenpartij of professionele belegger is toegestaan.
Artikel 4:89b
Lid 1
Een verbonden agent informeert de cliënt bij het opnemen van contact over of voorafgaande aan het verlenen van een beleggingsdienst, als bedoeld in de onderdelen a, d en e van de definitie van het verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1, over de volgende onderwerpen:
in welke hoedanigheid hij optreedt;
dat hij een contractuele verplichting heeft uitsluitend voor een beleggingsonderneming op te treden, hij deelt de cliënt tevens de naam van de beleggingsonderneming mede;
op welke wijze hij wordt beloond; en
bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere onderwerpen.
Lid 2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:
de vorm en wijze van verstrekking van de in het eerste lid bedoelde informatie; en
de beloning of de vergoeding voor het verrichten van de beleggingsdiensten, in welke vorm ook, en de wijze van uitbetaling daarvan.
Lid 3
Artikel 4:19, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de op grond van het eerste lid verstrekte informatie.
Lid 4
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het op grond van het tweede lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:90
Lid 1
Een beleggingsonderneming zet zich bij het verlenen van beleggingsdiensten of nevendiensten op eerlijke, billijke en professionele wijze in voor de belangen van haar cliënten, handelt ook bij het verrichten van beleggingsactiviteiten eerlijk, billijk en professioneel en onthoudt zich van gedragingen die schadelijk zijn voor de integriteit van de markt.
Lid 2
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de verwerking van orders en het verschaffen of ontvangen van een provisie bij het verlenen van een beleggingsdiensten of nevendiensten.
Artikel 4:90a
Lid 1
Bij het uitvoeren van orders met betrekking tot financiële instrumenten voor rekening van cliënten neemt een beleggingsonderneming toereikende maatregelen om het best mogelijke resultaat voor hen te behalen, rekening houdend met de prijs van de financiële instrumenten, de uitvoeringskosten, de snelheid, de waarschijnlijkheid van uitvoering en afwikkeling, de omvang, de aard en alle andere voor de uitvoering van de order relevante aspecten. In geval van een specifieke instructie van de cliënt met betrekking tot een order of een specifiek aspect van een order voert een beleggingsonderneming die specifieke instructie uit.
Lid 2
Bij het uitvoeren van een order voor een niet-professionele belegger gaat een beleggingsonderneming voor de bepaling van het best mogelijke resultaat uit van de totale tegenprestatie. Deze bestaat uit de prijs van het financiële instrument en de uitvoeringskosten.
Lid 3
Wanneer in het orderuitvoeringsbeleid van de beleggingsonderneming meerdere plaatsen van uitvoering genoemd zijn waar een order kan worden uitgevoerd, vergelijkt de beleggingsonderneming de resultaten die voor de cliënt zouden worden behaald bij het uitvoeren van de order op elk van die plaatsen van uitvoering. Bij deze vergelijking houdt de beleggingsonderneming rekening met de eigen provisies en kosten voor de uitvoering van de order op elk van de in aanmerking komende plaatsen van uitvoering.
Artikel 4:90b
Lid 1
Teneinde te voldoen aan de verplichting, bedoeld in artikel 4:90a, eerste lid, stelt een beleggingsonderneming adequate regelingen vast en ziet zij toe op de naleving van deze regelingen. Een beleggingsonderneming stelt in ieder geval een beleid vast dat haar in staat stelt om bij de uitvoering van orders met betrekking tot financiële instrumenten van haar cliënten het best mogelijke resultaat te behalen als bedoeld in artikel 4:90a, eerste lid, en past dit beleid toe.
Lid 2
Het orderuitvoeringsbeleid, bedoeld in het eerste lid, omvat voor elke klasse financiële instrumenten informatie over de plaatsen van uitvoering en de factoren die de keuze van de plaats van uitvoering beïnvloeden. Het vermeldt in elk geval de plaatsen van uitvoering die de beleggingsonderneming in staat stellen om consistent het best mogelijke resultaat voor de uitvoering van orders van cliënten te behalen.
Lid 3
Een beleggingsonderneming verstrekt haar cliënten deugdelijke informatie over haar orderuitvoeringsbeleid waarin op een duidelijke, voldoende nauwkeurige en voor cliënten gemakkelijk te begrijpen wijze wordt uitgelegd hoe de beleggingsonderneming orders voor cliënten zal uitvoeren. Wanneer het orderuitvoeringsbeleid voorziet in de mogelijkheid om orders anders dan op een handelsplatform uit te voeren, brengt de beleggingsonderneming haar cliënten van deze mogelijkheid op de hoogte. De beleggingsonderneming deelt een cliënt na uitvoering van een order voor diens rekening mee op welke plaats van uitvoering die order werd uitgevoerd.
Lid 4
Met de uitvoering van een order met betrekking tot een financieel instrument wordt pas na instemming van de cliënt met het orderuitvoeringsbeleid een begin gemaakt.
Lid 5
Met de uitvoering van een order met betrekking tot een financieel instrument anders dan op een handelsplatform wordt pas na toestemming van de cliënt een begin gemaakt.
Lid 6
Indien een specifieke instructie strijdig is met het orderuitvoeringsbeleid wordt de order niet of in overeenstemming met die specifieke instructie uitgevoerd. Het orderuitvoeringsbeleid kan niet inhouden dat een order in strijd met specifieke instructies kan worden uitgevoerd.
Lid 7
Een beleggingsonderneming stelt periodiek informatie over de kwaliteit van uitvoering van transacties op de relevante plaatsen van uitvoering en over haar belangrijkste plaatsen van uitvoering algemeen verkrijgbaar.
Lid 8
Een beleggingsonderneming ziet toe op de doeltreffendheid van haar regelingen en beleid voor orderuitvoering om tekortkomingen te achterhalen en te corrigeren. Bij een dergelijke beoordeling houdt de beleggingsonderneming in ieder geval rekening met de informatie die op grond van het zevende lid en artikel 4:90e algemeen verkrijgbaar is gesteld.
Lid 9
Een beleggingsonderneming geeft haar cliënten kennis van wezenlijke wijzigingen in haar orderuitvoeringsregelingen of haar orderuitvoeringsbeleid.
Lid 10
Op verzoek van een cliënt toont een beleggingsonderneming aan deze cliënt aan dat zij voor hem een order heeft uitgevoerd in overeenstemming met het orderuitvoeringsbeleid, tenzij de order of een specifiek aspect van de order is uitgevoerd volgens een specifieke instructie van de cliënt.
Lid 11
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder plaats van uitvoering verstaan: handelsplatform, beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling, marketmaker of andere liquiditeitsverschaffer of entiteit die in een staat die geen lidstaat is een soortgelijke taak verricht als die van een van de voornoemde partijen.
Lid 12
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot:
de informatieverstrekking aan niet-professionele beleggers over het orderuitvoeringsbeleid, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin; en
het periodiek algemeen verkrijgbaar stellen van informatie over de kwaliteit van uitvoering en de plaatsen van uitvoering, bedoeld in het zevende lid.
Artikel 4:90c
Vervallen
Artikel 4:90d
Lid 1
Een beleggingsonderneming past procedures en regelingen toe die een onmiddellijke, billijke en vlotte uitvoering van orders met betrekking tot financiële instrumenten van cliënten garanderen ten opzichte van orders van andere cliënten of de handelsposities van de beleggingsonderneming zelf. Deze procedures of regelingen stellen de beleggingsonderneming in staat om vergelijkbare orders van cliënten op volgorde van het tijdstip van ontvangst uit te voeren.
Lid 2
Indien een limietorder van een cliënt inzake tot de handel op een gereglementeerde markt toegelaten aandelen of op een handelsplatform verhandelde aandelen vanwege de marktomstandigheden niet onmiddellijk wordt uitgevoerd, maakt de beleggingsonderneming de bewuste limietorder van de cliënt onmiddellijk op zodanige wijze openbaar dat andere marktdeelnemers daar gemakkelijk kennis van kunnen krijgen, tenzij de cliënt uitdrukkelijk andere instructies geeft.
Lid 3
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag ontheffing verlenen van het tweede lid indien de limietorder van aanzienlijke omvang is in verhouding tot de normale marktomvang.
Lid 4
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de procedures en regelingen, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 4:90e
Lid 1
Een plaats van uitvoering als bedoeld in artikel 4:90b, elfde lid, of, indien het een handelsplatform betreft, de exploitant daarvan, stelt met inachtneming van de ingevolge artikel 27, tiende lid, onderdeel a, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 gestelde regels ten minste jaarlijks kosteloos gegevens algemeen verkrijgbaar over de kwaliteit van de uitvoering van transacties op de betrokken plaats van uitvoering.
Lid 2
Een marketmaker of andere liquiditeitsverschaffer of een entiteit die in een staat die geen lidstaat is daarmee vergelijkbare activiteiten verricht, stelt alleen gegevens algemeen verkrijgbaar ten aanzien van transacties in financiële instrumenten die niet onder de in artikel 23, eerste lid, of artikel 28, eerste lid, van de verordening markten voor financiële instrumenten opgenomen handelsverplichtingen vallen.
Artikel 4:91.0a
Deze paragraaf is van overeenkomstige toepassing op een marktexploitant die een georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit exploiteert.
Artikel 4:91
Indien een beleggingsonderneming die lid is van of deelneemt aan een gereglementeerde markt waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, is verleend, ingevolge de op grond van artikel 5:27, eerste lid, te hanteren regels verplicht is ter medewerking aan de controle op de naleving van die regels persoonsgegevens als bedoeld in artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming te verstrekken, behoeft de beleggingsonderneming voor deze verstrekking niet de toestemming van degene op wie de persoonsgegevens betrekking hebben.
Artikel 4:91a
Lid 1
Een beleggingsonderneming die een georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit exploiteert, stelt transparante regels en procedures vast die een billijke en ordelijke handel garanderen en legt objectieve criteria vast voor de efficiënte uitvoering van orders.
Lid 2
Onder de in het eerste lid bedoelde regels en procedures worden in ieder geval regels en procedures verstaan voor een gezond beheer van de technische werking van het systeem en doeltreffende voorzorgsmaatregelen om met systeemstoringen verband houdende risico’s te ondervangen.
Lid 3
De beleggingsonderneming stelt transparante regels vast met betrekking tot de criteria aan de hand waarvan wordt vastgesteld welke financiële instrumenten via haar systeem kunnen worden verhandeld.
Lid 4
De beleggingsonderneming zorgt voor toegang tot voldoende publieke informatie opdat de gebruikers van haar handelsfaciliteit zich een beleggingsoordeel kunnen vormen, rekening houdend met zowel de aard van de gebruikers als de categorieën verhandelde financiële instrumenten.
Lid 5
De beleggingsonderneming stelt op objectieve criteria gebaseerde transparante en niet-discriminerende regels voor toegang tot de georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit vast en handhaaft deze regels. De beleggingsonderneming maakt deze regels openbaar.
Lid 6
De beleggingsonderneming licht de gebruikers van de georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit terdege in over hun respectieve verantwoordelijkheden in het kader van de afwikkeling van de via deze faciliteit uitgevoerde transacties.
Lid 7
De beleggingsonderneming treft de nodige voorzieningen om een efficiënte afwikkeling van de volgens de systemen van de georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit uitgevoerde transacties te bevorderen.
Lid 8
Indien een effect dat tot de handel op een gereglementeerde markt is toegelaten zonder instemming van de uitgevende instelling op een georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit wordt verhandeld, is deze uitgevende instelling niet onderworpen aan enigerlei verplichting op het gebied van te verstrekken informatie met betrekking tot deze georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit.
Lid 9
De beleggingsonderneming geeft onmiddellijk gevolg aan een aanwijzing die de Autoriteit Financiële Markten op grond van artikel 1:77d geeft om de handel in een financieel instrument op te schorten of te onderbreken alsmede aan een op grond van artikel 1:77e gedane uitspraak van de Rechtbank Rotterdam om een financieel instrument van de handel uit te sluiten.
Lid 10
De beleggingsonderneming verstrekt met inachtneming van de ingevolge artikel 18, elfde lid, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 gestelde regels de Autoriteit Financiële Markten en de Europese Autoriteit voor effecten en markten een beschrijving van de werking van de georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit alsmede een lijst van de deelnemers, leden of gebruikers van de georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit.
Lid 11
De artikelen 5:30a tot en met 5:30d zijn van overeenkomstige toepassing op een beleggingsonderneming die een georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit exploiteert.
Artikel 4:91aa
Een georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit heeft ten minste drie daadwerkelijk actieve leden of gebruikers, die elk met betrekking tot de prijsvorming kunnen inwerken op de andere leden of gebruikers van de georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit.
Artikel 4:91ab
Een beleggingsonderneming die een georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit exploiteert en haar deelnemers of leden synchroniseren de beursklokken die zij hanteren om de datum en tijd van aan te melden verrichtingen te registreren.
Artikel 4:91b
Lid 1
Een beleggingsonderneming die een georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit exploiteert, stelt effectieve regelingen en procedures vast met betrekking tot deze handelsfaciliteit en handhaaft deze regelingen en procedures om er regelmatig op toe te zien of haar deelnemers, leden en gebruikers haar regels naleven.
Lid 2
De beleggingsonderneming ziet toe op de orders met inbegrip van verrichte transacties en annuleringen die de deelnemers, leden en gebruikers van de georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit via haar systemen verrichten opdat zij inbreuken op de regelingen en procedures, bedoeld in het eerste lid, handelsvoorwaarden die de ordelijke werking van de markt verstoren, gedragingen die op marktmisbruik kunnen wijzen of systeemstoringen in verband met een financieel instrument, kan vaststellen.
Lid 3
De beleggingsonderneming meldt ernstige inbreuken als bedoeld in het tweede lid aan de Autoriteit Financiële Markten.
Lid 4
De beleggingsonderneming verstrekt onmiddellijk de toepasselijke informatie aan de Autoriteit Financiële Markten, het Openbaar Ministerie of opsporingsambtenaren die bevoegd zijn op grond van de Wet op de economische delicten en verleent haar volledige medewerking aan de Autoriteit Financiële Markten, het Openbaar Ministerie of deze opsporingsambtenaren bij het onderzoeken of vervolgen van gedragingen die op marktmisbruik kunnen wijzen die zich in of via haar systemen hebben voorgedaan.
Artikel 4:91c
Lid 1
Een beleggingsonderneming die een georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit exploiteert, kan de handel in een financieel instrument niet opschorten, niet onderbreken of een financieel instrument niet van de handel uitsluiten, indien het financieel instrument niet aan de regels van de handelsfaciliteit voldoet, indien een dergelijke maatregel de belangen van de beleggers of de ordelijke werking van de markt aanzienlijk zou kunnen schaden.
Lid 2
De beleggingsonderneming die de handel in een financieel instrument opschort, onderbreekt of een financieel instrument van de handel uitsluit, doet hetzelfde voor afgeleide financiële instrumenten als bedoeld in de onderdelen d tot en met j van de definitie van financieel instrument in artikel 1:1 die verband houden met dat financieel instrument, indien dit noodzakelijk is ter ondersteuning van de doelstellingen van de opschorting, onderbreking of uitsluiting van de handel van het financieel instrument.
Lid 3
De beleggingsonderneming die de handel in een financieel instrument en eventueel hiermee verband houdende afgeleide financiële instrumenten opschort, onderbreekt of van de handel uitsluit, maakt deze beslissing openbaar en stelt de Autoriteit Financiële Markten daarvan in kennis.
Lid 4
Bij de toepassing van het eerste en tweede lid neemt de beleggingsonderneming de ingevolge artikel 32, tweede lid, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 gestelde regels in acht en bij de toepassing van het derde lid neemt de beleggingsonderneming de ingevolge artikel 32, derde lid, van die richtlijn gestelde regels in acht.
Artikel 4:91d
Lid 1
Een beleggingsonderneming die een multilaterale handelsfaciliteit exploiteert, stelt niet-discretionaire regels vast voor de uitvoering van orders en implementeert deze regels.
Lid 2
De beleggingsonderneming die een multilaterale handelsfaciliteit exploiteert, voert geen orders van cliënten uit voor eigen rekening.
Artikel 4:91da
Lid 1
Een beleggingsonderneming die een georganiseerde handelsfaciliteit exploiteert treft regelingen om de uitvoering van orders van cliënten op de georganiseerde handelsfaciliteit voor eigen rekening, of met het kapitaal van een entiteit die tot dezelfde groep of rechtspersoon als de beleggingsonderneming behoort, te voorkomen.
Lid 2
In afwijking van het eerste lid is het de beleggingsonderneming uitsluitend toegestaan voor eigen rekening te handelen, met uitzondering van matched principal trading, als het een order van een cliënt betreft in een staatsobligatie waarvoor geen liquide markt als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 25, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 bestaat.
Lid 3
In afwijking van het eerste lid maakt de beleggingsonderneming uitsluitend gebruik van matched principal trading wanneer het gaat om obligaties, gestructureerde financieringsproducten, emissierechten en bepaalde afgeleide financiële instrumenten en uitsluitend wanneer de cliënt hier mee heeft ingestemd.
Lid 4
De beleggingsonderneming past geen matched principal trading toe ten aanzien van orders van cliënten met betrekking tot afgeleide financiële instrumenten die op grond van artikel 5 van de EMIR-verordening aan de clearingverplichting onderworpen zijn.
Lid 5
Het is niet toegestaan om de exploitatie van een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling en een georganiseerde handelsfaciliteit binnen dezelfde juridische entiteit te laten plaatsvinden.
Lid 6
Een verbinding tussen een georganiseerde handelsfaciliteit en een andere georganiseerde handelsfaciliteit of beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling is zodanig dat interactie tussen een in een georganiseerde handelsfaciliteit ingevoerde order en een in een andere georganiseerde handelsfaciliteit of beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling ingevoerde order niet mogelijk is.
Lid 7
Een beleggingsonderneming kan als marketmaker optreden op een door een andere beleggingsonderneming geëxploiteerde georganiseerde handelsfaciliteit, tenzij de beleggingsonderneming nauwe banden als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 35, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 heeft met die andere beleggingsonderneming.
Lid 8
De beleggingsonderneming voert de orders op de door haar geëxploiteerde georganiseerde handelsfaciliteit op discretionaire basis uit en beschikt over discretionaire ruimte bij de beslissing:
tot het plaatsen of intrekken van een order op de georganiseerde handelsfaciliteit;
om een order van een cliënt niet te matchen met andere orders die beschikbaar zijn in de systemen van de georganiseerde handelsfaciliteit, mits zij handelt in overeenstemming met de instructies van de cliënt en het bepaalde ingevolge de artikelen 4:90a en 4:90b.
Lid 9
De beleggingsonderneming bepaalt de wijze waarop orders in het systeem van de door haar geëxploiteerde georganiseerde handelsfaciliteit worden gematcht.
Lid 10
De beleggingsonderneming kan, overeenkomstig het eerste en derde tot en met zevende lid en onverminderd het tweede lid, voor een systeem dat transacties in andere financiële instrumenten dan aandelen regelt onderhandelingen tussen cliënten faciliteren teneinde twee of meer potentieel met elkaar verenigbare handelsintenties in een transactie bij elkaar te brengen.
Lid 11
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder matched principal trading verstaan: matched principal trading als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 38, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014.
Artikel 4:91e
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van deze paragraaf indien de aanvrager aantoont dat de belangen die dit deel beoogt te beschermen anderszins voldoende worden beschermd.
Artikel 4:91ea
Lid 1
De Autoriteit Financiële Markten wijst op aanvraag van een beleggingsonderneming of een marktexploitant die een in Nederland gelegen of beheerde multilaterale handelsfaciliteit exploiteert deze handelsfaciliteit aan als mkb-groeimarkt en registreert die aanwijzing in het openbaar register, bedoeld in artikel 1:107, eerste lid, indien de multilaterale handelsfaciliteit beschikt over regelingen, systemen en procedures die waarborgen dat:
ten minste vijftig procent van de uitgevende instellingen waarvan de financiële instrumenten tot de handel op de multilaterale handelsfaciliteit zijn toegelaten op het tijdstip van de registratie en in ieder daaropvolgend kalenderjaar kwalificeren als kleine of middelgrote ondernemingen;
passende criteria zijn vastgesteld voor de initiële en doorlopende toelating tot de handel op de mkb-groeimarkt van financiële instrumenten van uitgevende instellingen;
bij de initiële toelating van een financieel instrument tot de handel op een als mkb-groeimarkt geregistreerde multilaterale handelsfaciliteit voldoende informatie openbaar wordt gemaakt door de uitgevende instelling die potentiële beleggers in staat stelt om met kennis van zaken te kunnen beslissen om al dan niet in het financieel instrument te beleggen;
de door of namens een uitgevende instelling, waarvan de financiële instrumenten zijn toegelaten tot de handel op de multilaterale handelsfaciliteit, opgemaakte periodieke financiële verslaggeving algemeen verkrijgbaar wordt gesteld;
uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel 21, van de verordening marktmisbruik op de mkb-groeimarkt, personen met leidinggevende verantwoordelijkheid binnen de uitgevende instellingen en met deze personen nauw verbonden personen voldoen aan het bepaalde ingevolge de verordening marktmisbruik;
de wettelijk voorgeschreven informatie met betrekking tot de uitgevende instellingen op de mkb-groeimarkt wordt opgeslagen en openbaar gemaakt; en
marktmisbruik op de mkb-groeimarkt wordt voorkomen en opgespoord overeenkomstig het bepaalde ingevolge de verordening marktmisbruik.
Lid 2
Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt onder kleine of middelgrote onderneming verstaan: een onderneming die op de grondslag van de eindejaarskoersen van de voorgaande drie kalenderjaren een gemiddelde marktkapitalisatie van minder dan € 200.000.000 had.
Lid 3
De Autoriteit Financiële Markten kan de registratie als mkb-groeimarkt doorhalen, indien:
de beleggingsonderneming of marktexploitant die de als mkb-groeimarkt geregistreerde multilaterale handelsfaciliteit exploiteert daartoe een aanvraag heeft ingediend;
de als mkb-groeimarkt geregistreerde multilaterale handelsfaciliteit niet langer voldoet aan de bij of krachtens het eerste lid gestelde regels.
Lid 4
Het eerste lid laat onverlet dat de beleggingsonderneming of marktexploitant die een door de Autoriteit Financiële Markten geregistreerde mkb-groeimarkt exploiteert nadere eisen stelt aan de uitgevende instellingen waarvan financiële instrumenten zijn toegelaten tot de handel op die multilaterale handelsfaciliteit.
Lid 5
Een financieel instrument dat is toegelaten tot de handel op een door de Autoriteit Financiële Markten geregistreerde mkb-groeimarkt kan uitsluitend op een andere mkb-groeimarkt worden verhandeld, indien de uitgevende instelling die het financieel instrument heeft uitgegeven daarover is geïnformeerd en hij daartegen geen bezwaren naar voren brengt. In dat geval gelden voor de uitgevende instelling geen verplichtingen met betrekking tot de regels omtrent het behoorlijk ondernemingsbestuur van de andere mkb-groeimarkt of de informatieverstrekking met betrekking tot de andere mkb-groeimarkt.
Lid 6
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot:
de passende criteria, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b;
de informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, en de wijze waarop deze informatie openbaar wordt gemaakt;
de periodieke financiële verslaggeving, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d.
Artikel 4:91f
Vervallen
Artikel 4:91g
Vervallen
Artikel 4:91h
Vervallen
Artikel 4:91i
Vervallen
Artikel 4:91j
Vervallen
Artikel 4:91k
Vervallen
Artikel 4:91l
Vervallen
Artikel 4:91m
Deze paragraaf is van overeenkomstige toepassing op deelnemers of leden van een multilaterale handelsfaciliteit of gereglementeerde markt die op grond van de artikelen 1:15, 1:18, onderdelen c, f en h, niet vergunningplichtig zijn.
Artikel 4:91n
Lid 1
Een beleggingsonderneming die zich bezighoudt met algoritmische handel stelt met inachtneming van de ingevolge artikel 17, zevende lid, onderdeel a, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 gestelde regels de Autoriteit Financiële Markten en de toezichthoudende instantie van de lidstaat van het handelsplatform waar de beleggingsonderneming zich als lid van of deelnemer aan het handelsplatform met algoritmische handel bezighoudt, hiervan in kennis.
Lid 2
De beleggingsonderneming beschikt over interne procedures om met inachtneming van de ingevolge artikel 17, eerste en zevende lid, onderdeel a, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 gestelde regels te waarborgen dat haar handelssystemen:
voldoende capaciteit hebben, aan gepaste handelsdrempels en handelslimieten onderworpen zijn, en te voorkomen dat foutieve orders worden verzonden of dat de systemen anderszins op zodanige wijze functioneren dat dit de ordelijke werking van de markt kan verstoren;
niet kunnen worden aangewend voor een doel dat in strijd is met de verordening marktmisbruik of met de regels van een handelsplatform waarmee de beleggingsonderneming is verbonden; en
de continuïteit van het bedrijf bij een storing van haar handelssystemen waarborgen en dat deze systemen volledig zijn getest en worden gecontroleerd.
Lid 3
Een beleggingsonderneming die zich met een techniek voor hoogfrequente algoritmische handel bezighoudt, bewaart met inachtneming van de ingevolge artikel 17, zevende lid, onderdeel d, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 gestelde regels de gegevens van al haar geplaatste orders, met inbegrip van annuleringen van orders, uitgevoerde orders en prijsopgaven op de handelsplatformen.
Lid 4
Een beleggingsonderneming die zich ter uitvoering van een marketmakingstrategie bezighoudt met algoritmische handel, dient, met inachtneming van de ingevolge artikel 17, zevende lid, onderdelen a, b en c, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 gestelde regels en rekening houdend met de liquiditeit, de schaal en de aard van de specifieke markt en met de kenmerken van de verhandelde financiële instrumenten:
de marketmaking doorlopend te verrichten gedurende een bepaald deel van de handelstijden van het handelsplatform, behalve in geval van bijzondere omstandigheden, met als gevolg dat het handelsplatform op regelmatige en voorspelbare wijze van liquiditeit wordt voorzien;
over een overeenkomst met het handelsplatform te beschikken, waarin ten minste de verplichtingen van de beleggingsonderneming, bedoeld in onderdeel a, zijn gespecificeerd; en
over interne procedures te beschikken die waarborgen dat de beleggingsonderneming te allen tijde voldoet aan de verplichtingen van de overeenkomst, bedoeld in onderdeel b.
Lid 5
Voor de toepassing van dit artikel wordt een beleggingsonderneming die zich bezighoudt met algoritmische handel, als deelnemer aan of lid van een handelsplatform bij het handelen voor eigen rekening, geacht een marketmakingstrategie uit te voeren, indien haar strategie onder meer bestaat uit het gelijktijdig op een of meerdere handelsplatformen afgeven van concurrerende vaste biedprijzen en laatprijzen voor een of meer financiële instrumenten, zodat de gehele markt op regelmatige en frequente basis van liquiditeit wordt voorzien.
Lid 6
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de vorm en inhoud van de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, en de vorm voor het bewaren van de gegevens, bedoeld in het derde lid.
Artikel 4:91o
Lid 1
Een beleggingsonderneming die directe elektronische toegang tot een handelsplatform verleent, beschikt over interne procedures om de passendheid van directe elektronische toegang voor personen die van directe elektronische toegang gebruik maken te toetsen en die beletten dat deze personen vooraf vastgestelde handelsdrempels en kredietdrempels overschrijden, en draagt er zorg voor dat zij voldoen aan het bepaalde ingevolge deze wet en de regels van het handelsplatform.
Lid 2
De beleggingsonderneming ziet toe op transacties in financiële instrumenten die door middel van directe elektronische toegang worden verricht teneinde inbreuken op de regels van het handelsplatform, handelsvoorwaarden die de ordelijke werking van de markt verstoren of gedragingen die op marktmisbruik kunnen wijzen, te onderkennen. De beleggingsonderneming stelt de Autoriteit Financiële Markten in kennis van de door haar geconstateerde inbreuken.
Lid 3
De beleggingsonderneming beschikt over een overeenkomst tussen haar en de cliënt waarin de uit de dienstverlening, bedoeld in het eerste lid, voortvloeiende rechten en plichten zijn vastgelegd, en waarin tevens is vastgelegd dat de beleggingsonderneming verantwoordelijk blijft voor de naleving van deze wet.
Lid 4
De beleggingsonderneming die directe elektronische toegang tot een handelsplatform verleent, stelt daarvan de Autoriteit Financiële Markten en het handelsplatform in kennis.
Lid 5
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de vorm en inhoud van de kennisgeving, bedoeld in het tweede en vierde lid.
Lid 6
Bij de toepassing van dit artikel neemt de beleggingsonderneming de ingevolge artikel 17, zevende lid, onderdeel a, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 gestelde regels in acht.
Artikel 4:91p
Lid 1
Een beleggingsonderneming die voor andere personen als clearinginstelling optreedt, beschikt over een beheerste en integere bedrijfsvoering om te waarborgen dat zij uitsluitend clearingdiensten verricht voor personen die geschikt zijn en dat aan die personen passende eisen worden gesteld om de risico’s voor de beleggingsonderneming en de markt te verminderen.
Lid 2
De beleggingsonderneming sluit met de personen, bedoeld in het eerste lid, een overeenkomst waarin de uit de dienstverlening voortvloeiende rechten en plichten zijn vastgelegd.
Lid 3
Bij de toepassing van dit artikel neemt de beleggingsonderneming de ingevolge artikel 17, zevende lid, onderdeel a, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 gestelde regels in acht.
Artikel 4:91q
Het bij of krachtens de artikelen 4:88, eerste tot en met derde lid, en 4:89, eerste en vijfde lid, bepaalde is van overeenkomstige toepassing op het aanbieden van verzekeringen met een beleggingscomponent of het adviseren over of bemiddelen in verzekeringen met een beleggingscomponent door adviseurs of bemiddelaars in verzekeringen, gevolmachtigde agenten, ondergevolmachtigde agenten of verzekeraars.
Artikel 4:92
Lid 1
Met uitzondering van artikel 4:93 is het ingevolge deze paragraaf bepaalde met betrekking tot de verhouding tussen een aanbieder en een bemiddelaar van overeenkomstige toepassing op:
de verhouding tussen een gevolmachtigde agent en een bemiddelaar;
de verhouding tussen een ondergevolmachtigde agent en een bemiddelaar; en
de verhouding tussen een bemiddelaar en een onderbemiddelaar.
Lid 2
Het bepaalde in deze paragraaf met betrekking tot de verhouding tussen een aanbieder en een gevolmachtigde agent is van overeenkomstige toepassing op:
de verhouding tussen een gevolmachtigde agent en een ondergevolmachtigde agent; en
de verhouding tussen een ondergevolmachtigde agent en een andere ondergevolmachtigde agent waaraan hij een ondervolmacht heeft verleend.
Artikel 4:93
Lid 1
Een aanbieder draagt er zorg voor dat een bemiddelaar als bedoeld in artikel 2:81, tweede lid, via welke hij overeenkomsten met consumenten of, indien het verzekeringen betreft, cliënten aangaat, voldoet aan het ingevolge deze wet bepaalde.
Lid 2
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de aanbieder er zorg voor draagt dat de bemiddelaar voldoet aan het ingevolge deze wet bepaalde.
Lid 3
Een bemiddelaar in verzekeringen met een vergunning als bedoeld in artikel 2:80, eerste lid, draagt er zorg voor dat een verbonden bemiddelaar als bedoeld in artikel 2:81, derde lid, die voor hem bemiddelt voldoet aan het ingevolge deze wet bepaalde.
Lid 4
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de bemiddelaar in verzekeringen er zorg voor draagt dat de verbonden bemiddelaar in verzekeringen voldoet aan het ingevolge deze wet bepaalde.
Lid 5
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het krachtens het tweede lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:94
Lid 1
Een aanbieder die voor de eerste maal door tussenkomst van een bepaalde bemiddelaar een overeenkomst inzake een financieel product aangaat, gaat daartoe pas over nadat hij zich ervan heeft vergewist dat de bemiddelaar voor het bemiddelen in dat financiële product niet handelt in strijd met het verbod, bedoeld in artikel 2:80, eerste lid, en dat aan de bemiddelaar geen verbod als bedoeld in artikel 1:58, tweede lid, of 4:4, eerste lid, is opgelegd.
Lid 2
De aanbieder gaat eenmaal per twaalf maanden en indien hij in het kader van de normale bedrijfsvoering signalen ontvangt die bij hem daaromtrent twijfel oproepen na of de bemiddelaar door wiens tussenkomst hij overeenkomsten inzake financiële producten aangaat of die hem assisteert bij het beheer en de uitvoering van een overeenkomst inzake een krediet of verzekering, met betrekking tot deze activiteit niet handelt in strijd met het verbod, bedoeld in artikel 2:80, eerste lid, of dat aan de bemiddelaar met betrekking tot deze activiteit geen verbod als bedoeld in artikel 1:58, tweede lid, of 4:4, eerste lid, is opgelegd.
Lid 3
Indien de bemiddelaar, bedoeld in het tweede lid, handelt in strijd met het verbod, bedoeld in artikel 2:80, eerste lid, of aan hem een verbod als bedoeld in artikel 1:58, tweede lid, of 4:4, eerste lid, is opgelegd, gaat de aanbieder geen overeenkomsten inzake financiële producten meer aan door tussenkomst van de bemiddelaar. De bemiddelaar kan de aanbieder assisteren bij het beheer en de uitvoering van reeds aangegane overeenkomsten inzake een krediet of verzekering voorzover het de bemiddelaar op grond van artikel 1:104, derde lid, of 4:4, tweede lid, is toegestaan overeenkomsten af te wikkelen.
Artikel 4:95
Lid 1
Een aanbieder gaat pas over tot het verlenen van een volmacht nadat hij zich ervan heeft vergewist dat de gevolmachtigde agent niet handelt in strijd met het verbod, bedoeld in artikel 2:92, eerste lid, en aan de gevolmachtigde agent geen verbod als bedoeld in artikel 4:4, eerste lid, is opgelegd.
Lid 2
De aanbieder gaat eenmaal per twaalf maanden en indien hij in het kader van de normale bedrijfsvoering signalen ontvangt die bij hem daaromtrent twijfel oproepen na of de gevolmachtigde agent waaraan hij een volmacht heeft verleend niet handelt in strijd met het verbod, bedoeld in artikel 2:92, eerste lid, of dat aan de gevolmachtigde agent geen verbod als bedoeld in artikel 4:4, eerste lid, is opgelegd.
Lid 3
Indien de gevolmachtigde agent, bedoeld in het tweede lid, handelt in strijd met het verbod, bedoeld in artikel 2:92, eerste lid, of aan hem een verbod als bedoeld in artikel 4:4, eerste lid, is opgelegd, beëindigt de aanbieder de volmacht. De aanbieder kan de gevolmachtigde agent belasten met het beheer en de afwikkeling van de door hem gevormde verzekeringsportefeuille voorzover het de gevolmachtigde agent op grond van artikel 1:104, derde lid, of 4:4, tweede lid, is toegestaan overeenkomsten af te wikkelen.
Artikel 4:96
Lid 1
Indien een bemiddelaar in het kader van de normale bedrijfsvoering signalen ontvangt dat een aanbieder voor welke hij bemiddelt voor het aanbieden van dat financiële product handelt in strijd met een in hoofdstuk 2.2 neergelegd verbod op het zonder daartoe verleende vergunning uitoefenen van een bedrijf of verlenen van een financiële dienst of dat aan de aanbieder een verbod als bedoeld in artikel 1:58, tweede lid, of 4:4, eerste lid, is opgelegd, bemiddelt hij niet meer voor de aanbieder, behoudens voorzover het de aanbieder op grond van artikel 1:104, derde lid, of artikel 4:4, tweede lid, is toegestaan overeenkomsten af te wikkelen.
Lid 2
Indien een gevolmachtigde agent in het kader van de normale bedrijfsvoering signalen ontvangt dat een aanbieder voor welke hij optreedt als gevolmachtigde agent handelt in strijd met een in hoofdstuk 2.2 neergelegd verbod op het zonder daartoe verleende vergunning uitoefenen van een bedrijf of verlenen van een financiële dienst of dat aan de aanbieder een verbod als bedoeld in artikel 1:58, tweede lid, of 4:4, eerste lid, is opgelegd, treedt hij niet meer op als gevolmachtigde agent voor de aanbieder, behoudens voorzover het de aanbieder op grond van artikel 1:104, derde lid, of 4:4, tweede lid, is toegestaan overeenkomsten af te wikkelen.
Artikel 4:97
Lid 1
Indien een aanbieder in het kader van de normale bedrijfsvoering constateert dat een bemiddelaar of een gevolmachtigde agent het ingevolge artikel 4:9, 4:10, 4:15, 4:74b of 4:75 bepaalde overtreedt, meldt de aanbieder de geconstateerde overtreding onverwijld aan de Autoriteit Financiële Markten.
Lid 2
Indien een aanbieder in het kader van de normale bedrijfsvoering constateert dat een bemiddelaar of een gevolmachtigde agent het ingevolge deze wet bepaalde, met uitzondering van het ingevolge artikel 4:9, 4:10, 4:15, 4:74b of 4:75 bepaalde, stelselmatig overtreedt, meldt de aanbieder de geconstateerde overtredingen onverwijld aan de Autoriteit Financiële Markten.
Lid 3
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de gevallen waarin de aanbieder een overtreding als bedoeld in het eerste en tweede lid, meldt. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de aanbieder een overtreding meldt.
Artikel 4:98
Degene die tot een melding op grond van artikel 4:97 is overgegaan, is niet aansprakelijk voor schade die een derde dientengevolge lijdt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat gelet op alle feiten en omstandigheden in redelijkheid niet tot melding had mogen worden overgegaan.
Artikel 4:99
Lid 1
Financiële ondernemingen stellen elkaar over en weer in staat te voldoen aan hetgeen ingevolge dit deel is bepaald, voorzover zij daarvoor van elkaar afhankelijk zijn.
Lid 2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de gevallen waarin en de wijze waarop financiële ondernemingen elkaar in staat stellen om aan dit deel te voldoen.
Lid 3
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het krachtens het tweede lid bepaalde indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:100
Lid 1
Een beleggingsonderneming die voor de eerste maal een beleggingsdienst als bedoeld in onderdeel a, b of d van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 verleent voor een andere beleggingsonderneming of een beleggingsdienst verleent voor cliënten die worden aangebracht door een andere beleggingsonderneming gaat daartoe pas over nadat zij zich ervan heeft vergewist dat de andere beleggingsonderneming niet handelt in strijd met het verbod, bedoeld in artikel 2:96, eerste lid, of dat aan de andere beleggingsonderneming geen verbod als bedoeld in artikel 1:58, tweede lid, of 4:4, eerste lid, is opgelegd.
Lid 2
De beleggingsonderneming gaat eenmaal per twaalf maanden en indien zij in het kader van de normale bedrijfsvoering signalen ontvangt die bij haar daaromtrent twijfel oproepen na of de andere beleggingsonderneming, bedoeld in het eerste lid, niet handelt in strijd met het verbod, bedoeld in artikel 2:96, eerste lid, of dat aan de andere beleggingsonderneming geen verbod als bedoeld in artikel 1:58, tweede lid, of 4:4, eerste lid, is opgelegd.
Lid 3
Indien de andere beleggingsonderneming, bedoeld in het eerste lid, handelt in strijd met het verbod, bedoeld in artikel 2:96, eerste lid, of aan haar een verbod als bedoeld in artikel 1:58, tweede lid, of 4:4, eerste lid, is opgelegd, verleent de beleggingsonderneming vanaf het moment waarop zij van die strijd onderscheidenlijk dat verbod kennis draagt geen beleggingsdiensten meer voor de andere beleggingsonderneming of voor cliënten die worden aangebracht door de andere beleggingsonderneming.
Artikel 4:100a
Lid 1
Een beleggingsonderneming die door tussenkomst van een verbonden agent beleggingsdiensten verleent als bedoeld in onderdeel a, d, e of f van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1, treft afdoende maatregelen ter voorkoming van eventuele negatieve gevolgen die andere werkzaamheden van de betrokken verbonden agent, waarop deze wet niet van toepassing is, kunnen hebben voor de werkzaamheden van de betrokken verbonden agent die hij voor rekening van de beleggingsonderneming verricht.
Lid 2
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de beleggingsonderneming er zorg voor draagt dat de verbonden agent voldoet aan het ingevolge deze wet bepaalde.
Lid 3
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het krachtens het tweede lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:100b
Lid 1
Een beleggingsonderneming die voornemens is voor de eerste maal door tussenkomst van een bepaalde verbonden agent beleggingsdiensten te verlenen, als bedoeld in onderdeel a, d, e of f van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1, gaat daartoe pas over nadat de beleggingsonderneming de verbonden agent heeft aangemeld bij de Autoriteit Financiële Markten, en de Autoriteit Financiële Markten de verbonden agent heeft ingeschreven in het register, als bedoeld in artikel 1:107.
Lid 2
De beleggingsonderneming gaat eenmaal per twaalf maanden en indien hij in het kader van de normale bedrijfsvoering signalen ontvangt die bij hem daaromtrent twijfel oproepen, na of de verbonden agent door wiens tussenkomst hij beleggingsdiensten verleent als bedoeld in onderdeel a, d of e van de definitie van het verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1, met betrekking tot deze activiteit niet handelt in overeenstemming met het ingevolge deze wet bepaalde.
Lid 3
Indien de verbonden agent, bedoeld in het tweede lid, handelt in strijd met het ingevolge deze wet bepaalde, verleent de beleggingsonderneming geen beleggingsdiensten meer door tussenkomst van de verbonden agent.
Artikel 4:100c
Indien een verbonden agent in het kader van de normale bedrijfsvoering signalen ontvangt dat een beleggingsonderneming voor wier rekening hij beleggingsdiensten verleent als bedoeld in onderdeel a, d, e of f van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1, in strijd handelt met een in hoofdstuk 2.2 geregeld verbod op het zonder daartoe verleende vergunning uitoefenen van een bedrijf of verlenen van een financiële dienst of dat aan de beleggingsonderneming een verbod als bedoeld in artikel 1:58, tweede lid, 1:104, derde lid, of 4:4, eerste lid, is opgelegd, verleent hij geen beleggingsdiensten meer voor rekening van de beleggingsonderneming, behoudens voorzover het beleggingsdiensten betreft ten aanzien waarvan het de beleggingsonderneming is toegestaan overeenkomsten af te wikkelen op grond van artikel 1:58, tweede lid, of artikel 4:4, tweede lid.
Artikel 4:100d
Lid 1
Indien een beleggingsonderneming in het kader van de normale bedrijfsvoering constateert dat een verbonden agent die door haar is aangemeld bij de Autoriteit Financiële Markten als bedoeld in artikel 2:97, vijfde lid, onderdeel b, het ingevolge deze wet bepaalde overtreedt, meldt de beleggingsonderneming de geconstateerde overtreding onverwijld aan de Autoriteit Financiële Markten.
Lid 2
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gevallen waarin de beleggingsonderneming een overtreding als bedoeld in het eerste lid, meldt. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de beleggingsonderneming een overtreding meldt.
Artikel 4:100e
Degene die tot een melding op grond van artikel 4:100d is overgegaan, is niet aansprakelijk voor schade die een derde dientengevolge lijdt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat gelet op alle feiten en omstandigheden in redelijkheid niet tot melding had mogen worden overgegaan.
Artikel 4:100f
Een beleggingsonderneming die, direct of indirect, deelnemingsrechten in een beleggingsinstelling aanbiedt gaat daartoe pas over nadat zij zich ervan heeft vergewist dat de rechten van deelneming overeenkomstig deze wet mogen worden aangeboden.
Artikel 4:101
Het bepaalde in deze paragraaf met betrekking tot de verhouding tussen een verzekeraar en een bemiddelaar is van overeenkomstige toepassing op:
de verhouding tussen een gevolmachtigde agent en een bemiddelaar;
de verhouding tussen een ondergevolmachtigde agent en een bemiddelaar; en
de verhouding tussen een bemiddelaar en een onderbemiddelaar.
Artikel 4:102
Een verzekering die door bemiddeling van een bemiddelaar tot stand is gekomen of naar de portefeuille van een bemiddelaar is overgeboekt, behoort in de relatie tot de betrokken verzekeraar tot de portefeuille van die bemiddelaar zolang die verzekering daaruit niet is overgeboekt.
Artikel 4:103
Lid 1
Een verzekeraar boekt niet zonder toestemming van de bemiddelaar of diens rechtverkrijgenden een deel of het geheel van diens portefeuille over naar de portefeuille van een andere bemiddelaar.
Lid 2
In afwijking van het eerste lid boekt de verzekeraar op schriftelijk verzoek van een cliënt diens verzekering uit de portefeuille van een bemiddelaar over naar die van een andere bemiddelaar, tenzij de verzekeraar gegronde bezwaren heeft tegen die bemiddelaar.
Lid 3
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op het door een verzekeraar in eigen beheer nemen van een verzekering.
Lid 4
De verzekeraar verleent op schriftelijk verzoek van een bemiddelaar zijn medewerking aan de gehele of gedeeltelijke overdracht van de portefeuille van die bemiddelaar aan een andere bemiddelaar, tenzij de verzekeraar gegronde bezwaren heeft tegen die bemiddelaar.
Artikel 4:104
Lid 1
Tenzij anders wordt overeengekomen of de bemiddelaar zich bij de verzekering tegenover de verzekeraar tot betaling van premie en kosten als eigen schuld heeft verbonden, verzorgt bij schadeverzekeringen de bemiddelaar voor de verzekeraar het incasso van de premies. Ter zake van dit premie-incasso is hij jegens de verzekeraar te allen tijde rekening en verantwoording schuldig.
Lid 2
Het eerste lid is niet van toepassing op betalingsbeschermers of individuele arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. Onder betalingsbeschermer wordt verstaan: een verzekering ter dekking van het risico dat de verzekeringnemer betalingsverplichtingen uit hoofde van een overeenkomst inzake krediet niet kan nakomen.
Lid 3
Tenzij tussen een verzekeraar en een bemiddelaar anders is overeengekomen kan de verzekeraar bepalen dat de bemiddelaar niet langer gerechtigd is tot premie-incasso, indien:
de bemiddelaar niet meer is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 1:107;
de bemiddelaar het premie-incasso in ernstige mate verwaarloost;
de bemiddelaar in gebreke blijft namens de verzekeraar door hem geïnde premies tijdig aan deze af te dragen; of
de bemiddelaar zich schuldig heeft gemaakt aan handelingen, die de vrees wettigen dat hij niet zal voldoen aan zijn uit het premie-incasso voortvloeiende verplichtingen.
Lid 4
In de gevallen waarin op grond van het derde lid het premie-incasso door een bemiddelaar eindigt, wordt dit door de verzekeraar overgenomen.